Het was weer bijzonder geestig in mijn hoofd

Ik mag niet teveel voor me uit beginnen staren of er gebeuren gekke dingen in mijn hoofd. Het was weer van dat gisteren op de trein. De heenrit verloopt altijd normaal: ik werk (lees: ik lees dingen en probeer m’n hoofd erbij te houden) en dus kan ik weinig verkeerd doen dan. De terugrit is een combinatie van werken, boekske lezen en voor me uit staren.

En tijdens die terugrit kwam plots het woord meesmuilen tevoorschijn. Ik hoorde het woord in mijn hoofd, in alle mogelijke dialecten. Tamelijk geestig was dat. Toen zag ik het ook: mijn twee zonen, zwaar aan het meesmuilen. Meesmuilde, gemeesmuild. Mijn woordje van de dag was dat.

En toen kwam daar het woord sloebers, zo uit het niets in mijn hoofd gefloept. En ik dacht terug aan mijn twee zonen, en die grote vent van me. Het besluit van die overpeinzing was dat het woord sloebers wel moest uitgevonden zijn voor hen.

Net voor ik moest afstappen (in Vichte of all places) hield ik het bijna niet meer: ik zag drie meesmuilende sloebers.

Op weg naar huis werd het toppunt van plezier in mijn hoofd bereikt: sloeberende meesmuilen *klapt zichzelf in de handjes van plezier*

Soms is het dus beter dat ik gewoon werk, en niet teveel nadenk 🙂 Maar soms zijn de dingen in mijn hoofd best wel grappig. Meestal, als ik het dan vertel aan wie zich buiten mijn hoofd mag bevinden, zie ik een één of meerdere paren meewarig opgetrokken wenkbrauwen. En een meesmuil. En dat doet me weinig, want ik heb toch maar fijn veel plezier gehad. In mijn hoofd.

Onze derde zoon!

De lichtheid van mijn bestaan is weer ondraaglijk. Ik voel me schuldig om het dak boven mijn hoofd en het feit dat ik niet meteen zo’n twintigtal Haïtianen in mijn huis kan pakken. Ik kan daar ongelooflijk ambetant van lopen van zoveel machteloosheid. En dan wou ik echt dat ik gelovig was, zo’n halve pilaarbijter. Dat ik echt kon geloven dat je met een gebedje je deel had gedaan. Probleempje ginder? Even bidden en meer kunnen we niet doen. Kaarsje aansteken, kruisteken maken en aan de here gods vragen om goed voor die mensen daar te zorgen… en we kunnen weer verder. ’t Lijkt soms zo gemakkelijk als je kan geloven, want op alles is er een antwoord en ’t feit dat er veel te verklaren valt als je er de wil van baardmans bij sleurt is ook wel handig. Het probleem is dat dat geloof er bij mij maar niet wil komen, ik zie teveel praktische problemen 🙂

Maar goed, ’t ging over hoe we ons geweten kunnen sussen. En kijk, het rekeningnummer 12 12 is weer geopend, en er zullen nog wel veel acties op gang komen en ik kan maar hopen dat we met z’n allen wat eurootjes storten die wij anders toch maar aan dingen zouden spenderen die voor die mensen daar op dit moment echt wel onbenulligheden zijn.

Of laten we een nieuwe trend lanceren: we gaan in blogland allemaal voor een Plan kindje, gewoon doen. De meesten van ons kunnen 25 euro per maand echt wel missen.

En dan is het nu tijd voor een publieke bekentenis over onze verborgen derde zoon: hij heet Jhon-Fritz, is koddig tot en met, draagt t-shirts die hier twintig jaar geleden echt wel übercool waren, woont in de Filipijnen, samen met zijn mama en papa. Hij is 4,5 jaar oud, kreeg al zijn inentingen en kan naar school gaan. En ik geloof graag dat wij daar ons steentje hebben toe bijgedragen. De dag dat je een brief krijgt van ‘jouw’ Plan-kind of van zijn ouders, dan heb je je geld meteen ‘terugverdiend’. Dus al wie nog een goed voornemen zocht voor dit jaar: gewoon doen! ’t Hoeft daarom niet ver te zijn, ook in eigen land is er genoeg te vinden…

Tot zover mijn missionariswerk.

Oh, en wie heb ik goed liggen gehad met de titel van dit stukje?

Toekomstregeling

’t Is geregeld hoor, de toekomst van onze kinderen. Die kleuter van één meter wist het mij te vertellen deze morgen. Hij zal brandweerman worden, zijn lief A. zal dokter zijn (tuurlijk, als ze nu al zijn broek afsteekt…) en Fries mag bij de politie. Benne gaat de mensen uit hun brandende huizen redden en met de ‘brandwagen’ rijden, A. moet dan kijken om ze te genezen en Fries gaat de stoute mensen die de brand hebben ‘gemaakt’ opsluiten. Avelgem en omstreken zullen wel degelijk hun voordeel halen uit zo’n samenwerkingsverband 🙂

Wat ruist daar in het struikgewas?

Je doet ’s morgens je oudste zoon zijn broek aan. Hij zegt, serieuzer dan je voor mogelijk houdt, dat ene A, een kleutercollega van het vrouwelijke geslacht, gisteren zijn broek heeft opengedaan. Om eens te kijken.

Mijn reactie? Een beetje ‘verschrokken’, zoals hij het zelf zegt. En dat het nu toch wel veel te koud is om broeken open te doen en dat er in die broek ook nog niets te zien is. En of hij ook A’s broek had opengedaan? En hij zweeg en keek wat in het rond.

Ik ben er nog niet goed van eigenlijk.

Mijn zoon Senne.

Ik heb zonet het halve lot bezegeld van de jongste gabber in dit huis. Vanaf 1 september vliegt hij naar school en dat mag gerust dezelfde school zijn als die van zijn grote broer. Inschrijven dus, het zou zonde zijn om die juffen de capriolen van dat prachtige ventje te ontzeggen de komende jaren. Fries-tie boy komt eraan! Of niet?

Hij heeft alvast zijn naam niet mee, om één of andere reden. Fries vinden ze daar niet goed genoeg, of te speciaal, of gewoon te té. En dus werd een zekere Senne K. ingeschreven. En ik niet eens kijken op de papieren, en mevrouw maar schrijven en invullen. En zeggen dat die naam toch wel heel goed past bij de naam van het oudere broertje Benne (Uhuh? Senne en Benne, wie zou het ooit in zijn hoofd halen?). En ik maar beleefd knikken en glimlachen.

Tot ik moest beginnen ondertekenen. Senne K., geboren 30 januari 2008. Moh! Ook in Waregem, wat een toeval, wat een toeval! Edoch: geen productie van mezelve. En dus werd er wat vreemd gelachen, werd veel geschrapt, werden wat excuses uitgewisseld en van die dingen. Een mens moet al doof en blind tegelijk zijn om Fries met Senne te verwarren, of gewoon ferm verstrooid, ’t was ook al ’t einde van de werkdag (vier uur voor die mensen), en dinsdag, da’s de dag voor woensdag. En woensdag, da’s die halve dag in het onderwijs net voor je begint af te tellen naar het weekend. De gedachten zaten dus elders 🙂 En ik mag dat zeggen zo’n dingen, want ik lach daar niet mee hé. Ik beschrijf gewoon wat ik zie en hoor hier in huis. Oh, en trouwens, ’t is 5 januari, nog vijf en een halve week en ’t is krokusvakantie 😉 Juicht en springt alom!

Goede voornemens

Goede voornemens, gelijk aan die van alle vorige jaren hier op aarde, en daarom al ietwat belachelijk: sporten, vermageren, mij minder laten doen, meer neen durven zeggen en mezelf wat leuker vinden.

Goede voornemens gerelateerd aan kinderen: niet zwanger zijn dit jaar, tenminste tegen eind 2010 voor elk een compleet tenuetje ‘gestikt’ te hebben, zelf, met mijn eigenste Singer naaimasjien (jawel jawel jawel ik zeg het u een Singer), een goed en kordaat antwoord vinden op Benne zijn veel te sterk aanwezige waarom-vragen, eindelijk eens foto’s sorteren, zoals: Bennes foto-album vanaf 6 maanden aanvullen en Friesjes album aanmaken. Als ik intussen al niet aan de schandpaal genageld zal zijn omwille van het niet hebben van papieren foto-albums van mijn koters.

Andere voornemens: meer slapen, minder mijn voeten omslaan, er meer op letten dat ik niet zo kwaad mag kijken als ik nadenk, meer foto’s op de blog en al eens wat rommel in mijn huis toelaten, maar zeg dat vooral niet te luid aan die huisgenoten van me.

Verder nog (gepikt van ergens op tinternet):

  • Ik zal me niet zo druk maken over onbelangrijke details, te beginnen morgen om 7:41:23 a.m.
  • Ik zal rekening houden met de gevoelens van anderen, ook al zijn de meeste van hen overgevoelig!
  • Ik ga me meer ontspannen en ik wil dat precies goed doen.
  • Ik zal meer geduld hebben. En ik bedoel NU METEEN!
  • Ik zal geen perfectionist zijn. Heb ik dat juist gespeld?
  • Ik ga mijn gedachten houden bij één d-Kijk, een vogel!-ing tegelijkertijd.

Allez: een fijn 2010, met genoeg kansen en lange armen en grote handen om ze te grijpen! En u? Heeft u zoal nog van die originele voornemens of houden we ons aan de clichés dit jaar? En zeg dat er geen voornemens zijn!

30 december 2008

was de dag dat wij ‘afscheid’ namen van Viggo en Diezel.

Voor mensen die geen honden of katten of eender wat van beesten hebben: stop maar met lezen, dit zal oversentimenteel klinken. Voor wie wel beestige twee- of viervoeters als vriendjes mocht hebben: kies maar.

Afscheid dus van Viggo en Diezel. Viggo (enorm knappe bruine Labrador) kwam bij ons in december 2003 en Diezel (ook enorm knappe maar dwaze Berner Sennen) vervoegde de bende in juni 2004. Wat hebben wij genoten van onze twee eerste kinders, van die vuile broeken na lange herfstwandelingen, van Diezeltjes kwijl op onze kleren, van die hondentrainingen, van die heerlijk stinkende adem als ze weer eens de overschot van ribbetjes hadden opgepeuzeld. Dat onze tuin er niet meer uitzag vonden wij niet eens zo erg, anderen dan weer wel.

Toen we het in ons hoofd haalden een huis te willen kopen moest dat natuurlijk een huis zijn met enorm veel tuin. Nen hof waar we een stuk van konden afzetten voor de doggies en een stuk konden houden voor als er eens deftiger volk dan wij in onzen hof moest rondlopen. ’t Werd het huidige huis en meteen stond alles in het teken van die twee loebassen, ook al was ik toen al 6 maanden zwanger van het eerste exemplaar van de tweede serie kinders. Leutige momenten, die zomer: op stap met paard en kar. Kar was Bennes buggy, paard was Diezel of Viggo. Toen die van K&G langskwamen vroegen ze bezorgd of die twee honden in huis kwamen. Nee mevrouw, die twee honden hadden namelijk hun eigen huis. Het tuinhuis/tweede garage was exclusief voor hen verbouwd. Geen bench voor die twee, wel een warm houten chaletje. I know, soms doen we echt wel rare dingen…

Enter Fries, die al na twee maanden startte met een ononderbroken serie van luchtweginfecties, en nieuzen, en hoesten, en exceem en van die dingen. Een ‘ziekelijk’ ventje, dachten wij toen zo’n beetje niet geheel overtuigd, maar een andere uitleg was er niet. Tot de kinderarts na het elvendertigste bezoek vroeg of wij toevallig geen beestjes hadden. Bevestigend dus, maar: ze zaten buiten hoor… Niets van, zo’n allergietjes kan je ook hebben door schilfers en zo. En als je bent gaan wandelen met je loebassen breng je dat mee naar binnen. Of zoiets. Want vanaf toen luisterde ik maar half meer en alle weken en maanden erop was het van niet willen. Dat Fries allergisch was (voor zover ze dat met 100% zekerheid kunnen testen onder de twee jaar, maar ’t ventje had ‘sterke neiging tot…’), dat ik opeens ook allergisch was geworden (in hoge mate zelf, continu aanwezig of zoiets, permanente moeheid en van die dingen) en dat er niet veel anders opzat dan ze ‘weg te doen’. Voor het wel van Fries en Benne en voor het wee van onszelf, want wat kon mij het schelen dat ik plots allergisch was, ik leefde er toch al zoveel jaren mee?

Bon, spuitje was geen optie (ze waren niet ziek hé, en trouwens: Viggo een halve stamboom, Diezel een hele deftige), asiel dan maar. Amper een week later waren ze geplaatst, bij een allerfijnst gezin uit Nederland. Samen dan nog wel (voorwaarde 1), op een boerderij (veel plaats was voorwaarde nummer 2).  Een geluk dat ze zo snel een nieuwe thuis gevonden hebben. En dat ze wel degelijk heel gemanierd, proper en lief bleken te zijn zoals het asiel ze omschreven had op hun fiche. Temidden van al onze slechtheid kregen we nog een pluim zeg.

Maar echt: 30 december, de dag dat wij onze honden moesten wegdoen. Die 30ste december had ik ze bijna teruggehaald uit het asiel (ik ging nog liever Fries een zware kuur laten ondergaan dan mijn honden weg te doen), die dag liepen wij met rode ogen rond en was onze hele wereld regelrecht aan het vergaan.  ’t Ging wel degelijk om ons eerste paar kinderen. En dat zullen ze altijd blijven. Net zoals dat schuldgevoel 🙂

Wie schrijft die blijft?

Dat ik veel schrijf is een zekerheid, dat ik graag schrijf is een zwaar understatement, dat ik goed schrijf: ik situeer mezelf zo op het gemiddelde. Ik ken wel redelijk wat woorden, ik kan soms een beetje grappig uit de hoek komen en als ik echt mijn best doe kan ik makkelijk ontroerbare mensen ook ontroeren met die schrijfsels van me.

Voor wie slechts één schrijfmadam kent in de vriendenkring lijkt het wel sjiek wat ik doe. Wie meerdere blogmeneren en blogmadammen kent, of wie zich enkel waagt aan literaire turven, zal het heel gewoontjes vinden wat ik zoal neerschrijf. Pas op, er is een kantje dat niet zovelen van u kennen: ik schrijf ook heel graag gedichten en zo, maar daar moet ik me echt voor zetten. Mijn schriftje barst zowat uit zijn voegen van alle briefjes en papiertjes die erin zitten, allemaal ideetjes, jawel. En zinnetjes, en rijmpjes en onnozeliteiten. Kinderverhaaltjes uit mijn duim zuigen kan ik ook wel betrekkelijk vlot, maar zo echt schrijven? Een 6,5 op 10 zou ik zeggen, tussen voldoende en onderscheiding, zet ik mezelf.

Ik laat u dus graag even kennis maken met mijn virtuele meerderen: er zijn twee blogmadammen die me op dit moment ferm inspireren en waar ik vaak (gezond! gezond! gezond!) jaloers op ben omwille van de manier waarop ze zaken beschrijven: hier vliegen de kwinkslagen om je oren en daar is het vaak pure proza om bij weg te smelten. En toen die eerste verkondigde dat ze zowaar voor het boekske van den bond de column mocht schrijven, zuchte ik toch wel. Wat las/lees ik dat zelf graag en hoe leuk moet dat toch zijn om zoiets te mogen doen. Niet (meer) aan mij besteed wegens te lang geleden bevallen, maar ik liet mijn kans niet liggen om andere schrijfsels in te sturen, want ik wil zo graag meespelen met de grote mensen 🙂

En eentje daarvan staat nu al in hun Brieven aan Jonge Ouders. ’t Gaat om dit. En ook dat past nog goed bij de onzin die hier wekelijks wordt verkondigd. En voor alle duidelijkheid: ’t is natuurlijk compleet verzonnen, fictief, pertinent onwaar en vrolijk bijeen , u kent me toch… 🙂

Paniek!

“Mama, help! Je moet me helpen! Nu direct!”

Nogal een geluk dat ik er rechtvoor zat, of ik zou gedacht hebben dat hij ergens zwaar met zijn halve lijf tussen twee deuren was gesukkeld. Niets van drama: meneer Benne was aan het puzzelen, en hij zag het plotseling niet meer. De schuld van de kromme puzzelstokken wellicht.

Dit is een krom puzzelstuk:

Dit is een plat stuk: