Laat dit niet het laatste zijn wat ik ga zien

*emopost wegens nog altijd zwaar onder de indruk*

“Overal op de wegen is het glad, pas dus uw rijstijl aan”, zo zei de mevrouw van het nieuws nadat ik net mijn hartslag zwaar de hoogte had ingejaagd en intussen half in shock en zwaar bleitend mijn voeten en handen onder controle probeerde te houden.

Toegegeven, ’t is mijn fout, ik had het niet door dat de weg behoorlijk glad lag en ik reed 70, op een weg waar men 70 mag, als het tenminste niet glad ligt. Dom dus, heel dom.

En ik reed rechtdoor, toen om één of andere reden de kleine grijsaard op vier wielen, intussen bijna 22 schat ik, zwaar naar links uitweek. Naar een rijrichting die ik alleen maar kon nemen mits een ferme u-bocht. Geen Top Gear-adepten zijnde sloegen grijsaard en ik dus het stuur naar rechts, alwaar we dus teveel naar rechts gingen. Opnieuw naar links, om daar een tegenligger te zien. Dicht, veel te dicht, dodelijk of op zijn minst zwaargewond dicht. En toen begonnen de grijsaard en ik te draaien, twee keer, terwijl om één of andere reden de tegenligger mysterieus en geruisloos leek te passeren, alsof die me nog snel wat voorrang zou verlenen of net wat sneller rijden zodat ik op mijn gemak twee toeren kon draaien. En toen dacht ik: “Laat dit niet het laatste zijn wat ik ga zien, laat me vanavond wakker worden in een ziekenhuis”. En de remmen werden dichtgetrokken, het stuur (mijn leven) krampachtig vastgeklemd. Zo’n 100 meter achterwaarts remmen, de piepende, schurende, maar hoera! werkende remmen aanhorend. Wachtend op de grote klap.

De stilte. Die enorm mooie stilte van een auto die net op tijd, net voor een geparkeerde auto tot stilstand was gekomen. Dat licht, dat mooie ochtendlicht dat langzaam weer kwam binnensijpelen. En de zoetgevooisde stem van mevrouw van de radio. Die ergerlijke jingle die plots zo heerlijk herkenbaar was. Het loslaten van de handrem, het stuur, en dan het wezenloos voor me uitstaren. Benne, Fries, de echtgenoot, de moeder, de vader, de hele wereld. Benne, Fries, Benne, Fries.

En dan de shock, de hartenklop die zich herstelde, de tranen die kwamen, samen met de trillende handen en schuddende voeten.Gevolgd door herstel, ongeloof en dan vooral heel veel dankbaarheid. Twee keer op het nippertje een zware botsing vermeden. En dat is zeker niet te wijten aan mijn eigen stuurkunsten (integendeel) of heldhaftigheid (iemand de natte zakdoeken zien?). Ik moet wel engelbewaarders hebben, een mens kan niet zoveel geluk hebben op een banale maandagmorgen waar zoveel anderen weer minder geluk hadden.

En ’s avonds keken ze me onbegrijpelijk aan, die twee koters van me. Of ik nu alstublieft wou stoppen met ze te knuffelen. Heb ik het al gezegd vandaag? Ik zie u graag. Echt.

Advertenties

stinkende flesjes

Als zelfs de oudste zoon al zijn beklag begint te doen over de geurhinder in de auto, dan weet je dat het erg is. How comes? Zo’n vier maanden verzameld leeggoed moest dringend op de juiste plaatsen gebracht worden, zijnde een glascontainer en een winkel om centjes te recupereren. Moeder was met de auto nogal kort door een bocht gegaan met als gevolg dat bier en wijn, tussen 3 dagen en vier maanden oud, zich lekker begon te verspreiden op de achterbank. Benne trok een neus van jewelste en kon het niet laten om elke vijf minuten te zeggen “dat het feel stinkt ier mama” en “oei, dat ruikt ier fies, oekomtadnu?” en “pintjes drinken is vies hé, dat stinkt”.

Wen er maar aan, die auto is zo niet lichtjes tamelijk volledig gekuist en nog altijd stinkt dat ding. Wassen doen we ons voorlopig niet meer, twee minuten in onze bierkar en het waseffect is toch verdwenen…