piraterij op school

’t Is zo weer ergens nu de periode van carnaval. Ik vond het al vreemd dat die serpentines en confetti nog in de winkelrekken lagen (was oudejaar niet al een tijdje voorbij ?), maar nee, ze liggen al in de winkel. Voor het feest van de katholieken (waarvoor dank), zo’n dag waar ze nog één keer goed hun buiken mogen vullen alvorens ze de vastenperiode beginnen. Opportunistisch als wij zijn, doen wij dus gretig mee aan dat hele carnavalsgedoe, maar slaan we wel fijn die vasten over.

De kleren dan. Ik dacht gemakkelijk te zijn met twee zonen, maar dat is buiten het oestrogeen in hun bloed gerekend. ’t Is niet al gelijk wat die oudste zal aandoen, en ook de jongste zou al een mening durven hebben over ‘papaai aandoen, canaval!’ Benne wil een piraat zijn, een echte. Want zijn lief A. zal een piratin zijn, geen prinses. Kan ook niet, want dat zou betekenen dat hijzelf dan als prins moet gaan. En daar heeft meneer helemaal geen zin in, tot grote spijt van de moeder. Thema van het carnavalfeest op school is ‘terug in de tijd’. Volgende mogelijkheden zijn mijn hoofd komen verblijden: Elvis, een holbewoner, een prins-musketier, een vetkuifkind uit de jaren 80, inclusief nektapijtje en een hippie. De kleren zaten al allemaal in mijn hoofd, ik ging ze zelf stikken en al. Bleef over: de kleine vent overtuigen. En dat was buiten zijn kuddedrang, zijn nood aan conformisme, zijn behaagzieke zelf gerekend. Meneer wil Piet Piraat, en niets anders.

Twee conclusies:

1. Ik maak dat niet, hij kan maar zien dat hij zelf aan zo’n plastieken kostuum geraakt, zo’n exemplaar 54900 uit de tigste speelgoedwinkel.

2. Hij moet niet komen klagen dat het allemaal piraten waren op school en dat hij zijn lief A. niet kon vinden. Als antwoord zal hij een “Ahja, ziewel? Ge moet het maar weten, whoehahaa!” krijgen.

Advertentie