[wijvenweek]: shoppen

Shoppen is fun! Als ’t voor een ander is! Zelf gruwel ik van die altijd veel te kleine paskotjes. Waarom moet je kleren eigenlijk passen? Kunnen ze niet gewoon je maten scannen bij het binnenkomen van de winkel, waarna je dan simpelweg een heleboel kleren kan kiezen die al op voorhand geselecteerd zijn volgens je maten? Zo’n automatisch ‘rayon’ die plots tevoorschijn floept en je hebt maar uit te kiezen. Ik kom ook altijd kapstokken te kort in die paskotjes. En erger: winkels waar ze de spiegel niet in het paskotje zetten maar erbuiten. Dan moet je in zo’n pas-toonzaal je veel te kleine broek gaan bekijken. Want dat die broek te klein was had je ergens wel door in dat kotje zelf, maar misschien valt het allemaal nog wel mee en is het niet zo erg als het lijkt. Tot je in die spiegel (buiten je paskotje) kijkt, ziet dat het nog veel erger is dan het leek en dan een verkoopster meewarig ziet kijken naar je. Als het op shoppen aankomt ben ik Bridget Jones in het kwadraat. Ik begin eraan vol goede moed en eindig met de stellige belofte dat ik nooit of te nimmer nog die winkel binnenkom. Wat overigens goed lukt, aangezien ik nog maar weinig in real life ga shoppen voor mezelf. Leve de webwinkel van Esprit, laat ons zeggen dat ze gouden zaken doen met me.

En shoppen met kinderen: de halve hemel zij geprezen dat ik zonen heb, en geen dochters. Anders was er nog een extra taak weggelegd voor de oma’s en tantes. Nu hoop ik enkel dat mijn zonen een minstens even grote kokhalsneiging krijgen bij het woord ‘shoppen’ zodat ze nooit ofte nimmer met me meewillen als ik op jongensklerenjacht ga. Stel je voor: shoppen met een zoon die alles wil passen…

[wijvenweek]: mijn wijflijf

Tja, wat valt er nu te zeggen over dat lijf van me? Het werkt, het is functioneel, er hangen twee benen en armen aan en ook een hoofd met (aaaarrgghhh!!!) blond haar. Blond! Sinds oktober 2005 heeft dat lijf van me al gedurende 18 maanden dienst gedaan als baby-ontwikkelingsruimte en dat heeft sporen nagelaten. De mooiste sporen liggen nu al in hun bed te slapen. Was ik graag zwanger? Neen, totaal niet. Heb me zelden zo onaantrekkelijk gevoeld als tijdens mijn zwangerschappen, ook al verliepen die telkens probleemloos en mocht ik echt niet klagen. Zwanger zijn is nu eenmaal niet voor me weggelegd. Kindjes hebben wel.

Nu heeft dat lijf van me meerdere functies: boksbal en krabpaal voor zoon Benne, niets leukers dan wilde spelletjes met hem spelen. Knuffelbeer en warmtebron voor kleine baby Fries, ook heel fijn. Vertrouwd, gekend en nog altijd graag gezien door de echtgenoot, zeer fijn. En voor mezelf: soms gehaat, soms geliefd. Ooit was ik een slanke den, ooit was ik een sportieve meid. Nu ben ik vooral mama, met 10 kg overgewicht. Nu de zomer eraan komt heb ik voor de honderdste keer de ambitie om er ook nu iets aan te doen en om Heidi Klum het nakijken te geven. En als ik de lotto win ga ik voor het volle pakket plastische chirurgie: al was het maar om me weer één dag 20 te voelen. En om de dag erna mottig te zijn van zoveel geldverspilling voor iets wat toch vooral tussen je oren zit.