na twee weken mottig zijn

Dan toch maar naar de eigen vertrouwde huisarts in mijn geboortestad geweest omdat niets van de dokter uit mijn woongehucht hielp. Met intussen onnoemelijk veel pijn aan de borstkas, helemaal rechts onder de arm en achter op de rug. Definitie van deze pijn: zelfs bij gewoon inademen voelt het alsof ze met een slijpschijf je ribben doorboren. Oh, en ik had nog een stuk of vijf andere pijnlijke dingen: een achterhoofd dat zowat uit zijn voegen lijkt te barsten, keelpijn, gezwollen klieren, oorpijn, …

Blijkt dat ik nog altijd heel zware sinusitis heb (voor minder dan medium gaan we hier niet), niet meteen de meest van toepassing zijnde medicatie had gekregen en dat dat ding dus bleef aanslepen. We gaan daar geen spel van maken.

Door het vele hoesten heb ik blijkbaar spierscheurtjes in de ademhalingsspieren opgelopen. Voor zoiets cools gaan we dus ook geen spel maken, ik vind dat nogal een geestige oorzaak van mijn ribbenpijn.

Ik moet veel rusten, zei meneer Doktoor. Ik heb maar van ja geknikt, ‘k moest nog naar ’t werk.

Ik mag een maand niet sporten, zo sprak meneer Doktoor. Ik heb geprobeerd om heel teleurgesteld te kijken en half in shock te zeggen: “Een maa-aand? Zo lang zeg? Goh…”, maar hij had het door dat ik daar geen enkel probleem mee zou hebben, met zo’n maand niet sporten. Een maand wél sporten daarentegen…

Advertenties

mama ziek en zot konijn

Als je ziek bent, of je op zijn minst zo ziek voelt dat je ontgoocheld bent als de dokter zegt dat het een ordinaire sinusitis + verkoudheid is (“Echt niets ergers, want ik voel me echt wel heel ziek hoor?”), dan zijn je kinderen niet meteen de meest geestige personen om rond jou te hebben. Terwijl je eigen stem in je oren galmt en elke op de grond stuiterende beker klinkt als een verroest machineweer, probeer je je hoofd bij de dagelijkse gang van zaken te houden terwijl je eigenlijk alleen maar je ogen dicht wil doen en dromen dat je in een groot eucalyptusveld slaapt.

Ja, ik ben gaan werken, in volle mottigheid, want dat was de enige mogelijkheid om wat stilte in mijn hoofd te krijgen. Om die poel van snot en andere vuiligheid in mijn hoofd tot stilstand te brengen. Thuisblijven was totaal geen optie, ik was er alleen maar chagrijniger van geworden. Want ziek zijn, da’s voor mij: met rust laten. Heel voorzichtjes dingen vragen aan mij, me heel lief behandelen, niet tot ‘truntens’ toe, dat niet. Maar wél: tonen dat je medelijden hebt, en dat je me toch wel bewondert om de vele courage die ik nog heb. Want een ander, die was zeker zo sterk niet als mij, die had al lang een doktersbriefje gevraagd en zo. Zo’n dingen hoor ik graag als ik ziek ben 🙂

Benne droeg zo zijn eigen steentje bij. Na een zoveelste hoest-, rochel- en reutelbui waarbij ik mijn longen gelukkig nog net binnen mijn borskas kon houden om dan vliegensvlug naar adem te happen als de eerste de beste onnozele goudvis, nam Benne mijn hoofd tussen zijn twee handen, ging neus aan neus zitten, zette zijn ogen op indringende modus en zei, zo ernstig als iets: “Ma mama, gij zijt toch een zot konijn wi”.

Meer dan over de inhoud van zijn zin was ik verwonderd over de vormgeving: ‘gij zijt’, in West-Vlaanderen? Waar heeft hij dat nu weer gehaald? ’t Is hier ofwel ‘jij bent’ ofwel ‘je zi(e)t’. ‘Gij zijt’: wil de schuldige die hem die vervoeging van jij en zijn heeft geleerd nu opstaan?