zelfaanmoediging

Wij moeten onze jongste hier niet meer opvoeden, die doet dat gewoon zelf.

Fries gaat aan tafel zitten: “Ooh, flink zo Fiesje!”

Fries zit op het potje: “Ooh, mooi pipi gedaan Fiesje, flink zo!”

Fries doet zijn schoenen aan: “Ooh, mooi sandaaltjes aan’daan, flink zo!”

Fries eet zijn bordje leeg: “Ooh, Fiesje alles opgegeet, flink zo!”

Fries heeft opgeruimd: “Mamaa, flinke Fies hé! He? He? Ja he!”

Fries helpt de was in de wasmachine stoppen: “So, al’maal erin, flink van mij!”

En omdat hij zichzelf zo flink mag vinden, neemt meneer dan maar zelf snoepen uit de kast ook. Geen werk mee, met dat kind.

Van 4 naar 6.

Sommige weekends lijken wij hier wel een nieuw samengesteld gezin. Met twee blonde jongens en twee bruinharige jongens. De twee blonde zijn ‘van ons’, de twee bruinharige ventjes zijn niet van ons. Die laatste komen hier in ’t weekend wat onnozel doen, samen met ons (gast- of pleeggezinactiviteiten heet zoiets dan). Een beetje tijd doorbrengen in een gewoon gezin, zoals de pedagogen van de instelling dit noemen.

Twee broertjes, M. en I.  (*), bijna 7 en bijna 4 jaar oud, al een aantal jaren ‘instellingskinderen’, maar ondanks dit heel vlijtige, lieve, drukke, bezige baasjes. We zien ze graag, zij vinden ons ook leuk, dus we hopen dat we hier nog een aantal jaren mee mogen doorgaan. Dat we ze toch enkele fijne herinneringen kunnen geven aan hun kindertijd, dat ze misschien later een extra (t)huis hebben waar ze terecht kunnen met dingen die hen bezighouden, goed of minder goed, dat ze gewoon weten dat er ook nog buiten hun grote huis mensen zijn die hen heel graag zien. Druppels op een hete plaat? Te hoge verwachtingen? Misschien, maar alle beetjes helpen en wie niet probeert…

Maar wat we ook hopen is dat Benne en Fries zo opgroeien tot kinderen/jongeren die sociaal bewogen zijn, die weten dat wat zij allemaal hebben niet vanzelfsprekend is en dat ze dus niet moeten onnozel doen als ze op 12-jarige leeftijd zelf hun PlayStation zullen moeten bijeen sparen.

En dan nog enkele vooroordelen (u hoeft ze dus niet meer te vermelden, we hebben ze al eens gehoord :-)):

  • Tot nu toe hebben de onze geen lelijke manieren geleerd, nee. ’t Is niet omdat M. en I. uit een instelling komen dat ze daarom krapuul zijn. Zeker niet.
  • Benne en Fries worden niet verwaarloosd, ze moeten niet inleveren. Ze moeten gewoon hun speelgoed leren delen. Is dat inleveren?
  • Ja, wij hebben nog tijd over. Omdat mijn eigen kinderen nogal druktemakers zijn moest ik er dus ook al niet aan denken om soep te maken (denk ik dat sowieso al?), te kuisen, te strijken, … terwijl ze wakker zijn. Dus veel verschil maakt het niet uit. Opruimen gaat hier nu zelfs makkelijker, want met vier opruimen vinden ze hier behoorlijk leuk.
  • En een laatste kan ik wel bevestigen: vier kinderen is druk. Pompaf zijn we ’s avonds, alle zes. Voordeel van dit alles is dat we wel heel goed slapen als de broertjes  hier zijn geweest. Druk, maar wel zot en geestig! Een aanrader dus!

(*) ’t is niet omdat ik mijn eigen kinderen geen recht op privacy gun en  hier al hun avonturen te grabbel gooi, dat ik dat met een ander zijn kinderen mag he:-)

allergische shiners

Kinderarts aan moeder: “Ja, ik herken dat direct dus hé, dat zijn dus van die allergische shiners, wij noemen dat een allergische bril. Je ziet dat direct, da’s overduidelijk bij dat ventje hier, die heeft daar echt last van, zo’n donkere kringen rond zijn ogen…”

Ik kwam niet voor zijn bril, allergisch of niet, ik kwam omdat ik vond dat de huiduitslag van de F-man wel een beetje de spuigaten uitliep. Akkoord dat het ventje er een beetje mottig moet uitzien en altijd met open mond moet rondlopen, al zeverend en hijgend, en dat we moeten wachten tot dat eruit groeit, maar eczeem is van een andere orde.

Bleek de gevlektheid en gekorreldheid van Zijne Ruwheid dus ook weer een gevolg te zijn van zijn allergie. Voedselallergie probeerde ik nog, hopend op iets nieuws, maar nee: algehele allergie aan alles wat met stof en pollen te maken heeft. Na de oren (buisjes), de luchtwegen (puffers), de honden (op een boerderij in Nederland), de tapijten (waar?), de flanellen lakens (waar?), roken in huis (waar?), … is het dus nu van ‘algemene allergie’ te doen. En met de benaming ‘allergische bril’ hebben we nog een cool ziektebeeld ook… We gaan er dus van uit dat mijn jongste hyperallergisch is en ik mag al tevreden zijn dat hij mij nog verdraagt. Allergische bril dus, of zijn het toch nog de poliepen?

Eens een maand testen met anti-allergische pillen en siroop en als de kleine vent daarna nog steeds met een allergische (zonne)bril rondloopt, zevert, met zijn mond open slaapt en daarbij zo een wedstrijd rochelen en reutelen voor bejaarden zou winnen, dan vliegen zijn poliepen eruit. En als dat zou werken? Dan vliegen de mijne er ook helemaal uit want ik ben mijn allergische bril ook wel een beetje beu. Nogal een geluk dat ik het bestaan van concealers heb ontdekt, ik mag dat nu wel gebruiken vind ik, op mijn leeftijd 🙂

En hopelijk lukt het vanaf nu om wat regelmatiger te schrijven. Genoeg zaken om te schrijven, daar niet van, maar ik wil u liever entertainen met onnozeliteiten en luchtige schrijfsels dan met half existentiële crisissen, met die laatste zou ik zelfs de mensen in real life niet durven vervelen 🙂

praten of plassen

We zijn eraan begonnen begin april (paasvakantie), en sinds halfweg mei* durven we voorzichtig zeggen dat… hij… misschien… nu… toch… wel… eens… zou… kunnen… proper… zijn… ? Maar dus echt heel voorzichtig, want ik vrees nog altijd voor een terugval. Maar kom: juicht en klapt alom, één pamperbroekje voor ’s nachts, de wereld kan er alleen maar wel bij varen.

Over het feit dat die training bijna postgraduaatsvormen begon aan te nemen: ik heb daar zo mijn eigen theorie over (achteraf valt alles natuurlijk altijd te verklaren). Hij was echt te druk bezig met zijn taalontwikkeling. ’t Kind (van de mannelijke soort) kan natuurlijk geen twee dingen tegelijk, dus neem ik het hem niet eens kwalijk dat hij had besloten om eerst eens deftig te leren praten, werkwoorden te vervoegen, commanderen, smeken, sorry zeggen, eisen, rebelleren, … en pas daarna zou starten met dat potjesgedoe. Eens dat taaltje zo goed als op het niveau van een bijna 2,5-jarige moest zijn, stond meneer open voor wat gekir van moeder en applaus van vader telkens hij een druppeltje in zijn potje achterliet.

Klein detail nog: hij laat ons duidelijk merken dat op het potje gaan nog steeds een ‘schone geste’ is van zijn kant. Komt het applaus iets te laat, dan begint hij maar voor zichzelf te applaudiseren, desnoods haalt hij zelf zijn snoep uit de kast. En staat het hem niet aan, wil meneertje stampvoeten van colère maar is dat op dat moment te lastig? Dan plassen we toch gewoon terug in de broek. Met een blik van: “Awel, moeder, nu gij weer, had je mij m’n zin gegeven, dan zou je nu niet moeten beginnen kuisen. Voila”.

Love him, kleine Fries 🙂

*wat dus een groot verschil is met de drie dagen die Benne nodig had om de link potje-plassen door te hebben.

Ondertussen in…

Stand van zaken hier: ik weet nog altijd niet waar mijn hoofd staat, maar ik heb het gevoel dat ik het de komende weken weleens zal terugvinden. Dan zetten we dat hoofd weer op het lijf en kan het evenwichtige bestaan weer beginnen.

Wat hebben we vandaag geleerd? Dat een agenda niets voorstelt als je die de zondagavond niet opendoet. Weekendactiviteiten ken ik meestal wel uit mijn hoofd, omdat ik daar altijd zwaar naar uitkijk, en dus gaat die agenda in het weekend niet open. Zo geschiedde ook dit weekend, terwijl daar in koeien van letters wel een heel belangrijk evenement voor de oudste zoon stond ingeschreven.

Maandagmorgen: ik was al blij dat de twee zonen deze morgen flink op tijd, helemaal gewassen, gestreken, gepoetst, gegeld en gevoed naar school/onthaalmoeder konden, dus ging ik me eens neervlijen op die werkplek van me. Agenda open en daar een voor maandagmorgen behoorlijk zware schok ervaren: “Schoolreis Benne”, zag ik staan. Meteen vertoonde het vege lijf een fysieke reactie op deze woorden en kromp zowat alles dat krimpen kon. Licht angstzweet brak uit en meteen vroeg ik me af of ik mezelf niet moest aangeven bij K&G zodat ze me voor eeuwig en altijd konden brandmerken als genomineerd voor slechtste moeder 2010.

Enfin: de zoon in kwestie ging naar een binnenspeeltuin, moest gemakkelijke schoenen aanhebben (die hij zelf kon uitdoen) en gemakkelijke kledij. Dat had ik wel nog in mijn hoofd. En wonder boven wonder: vandaag had hij net zijn schoenen aan met velcroplakkerkes. Toch klein punt voor de moeder. Toen de hartslag weer min of meer normaal was, werd besloten om dan ook maar de papa in kwestie (hij was het ook wel vergeten hé!) te verwittigen met de volgende sms: “Ter info: Benne heeft schoolreis vandaag”. Droger kon niet, ’t moest snel en de papa moest gewoon even een update krijgen, kwestie van niet compleet uit de lucht te vallen als zijn oudste zoon in de auto zou beginnen over springkastelen, autobus, schoolreis, …

Al bij al: het kind is niet op schoolreis moeten gaan zonder pistoleetjes, zonder regenjasje, zonder extra drankjes. Eten en drinken was er via school en de hele hemel weze bedankt voor het niet sturen van regen. Ik ben er dus nog redelijk mee weggekomen en Benne heeft er geen trauma aan overgehouden. Moeder des te meer…

Kleur bekennen

Hij, de blonde jongen van wie ‘een stukje van zijn naam’ op zowat alle Belgische auto’s geplakt is (‘met sterretjes errond!’), leert in school opnieuw over de kleuren. Gisteren was ‘blauwe dag’. Dan gaat dat zo: moeder legt zijn sjiensproek klaar, een blauw t-shirt met een haai erop (schokeffect), en een blauwe pull. Vader belooft plechtig om hem speciaal met de blauwe auto naar school te brengen (kwam dat even goed uit zeg, zo’n blauwe auto hebben) en Benne zelf geeft te kennen dat hij liever niet zijn groene jas wil aandoen om naar school te gaan. Ah nee, want groen is geen blauw, beste blonde moeder. Maar mijn zoon zou mijn zoon niet zijn had hij niet meteen een oplossing voor dat probleem: zijn, jawel, blauwe regenjas. Zo’n schrik om een blauwtje te slaan bij de juf en zijn lief? (‘k weet het, die laatste is een beetje flauw :-))

We zijn allemaal een beetje Benne

Die oudste van ons hoef je niets meer te leren over zelfbewustzijn. Alles is hier tegenwoordig Benne. Sinds meneer zijn naam kan lezen (*stoeftoontje*) ofwel herkennen (*meer realistisch toontje*) is het hier van:

– “Kijk mama, da’s mijn naam hé” – op de parking van een bedrijf ‘Belgian blabla’ genaamd. De ‘Be’ was voldoende.

– “Kijk mama, een wasmachine van mijn naam” – ja, ik heb een Bosch.

– “Kijk mama, mijn naam in een blokje!” – soms is meneer nog wakker als ’t van House M.D. is op tv

En dan de volgende conversatie, die aangeeft hoe graag hij wel een Benne is:

  • moeder: Benne, wat wil jij worden later, als je groot bent? Een dokter, rechter, tandarts, chirurg? (Ik vind: je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, met die indoctrinatie)
  • Benne: Ik wil dat allemaal niet zijn…
  • moeder: (even praktische jobs dan) Wil je dan liever een brandweerman zijn, of een loodgieter, of huizen bouwen, of in de tuin werken?
  • Benne: Ma nee, mama, ik wil gewoon Benne zijn.

Hij stond bijna te huilen bij zoveel moeilijke vragen, ’t prutske.

waarom is voor meisjes

Waarom-vragen zijn hier schering en inslag. Vooral in de auto heeft de kleine blonde god er nogal eens last vast. Dat er daar een kleinere god de hele tijd zit naast te kwekken (wajom?), deert hem niet echt. Benne en de waarom-vragen. Gewoon antwoorden, denk je dan. De feiten geven. Zoals:

‘Waarom is’t aan’t regenen?’ – Omdat de … blahblah… vochtigheid op dit moment groter is dan blahblah….

‘Waarom moet mama werken?’ – Omdat jij dan mooie kleren kan dragen, een dak boven je hoofd hebt, en snoepjes kan eten. En da’s heel wat anders dan die arme kindjes uit de sloppenwijken in India.

‘Waarom weent Friesje?’ – Omdat jij hem pijn hebt gedaan. Ja, jij.

‘Waarom slaapt papa?’ – Omdat jij hem moe hebt gemaakt. Ja, jij.

‘Waarom is de zon weg?’ – Omdat het al tien uur ’s avonds is, alle brave kindjes in bed liggen, ook de zon al is gaan slapen en jij nu ook zeker in je bed moet blijven.

‘Waarom heb ik geen pull met een kap?’ – Omdat je niet elke dag de coole gangster kan uithangen en niet elke dag hetzelfde kan dragen, wat je anders wel zou willen, namelijk: ‘een sjiensbroek, een pull met een kap en sakken fanfoor’.

‘Waarom hebben de meisjes borstjes?’ – Om jullie jaloers te maken, maar dat leggen we later nog wel eens uit.

Enfin, het werd tijd voor een rondje terugkaatsen van waarom-vragen. Meestal blijft hij stil, gooit hij zijn hoofd de lucht in en verdwijnt. Deze keer was het antwoord: ‘Papa, je moe nie vragen waarom, da’s voor meisjes’.

En dat was dat.

koninklijk meervoud

Zij (de moeder) en haar zoon kleuren samen een tekening in. Zij in het roze (moet zo van de zoon), hij in het bruin (staat betrekkelijk stoer). Zij is trots dat haar zoon eindelijk binnen de lijntjes begint te kleuren en zegt: “Wij twee kunnen mooi kleuren, hé Benne!”

Waarop hij: “Ah ja, wij ook hé!”

Blond, knap en nu al één vat onverdroten pretentie. ‘k Heb het wel degelijk over mijn zoon, jawel.

Bennes eerste kindje

Een ‘reserveberichtje’, wegens gebrek aan zowat alles behalve werk 🙂

Hij heeft getekend! Al een hele tijd geleden, als verjaardagskadootje voor zijn broer dan nog wel. Een ‘kientje’, met twee armen, twee benen, een neus, mond, twee ogen, haren, en een buik.

En ik vind: voor een kleine die absoluut niet graag tekent en kleurt heeft hij toch wel zijn best gedaan! Oh, en intussen zou hij het toch al eens durven om binnen de lijntjes te kleuren. Niet te veel, zie dat er plots twee overenthousiaste springerige ouders naast hem handjeklap beginnen te doen. ’t Zou niet goed zijn voor zijn imago…