Secret Santa (2): wat ik mocht geven

Secret Santa dus, eerste verhaal. Wat ik mocht geven aan deze fijne mevrouw Frutsel.

Ik kreeg een wishlist en de moed zonk me in de schoenen, zoveel originaliteit, zoveel creativiteit, ik wist begot niet wat te doen en overwoog zelfs even om me uit te schrijven. Van plan A over Ebis (naaien) tot K (haken). Om dan terug te gaan naar plan A.

Scrapbooken dus, iets wat ik al langer eens wou doen, maar zelf wel het verstand had om te beseffen dat er nu geen tijd meer over is voor nog een hobby bij. Occasioneel scrapbooken kon dus wel en zo geschiedde. En meteen werd daar een scrapbooketui of gewoon een zakske bijgestikt. Qua weekendproject kon dat wel tellen.

En blijkbaar hebben de heren en dames van de post dit in dit weer op een plaats niet eens zo ver van hier vandaag afgeleverd.

Mevrouw Frutsel: ik heb even zitten snuisteren in je virtuele leven en blijf het graag volgen!

Noot aan mezelf: probeer de volgende keer wel binnen de formaten van postpakketten te blijven.

het 10-stappen-dorp-integratieplan

Hoe integreer je je in je dorp? Zien en gezien worden, vooral dat laatste, en dat door belangrijke doelgroepen als buren en ambtenaren. Een mogelijke piste is de volgende:

  1. Rij je oprit achterwaarts af (traag, in stijl) en vergewis je ervan dat je postbode er zo meteen aankomt (was ik wel vergeten). Zorg dat de postbode je niet ziet, anders is het spel om zeep. Doelgroep: postbodes en argeloze voorbijgangers.
  2. Laat de postbode op je inrijden in volle ochtendspits, zorg dat hij valt, net niet op de weg, en dat zijn post spectaculair in het rond vliegt. Doelgroep: de buren en voorbijrazende auto’s.
  3. Stap theatraal uit je auto, roep de hele tijd ‘sorry’, ga als een echte heldin de straat op en verzamel de post van de postbode. Help de postbode recht, zet zijn scooterke aan de kant. Doelgroep: zie 2.
  4. Start met het invullen van je Europees Aanrijdingsformulier. Als goede burger die intussen haar nuchterheid heeft teruggevonden hou je het hoofd koel terwijl de postbode nog in halve shock verkeert. Doelgroep: indruk maken op diegene aan wie je het verhaal straks zal vertellen.
  5. Laat de postbode naar zijn werk bellen met het resultaat dat je naar het postkantoor moet om daar alles in te vullen. Daar hebben ze immers de juiste papieren. Doelgroep: de mensen van het postkantoor, altijd handig als je d’er eentje kent.
  6. Ga naar het postkantoor om daar meteen mee te gaan met twee politiemeneren. Doelgroep: de politie, uw beste vriend.
  7. Laat de politie een pv opstellen, laat je niet afschrikken door woorden als ‘parket’, ‘voorkomen’, ‘politierechter’, ‘boete’, ‘ademtest’, ‘verzekeringsspecialisten’. Blijf vriendelijk en rustig. Doelgroep: de politie en alle mensen daar in het kantoor aanwezig heel duidelijk maken dat jij toch wel nog altijd de coolste van de twee betrokkenen bent.
  8. Ga terug naar buiten, begin daar een half potje te bleiten terwijl je naar je moeder belt. Doelgroep: de voorbijgangers die van en naar centrum Deerlijk rijden.
  9. Ga terug naar huis, neem foto’s van de auto, de plaats van het ongeval, steek de straat over en neem een portretfoto van de oprit om toch maar te benadrukken hoe smal die wel is. Doe dat rond 10 uur ’s morgens. Doelgroep: veel buren die van de winkel terugkomen. Doe bij hen je verhaal.
  10. Stap in je auto, rij naar je werk, probeer die trillende onderlip in bedwang te houden en hang vervolgens de stoere uit op je werk.

Nu kennen ze me hier wel denk ik. En daarvoor moest ik niet eens in het koor of een vrouwenwandelclub gaan. Nah.

[wijvenweek]: wat mannen niet begrijpen

  • oorlogje spelen is voor kindjes, niet voor grote dikke meneren
  • haantjesgedrag is leuk, als het tussen de kippen gebeurt
  • sommige mensen geloven niet meer alles wat een grote dikke meneer zegt
  • de wereld is van iedereen
  • de aarde is vrouwelijk, misschien begrijpen vrouwen haar beter

Voila, met dit mooi staaltje van yuppie-feminisme sluit ik de wijvenweek af. Exit roze, sterretjes, bloemetjes en oilily-parfum. Enter de dagelijkse realiteit.

*Wuift allerschattigst met haar pas gelakte (not!) nageltjes*

[wijvenweek]: kinderen

si850373-kopie.jpgTwee exemplaren heb ik intussen op de wereld gezet. Iets vlugger na elkaar dan gepland, er zit amper anderhalf jaar tussen. De korte pijn, zeg maar. Maar ik ben er blij mee, ontzettend blij. Het zijn de twee mooiste, schattigste, liefste, slimste, leukste, … zonen ooit. Nah, mijn kind, schoon kind. Voor één keer mag het luidop gezegd worden.

Ze bezorgen me vaak hoofdpijn met hun lawaai, en even vaak laten ze die hoofdpijn verdwijnen door een knuffel en een aai. Ik maak me zorgen over de wereld waar ze in opgroeien, over wie ze zullen zijn, en daar heb ik nu al bijna slapeloze nachten van. De piekermomenten zijn exponentieel toegenomen met het krijgen van kinderen. Maar even vaak kan ik nog samen met hen zorgeloos zijn, hartelijk lachen, hun gekke bewegingen nadoen, ongeneerd de hele Studio 100-santenboetiek nadoen, ik ben kabouter Kwebbel, hij is Plop. Natuurlijk. De opperkabouter.

si850551-kopie.jpgAls je twee zonen hebt veronderstellen ‘de meeste mensen’ dat je eigenlijk al redelijk ontgoocheld bent omdat je tweede geen meisje is. En dan komt direct de veronderstelling dat we zeker wel voor een derde zullen gaan, om toch maar een meisje te hebben. Wel, die ‘meeste mensen’ zijn redelijk verkeerd. Ik wou zonen, heb er intussen twee, en wil er gerust nog meer. Ik hoef niet zonodig een dochter. Eerlijk gezegd ben ik een beetje bang van dochters, het kunnen redelijk venijnige wezentjes zijn. Ze kunnen hun papa om hun vinger winden met vrouwelijke charmes, en ze kunnen kattig uit de hoek komen bij hun moeder. Waarschijnlijk kunnen ze ook lief zijn, maar ik zou er direct bijbedoelingen achter zoeken. Ik heb het nu eenmaal meer voor het mannelijk geslacht, die zijn heel wat eenvoudiger in hun handleiding. Of ik zelf zo’n dochter was/ben? Waarschijnlijk wel, ik kon mijn ouders het bloed van onder hun nagels vandaan halen, maar ze achteraf charmeren of paaien, daar was/ben ik minder goed in. Ik zou echt geen dochter zoals mezelf willen hebben vrees ik. Redelijk lastig omwille van een grote voorliefde voor discussiëren, waarom-vragen, mensen op hun paard krijgen, cynisme en een ‘vranke mulle’. Vandaar: geef mij maar de twee mooiste, schattigste, liefste, slimste, leukste, … zonen van de hele wereld!

[wijvenweek]: huishouden

I admit: ik heb het weeral ferm getroffen en mag permanent met mijn gat in de boter zitten. Meer nog: ik mag me in die boter wentelen. Er is een man des huizes die kookt, dus dat deel van de ménage moet ik al niet doen. Mochten ze het toch aan me overlaten dan zouden de producenten van noedels, pizza, en andere kant-en-klare brol gouden zaken doen. Ze mogen het me niet aandoen, koken. Ik raak al zenuwachtig bij de gedachte om te staan roeren in een pot. Het is ontzettend yuppie en ik ben er zeker niet trots op, maar ben wel des te meer trots dat ik een kook-minded mannelijk exemplaar heb kunnen aan de haak slaan. De kleine man des huizes van dik anderhalf jaar oud heeft een voorliefde voor kuisen. Of het nu past of niet: meneer haalt zijn zakdoek, handdoek, vod, … boven en begint alles schoon te vegen. Liggen er dan toevallig heel wat kruimels op tafel dan vliegen die op de grond. Maar het doel is dan wel bereikt: een propere tafel. Hij zal het wel meehebben van mij. Ik ben een redelijk proper meisje, zeg ik zelf. En in die zin is het hebben van 2 kinderen wel een zegen, je kan niet anders dan geen slaaf meer te zijn van de stofzuiger, dweil, borstel. Voor de mama-periode werd er zowat elke dag gekuist. Het moest proper zijn, wat zouden ouders en schoonouders anders wel niet denken? Dat ik mijn eigen huishouden niet kon doen of zo? Nu weet ik intussen dat vuil (jammer genoeg) niet wegloopt en dat er dus ook gerust een dagje later kan gekuist worden. Ook strijk loopt niet weg, maar ook hier (opgepast: hier volgt mijn grootste bekentenis ever) valt dat perfect te combineren met het kijken naar de Pfaffs op zondagavond op één of andere commerciële zender. Geen Pfaffs, geen strijk. Bij gebrek aan Pfaffs heb ik een tijdje gestreken met Prison Break op de achtergrond. Ene Wentworth Miller heeft toen menig brandwondjes veroorzaakt.

En o ja, ik ben eindelijk gezwicht voor het systeem van de dienstencheques. En daar ben ik eigenlijk niet zo trots op, temeer omdat ik dacht dat ik een mens met principes was. En één van die principes was dat ik niet rijk genoeg ben om te zeggen dat ik een ‘kuisvrouw’ heb. Ik wou het allemaal in mijn eentje bolwerken. Maar kuisen tot half twaalf is geen pretje, en die verrekte rug wil ook niet altijd mee. Het principe is er nog wel, alleen is het een beetje aan de kant geschoven. Enter Vera, een superlieve ‘Sien en Maria’ die me vier uur per week kado geeft door als een halve TGV ons huis te poetsen. En zo heb ik weeral 2 avonden gewonnen om nog meer onbenullige schrijfeltjes zoals dit op de wereld los te laten.  Van burgerlijkheid gesproken.

[wijvenweek]: shoppen

Shoppen is fun! Als ’t voor een ander is! Zelf gruwel ik van die altijd veel te kleine paskotjes. Waarom moet je kleren eigenlijk passen? Kunnen ze niet gewoon je maten scannen bij het binnenkomen van de winkel, waarna je dan simpelweg een heleboel kleren kan kiezen die al op voorhand geselecteerd zijn volgens je maten? Zo’n automatisch ‘rayon’ die plots tevoorschijn floept en je hebt maar uit te kiezen. Ik kom ook altijd kapstokken te kort in die paskotjes. En erger: winkels waar ze de spiegel niet in het paskotje zetten maar erbuiten. Dan moet je in zo’n pas-toonzaal je veel te kleine broek gaan bekijken. Want dat die broek te klein was had je ergens wel door in dat kotje zelf, maar misschien valt het allemaal nog wel mee en is het niet zo erg als het lijkt. Tot je in die spiegel (buiten je paskotje) kijkt, ziet dat het nog veel erger is dan het leek en dan een verkoopster meewarig ziet kijken naar je. Als het op shoppen aankomt ben ik Bridget Jones in het kwadraat. Ik begin eraan vol goede moed en eindig met de stellige belofte dat ik nooit of te nimmer nog die winkel binnenkom. Wat overigens goed lukt, aangezien ik nog maar weinig in real life ga shoppen voor mezelf. Leve de webwinkel van Esprit, laat ons zeggen dat ze gouden zaken doen met me.

En shoppen met kinderen: de halve hemel zij geprezen dat ik zonen heb, en geen dochters. Anders was er nog een extra taak weggelegd voor de oma’s en tantes. Nu hoop ik enkel dat mijn zonen een minstens even grote kokhalsneiging krijgen bij het woord ‘shoppen’ zodat ze nooit ofte nimmer met me meewillen als ik op jongensklerenjacht ga. Stel je voor: shoppen met een zoon die alles wil passen…