Duimen voor 1 september

Duimen dus.

Niet voor kleine Fries die met zijn veel te grote boekentas, zijn veel te nieuwe schoenen, zijn veel te grote koek naar de peuterklas zal stappen. Maar, afgezien van hysterische huilbuien als moeder vertrekt ziet het jongste kind het heel goed zitten. Vooral nu hij zijn juf al eens op foto heeft gezien en ze heeft kunnen goedkeuren.

Ook niet voor grote broer Benne, die ook met zijn veel te grote boekentas, veel te nieuwe schoenen en veel te grote koek naar de tweede kleuterklas stapt. Hij kent ook al zijn nieuwe juf en vindt het ‘sjiek’ dat de door ons uitgeroepen broer van klaspop-van-de-eerste-kleuterklas-Jules met hem zal meegaan naar de nieuwe klas (een zeker Pompom zou die pop heten). En ook grote broer heeft zijn juf goedgekeurd. Hij moest het eens anders proberen.

Wel duimen voor moeder, dat ze op tijd terug mag zijn van een 3-daags werktuitstapje naar Duitsland, dat ze overal net haar trein kan halen, dat ze woensdagmorgen fijn haar drie venten mag wakker maken en zingen dat het de eerste schooldag is (iets in de trant van: “t Is vandaag mijn eerste schooldag, o wat ben ik toch zo blij!).

Heel lief gezongen voor de twee kleinste ventjes, een beetje lachen met de oudste vent. Die zonder boekentas, zonder nieuwe schoenen en zonder koek naar school moet. Zo benadeeld worden, zeg.

Vloeken en zo

Als de moeder kwaad is of als iets niet lukt dan durft ze nogal gauw het woordje ‘sh*t’ op allerlei toonhoogtes en volumes uit te spreken. Bij de vader glippen woorden als ‘vrdmme’, ‘miljaarde’, of ‘gdvdmme’ uit de mond.

We vloeken sowieso al bijna nooit (ik begin tegenwoordig nog eerder te kuisen van colère dan dat ik zou roepen), en als we die woorden zeggen is het zelden in het bijzijn van de zonen. Maar toch, die monstertjes vangen zowat alles op, ook woorden die ze in school, bij familie, bij vriendjes horen. Dus hadden we er hier twee rondlopen die nogal graag, zo voor de fun weet u wel, bepaalde vloektermen wilden gebruiken. Maar dan meer als ‘potverdimme’ en ‘potverdomme’. Toen de ‘pot’ op een bepaalde dag vervangen werden door ‘god’ was er voor mij persoonlijk niet echt veel verschil (want in West-Vlaanderen spreken we hier van ‘hod’, dus Wuk? What’s the problem?), maar er zijn sociale normen, mensen die snel gechoqueerd zijn door zo’n dingen, dus moest er weer wat opgevoed worden.

Gevolg: we hebben ze weer wat nieuwe woordjes aangeleerd en horen nu, bij de minste frustratie van de zonen, woorden als ‘potvolkoffie’, ‘potvolchoco’, ‘sapristietjes’, ‘drommels drommels’, ‘potvolthee’. Fries zou er nog wel eens een ‘potvolkaka’ aan durven toe te voegen maar dat kind zit zo diep in zijn pipi- en kakafase dat we vrezen dat hij schoonmaker van septische putten zal worden.

Dus als u ooit een halve janet ziet staan stampvoeten, met de handjes in de zij, en hoort roepen dat het allemaal weer heel erg potvolchoco’s is: ’t zal er één van de mijne zijn.

verlatingsangst

Zo net voor je naar school moet gaan, dat is wel een goede periode om eens een ontwikkelingspsychologische inhaalbeweging te doen. Niet waar, kleine lieve Fries van me?

Je moeder eerst vol vertrouwen dat nieuwe schooljaar tegemoet laten zien, zorgen dat ze er allemaal heel gerust in is, dat die eerste schooldag van jou heel goed zal meevallen, want dat je er klaar voor bent en nog van die dingen die ouders zichzelf wijsmaken om het schuldgevoel wat te temperen.

Heel enthousiast praten over klas en skool en juffouw en koekjes eten en spahettieee eten op skool, over leren knutselen, tekenen, singen, tansen en turnen. Over poekentas en nieuwe soentjes, over A. en S. en R. die ook mee naar de grote school gaan. Over ‘Fries nie meer baby é, Fries naar de klas, Fries grote, flinke jongen‘.

Zo ging dat dus de laatste weken/maanden. Met een air dat hij wel eens even vlug die eerste kleuterklas zou doorlopen om dan in rechte lijn naar zijn dokterspraktijk te wandelen. Tot een maand geleden.

Intussen heeft meneer zijn nieuw plan klaar en dat is het ‘start-to-krijs-wanneer-je-moeder-er-nog-maar-aan-denkt-om-haar-rug-te-draaien’. Krijsen dus, gecombineerd met dikke, natte tranen, een occasionele snottebel en het door merg en been snijdende “Mah-maaaaaah!!!”. Zo aanstekelijk blijkbaar dat Benne de helft van de tijd gezellig meedoet.

Wat kijken we hier uit naar 1 september zeg. Kleine zakdoek voor Benne en Fries, donsovertrek voor moeder.

Met de voeten op de grond

Dat M., één van die twee rakkers die hier regelmatig de boel mee helpen verbouwen, graag de dvd van Sinterklaas wou zien.

Dat Benne toen zei dat hij Sinterklaas al een paar keer in het echt had gezien.

Dat M. vroeg of dat echt echt écht waar was? En dat hij vroeg of de Sint hier ook langskwam.

Dat ik zei dat de grote Sinterman Benne en Fries zeker wist wonen, en dat hij hier al elke keer op 6 december is langsgekomen, ondanks vele dreigingen van het tegenovergestelde als die van ons weer eens niet wilden slapen, opruimen, luisteren, gewoon willoos hun ouders volgen zonder al te veel protest 🙂

Dat M. zei dat hij zo blij was dat de Sint hem vorig jaar ook had gevonden, in het grote huis waar hij nu woont, en dat hij toch waarlijks, waarachtig, warempel, alle Sinterklazen nog aan toe, vorig jaar een bal had gekregen. Het. Kind. Had. Een. Bal. Gekregen. Een bal, dus. En daar was hij zo oprecht content mee, na 8 maanden nog altijd. Van Sinterklaas een bal krijgen, stel je voor.

En dat mijn twee koters waarschijnlijk aan een grandioze zoektocht zouden beginnen mocht hier op tafel enkel een bal liggen te pronken, ze zouden er het leuke niet van inzien.

En dat M. vroeg of de Sint wel zou weten of hij nu ook naar hier kwam (opportunisme is van alle leeftijden en van alle kinderen :-))

En toen zei ik, trots van hier tot Sinterklaasland, dat ik de Sint en alle zwarte pieten van de wereld persoonlijk zou verwittigen dat hij zijn zak mag vullen voor vier als hij naar hier komt.

En toen begonnen mijn ogen precies een beetje te pieken. Seut die ik ben.

Kind van de natuur

Ardennen – Aquascope (een aanrader trouwens) – we zien een hoop bijenkasten en zelfs zo’n bijenraat (de zeshoekjes) achter glas. Ook achter glas: zo’n duizend wriemelende bijen.

Moeder begint aan een hele grondige uitleg over bijen en wat ze daar precies doen, en over honing, blah blah, en de imker die de honing komt halen, blah blah, … Moeder vraagt aan Benne of hij wel weet waar die bijtjes hun honing vandaan halen?

“Ah mama, uit een potje, in de kast van de keuken hé”

Polygamie is in!

Ik ga zwaar scoren met deze titel, ik voel het 🙂

Dat polygamie in is dus, en dat weet de oudste zoon hier. Dat hij graag met mij wil trouwen, wist hij vanavond te zeggen. En nee, niet met knieval, gewoon recht op mij gesprongen, knieën tussen mijn ribben geplant, diep in de ogen gekeken en dan ‘de vraag’ gesteld. Mocht de grote man des huizes mij buiten willen gooien, ik kan dus nog altijd bij mijn zoon terecht, voila. Maar dan moet ik er wel zijn andere vrouw bijnemen, want (voor de goedkoop, ’t is crisis voor iedereen), zou hij dan ook meteen trouwen met zijn lief A. Toen ik zei dat dat niet kon, dat hij één meisje moest kiezen om mee te trouwen, zei hij: “Mamaaaah, jij bent mijn béste vriend, en ik ga met jou ook trouwen, want mijn auto zal groot genoeg zijn.”

Ik hoop dat hij op zijn achttiende niet met een halve camionette komt aangestoven. En een brommer mag hij ook al vergeten.

En oh, liefste zoon, dat liefje A. van je? Ik kan ze wel aan hoor.

Geduld is een schone deugd…

… maar dat mag je overduidelijk niet verwachten bij een vierjarige.

En al zeker niet als je kleine broertje van twee jaar en een klets je de korte blonde haren uit het hoofd zou doen trekken met zijn standaardvraag dezer dagen: “waajomwaarom*?”

De grote mensen maken er intussen weer een sport van om daar de onnozelste antwoorden bij te verzinnen (“waajom waarom ma’k geen ijsje?” – “omdat het crisis is jongen, en mocht dat op te lossen zijn met ijsjes, je moeder hier al gauw een voltijdse job van zou maken” of “Fries, dat is nu jouw grote kamer, daar mag jij straks in slapen” – “Waajom?Waarom” – Omdat je voetjes anders in die spijltjes van je babybed zullen groeien en dat het zo moeilijk wandelen is naar school, zo met spijltjes rond je voeten”).

De grote broer krijgt het op zijn heupen, op zijn darmen, op zijn hele gestel van die hele waarom-fase en mag zich intussen ervaren oogroller noemen. Eén keer wil hij zo’n vraag beantwoorden, de tweede keer is hij al wat korter van stof en de derde keer hoor je: “Ma Fries, seg, ik heb het al twéééééé (zwaait met ongeveer alle vingers om de buitensporigheid van dit aantal te benadrukken) keer gezegd! Goooh…”

Wijsneus zijn is geestig, maar niet als je jongere broer de hele tijd domme baby-vragen stelt…

*’t is niet omdat de moeder nog altijd niet deftig de ‘r’ kan uitspreken, dat de jongste zoon het niet zou kunnen. Vanavond getest en djie keej kon hij het zeggen.

Elementaire beleefdheid… voor jezelf

De oudste zoon heeft hier nogal de neiging om in termen van willen en moeten te communiceren. Meneer wil een boterham, meneer wil een tas melk, meneer wil naar buiten, meneer moet iets hebben. Hij zou ondertussen wel mogen weten dat zijn ouders daar behoorlijk doof voor zijn, tenzij hij het ‘mooi’ vraagt, zoals wij hem hier dan uitnodigen om het eens beleefd te formuleren. Samen met de evolutie van zijn taalgebruik ging dat dan als volgt:

“Ma’k noepje abliebt?”

“Mahhuk(*) een snoepje asjebliebt?” (*dat West-Vlaams is gewoon aangeboren)

“Mag ik een snoepje asjeblieft?”

Dat zit dus wel snor, die vragende vorm.

Een tweede ding is het dankuwel zeggen, maar daar hebben beide zonen eigenlijk nooit een probleem mee gehad. Wel was er de nodige verwarring bij het geven van iets (“asjeblief Benne, asjeblief Fries”), wat zij dan moesten beantwoorden met een dankjewel. Heel vaak ging het zo:

“Asjeblief Benne, je tas melk.”

“Asjeblief mamaaaa!”

Nu ze weten dat het codewoord ‘danku’ is als je iets hebt gekregen beginnen ze zichzelf te bedanken. Na het zelf smeren van een botherham bijvoorbeeld zegt Benne:

“Danku voor mezelf, Benneeuh!”

Welja zoon, als moeder wil ik je ook oprecht bedanken voor jezelf, ’t is fijn met zo’n kereltje als jij 🙂

Van die keer dat hij vier jaar werd…

en dat we hem dat moeilijk uitgelegd kregen dat zijn feest op zondag was, terwijl hij pas de dag erna verjaarde.

en dat het enige wat hij vroeg voor zijn verjaardag frietjes met biefstuk en een ijsje was

en dat hij een mega-koppel Mindy & Toby heeft gezien, zomaar plots in zijn tuin. Zijn wij zo’n rijke stinkerds dat wij aan Louis en Free kunnen vragen om even langs te komen. Of hebben wij een gekke nonkel Kaas en vrolijke tante Lalotte die zich in zo’n kostuum wurmen (die hitte!) om Benne weer een onvergetelijk huh?-moment te bezorgen. Het laatste dus 🙂

en dat hij een Piet Piraattaart wou maar dat we dat hier precies niet vonden, en dat het dus een hele klus werd om hem ervan te overtuigen dat een Spidermantaart toch wel beter past bij een stoere vent van vier jaar.

en dat hij plots een meisje wou zijn, om zijn haar in een staartje te kunnen doen. En een half uur erna wou hij dan weer zeven jaar zijn, zodat hij beter zou kunnen voetballen.

en dat hij in die vier jaar tijd zoveel goeds heeft teweeggebracht bij zoveel mensen, zonder dat zelf te beseffen. En dat ik dat op zo’n dag wel lijk te beseffen: dat zijn hele leven tot nu toe één aaneenschakeling is van leuke momenten, van knuffels en zoenen, van complimentjes en high fives. En hij verdient dat, want hij maakt zoveel mensen zo content.

en dat ik me bijzonder oud voel, nu zo op dit eigenste moment.

zelfaanmoediging

Wij moeten onze jongste hier niet meer opvoeden, die doet dat gewoon zelf.

Fries gaat aan tafel zitten: “Ooh, flink zo Fiesje!”

Fries zit op het potje: “Ooh, mooi pipi gedaan Fiesje, flink zo!”

Fries doet zijn schoenen aan: “Ooh, mooi sandaaltjes aan’daan, flink zo!”

Fries eet zijn bordje leeg: “Ooh, Fiesje alles opgegeet, flink zo!”

Fries heeft opgeruimd: “Mamaa, flinke Fies hé! He? He? Ja he!”

Fries helpt de was in de wasmachine stoppen: “So, al’maal erin, flink van mij!”

En omdat hij zichzelf zo flink mag vinden, neemt meneer dan maar zelf snoepen uit de kast ook. Geen werk mee, met dat kind.