Dat het hier weer stil is…

en dat is omdat ik intussen al veel zelfkennis heb, of toch genoeg om te weten wanneer een mens zijn mond moet houden. Omdat, had ik de voorbije dagen iets moeten posten, het er niet schoon zou uitgezien hebben. En dat zou dit blogje een beetje bezoedeld hebben, omdat ik hier eigenlijk alleen maar leuke, geestige dingen wil schrijven. U heeft recht op een glimlach, een opgetrokken wenkbrauw, een ik-kan-dat-veel-beter-gevoel, een wat-een-losers-zijn-dat-daar gevoel, maar ik wil u geen miljarde-wat-is-dat-voor-een-ruziemakende-zaag-gevoel geven. Wat per definitie ook niet kan, omdat ik zelf vind dat ik geen ruziemakende zaag ben. Dikke duim voor de zelfbeheersing dus, de juf van het eerste leerjaar zou trots op me zijn 🙂

Wat niet wil zeggen dat het de afgelopen weken niet bijzonder plezant was met mijn venten. Echt wel, wij hebben gekieteld, van aap en leeuw en beer gespeeld, we hebben elkaar blauwe plekken geschopt (perommeluk mama!), we hebben elkaar droge en natte zoenen gegeven, vergezeld van een occasioneel likje van Benne, we hebben niet meer gebakken, neen, maar wat hebben we nog zoal gedaan?

Gedacht om intraveneus Rilatine toe te dienen aan onze twee weekendkoters M. en I. En dat op slag vergeten als ze je spontaan, plots, compleet onverwachts, een zoen komen geven. We zijn weer vriendjes zo.

Bedacht dat kleuterjuf worden toch vrijwillig masochisme is. Zeker als Fries met drie zakjes natte, vieze kleren terug thuis komt. En dat ik dus drie nieuwe hoopjes reserverkledij mag meegeven. Respect, juf H, om drie keer per dag zijn broeken uit te wassen!

Berekend dat die kermissen ons voorlopig nog niet zoveel zullen kosten. Draaimolen vinden ze de hel, paardjesmolen is om van te huilen, alleen een eendje zouden ze nog eens durven vangen. Op hun gemak, een beetje ver weg van al het lawaai. Hoera voor de portemonnee! En is het erg van mij dat ik zeg dat ze de bootjes moeten pakken, omdat daar meestal meer punten mee te winnen zijn?

Gegeneerd je kleine een beetje van je wegduwen, in de hoop dat het niet al te veel opvalt dat het jouw kleine is, als diezelfde kleine vijf seconden daarvoor begon te roepen dat hij “feel bimbo’s” ziet. Nee, blonde stoot, het was niet tegen u. Het  was tegen de bambi’s. Wat ook weer niet juist is, maar eerst ‘bimbo’s’ afleren.

Benieuwd geweest hoe wij ons oudejaar gaan vieren, waar we onze kerstboom gaan zetten, wat de Sint gaat brengen. Eigenlijk verlang ik dus al naar de eindejaarsperiode, en dat voor het eerst in mijn volwassen (ha!) leven. Vreemd, er zullen hormonen in het water zitten hier.

Advertenties

Met de voeten op de grond

Dat M., één van die twee rakkers die hier regelmatig de boel mee helpen verbouwen, graag de dvd van Sinterklaas wou zien.

Dat Benne toen zei dat hij Sinterklaas al een paar keer in het echt had gezien.

Dat M. vroeg of dat echt echt écht waar was? En dat hij vroeg of de Sint hier ook langskwam.

Dat ik zei dat de grote Sinterman Benne en Fries zeker wist wonen, en dat hij hier al elke keer op 6 december is langsgekomen, ondanks vele dreigingen van het tegenovergestelde als die van ons weer eens niet wilden slapen, opruimen, luisteren, gewoon willoos hun ouders volgen zonder al te veel protest 🙂

Dat M. zei dat hij zo blij was dat de Sint hem vorig jaar ook had gevonden, in het grote huis waar hij nu woont, en dat hij toch waarlijks, waarachtig, warempel, alle Sinterklazen nog aan toe, vorig jaar een bal had gekregen. Het. Kind. Had. Een. Bal. Gekregen. Een bal, dus. En daar was hij zo oprecht content mee, na 8 maanden nog altijd. Van Sinterklaas een bal krijgen, stel je voor.

En dat mijn twee koters waarschijnlijk aan een grandioze zoektocht zouden beginnen mocht hier op tafel enkel een bal liggen te pronken, ze zouden er het leuke niet van inzien.

En dat M. vroeg of de Sint wel zou weten of hij nu ook naar hier kwam (opportunisme is van alle leeftijden en van alle kinderen :-))

En toen zei ik, trots van hier tot Sinterklaasland, dat ik de Sint en alle zwarte pieten van de wereld persoonlijk zou verwittigen dat hij zijn zak mag vullen voor vier als hij naar hier komt.

En toen begonnen mijn ogen precies een beetje te pieken. Seut die ik ben.

Van 4 naar 6.

Sommige weekends lijken wij hier wel een nieuw samengesteld gezin. Met twee blonde jongens en twee bruinharige jongens. De twee blonde zijn ‘van ons’, de twee bruinharige ventjes zijn niet van ons. Die laatste komen hier in ’t weekend wat onnozel doen, samen met ons (gast- of pleeggezinactiviteiten heet zoiets dan). Een beetje tijd doorbrengen in een gewoon gezin, zoals de pedagogen van de instelling dit noemen.

Twee broertjes, M. en I.  (*), bijna 7 en bijna 4 jaar oud, al een aantal jaren ‘instellingskinderen’, maar ondanks dit heel vlijtige, lieve, drukke, bezige baasjes. We zien ze graag, zij vinden ons ook leuk, dus we hopen dat we hier nog een aantal jaren mee mogen doorgaan. Dat we ze toch enkele fijne herinneringen kunnen geven aan hun kindertijd, dat ze misschien later een extra (t)huis hebben waar ze terecht kunnen met dingen die hen bezighouden, goed of minder goed, dat ze gewoon weten dat er ook nog buiten hun grote huis mensen zijn die hen heel graag zien. Druppels op een hete plaat? Te hoge verwachtingen? Misschien, maar alle beetjes helpen en wie niet probeert…

Maar wat we ook hopen is dat Benne en Fries zo opgroeien tot kinderen/jongeren die sociaal bewogen zijn, die weten dat wat zij allemaal hebben niet vanzelfsprekend is en dat ze dus niet moeten onnozel doen als ze op 12-jarige leeftijd zelf hun PlayStation zullen moeten bijeen sparen.

En dan nog enkele vooroordelen (u hoeft ze dus niet meer te vermelden, we hebben ze al eens gehoord :-)):

  • Tot nu toe hebben de onze geen lelijke manieren geleerd, nee. ’t Is niet omdat M. en I. uit een instelling komen dat ze daarom krapuul zijn. Zeker niet.
  • Benne en Fries worden niet verwaarloosd, ze moeten niet inleveren. Ze moeten gewoon hun speelgoed leren delen. Is dat inleveren?
  • Ja, wij hebben nog tijd over. Omdat mijn eigen kinderen nogal druktemakers zijn moest ik er dus ook al niet aan denken om soep te maken (denk ik dat sowieso al?), te kuisen, te strijken, … terwijl ze wakker zijn. Dus veel verschil maakt het niet uit. Opruimen gaat hier nu zelfs makkelijker, want met vier opruimen vinden ze hier behoorlijk leuk.
  • En een laatste kan ik wel bevestigen: vier kinderen is druk. Pompaf zijn we ’s avonds, alle zes. Voordeel van dit alles is dat we wel heel goed slapen als de broertjes  hier zijn geweest. Druk, maar wel zot en geestig! Een aanrader dus!

(*) ’t is niet omdat ik mijn eigen kinderen geen recht op privacy gun en  hier al hun avonturen te grabbel gooi, dat ik dat met een ander zijn kinderen mag he:-)