Pause – play?

Idealiter (wat een woord) heb ik een dictafoon in mijn auto. Omdat, in die auto, op weg naar ’t werk of van ’t werk de beste stukjes in mijn hoofd gevormd worden. Heelder zinnen worden geformuleerd, connotaties om duimen en vingers van af te likken en hersenspinsels die hun meerdere niet kennen, of toch niet in mijn hoofd.

Maar eens op het werk of thuis kan ik maar moeilijk mijn zen-moment verder zetten en mijn stukjes wereldkundig maken. Dus blijft het bij gedachten, en veel to do’s.

En er valt heel wat te vertellen:

– ik zou hier een verbouwblogje van kunnen maken, en mezelf specialiste wanen in renoveren. Al te trots ben ik op de aankoop van het droomhuis. Nog nooit was ik zo zeker van de zonneschijn die na regen komt, ook al kijken we hier tegen een gigantisch renovatieproject aan.

– ik zou kunnen schrijven over mijn zonen, waarvan hun kindertijd me te vlug ontglipt. De herinneringen worden talrijker en tegelijk ook vager, verder, diffuser. Ik weet niet meer precies wanneer Fries op het potje ging, ik kan niet meer exact zeggen wanneer Benne kon kruipen. Ik heb hopen foto’s en albums, dozen vol herinneringen en knutselwerken, maar een indexering, zo geheel volgens mijn eigen neurotische stijl, komt er niet van. En zo vliegen de herinneringen het hoofd uit, klaar om verzwolgen te worden in de acties van alledag.

Het komt erop neer dat op dit eigenste moment alle hobby’s op non-actief staan. De naailes, het occasioneel sporten, het schrijven. Dat boek is voor het volgende decennium.

Wat we wel nog overhouden zijn de eigenste zonen, de pleegzonen M. en I., die hier afwisselend zaterdag of zondag verblijven, mijn persoonlijke missie om de straat waar we nu wonen vrachtwagenluw te maken (hoor me bezig, miss idealen), het tienjarenproject “Maak uw nieuwe buurt blij met de komst van bulldozers en vrachtwagens”, en een allerfijnste job waarvan de eindmeet ook stilaan in zicht komt.

Tot die tijd zal alles hier beperkt zijn. Het zal niet zijn, of het zal fragmentarisch zijn. En laten we dan vooral uitkijken naar de dag dat ik doelloos door mijn hoogrendementsglazenraam zal staren, met achter mij een reutelende warmtepomp in een bijbouw, eigenhandig in elkaar gemetst. Benne komt binnen door de ooit gloednieuwe voordeur, verwarmt zijn voeten aan de veel te dure tegels en opent de koelkast die 20 jaar geleden heel hip was maar nu hopeloos achterop hinkt wat betreft energieniveau. Intussen probeert Fries langs achter binnen te komen, maar het huis is zodanig goed geĆÆsoleerd dat hij niet eens de oprit door kan. De vader van mijn kinderen is vanmorgen vertrokken om het gras in de tuin af te rijden en komt pas vanavond terug. Zelf moet ik dringend mijn sla en tomaten in de serres inspecteren zodat ik niet weer voor het tiende jaar op rij alles moet weggooien wegens niet voldoende naar gekeken.

Om maar te zeggen: wij kunnen er voorlopig nog mee lachen šŸ™‚

Advertenties