Kleur bekennen

Hij, de blonde jongen van wie ‘een stukje van zijn naam’ op zowat alle Belgische auto’s geplakt is (‘met sterretjes errond!’), leert in school opnieuw over de kleuren. Gisteren was ‘blauwe dag’. Dan gaat dat zo: moeder legt zijn sjiensproek klaar, een blauw t-shirt met een haai erop (schokeffect), en een blauwe pull. Vader belooft plechtig om hem speciaal met de blauwe auto naar school te brengen (kwam dat even goed uit zeg, zo’n blauwe auto hebben) en Benne zelf geeft te kennen dat hij liever niet zijn groene jas wil aandoen om naar school te gaan. Ah nee, want groen is geen blauw, beste blonde moeder. Maar mijn zoon zou mijn zoon niet zijn had hij niet meteen een oplossing voor dat probleem: zijn, jawel, blauwe regenjas. Zo’n schrik om een blauwtje te slaan bij de juf en zijn lief? (‘k weet het, die laatste is een beetje flauw :-))

We zijn allemaal een beetje Benne

Die oudste van ons hoef je niets meer te leren over zelfbewustzijn. Alles is hier tegenwoordig Benne. Sinds meneer zijn naam kan lezen (*stoeftoontje*) ofwel herkennen (*meer realistisch toontje*) is het hier van:

– “Kijk mama, da’s mijn naam hé” – op de parking van een bedrijf ‘Belgian blabla’ genaamd. De ‘Be’ was voldoende.

– “Kijk mama, een wasmachine van mijn naam” – ja, ik heb een Bosch.

– “Kijk mama, mijn naam in een blokje!” – soms is meneer nog wakker als ’t van House M.D. is op tv

En dan de volgende conversatie, die aangeeft hoe graag hij wel een Benne is:

  • moeder: Benne, wat wil jij worden later, als je groot bent? Een dokter, rechter, tandarts, chirurg? (Ik vind: je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, met die indoctrinatie)
  • Benne: Ik wil dat allemaal niet zijn…
  • moeder: (even praktische jobs dan) Wil je dan liever een brandweerman zijn, of een loodgieter, of huizen bouwen, of in de tuin werken?
  • Benne: Ma nee, mama, ik wil gewoon Benne zijn.

Hij stond bijna te huilen bij zoveel moeilijke vragen, ’t prutske.

ik beloof u allen…

…plechtig op mijn communiezieltje (als dat nog enige waarde mag hebben tegenwoordig): vanaf zaterdag 8 mei zijn wij terug. Meer concreet zijnde: de avonturen van de broertjes, de moeder, de vader en al wat er aan los en vast hangt! En ook nog: nieuwe onnozele reacties van mijn kant op jullie verhalen. ’t Is niet dat ik jullie virtueel en in ’t echt niet mis…

U heeft nog tegoed:

  • een paar pipi-in-de-broekverhalen van de jongste en zijn zindelijkheidstraining
  • een paar kijk-da’s-de-B-van-Benne-verhalen van de oudste en toen hij de eerste letter van zijn naam kon schrijven
  • een verhaaltje over hoe we naar Porto gingen om te vieren dat we tien jaar samen zijn (en ook vijf jaar getrouwd), daar een beetje vastzaten door een gevaarlijk spuwende vulkaan en via een vroegere rit op de bus zowat een halve scheiding vermeden hebben 🙂 (voor de ongerusten: beetje overdreven statement, maar ik moet mijn punt duidelijk maken).
  • verhaaltjes over jongens op hoge hakken
  • verhaaltjes over jongens met lippenstift
  • verhaaltjes over jongens met moeders speldjes in hun haar… moet ik nu niet stilaan beginnen schrijven over mijn twee dochters?

Ik beloof het u allemaal: wacht nog een beetje, ’t komt in orde, we zijn er bijna! En bedankt aan mevrouw van hier om de boel een beetje te triggeren, zoals dat heet 🙂

(Net gezien dat de laatste post dus van eind maart dateert. Schandalig, ik weet het. En ik zit nog altijd met mijn hoofd ergens in februari… Bon, back to work nu).

waarom is voor meisjes

Waarom-vragen zijn hier schering en inslag. Vooral in de auto heeft de kleine blonde god er nogal eens last vast. Dat er daar een kleinere god de hele tijd zit naast te kwekken (wajom?), deert hem niet echt. Benne en de waarom-vragen. Gewoon antwoorden, denk je dan. De feiten geven. Zoals:

‘Waarom is’t aan’t regenen?’ – Omdat de … blahblah… vochtigheid op dit moment groter is dan blahblah….

‘Waarom moet mama werken?’ – Omdat jij dan mooie kleren kan dragen, een dak boven je hoofd hebt, en snoepjes kan eten. En da’s heel wat anders dan die arme kindjes uit de sloppenwijken in India.

‘Waarom weent Friesje?’ – Omdat jij hem pijn hebt gedaan. Ja, jij.

‘Waarom slaapt papa?’ – Omdat jij hem moe hebt gemaakt. Ja, jij.

‘Waarom is de zon weg?’ – Omdat het al tien uur ’s avonds is, alle brave kindjes in bed liggen, ook de zon al is gaan slapen en jij nu ook zeker in je bed moet blijven.

‘Waarom heb ik geen pull met een kap?’ – Omdat je niet elke dag de coole gangster kan uithangen en niet elke dag hetzelfde kan dragen, wat je anders wel zou willen, namelijk: ‘een sjiensbroek, een pull met een kap en sakken fanfoor’.

‘Waarom hebben de meisjes borstjes?’ – Om jullie jaloers te maken, maar dat leggen we later nog wel eens uit.

Enfin, het werd tijd voor een rondje terugkaatsen van waarom-vragen. Meestal blijft hij stil, gooit hij zijn hoofd de lucht in en verdwijnt. Deze keer was het antwoord: ‘Papa, je moe nie vragen waarom, da’s voor meisjes’.

En dat was dat.

Bennes eerste kindje

Een ‘reserveberichtje’, wegens gebrek aan zowat alles behalve werk 🙂

Hij heeft getekend! Al een hele tijd geleden, als verjaardagskadootje voor zijn broer dan nog wel. Een ‘kientje’, met twee armen, twee benen, een neus, mond, twee ogen, haren, en een buik.

En ik vind: voor een kleine die absoluut niet graag tekent en kleurt heeft hij toch wel zijn best gedaan! Oh, en intussen zou hij het toch al eens durven om binnen de lijntjes te kleuren. Niet te veel, zie dat er plots twee overenthousiaste springerige ouders naast hem handjeklap beginnen te doen. ’t Zou niet goed zijn voor zijn imago…

Kiek kiek! Ne ridder!

“Béénneuh de riiidder”

Platter kan hij het niet zeggen, maar hij is er wel ferm trots op dat hij als ridder naar school mocht deze morgen. En ik nog meer! Eerst op mezelf dat ik er toch maar weer in geslaagd ben om op een pedagogisch verantwoorde en traumavrije manier ervoor te zorgen dat hij niet meer als Piet P. naar school wou gaan, maar als een echte ridder.

Omdat al mijn energie deze week naar een zieke Fries moest gaan een daarbovenop nog een kilo of twee energie moest gestopt worden in het overtuigen van Benne, was ik dus zwaar te laat met het ineenknutselen (naaien, stikken, vloeken) van dat enige echte ridderkostuum dat de school op haar grondvesten zou doen daveren alsook al wie me kent meteen zou aanzetten om een diepe buiging te maken voor mijn naaikunsten. Waarna ik dan op een auto, versierd met allemaal bèta-ridderkostuums zou rondgereden worden, en de burgemeester mij hoogstpersoonlijk de award van beste ridderkostuummaakster zou geven. Zo zag het er ongeveer uit in mijn hoofd.

Werkelijkheid: de grote man des huizes ging naar de Fun (ja, ‘k weet het) om een ridderkostuum en belde om te zeggen dat het maaaaaaten te groot zou zijn. Aha! Daar lag mijn kans om alsnog die award binnen te halen! Meebrengen, was het enige wat de man moest doen en dan zou ik wel mouwkes inkorten, en er terloops nog eventjes pofmouwkes van maken. Of zoiets. Die praalwagen kon nog wel een jaartje wachten.

En dit is het resultaat. Met pofmouwkes, op de valreep 🙂

(links): deze morgen, meneer ziet het nog helemaal zitten om draken te doden en zijn prinses A. te redden.

(rechtsboven): veel draken moeten verjagen met zijn kartonnen zwaardje. Na een slaapje kan hij er samen met zijn broer weer tegen.

(rechtsonder): vergis u niet, dit is geen knuffel maar een regelrechte wurggreep. Het geschreeuw van Fries moet u zich maar inbeelden. Liefst zo levendig mogelijk. Denk aan een varken in een slachthuis…

(midden): niets leukers dan als een echte worstelaar op uw moeder te gaan springen, vergezeld van de kreet ‘ow jacksonnnn!!!’… Jackson mag weten waar hij dat weer vandaan heeft.

Enfin, carnaval mag weer voor een jaar de kast in!

spellenavond BS De Toekomst

Spellekes! Carcassonne! De Kolonisten! Uno! Mens Erger Je Niet! Weerwolven! Trivial!

Spellekes worden er gespeeld op vrijdag 5 februari in Bennes school. Onder begeleiding van een professionele spellenclub zoals dat heet. De competitiedrang mag bovengehaald worden tussen 19u en 22u.

Ik zal er ook zijn, dat spreekt vanzelf. Veilig achter de toog, om pintjes te tappen, wat had u anders gedacht? 🙂

rokjes en meisjes

Onze kousenlade kreeg een jaarlijkse opruimbeurt en ik kwam tot de vaststelling dat ik heel (maar dan ook heel héééééél) wat paren nylonkousen heb. Gaande van wit (Ja, ik! Wit!) over geel, groen, bordeaux, rood, paars, bruin, grijs tot zwart. En dat zijn dan nog de effen paren. Die met een motiefke zijn nog een categorie apart.

Al die paren zijn natuurlijk wel verzameld in een periode van ongeveer tien jaar, en aangezien er hier nog eerder een ijstijd zal aanbreken dan dat ik twee dagen per jaar een rokje draag kunnen al die kousen dus ook niet echt verslijten, laat staan dat er gaten kunnen in komen.

Er moeten dus meer rokjes gedragen worden willen we die aanwezige kousen kunnen weggooien van pure ouderdom en slijtage. Omdat een goed voornemen vraagt om er meteen aan te beginnen (en het dan 10 dagen later terug op te geven), werd er dus vandaag een rokje gedragen. Jeans, tot aan de knie, niet te veel tralala. En toen…

Benne: “Mama, ik vind dat rokje niet mooi…”

ikke: “Hoe? Benne, ben je niet blij dat mama eens een rokje aanheeft?”

Benne: “Nee, da’s lelijk…”

ikke: “Maar meisjes dragen toch rokjes, de meisjes in jouw klas dragen toch ook rokjes?”

Benne: “Ja, maar dat zijn meisjes… jij bent een mama.”

Hopla, de illusie van mijn jeugd in één klap van tafel geveegd…

Het was weer bijzonder geestig in mijn hoofd

Ik mag niet teveel voor me uit beginnen staren of er gebeuren gekke dingen in mijn hoofd. Het was weer van dat gisteren op de trein. De heenrit verloopt altijd normaal: ik werk (lees: ik lees dingen en probeer m’n hoofd erbij te houden) en dus kan ik weinig verkeerd doen dan. De terugrit is een combinatie van werken, boekske lezen en voor me uit staren.

En tijdens die terugrit kwam plots het woord meesmuilen tevoorschijn. Ik hoorde het woord in mijn hoofd, in alle mogelijke dialecten. Tamelijk geestig was dat. Toen zag ik het ook: mijn twee zonen, zwaar aan het meesmuilen. Meesmuilde, gemeesmuild. Mijn woordje van de dag was dat.

En toen kwam daar het woord sloebers, zo uit het niets in mijn hoofd gefloept. En ik dacht terug aan mijn twee zonen, en die grote vent van me. Het besluit van die overpeinzing was dat het woord sloebers wel moest uitgevonden zijn voor hen.

Net voor ik moest afstappen (in Vichte of all places) hield ik het bijna niet meer: ik zag drie meesmuilende sloebers.

Op weg naar huis werd het toppunt van plezier in mijn hoofd bereikt: sloeberende meesmuilen *klapt zichzelf in de handjes van plezier*

Soms is het dus beter dat ik gewoon werk, en niet teveel nadenk 🙂 Maar soms zijn de dingen in mijn hoofd best wel grappig. Meestal, als ik het dan vertel aan wie zich buiten mijn hoofd mag bevinden, zie ik een één of meerdere paren meewarig opgetrokken wenkbrauwen. En een meesmuil. En dat doet me weinig, want ik heb toch maar fijn veel plezier gehad. In mijn hoofd.

Toekomstregeling

’t Is geregeld hoor, de toekomst van onze kinderen. Die kleuter van één meter wist het mij te vertellen deze morgen. Hij zal brandweerman worden, zijn lief A. zal dokter zijn (tuurlijk, als ze nu al zijn broek afsteekt…) en Fries mag bij de politie. Benne gaat de mensen uit hun brandende huizen redden en met de ‘brandwagen’ rijden, A. moet dan kijken om ze te genezen en Fries gaat de stoute mensen die de brand hebben ‘gemaakt’ opsluiten. Avelgem en omstreken zullen wel degelijk hun voordeel halen uit zo’n samenwerkingsverband 🙂