Dag koek, dag clown, dag klas, daaag moeder!

Kort.

Fries komt aan de schoolpoort, mag ‘zijn’ speelplaats op. Er staan (dankuwel oudercomité) een clown of twee, een Mega Mindy en een stuk of wat andere figuren die ik me niet meer herinner wegens te veel focus op twee zonen. Terwijl ik nog officieel vraag in welke klas de twee zonen zitten, ziet Fries een koek, een clown, zijn heldin van dit schooljaar (‘juf Hannelore Pannelore’), en stapt vol vertrouwen vooruit. Koek in de ene hand, jufs hand in de andere en weg is hij. Geen enkele keer keek hij om.

Een ander verhaal bij Benne: trillende onderlip, sussende juf (‘juf Carole bollewol’), huilend kind, moeder met krop en nog van die toestanden. Schuldgevoel ook, je komt midden in de nacht thuis, na drie dagen werkafwezigheid, ze zien je even ’s morgens en dan ga je ze doodleuk op school afzetten. Ik zou het begrijpen als dit zijn eerste trauma is.

Na vijf minuten nagelbijten van moeders kant hangt Benne alweer de wijsneus uit, en stapt Fries binnen in het grootste avontuur van zijn jonge leven.

En er is progressie! Namelijk:

2 februari 2009, eerste schooldag Benne: de hele weg bleiten, thuis ook nog de hele dag zielig ‘rondgetsjoold’.

1 september 2009: tweede eerste schooldag Benne: bleiten tot 5 km van school en op 3 km van thuis. Ook zielig, maar niet meer tsjoolen, eerder gewoon rondlopen.

1 september 2010: derde eerste schooldag Benne, eerste schooldag Fries: bleiten tot 1 km van school en 7 km van thuis. Niks zielig gevoel, trots ben ik. ’t Komt nog helemaal goed 🙂

Advertenties

verlatingsangst

Zo net voor je naar school moet gaan, dat is wel een goede periode om eens een ontwikkelingspsychologische inhaalbeweging te doen. Niet waar, kleine lieve Fries van me?

Je moeder eerst vol vertrouwen dat nieuwe schooljaar tegemoet laten zien, zorgen dat ze er allemaal heel gerust in is, dat die eerste schooldag van jou heel goed zal meevallen, want dat je er klaar voor bent en nog van die dingen die ouders zichzelf wijsmaken om het schuldgevoel wat te temperen.

Heel enthousiast praten over klas en skool en juffouw en koekjes eten en spahettieee eten op skool, over leren knutselen, tekenen, singen, tansen en turnen. Over poekentas en nieuwe soentjes, over A. en S. en R. die ook mee naar de grote school gaan. Over ‘Fries nie meer baby é, Fries naar de klas, Fries grote, flinke jongen‘.

Zo ging dat dus de laatste weken/maanden. Met een air dat hij wel eens even vlug die eerste kleuterklas zou doorlopen om dan in rechte lijn naar zijn dokterspraktijk te wandelen. Tot een maand geleden.

Intussen heeft meneer zijn nieuw plan klaar en dat is het ‘start-to-krijs-wanneer-je-moeder-er-nog-maar-aan-denkt-om-haar-rug-te-draaien’. Krijsen dus, gecombineerd met dikke, natte tranen, een occasionele snottebel en het door merg en been snijdende “Mah-maaaaaah!!!”. Zo aanstekelijk blijkbaar dat Benne de helft van de tijd gezellig meedoet.

Wat kijken we hier uit naar 1 september zeg. Kleine zakdoek voor Benne en Fries, donsovertrek voor moeder.

’t is weer van dat

MSBF09Sep 021Eerste schooldagen en ik, wij gaan nooit dikke vrienden worden, neen. Dat zijn dagen dat ik het liefst in een hol ver weg onder de grond wil kruipen. Met mijn twee zonen bij mij dan, laat dat duidelijk zijn. Hij zag het eerst nog goed zitten, die blonde god van me. Maar het overweldigende aantal kindjes op de speelplaats deed hem van gedacht veranderen. En daar kon geen snoepjes uitdelende Robin Hood of Roodkapje iets aan doen. Hij nam zijn snoep op de speelplaats en liep terug naar mama. Mama die nog mooi achter het poortje stond omdat ze dat nu eenmaal vragen dat je niet met je kleine de speelplaats op springt. Na een kort veldonderzoek bleek dat heel wat ouders toch met hun peuters en kleuters de speelplaats op paradeerden wat voor moeder hier voldoende was om aan dit kuddegedrag mee te doen.

Moeder aldus op de speelplaats, juf gezocht, blonde god aan juf gegeven, en met zowat één kubieke meter beton in haar maag terug naar huis. Ik heb me heel flink gehouden, toen ik over de speelplaats liep kon men nog denken dat ik gewoon een snotneus had. Eens in de auto heb ik mezelf vervloekt geen zakdoek bij te hebben. Waarvoor zou ik die trouwens nodig hebben: ’t kind gaat graag naar school, ’t is al de tweede keer dat we van eerste schooldag spelen en alles went.

Vergeet het maar, in zijn zesde jaar secundair zal daar een oude taart staan snotteren aan de schoolpoort. Hij zal met zijn ogen rollen, zuchten en hopen dat niemand van zijn maten zijn moeder heeft gezien.