Jongensspelletjes

In het jaar 2010, hier ten huize, editie: kerstvakantie.

  • Lamzakje: probeer langer dan moeder en vader in de zetel te hangen. Vooralsnog winnen de oudste kinders.
  • Poesje en papa: Benne speelt van papa, Fries is het poesje. Klinkt daar uit de keuken: “Papa, papa, paaa-paaah!”. Waarop Benne: “Ja, poesje, heb je een beetje honger?”. Waarop Fries zijn spinkunsten demonstreert en begint te likkebaarden. Wij mogen niet meedoen aan dat spelletje. “Hondjes en mama’s moeten niet meedoen”, zeggen ze dan.
  • Steek elkaar eens een oog uit: gemiddeld een paar keer per dag. ’t Is een ruwere vorm van ruziemaken. Schrammetje aan de ogen? Die van mij zijn weer bezig geweest.
  • Zakhangen: zakken achteraan een broek zijn er om aan te hangen. En om af te trekken als je de broek niet meteen naar beneden getrokken krijgt. Bij voorkeur te spelen met ouders.
  • Chef-kokken: helpen met kokeneten en dus met de man des huizes. Moeder ziet het hier helemaal zitten om helemaal niets meer te moeten koken 🙂
  • Loop eens bijna een kerstboom omver: trek een sprintje richting kerstboom als moeder vraagt wie de lichtjes in de kerstboom wil aanleggen.
  • Straf eens je papegaai uit de poppenkast: zet die overal in de hoek, bij voorkeur op plaatsen waar je moeder over kan vallen.
  • Betwetertje spelen: de hele dag door.

Daar tussen doen wij ook nog meer normalere dingen zoals: puzzelen, tikkertje in huis (geen aanrader), boekjes lezen, dansen, poppenkast spelen, torens bouwen en op geheel onverantwoorde wijze kapot duwen, en vlug hun ogen bedekken als ze deze kabouter op tv bezig zien.

En u? Wat voor spelletjes speelt u zoal?  Met de kinderen, uiteraard.