’t Is geregeld hoor, de toekomst van onze kinderen. Die kleuter van één meter wist het mij te vertellen deze morgen. Hij zal brandweerman worden, zijn lief A. zal dokter zijn (tuurlijk, als ze nu al zijn broek afsteekt…) en Fries mag bij de politie. Benne gaat de mensen uit hun brandende huizen redden en met de ‘brandwagen’ rijden, A. moet dan kijken om ze te genezen en Fries gaat de stoute mensen die de brand hebben ‘gemaakt’ opsluiten. Avelgem en omstreken zullen wel degelijk hun voordeel halen uit zo’n samenwerkingsverband 🙂
Kleine mensjes
Wat ruist daar in het struikgewas?
Je doet ’s morgens je oudste zoon zijn broek aan. Hij zegt, serieuzer dan je voor mogelijk houdt, dat ene A, een kleutercollega van het vrouwelijke geslacht, gisteren zijn broek heeft opengedaan. Om eens te kijken.
Mijn reactie? Een beetje ‘verschrokken’, zoals hij het zelf zegt. En dat het nu toch wel veel te koud is om broeken open te doen en dat er in die broek ook nog niets te zien is. En of hij ook A’s broek had opengedaan? En hij zweeg en keek wat in het rond.
Ik ben er nog niet goed van eigenlijk.
Mijn zoon Senne.
Ik heb zonet het halve lot bezegeld van de jongste gabber in dit huis. Vanaf 1 september vliegt hij naar school en dat mag gerust dezelfde school zijn als die van zijn grote broer. Inschrijven dus, het zou zonde zijn om die juffen de capriolen van dat prachtige ventje te ontzeggen de komende jaren. Fries-tie boy komt eraan! Of niet?
Hij heeft alvast zijn naam niet mee, om één of andere reden. Fries vinden ze daar niet goed genoeg, of te speciaal, of gewoon te té. En dus werd een zekere Senne K. ingeschreven. En ik niet eens kijken op de papieren, en mevrouw maar schrijven en invullen. En zeggen dat die naam toch wel heel goed past bij de naam van het oudere broertje Benne (Uhuh? Senne en Benne, wie zou het ooit in zijn hoofd halen?). En ik maar beleefd knikken en glimlachen.
Tot ik moest beginnen ondertekenen. Senne K., geboren 30 januari 2008. Moh! Ook in Waregem, wat een toeval, wat een toeval! Edoch: geen productie van mezelve. En dus werd er wat vreemd gelachen, werd veel geschrapt, werden wat excuses uitgewisseld en van die dingen. Een mens moet al doof en blind tegelijk zijn om Fries met Senne te verwarren, of gewoon ferm verstrooid, ’t was ook al ’t einde van de werkdag (vier uur voor die mensen), en dinsdag, da’s de dag voor woensdag. En woensdag, da’s die halve dag in het onderwijs net voor je begint af te tellen naar het weekend. De gedachten zaten dus elders 🙂 En ik mag dat zeggen zo’n dingen, want ik lach daar niet mee hé. Ik beschrijf gewoon wat ik zie en hoor hier in huis. Oh, en trouwens, ’t is 5 januari, nog vijf en een halve week en ’t is krokusvakantie 😉 Juicht en springt alom!
U was weer geweldig, zo eind 2009.
Bennes kerstrapport
Het kerstrapport van Benne, anders omschreven: een leuke babbel met zijn juf, zijn heldin, zijn tweede beste vriendin (na Amélietjeeeuh, natuurlijk). Wat we al vermoedden werd bevestigd: ’t kind kan totaal niet kleuren en tekenen. Niks nul noppes creativiteit op beeldend vlak. Hij doet het wel hoor: stop hem een potlood in zijn hand en hij trekt een paar lijnen, kriebelt er een beetje op los, bij voorkeur in het zwart. Depressieve kleurkleuter hebben wij hier.
Als meneer echter taakjes mag maken in de trant van ‘grootste boom’, ‘meeste appels’, … dan lukt het plots wel om te kleuren. Als hij snippertjes mag plakken gaat hij heel secuur te werk en kan hij wel de juiste kleur bij het juiste stuk fruit gaan plakken. ’t Moet juist zijn dan. Verschillen zoeken tussen twee plaatjes, knippen, plakken, rijmpjes en liedjes leren: allemaal geen probleem. Maar. Steek. Het. Kind. Geen. Potlood. In. Zijn. Handen.
Verder nog wat stoef over die blonde god? Hij is aangenaam, een leuk kindje om in de klas te hebben, is enthousiast, werkt goed mee, haalt soms wat kattenkwaad uit maar nooit heel erg, en ’t is vooral ‘ne lieven’. Ha! Juf Justine is bij deze ook mijn vriendin geworden 🙂
*einde van de mijn-kind-schoon-kind-show*
protjes
Benne: “Mamaaa, Jöörben is mijn beste friend hé”
ik: “Ja jongen, Jorben is een vriendje uit jouw klas, jij speelt graag met Jorben hé!”
B: Aja, maar Jöörben heeft protjes!
i: Oei? Heeft Jorben protjes gelaten in klas? Luide protjes?
B: Neen, hij heeft protjeeeeuuus!
i: Ja, protjes gelaten? Stinkende protjes?
B: Nee, protjes! Op sijn gesicht! Zo hier! *wijst naar zijn wangen en neus*
i: Aaah, sproetjes, mijn liefste zoon. Sproetjes.
B: Mamaaaa, wat sijn spoetjes?
… en zo waren we weer voor een half uur vertrokken.
Benne ging eens zakjes tellen…
Eén, tuwee, drieeee, fier, fijf, ses, sefun, agt, negun, tien!
elffff, twaalfff, tertien, fijftien!!
achtniet, twintig!!!
En dat gebeurde zo heel spontaan, terwijl bij elke tel de mond van moeder hier meer openviel.
Mijn zoon! Twee Drie* jaar en vijf maanden, nog niet eens! Roep! Mensa!
Excuseer, ik ga een beetje verder huppelen, zo hard blinkend van trots dat zelfs de lelijkste puberneus er vaal bij lijkt *glunder glunder*
*en toch blijft het spectaculair!
’t Is crisis, maar niet voor Sinterklaas
Sinterklaas komt namelijk met zijn BMW Mercedes(°) cabrio naar school. Dat wist ik al van hij die de Sint op school al had gezien (Awel, zo’n auto sonder dak èh*).
En dat de juf speelgoed had gekregen, omdat ze flink was geweest. Iets van een winkeltje en zo èh.
Curieuzeneuze begon te wachten tot de foto’s van dat feest op tinternet zouden verschijnen, en jawel hoor: de Sint kwam wel degelijk met zijn sportkar aan in school. En waar ik helemaal van achterover viel was dat zelfs zijn nummerplaat gepersonaliseerd scheen te zijn. Dan frons ik eerst mijn wenkbrauwen om daarna breed glimlachend achterover te leunen, fier op mijn eigen dat ik toch zo’n goede school heb gevonden** voor mijn kind.
Bon, even verder door die foto’s gaan. Frons twee: Kaatje van Ketnet was er blijkbaar ook. Met Kamiel! En dan zie en hoor ik mijn zoon gewoon lachen en roepen van plezier. Ook al zit hij op dat moment zo’n 14 kilometer verder.
Ik ben te gauw onder de indruk denk ik. Maar ik vind toch dat die zoon van mij op een ferm goeie school zit.
* Benne is overschakeld van de hé of é op ’t einde van zijn zinnen naar een onvervalste Avelgemse èh.
** ‘gevonden’: de school naast de grote school waar de grote man des huizes zijn tijd al dan niet nuttig kan besteden.
(°) dank u Xander!
(foto’s van hier)
Het mooie kotsende kindje
Hoeveel hoeslakens voor een tweepersoonsbed heeft u zo in huis? En zijn er dat genoeg om een kotsaanval van een blonde driejarige god aan te kunnen? Een mens moet op alles voorzien zijn de dag van vandaag, en zeker ’s nachts. Zo’n vier à vijf (misschien zes als ik even ben ingedommeld) kotssessies hebben wij hier live mogen meemaken deze nacht. Kleine blonde god lag in ’t grote bed te slapen toen hij aan zijn maagreinigingswerken begon en na twee keer een vers hoeslaken en een ongelooflijk slaapverstorende kotsgeur in de slaapkamer zijn we maar in een ander bed gaan liggen. Daar weer van ’t zelfde. De papa van het mooie kotsende kindje is dan van pure miserie in ’t kindjes bed gaan slapen, terwijl de mama opnieuw mocht beginnen met handdoeken onder en boven ’t hoeslaken te placeren, wegens al vier hoeslakens vuil en geen zin om nog een vijfde op te leggen.
’t Mooie kotsende kindje wist helemaal niets meer van zijn nachtelijke braken en zo konden wij de dag vrolijk en gezwind inzetten. En nu wacht ik intussen vrolijk verder op een klop of drie.
Sinterman versus Kerstman
En de Kerstman is hier zwaar aan het winnen (tot grote ergernis van mezelf). Die twee zonen van mij zijn van (overduidelijke) mening dat Sint en Piet maar beter vlug kunnen langskomen zodat we dan eindelijk die kerstboom kunnen zetten. Lichtjes en andere flikkerende, pling-plingende en stralende dingen lijken hen op dit moment zowaar interessanter dan een berg nieuw (en uiteraard heel educatief verantwoord) speelgoed.
In een poging om de zonen wat meer te enthousiasmeren voor dat hele Sint-gebeuren, werden gisterenavond de lichten van het terras aangelegd zodat de Sint ons huis goed zou kunnen zien. Wie weet kwam hij al langs om te kijken of al die kinderkens braaf en zoet waren… ’t Was misschien ook wel het moment om naast het concept ‘schoentje zetten, wat ze al langer kennen, de activiteit ‘snoepen gooien’ te introduceren.
Zo gedacht, zo gedaan. Helemaal spontaan, niets van moeten vlogen de zonen in de zetel, gesjellig naast papa, om daar met z’n allen sinterklaasliedjes te zingen. Heel luid, dat die zwarte pieten dat goed konden horen. En jawel, plots kwam daar, als uit het niets, een hele resem onzelievevrouwkes (of mariatjes) ter onzer living neergedaald.
Reactie van de moeder: niets op het moment zelf, ik zat op het toilet, weetwel? Daarna heel verbaasd de living binnengekomen, mijn verbaasde gezicht getrokken en half hysterisch enthousiast beginnen doen en veel van ‘danku sint en piet’ geroepen en nog een liedje gezongen, en geluisterd hoe dat nu allemaal zo gekomen was.
Reactie van de oudste zoon: “En so, plots hé, kwamen er hier snoepen. En swarte piet heeft met die snoepen gesmeetn. Maar ik ben daar wel van geschr… euh… versch… euh… verschrokken hé. En nu sit swarte piet nog in de tuin. In de struiken, kijk kijk! ‘k Sie em sitten! Eeij, swarte Piet! Je moet naar Amélie (zijn lief op school) gaan ook hé, ga maar weg, naar andere kindjes, kom! En Sinterklaas heeft met snoepen gesmeetn hé, en swarte piet ook …” (en zo nog 10 keer ’t zelfde verhaal na elkaar).
Reactie van de jongste zoon: Vloog uit de zetel, richting snoepen op de grond. Smikkelde, smulde, smekte alsof zijn leven ervan af hing, zei niet veel. At wel des te meer.
Over die kerstboom hebben ze gezwegen voor de rest van de avond 🙂




