2 jaar Friesplezier!

De officiële uitnodiging. Om in zijn foto-album te plakken. Weetwel? Dat album dat zo goed als onbestaande is?

Album of niet: hij mag komende zaterdag twee kaarsjes uitblazen! En dan moet er altijd even teruggeblikt worden (en liefst niet op bevallingen en andere toestanden): toen Benne twee jaar werd sloop klein Friesje hier ontzettend gefrustreerd rond wegens nog niet kunnen stappen, deftig kruipen of staan… Nu Fries zijn tweede verjaardag viert, sluipt hier niemand meer rond, des te meer huppelt er één meter Benne rond! Jawel: de oudste zoon heeft de kaap van één meter overschreden. Voor beide jonge heren: een applaus en een feestje op zondag!

Toekomstregeling

’t Is geregeld hoor, de toekomst van onze kinderen. Die kleuter van één meter wist het mij te vertellen deze morgen. Hij zal brandweerman worden, zijn lief A. zal dokter zijn (tuurlijk, als ze nu al zijn broek afsteekt…) en Fries mag bij de politie. Benne gaat de mensen uit hun brandende huizen redden en met de ‘brandwagen’ rijden, A. moet dan kijken om ze te genezen en Fries gaat de stoute mensen die de brand hebben ‘gemaakt’ opsluiten. Avelgem en omstreken zullen wel degelijk hun voordeel halen uit zo’n samenwerkingsverband 🙂

Mijn zoon Senne.

Ik heb zonet het halve lot bezegeld van de jongste gabber in dit huis. Vanaf 1 september vliegt hij naar school en dat mag gerust dezelfde school zijn als die van zijn grote broer. Inschrijven dus, het zou zonde zijn om die juffen de capriolen van dat prachtige ventje te ontzeggen de komende jaren. Fries-tie boy komt eraan! Of niet?

Hij heeft alvast zijn naam niet mee, om één of andere reden. Fries vinden ze daar niet goed genoeg, of te speciaal, of gewoon te té. En dus werd een zekere Senne K. ingeschreven. En ik niet eens kijken op de papieren, en mevrouw maar schrijven en invullen. En zeggen dat die naam toch wel heel goed past bij de naam van het oudere broertje Benne (Uhuh? Senne en Benne, wie zou het ooit in zijn hoofd halen?). En ik maar beleefd knikken en glimlachen.

Tot ik moest beginnen ondertekenen. Senne K., geboren 30 januari 2008. Moh! Ook in Waregem, wat een toeval, wat een toeval! Edoch: geen productie van mezelve. En dus werd er wat vreemd gelachen, werd veel geschrapt, werden wat excuses uitgewisseld en van die dingen. Een mens moet al doof en blind tegelijk zijn om Fries met Senne te verwarren, of gewoon ferm verstrooid, ’t was ook al ’t einde van de werkdag (vier uur voor die mensen), en dinsdag, da’s de dag voor woensdag. En woensdag, da’s die halve dag in het onderwijs net voor je begint af te tellen naar het weekend. De gedachten zaten dus elders 🙂 En ik mag dat zeggen zo’n dingen, want ik lach daar niet mee hé. Ik beschrijf gewoon wat ik zie en hoor hier in huis. Oh, en trouwens, ’t is 5 januari, nog vijf en een halve week en ’t is krokusvakantie 😉 Juicht en springt alom!

Zelfkennis…

…is de bron van nachtelijke wijsheden. Vooral als het om Fries gaat. Als hij ’s nachts weer eens zijn kuren heeft gaat hij tegenwoordig zelf in de hoek zitten of staan. En dan kijkt hij boos. Of uitdagend, of zielig. Maar zelf zal hij niet uit zijn hoek komen, zo koppig is hij wel. Mochten wij er hem niet uithalen hij zou in zijn hoek in slaap vallen, kwaad op de hele wereld en iedereen die er nog maar iets mee te maken heeft. Kwaad, omdat hij ’s nachts is wakker geworden.

Twijfel

Ze twijfelen nog een beetje, mijn zonen. Grote twijfel alhier of ze nu al dan niet ziek zullen worden. Of ze wel tijd hebben om ziek te worden, of ze ’t wel zien zitten om door hun moeder eens goed vertroeteld te worden. De oudste heeft het al eens een dagje geprobeerd, zo ziek zijn. Afgelopen dinsdag had meneer hoge koorts en mocht moeder de kleine vent op school afhalen. Zelden heb ik hem zo zielig zien kijken. Ik begon zowaar te lachen, maar wie mij kent weet dat dat mijn overlevingsstrategie is om met stresstoestanden om te gaan 🙂 Hopelijk leest zijn juf dit nu ook…

Hij liet de temperatuur stijgen tot een angstwekkende 39.8° om dan tegen ’s morgen zijn moeder opnieuw gerust te stellen met een meer normale 38.6°. Tegen ’s middags zat meneer op 37.1° en geen mens die weet wat er in dat lijfje is gebeurd.

Omdat het pas volgende week vakantie is, moest dat ziek-zijn dus nog even uitgesteld worden. Vannacht hebben beide zonen dan besloten om het hele snot- en hoestrepertorium boven te halen. Blaffende hoest, piepende ademhaling, snotneuzen alom. Vanavond eens naar de apotheker gaan en onze voorraad hoestsiropen (tegen vastzittende hoest, tegen loslatende hoest, tegen droge hoest, …) en neusdruppels (ontzwellende, ontsmettende, ontspannende, als ’t maar van ‘ont’ doet) in te slaan.

En dan eens dat lijstje met telefoonnummers van onze drie kinderartsen opzoeken en zien wie we nu als eerste gaan verblijden met een bezoekje. Drie kinderartsen? Twee kinders? Welja, dat komt door verlofperiodes en zo, of dringende zaken (zoals bijna longontstekingen en dergelijke), en dan kan een mens niet bij de vaste kinderarts en zoek je dan maar een andere die je stante-pede-nu-meteen-want-mijn-kind-is-kweetniehoe-ziek-nu wil ontvangen. Eén in Waregem, twee in Kortrijk. Ik denk dat we maar verder naar Kortrijk zullen gaan, ’t zijn de liefste aldaar.

Friese woordjes

Enkele woordjes: vrachtwagen = camicom, pompoen = pompom, broer Benne = boer Penneuh, melk = melkeuh, fiets = fietsj, cornflakes = flokjes, soep =  soepeuh, aadbei = tanden poetsen (alhoewel de tandpaste zonder aardbeiensmaak is), bumba huval = zijn bumba-beer is gevallen, epe huval = de lepel is dus gevallen, en verder hele zinnen Chinees, Japans en Russisch waar we voorlopig nog weinig mee kunnen…

Enkele uitingen van woede: met het voorhoofd tegen deuren, muren, vensters, vloeren en hoeken van salontafels slaan opdat het maximaal zou kunnen opzwellen tot hij ooit eens de opperbuil op zijn hoofd heeft. Ook nog: blokjes en eten op de grond gooien, liefst nog over je hoofd (of anders wel tegen je hoofd). En tot slot: onvoorstelbaar luid beginnen te huilen als hij zijn zin niet krijgt bij zijn broer. Met als gevolg dat moeder dan als een halve gekkin naar ’t ventje toe loopt met de vrees hem te zien liggen in een halve plas bloed of beenloos onder een kast. Niets van dat: meneer zit of staat, trekt zijn mond wijd open en laat alle denkbare decibels uit dat lijfje komen.  Omdat hij iets wou lenen (lees: pakken) van zijn broer en die voor één keer op zijn strepen stond. *zucht*

Enkele uitingen van blijdschap: “éla ola badjas!”, hem persoonlijk aangeleerd door zijn papa, “eeeteeeuuuuh”, als hij weer eens iets ziet om te eten, “wooow”, als hij onder de indruk is van iets (zoals zijn eigen spiegelbeeld). Aan zelfvertrouwen ontbreekt het hem aan geen kanten.

likkende kikker

Moeder: “Benne, hoe is het met je liefje? Alles goed ermee?”

Hij: “Ja, ma zis nie flink geweest vandaag. Z’heeft mij geslaan. Op mijn wang.”

Moeder trekt een wenkbrauw op en bedenkt hoeveel temperament er wel in een driejarig kleutervrouwtje kan schuilen.

Hij: “Ma nu zijn we weer friendjes hé.”

Moeder: “Aha, da’s goed, en heb je ze dan een zoentje gegeven?”

Hij: “Nee, ik geef likjes aan Amélie.”

*?????????*

Nog één?

Benne springt op en neer, voor- en achterwaarts in de zetel.

Moeder: “Benne, je mag niet in de zetel springen en dat weet je.”

Hij: “Ma ik ben een kikkeeeeuuuuuurrrr!”

Excuses, mijn zoon, je moeder had het blijkbaar niet begrepen. Kikkers mogen natuurlijk wel in de zetel springen. Ook als ze blond zijn en Benne heten.

Een laatste om het af te leren: de verleidingstechnieken van Fries:

Een meisje, dat samen met Fries bij onthaalmoeder Christa zit, doet haar jasje aan om naar huis te gaan. Fries kijkt ernaar, indringende blik en kan zijn enthousiasme nauwelijks nog onder stoelen of banken stoppen: “Moooooooiiii!!!” roept hij. Zeg dat tegen een vrouw en ze is verkocht. En ’t feit dat Friesjes liefje ook met de naam Amélie door het leven stapt maakt het voor ons alleen maar gemakkelijker.

Billengeschud

Als de oudste zoon het waagt om eens wakker te blijven als hij van school komt kan je hem zo nu en dan eens iets vragen. Als die ondervraging rustig en niet te overdonderend gebeurt krijg je dan ook nog wel eens een antwoord. En als hij helemaal in de mood is zou hij zelfs na 7 laaaaastige uren op school wel eens een heel verhaaltje durven te vertellen. Dat hij heeft mogen turnen met meester T., dat hij heeft geschilderend, dat hij warme soep heeft gedrinkt deze middag, dat juf Sjustien hem een stempel heeft gegeeft, dat er weer een goed potje gebeten is in de klas, dat er veel fjiendjes gewenend hebben, ma ikke niet hé, ik ben flink!

Die blonde god: hij smeert zijn eigen boterhammen als wij het niet vlug genoeg doen, hij doet zijn kleren meer af dan aan, doet zijn jas en boekentas aan en legt zijn jongste broer de fundamentele beleefdheidsregels uit (Fjiesje, je moet wel danku seggen hé, so: Dank-u!). Hij zegt na één dag oefenen een gedichtje op, kan liedjes zingen en kent zowat de namen van alle kindjes in zijn klas (20, alstublieft!). Ik ben nog altijd verwonderd en loop te zweven als ik zo’n dingen zie en hoor.

Maar ook: ’t feit dat die jongste van me, dat huppeldepupje van zo’n 20 maanden oud, dat hij zo met zijn billen loopt te schudden zodra er twee noten elkaar opvolgen in minder dan 5 seconden, dat hij met zijn handjes loopt te zwaaien, het hoofd ritmisch beweegt, dat gaat er bij mij niet in. Dat hij dat al kan? Ik die had gedacht dat hij eeuwig klein zou blijven? Dat hij zo al eens een hele zin zou durven uitspreken (ma ik zit ier! mama buitekijken an deu(r)), dat hij zelf op stoelen en tafels kruipt, dat hij zelf de trap opkan, dat hij zo ongelooflijk hard probeert om zijn grote broer te zijn. Echt, ik vind dat nogal verwonderlijk. Dat die baby mijn baby niet meer is. En dat dat toch allemaal net iets vlugger gebeurt dan ik had verwacht. Snif.

’t gaat om mijn zonen

’t Gaat om oeverloos gepieker, als ik denk aan de wereld waarin ze leven en zullen leven

’t Gaat om zorgeloos gelach, als ik zie in welk wereldje ze nu leven

’t Gaat om mijn zonen, hun leven lang, mijn leven bang.

Bang dat ik er niet ben als ze me nodig hebben. Een geschaafde knie, een bloedende lip, een neus die moet afgeveegd worden.

Bang dat ik er niet ben als ze me niet nodig hebben. De eerste keer fietsen, het eerste kusje, de eerste ‘kouvejou’.

Bang dat zij er niet zijn als ik ze nodig heb. Elke dag.

Ze gaven me zonsopgang, zonsondergang en toonden me de sterren en de maan.

Ze leerden me kijken naar grote gele zonnebollen en pratende bomen. Naar ingebeelde leeuwen en levensechte spoken. Naar zichzelf als baby, jongen, superster, held.

’t Gaat om mijn zonen en ik geef me graag over aan hun liefde.

Met het besef dat ik nooit alles zal kunnen grijpen en begrijpen. En dat stelt me gerust.

*einde sentimentele praat*

Benne1Fries1