Van huppelen en zot zijn

En toen wandelde ik met kleine Benne van de winkel terug naar huis. Handje vast, auto’s tellen, wolken wegblazen.
En toen wou hij een beetje huppelen.

En dus huppelde ik maar wat mee, terwijl in de tas de tomaten onder de appelen rolden en de ijsjes net niet geplet werden door een bokaal saus.

En toen hoorde ik heel fijntjes: “Zotte triene”. En hij begon te lachen. En ik zei: “Zot spook!”, en hij terug: “Mama is een zotte triene! Zotte triene! Zotte triene!” …

Waar hij die uitdrukking vandaan heeft weet ik niet, maar ik mag zo hopen dat hij ze over vijftien jaar nog altijd wil gebruiken om zijn moeder te beschrijven. En dat ik daar nog altijd content van ga worden, en dat ik dat nog altijd met veel enthousiasme ga vertellen, ja. Want die zoon van mij is best wel een cool ventje, en als coole ventjes “zotte triene” zeggen tegen u, dan is dat een compliment. Nah.