’t Is crisis, maar niet voor Sinterklaas

Sinterklaas komt namelijk met zijn BMW Mercedes(°) cabrio naar school. Dat wist ik al van hij die de Sint op school al had gezien (Awel, zo’n auto sonder dak èh*).

En dat de juf speelgoed had gekregen, omdat ze flink was geweest. Iets van een winkeltje en zo èh.

Curieuzeneuze begon te wachten tot de foto’s van dat feest op tinternet zouden verschijnen, en jawel hoor: de Sint kwam wel degelijk met zijn sportkar aan in school. En waar ik helemaal van achterover viel was dat zelfs zijn nummerplaat gepersonaliseerd scheen te zijn. Dan frons ik eerst mijn wenkbrauwen om daarna breed glimlachend achterover te leunen, fier op mijn eigen dat ik toch zo’n goede school heb gevonden** voor mijn kind.

Bon, even verder door die foto’s gaan. Frons twee: Kaatje van Ketnet was er blijkbaar ook. Met Kamiel! En dan zie en hoor ik mijn zoon gewoon lachen en roepen van plezier. Ook al zit hij op dat moment zo’n 14 kilometer verder.

Ik ben te gauw onder de indruk denk ik. Maar ik vind toch dat die zoon van mij op een ferm goeie school zit.

* Benne is overschakeld van de of é op ’t einde van zijn zinnen naar een onvervalste Avelgemse èh.

** ‘gevonden’: de school naast de grote school waar de grote man des huizes zijn tijd al dan niet nuttig kan besteden.

(°) dank u Xander!

(foto’s van hier)

Mijn zoon, zooo niet-cool

Omdat ik elders had gelezen dat een driejarige wel de notie van het woord ‘cool’ kan snappen besloot ik het ook eens uit te testen mij mijn eigen driejarige.

-M: Benne, ben jij cool?

-B: Ma nee, mama, ik ben nieeeeet koewl.

-M: Jamaar, Benne, zou jij dan niet heel graag cool willen zijn?

-B: Nee mama, ség, ik wil nie koewl zijn hé. Ik wil gewoon Benne zijn.

Ik heb hem dan maar zijn schaakspel en zijn bril teruggegeven.

Ouderfeest – deel 2

Toen Benne deze morgen opstond was het eerste wat hij zei: “Mama heeft mij gezien hé, op ’t pomium hé, mama was daar hé!”

Gisteren kon hij er ook al niet over zwijgen, blijkbaar is hij er serieus van onder de indruk dat die anders altijd afwezige moeder (wat school betreft hé!) er gisteren ook eens bij was. Een mama op school, ’t gebeurt niet elke dag, toch niet in zijn wereld 🙂

mama ziek en zot konijn

Als je ziek bent, of je op zijn minst zo ziek voelt dat je ontgoocheld bent als de dokter zegt dat het een ordinaire sinusitis + verkoudheid is (“Echt niets ergers, want ik voel me echt wel heel ziek hoor?”), dan zijn je kinderen niet meteen de meest geestige personen om rond jou te hebben. Terwijl je eigen stem in je oren galmt en elke op de grond stuiterende beker klinkt als een verroest machineweer, probeer je je hoofd bij de dagelijkse gang van zaken te houden terwijl je eigenlijk alleen maar je ogen dicht wil doen en dromen dat je in een groot eucalyptusveld slaapt.

Ja, ik ben gaan werken, in volle mottigheid, want dat was de enige mogelijkheid om wat stilte in mijn hoofd te krijgen. Om die poel van snot en andere vuiligheid in mijn hoofd tot stilstand te brengen. Thuisblijven was totaal geen optie, ik was er alleen maar chagrijniger van geworden. Want ziek zijn, da’s voor mij: met rust laten. Heel voorzichtjes dingen vragen aan mij, me heel lief behandelen, niet tot ‘truntens’ toe, dat niet. Maar wél: tonen dat je medelijden hebt, en dat je me toch wel bewondert om de vele courage die ik nog heb. Want een ander, die was zeker zo sterk niet als mij, die had al lang een doktersbriefje gevraagd en zo. Zo’n dingen hoor ik graag als ik ziek ben 🙂

Benne droeg zo zijn eigen steentje bij. Na een zoveelste hoest-, rochel- en reutelbui waarbij ik mijn longen gelukkig nog net binnen mijn borskas kon houden om dan vliegensvlug naar adem te happen als de eerste de beste onnozele goudvis, nam Benne mijn hoofd tussen zijn twee handen, ging neus aan neus zitten, zette zijn ogen op indringende modus en zei, zo ernstig als iets: “Ma mama, gij zijt toch een zot konijn wi”.

Meer dan over de inhoud van zijn zin was ik verwonderd over de vormgeving: ‘gij zijt’, in West-Vlaanderen? Waar heeft hij dat nu weer gehaald? ’t Is hier ofwel ‘jij bent’ ofwel ‘je zi(e)t’. ‘Gij zijt’: wil de schuldige die hem die vervoeging van jij en zijn heeft geleerd nu opstaan?

Twijfel

Ze twijfelen nog een beetje, mijn zonen. Grote twijfel alhier of ze nu al dan niet ziek zullen worden. Of ze wel tijd hebben om ziek te worden, of ze ’t wel zien zitten om door hun moeder eens goed vertroeteld te worden. De oudste heeft het al eens een dagje geprobeerd, zo ziek zijn. Afgelopen dinsdag had meneer hoge koorts en mocht moeder de kleine vent op school afhalen. Zelden heb ik hem zo zielig zien kijken. Ik begon zowaar te lachen, maar wie mij kent weet dat dat mijn overlevingsstrategie is om met stresstoestanden om te gaan 🙂 Hopelijk leest zijn juf dit nu ook…

Hij liet de temperatuur stijgen tot een angstwekkende 39.8° om dan tegen ’s morgen zijn moeder opnieuw gerust te stellen met een meer normale 38.6°. Tegen ’s middags zat meneer op 37.1° en geen mens die weet wat er in dat lijfje is gebeurd.

Omdat het pas volgende week vakantie is, moest dat ziek-zijn dus nog even uitgesteld worden. Vannacht hebben beide zonen dan besloten om het hele snot- en hoestrepertorium boven te halen. Blaffende hoest, piepende ademhaling, snotneuzen alom. Vanavond eens naar de apotheker gaan en onze voorraad hoestsiropen (tegen vastzittende hoest, tegen loslatende hoest, tegen droge hoest, …) en neusdruppels (ontzwellende, ontsmettende, ontspannende, als ’t maar van ‘ont’ doet) in te slaan.

En dan eens dat lijstje met telefoonnummers van onze drie kinderartsen opzoeken en zien wie we nu als eerste gaan verblijden met een bezoekje. Drie kinderartsen? Twee kinders? Welja, dat komt door verlofperiodes en zo, of dringende zaken (zoals bijna longontstekingen en dergelijke), en dan kan een mens niet bij de vaste kinderarts en zoek je dan maar een andere die je stante-pede-nu-meteen-want-mijn-kind-is-kweetniehoe-ziek-nu wil ontvangen. Eén in Waregem, twee in Kortrijk. Ik denk dat we maar verder naar Kortrijk zullen gaan, ’t zijn de liefste aldaar.

likkende kikker

Moeder: “Benne, hoe is het met je liefje? Alles goed ermee?”

Hij: “Ja, ma zis nie flink geweest vandaag. Z’heeft mij geslaan. Op mijn wang.”

Moeder trekt een wenkbrauw op en bedenkt hoeveel temperament er wel in een driejarig kleutervrouwtje kan schuilen.

Hij: “Ma nu zijn we weer friendjes hé.”

Moeder: “Aha, da’s goed, en heb je ze dan een zoentje gegeven?”

Hij: “Nee, ik geef likjes aan Amélie.”

*?????????*

Nog één?

Benne springt op en neer, voor- en achterwaarts in de zetel.

Moeder: “Benne, je mag niet in de zetel springen en dat weet je.”

Hij: “Ma ik ben een kikkeeeeuuuuuurrrr!”

Excuses, mijn zoon, je moeder had het blijkbaar niet begrepen. Kikkers mogen natuurlijk wel in de zetel springen. Ook als ze blond zijn en Benne heten.

Een laatste om het af te leren: de verleidingstechnieken van Fries:

Een meisje, dat samen met Fries bij onthaalmoeder Christa zit, doet haar jasje aan om naar huis te gaan. Fries kijkt ernaar, indringende blik en kan zijn enthousiasme nauwelijks nog onder stoelen of banken stoppen: “Moooooooiiii!!!” roept hij. Zeg dat tegen een vrouw en ze is verkocht. En ’t feit dat Friesjes liefje ook met de naam Amélie door het leven stapt maakt het voor ons alleen maar gemakkelijker.

Eens gaan babbelen

Blonde kleuter komt thuis met de mededeling dat hij op bezoek mag bij zijn lief. Een zekere Amélie. Mogen is veel gezegd: zijn lief, zijn alles-van-minder-dan-één-meter, zijn eigenste kleutergodin is naar ’t schijnt nogal dominant want hij moet eigenlijk naar haar huis gaan. Om te spelen, zo veronderstelde ik. Hij ontkende, ’t is niet om te spelen, ’t is om te babbelen. Wat zouden zij nu gaan spelen daar in dat huis? Babbelen gaan ze doen, over hun toekomst, over hoe het verder moet als het straks vakantie is en ze elkaar een hele week niet zien, over wie welke koeken met de ander zal delen, over wie er de frieten zal ruilen voor de balletjes ’s middags en over wie het dichtst bij de juf mag lopen. Hij moet (moet!) dus gaan babbelen, die kleine van ons.

Eén voordeel alvast van die kleuterliefde: Amélie is ons nieuwste stokje achter de deur. Jammer voor dat meisje, ’t ziet er mij een ongelooflijk lief en guitig ding uit, maar mijn stokje is en zal ze zijn. Benne wil zijn tandjes niet poetsen? Amélietjeuh zal dat niet zo leuk vinden. Benne wil zijn boterham niet opeten? Amélietjeuh wil alleen maar spelen met sterke jongens die hun boterhammetjes opeten. Benne wil niet gaan slapen? Amélietjeuh ligt al lang in haar bedje te dromen van stoere blonde jongens. Flink meisje, zijn vriendinnetje.

Denk er het uwe van, ik ben een slechte en manipulatieve moeder, ik weet het, maar ’t werkt wel 🙂

Billengeschud

Als de oudste zoon het waagt om eens wakker te blijven als hij van school komt kan je hem zo nu en dan eens iets vragen. Als die ondervraging rustig en niet te overdonderend gebeurt krijg je dan ook nog wel eens een antwoord. En als hij helemaal in de mood is zou hij zelfs na 7 laaaaastige uren op school wel eens een heel verhaaltje durven te vertellen. Dat hij heeft mogen turnen met meester T., dat hij heeft geschilderend, dat hij warme soep heeft gedrinkt deze middag, dat juf Sjustien hem een stempel heeft gegeeft, dat er weer een goed potje gebeten is in de klas, dat er veel fjiendjes gewenend hebben, ma ikke niet hé, ik ben flink!

Die blonde god: hij smeert zijn eigen boterhammen als wij het niet vlug genoeg doen, hij doet zijn kleren meer af dan aan, doet zijn jas en boekentas aan en legt zijn jongste broer de fundamentele beleefdheidsregels uit (Fjiesje, je moet wel danku seggen hé, so: Dank-u!). Hij zegt na één dag oefenen een gedichtje op, kan liedjes zingen en kent zowat de namen van alle kindjes in zijn klas (20, alstublieft!). Ik ben nog altijd verwonderd en loop te zweven als ik zo’n dingen zie en hoor.

Maar ook: ’t feit dat die jongste van me, dat huppeldepupje van zo’n 20 maanden oud, dat hij zo met zijn billen loopt te schudden zodra er twee noten elkaar opvolgen in minder dan 5 seconden, dat hij met zijn handjes loopt te zwaaien, het hoofd ritmisch beweegt, dat gaat er bij mij niet in. Dat hij dat al kan? Ik die had gedacht dat hij eeuwig klein zou blijven? Dat hij zo al eens een hele zin zou durven uitspreken (ma ik zit ier! mama buitekijken an deu(r)), dat hij zelf op stoelen en tafels kruipt, dat hij zelf de trap opkan, dat hij zo ongelooflijk hard probeert om zijn grote broer te zijn. Echt, ik vind dat nogal verwonderlijk. Dat die baby mijn baby niet meer is. En dat dat toch allemaal net iets vlugger gebeurt dan ik had verwacht. Snif.

Kijkt ne keer hier!

*start stoef*

Om maar even droog mede te delen dat mijn allerliefste oudste zoon het verschil kent tussen een dromedaris en een kameel. En dat terwijl ik er jaren over gedaan heb om daar niet meer over te twijfelen omdat iemand me ooit heeft wijs gemaakt dat het beest met de meeste lettergrepen ook het meeste bulten heeft. Dat slim zijn heeft hij dus duidelijk niet mee van mij 🙂

Mijn ‘regeltje’ om de kameel te onderscheiden van de dromedaris: ka-meel heeft twee lettergrepen dus ook twee bulten. De dromedaris is dan die andere. Hoe hij het doet is me een compleet raadsel, maar zei ik al dat ik hem dus bijzonder slim vind zo?

*stop stoef*

Benne beweegt!

Benne gaat naar de bewegingsschool, wat tamelijk klinkt als een mix van Steiner, Freinet en Montessori. ’t Kind gaat eigenlijk gewoon flink turnen op zaterdagvoormiddag, maar dat wordt hier dus gelabeld als bewegingsschool, vanaf de tweede kleuterklas is dat dan plots kleuterturnen. Is dat geestig? Nogal, ja. Op zaterdagvoormiddag mag hij een uur ravotten tussen andere kleuters, speelgoed, banken, matten, ballen. Onder en op alles wat hij maar wil, naast en tussen veel wat hij al wil. Begeleiding moet aanwezig zijn, met wie moeten ze anders paardje rijden op het einde van de les? Moeder bukte zich al zuchtend denkend aan al het leed dat haar kapotte knieën weer zouden meemaken. Benne wou nog de sympathieke spelen door te zeggen dat hij wel paard wou zijn en mama de ruiter, maar dat spelletje vonden we nu ook niet meteen kindvriendelijk. De compromis: Benne en mama als twee paarden naast elkaar van start tot finish, vrolijk hinnikend en met de manen zwaaiend. ’t Is me wat, zo’n bewegingspedagogie.