Zelfkennis…

…is de bron van nachtelijke wijsheden. Vooral als het om Fries gaat. Als hij ’s nachts weer eens zijn kuren heeft gaat hij tegenwoordig zelf in de hoek zitten of staan. En dan kijkt hij boos. Of uitdagend, of zielig. Maar zelf zal hij niet uit zijn hoek komen, zo koppig is hij wel. Mochten wij er hem niet uithalen hij zou in zijn hoek in slaap vallen, kwaad op de hele wereld en iedereen die er nog maar iets mee te maken heeft. Kwaad, omdat hij ’s nachts is wakker geworden.

Advertenties

Bedankt beer!

Lieve Benne,

Lieve oudste zoon van me, ik ben je moeder en ik ben een zaag. Meer nog: ik zaag soms ongelooflijk veel, want je hebt ook nog een broer. Ik mag dat doen, zagen, want bij je geboorte kreeg ik niet alleen een zoon, maar meteen ook het recht om af en toe eens stevig over die zoon door te drammen.

En ik ben daar nogal bedreven in, zo’n potje goed doordrammen op tijd en stond kan ferm deugd doen. Heel vaak is het in positieve zin: ik loop op te scheppen over mijn blonde god, laat zelfs de perfectie verbleken als ik die met jou vergelijk en kan het niet laten om je te bewieroken met de geuren, kleuren en woorden waar zelfs de meest fervente Woodstock-ganger hoofdpijn van zou krijgen. Dat mag ook wel vind ik, je bent nu eenmaal het liefste, slimste, mooiste en grappigste kind. Een gedeelde eerste plaats met je broer is dat.

Maar soms, heel soms, loop ik ook echt te zagen. Liefst met andere moeders: wie het verschrikkelijkste kind heeft, wie het minste uren slaapt per nacht, wie er het vaakst zijn kind in de hoek zet en wie het meest moet opruimen en kuisen. Dat is nu eenmaal zo, een moeder is er graag het slechtste aantoe van al haar vriendinnen. Zo is ze weer eens bevestigd in het heldenwerk dat ze elke dag verzet. Ik zaag dus regelmatig over dat slaappatroon van jou, of het gebrek eraan. Over die nachtelijke uitstapjes, het veel te vroeg opstaan en het veel veel veel te laat gaan slapen.

Maar mag ik je nu even bedanken voor gisteren? Ik moest een trein halen om half zeven, ik moest opstaan om half zes. Het was half zes en mijn wekkers hadden niet gerinkeld, gezoemd, gepiept, getuut of wat dan ook*. Ik sliep, jij niet meer. Meneer de wekker, lieve zoon, ik wil je bedanken omdat je gisteren je huilalarm om half zes hebt gezet. Zo kon ik mijn trein halen en waren we weer vertrokken voor een dagje werken.

Ik geef je nu dus een maand krediet, ga een maand niet zagen over je slaapgedrag, daarvoor ben ik nu net even te blij.

(* als je gsm op stil staat en je het schakeltje van je wekker niet op ‘on’ zet: dan hoor je niets als het tijd is om op te staan. Echt niets.)

lakentjesoorlog

Wat weet u allemaal over mijn zonen en hun slaapgedrag? Dat de term ‘slaapgedrag’ op zich al een overstatement van jewelste is. Niks patroon, regelmaat, doorslapen, niet doorslapen. ’t Is elke keer spannend of ze een nachtje doorslapen of niet, of ze wakker zullen worden met luid gekrijs of met zacht gesnik, of ze meteen te troosten zullen zijn, of ze een duivel uit te drijven hebben, of er dromen of nachtmerries moeten verwerkt worden (“Stoute meisjes in mijn kamer die jongetjes pijn doen” zoals Benne beweert), … Ik heb me er al bij neergelegd: ’t zijn twee slechte slapers, ze worden vaak wakker, ze hebben heel weinig slaap nodig (slapen is voor mietjes, weet u), ze zijn heel beweeglijk én ze pakken de lakens of dekens of ze duwen ze net weg. En dat laatste steekt ons tegen, niet een beetje weinig, maar een beetje heel veel dus. Ik heb veel over voor mijn zonen maar Ze. Moeten. Van. Mijn. Mijn. Mijn. Lakens. Afblijven.

Als je dan bij je ouders mag slapen, gedraag je dan tenminste, zo vinden wij. En als je moeder in de zomer liever onder een lakentje ligt dan jij, begin dan niet meteen dat laken weg te stampen zodat jij in alle vrijheid alle hoeken van het bed kan verkennen en je moeder mag tevreden zijn dat de muggen tenminste niet aan haar tenen kunnen. En als het winter is, trek dan niet het hele deken naar je toe, we liggen er met drie of met vier, weet je? En opstaan met een pijnlijke rug omdat je de hele nacht in de kou hebt liggen slapen heeft wél een effect op je humeur. Kijk dan ook niet zo raar als ’t niet elke morgen van ‘goeiemorgen, goeiedag’ is. ‘k Heb het tegen jullie, liefste zonen. Begrepen, verwerkt en opgeslagen?

symptomen

Symptomen: slecht slapen, lage rugpijn die tot ergens in de middag blijft, moe, veel wakker worden, zei ik al moe?, veel te vroeg wakker worden, terug in slaap proberen te raken, veel te laat wakker worden, en oh ja: moe.

Oorzaak/oorzaken: matrassen die plots heel wat slechter zijn geworden? Baneegij: wriemelende en wrikkelende half spastische zonen die we, eens ze wakker zijn en beginnen te wenen, vlug bij ons in bed nemen omdat onze nachtrust ons ook wel nog een beetje lief is (sorry mr. pedagoog). Zoon 1 heeft er een handje van weg om ten eerste: dwars op het bed te liggen tussen zijn ouders in, ten tweede: te stampen op alle ingewanden die zich in het lijf van zijn ouders bevinden en ten derde: om zijn beren onder je rug te leggen waardoor je de helft van de tijd wakker schiet met een halve bobbel (=berenhoofd) onder je zij, rug, buik, nek, … Zoon 2 doet niets liever dan een voorafgaande plaatsbepaling voor hij zich op het slaapavontuur (deel II: het grote bed van mama en papa) stort. Op elk plekje van de matrassen zit, staat of ligt hij, over elk plekje van zijn ouders kruipt, springt of gaat hij. Tot meneer zijn plaats gevonden heeft. Voor een half uur.

Ik had ze echt tegen de muur willen plakken, die twee. Maar net toen ik begon te bedenken hoe ik dat het beste kon doen (lijm, een haakje, een kast ervoor? :-)) begonnen ze met z’n tweeën aan een mooi knorconcert in stereo. Benne kriebelde met zijn handjes aan mijn arm, Fries wreef met zijn tenen aan mijn rug. En ja, ik was content. Zolang ze muisstil op dat bed lagen. Na een half uur begon het hele liedje opnieuw en werden mijn muur-behangplannen weer wat concreter.

’t is rood, tijd om te slapen

Soms zou hij wel eens in de zetel durven slapen. En dan neemt hij volgende posities aan  in amper één uur tijd.

Soms valt hij wel eens uit zijn bed. Als we geluk hebben merkt hij er zelf niets van.

SI853065

Soms wil hij niet slapen. Grapje, altijd wil hij niet gaan slapen. Zinnen als: “Benne, nu ga je echt in je bed blijven, het is half tien”, maken op hem geen indruk wegens geen besef van ‘half tien’. Zinnen als: “Benne, alle kindjes slapen al”, gevolgd door een opsomming van alle mogelijke klas- en familiegenootjes jonger dan tien jaar oud, maken ook al geen indruk meer. Verhaaltjes lezen, lampje aan, lampje uit, deur open, deur dicht, bed hier, bed daar, … Meneer maakt er een sport van om het slapen zo lang mogelijk uit te stellen. Als hij naar boven moet moet er plots nog geplast worden, heeft hij dorst, vindt hij die ene heel speciale beer niet meer, doet zijn hoofd pijn, doet zijn voet pijn, zit er een leeuw onder tafel. Is hij eens boven dan staat hij na 5 minuten weer op omdat er weer een halve dierentuin in zijn kamer zit, omdat hij die muur eens van naderbij wil inspecteren, omdat hij moet plassen, omdat de naad van zijn pyama wat kietelt, … Alle truuken van de foor kent dat kind.

Maar! Maar! Maar! Nieuw idee! Moeder heeft geknutseld, heeft de keukenklok vermassacreerd door daar gekleurd papier op te hangen. Geen idee wat ‘half tien’ betekent? Niet onder de indruk van ‘elf uur’? Rood zal het wezen, en de kleine wijzer op rood = petit Benneuh in zijn bed. En daar blijven! Pfoeh, dat ze mij maar rap mijn eigen nanny-programma geven…

SI853077