Mijn zoon, zooo niet-cool

Omdat ik elders had gelezen dat een driejarige wel de notie van het woord ‘cool’ kan snappen besloot ik het ook eens uit te testen mij mijn eigen driejarige.

-M: Benne, ben jij cool?

-B: Ma nee, mama, ik ben nieeeeet koewl.

-M: Jamaar, Benne, zou jij dan niet heel graag cool willen zijn?

-B: Nee mama, ség, ik wil nie koewl zijn hé. Ik wil gewoon Benne zijn.

Ik heb hem dan maar zijn schaakspel en zijn bril teruggegeven.

Een dochter (niet voor mij, bleh)

Namen voor zonen had ik hier al eens vermeld. Namen voor dochters zijn bij ons nog nooit ter discussie gekomen omdat we telkens al relatief vroeg wisten of ’t een ventje of een vrouwtje zou zijn (leve de vlokkentest, ahum).

We zijn het er (nu) redelijk over eens dat als er hier ooit ten huize nog eens een ongelukje gebeurt, en dat ongelukje na de zoveelste echo ook vrouwelijk blijkt te zijn, het kind de naam Janne zou meekrijgen. Een naam die ik al jaren graag hoor en die verwijst naar mijn grootmoeder Jeanne. Maar eigenlijk is Janne tweede keus. De naam Stiene (naar mijn moeder Christine) hoor ik liever, maar daar is de wederhelft minder voor te vinden, u moet hem maar eens vragen waarom.

Des te blijer ben ik dus te horen dat er sinds vandaag een kleine Stiene (Stieneke of Stientje) meer op de wereld mag rondfladderen. Proficiat aan Joke, Steven en grote zus Lente!!!!

Ouderfeest – deel 2

Toen Benne deze morgen opstond was het eerste wat hij zei: “Mama heeft mij gezien hé, op ’t pomium hé, mama was daar hé!”

Gisteren kon hij er ook al niet over zwijgen, blijkbaar is hij er serieus van onder de indruk dat die anders altijd afwezige moeder (wat school betreft hé!) er gisteren ook eens bij was. Een mama op school, ’t gebeurt niet elke dag, toch niet in zijn wereld 🙂

Ouderfeest.

Ik ben bang dat als ik over hét ouderfeest van mijn favoriete school zal schrijven het allemaal niet meer zo speciaal zal lijken als het nu nog is in mijn hoofd. Maar ik moet er iets over zeggen opdat ik die geestige verwondering van vandaag niet vlug zou vergeten.

Zo’n ouderfeest, dat is iets wat komt na het grootouderfeest. Dat is op dinsdag voor wie diepe rimpels heeft en op donderdag voor wie die rimpels nog kan camoufleren.

Zo’n ouderfeest: dat is de helft van de tijd mezelf betrappen op een open mond, mezelf aanmanen om nu eens eindelijk deftig op die stoel te zitten, dat is de tijd vergeten, dat is genieten. Dat is anderhalf uur wervelende show, van eerste kleuterklas tot en met zesde leerjaar.

Dat is ook zoeken naar je oudste zoon, even ontgoocheld zijn omdat hij niet op de eerste rij staat, want je kan hem niet zo goed zien. Dus duw je maar je buurvrouw half van haar stoel zodat je je blik kan richten op hem. De danser, de zwaaier, de billenshaker, de meest stralende. Hij heeft me gezien (ik zat op de tweede rij, leve mezelf toen ik de woorden “slechts één plaatsje mevrouw, dat zal vooraan ook nog wel vrij zijn zeker?” uitsprak*), en dat moment, die blik tussen die oudste zoon en mezelf, en zijn breedste glimlach en zwaai die erop volgde: toen ontploften zowat alle vlinders die ik ooit in mijn buik moet hebben gehad.

Zo’n ouderfeest, dat doet wat met een mens, en het is erg dat kinderen zo’n seut van je kunnen maken dat je zowaar begint te bleiten omdat je kind ergens op de derde rij onhandig met zijn heupen staat te draaien. Nuja, die naast mij was ook aan het bleiten, en die achter mij ook. Dus ik mocht ook, voila.

De pluimen: een pluim voor al wie me vandaag heeft weten te ontroeren, te verwonderen, te laten zitten op ’t puntje van mijn stoel, te verbazen om zoveel inzet en samenwerking. En niet in het minst: een pluim voor die leerkrachten, en dat ze volgend jaar op het podium mogen komen zodat ze mijn staande ovatie in ontvangst kunnen nemen.

* De echtgenoot moest moest! moest!! werken. Whoehaaa, maar hij mag wel elke dag de zonen afzetten en ophalen. Hij moet niet zagen dus. Vandaag was ’t voor mij!

mama ziek en zot konijn

Als je ziek bent, of je op zijn minst zo ziek voelt dat je ontgoocheld bent als de dokter zegt dat het een ordinaire sinusitis + verkoudheid is (“Echt niets ergers, want ik voel me echt wel heel ziek hoor?”), dan zijn je kinderen niet meteen de meest geestige personen om rond jou te hebben. Terwijl je eigen stem in je oren galmt en elke op de grond stuiterende beker klinkt als een verroest machineweer, probeer je je hoofd bij de dagelijkse gang van zaken te houden terwijl je eigenlijk alleen maar je ogen dicht wil doen en dromen dat je in een groot eucalyptusveld slaapt.

Ja, ik ben gaan werken, in volle mottigheid, want dat was de enige mogelijkheid om wat stilte in mijn hoofd te krijgen. Om die poel van snot en andere vuiligheid in mijn hoofd tot stilstand te brengen. Thuisblijven was totaal geen optie, ik was er alleen maar chagrijniger van geworden. Want ziek zijn, da’s voor mij: met rust laten. Heel voorzichtjes dingen vragen aan mij, me heel lief behandelen, niet tot ‘truntens’ toe, dat niet. Maar wél: tonen dat je medelijden hebt, en dat je me toch wel bewondert om de vele courage die ik nog heb. Want een ander, die was zeker zo sterk niet als mij, die had al lang een doktersbriefje gevraagd en zo. Zo’n dingen hoor ik graag als ik ziek ben 🙂

Benne droeg zo zijn eigen steentje bij. Na een zoveelste hoest-, rochel- en reutelbui waarbij ik mijn longen gelukkig nog net binnen mijn borskas kon houden om dan vliegensvlug naar adem te happen als de eerste de beste onnozele goudvis, nam Benne mijn hoofd tussen zijn twee handen, ging neus aan neus zitten, zette zijn ogen op indringende modus en zei, zo ernstig als iets: “Ma mama, gij zijt toch een zot konijn wi”.

Meer dan over de inhoud van zijn zin was ik verwonderd over de vormgeving: ‘gij zijt’, in West-Vlaanderen? Waar heeft hij dat nu weer gehaald? ’t Is hier ofwel ‘jij bent’ ofwel ‘je zi(e)t’. ‘Gij zijt’: wil de schuldige die hem die vervoeging van jij en zijn heeft geleerd nu opstaan?

Kikkercultuur

CC De Spil, Roeselare. Zaterdagmiddag 3 uur, voorstelling van theater Terra: Kikker en zijn vriendjes. Wij waren daar zo nog niet lichtjes ondersteboven van.

De verhalen over Kikker, zijn avonturen, zijn leuke vriendjes lezen we hier ten huize graag voor. Benne is gek van de leuke tekeningen en ik kan me helemaal laten gaan met al die leuke personages, flauwe accenten, lage en hoge stemmen en veel te ver gezochte intonaties. Er was dus niet eens een beslissing nodig om naar die voorstelling te gaan, het moest gewoon zo zijn.

’t Begon met leuke muziek, een rups, wat vlinders… en toen kwam Kikker. En wat ben ik blij dat ik net op dat moment naar mijn oudste zoon keek, dat ik de schittering in zijn ogen mocht zien, dat ik mocht genieten van zijn lach en zijn verwondering toen bleek dat zijn vriendje-uit-het-boekje écht maar dan ook écht kon bewegen. Ik heb mijn eigen theater gezien deze middag: Benne Geniet: Live.

Twijfel

Ze twijfelen nog een beetje, mijn zonen. Grote twijfel alhier of ze nu al dan niet ziek zullen worden. Of ze wel tijd hebben om ziek te worden, of ze ’t wel zien zitten om door hun moeder eens goed vertroeteld te worden. De oudste heeft het al eens een dagje geprobeerd, zo ziek zijn. Afgelopen dinsdag had meneer hoge koorts en mocht moeder de kleine vent op school afhalen. Zelden heb ik hem zo zielig zien kijken. Ik begon zowaar te lachen, maar wie mij kent weet dat dat mijn overlevingsstrategie is om met stresstoestanden om te gaan 🙂 Hopelijk leest zijn juf dit nu ook…

Hij liet de temperatuur stijgen tot een angstwekkende 39.8° om dan tegen ’s morgen zijn moeder opnieuw gerust te stellen met een meer normale 38.6°. Tegen ’s middags zat meneer op 37.1° en geen mens die weet wat er in dat lijfje is gebeurd.

Omdat het pas volgende week vakantie is, moest dat ziek-zijn dus nog even uitgesteld worden. Vannacht hebben beide zonen dan besloten om het hele snot- en hoestrepertorium boven te halen. Blaffende hoest, piepende ademhaling, snotneuzen alom. Vanavond eens naar de apotheker gaan en onze voorraad hoestsiropen (tegen vastzittende hoest, tegen loslatende hoest, tegen droge hoest, …) en neusdruppels (ontzwellende, ontsmettende, ontspannende, als ’t maar van ‘ont’ doet) in te slaan.

En dan eens dat lijstje met telefoonnummers van onze drie kinderartsen opzoeken en zien wie we nu als eerste gaan verblijden met een bezoekje. Drie kinderartsen? Twee kinders? Welja, dat komt door verlofperiodes en zo, of dringende zaken (zoals bijna longontstekingen en dergelijke), en dan kan een mens niet bij de vaste kinderarts en zoek je dan maar een andere die je stante-pede-nu-meteen-want-mijn-kind-is-kweetniehoe-ziek-nu wil ontvangen. Eén in Waregem, twee in Kortrijk. Ik denk dat we maar verder naar Kortrijk zullen gaan, ’t zijn de liefste aldaar.

Friese woordjes

Enkele woordjes: vrachtwagen = camicom, pompoen = pompom, broer Benne = boer Penneuh, melk = melkeuh, fiets = fietsj, cornflakes = flokjes, soep =  soepeuh, aadbei = tanden poetsen (alhoewel de tandpaste zonder aardbeiensmaak is), bumba huval = zijn bumba-beer is gevallen, epe huval = de lepel is dus gevallen, en verder hele zinnen Chinees, Japans en Russisch waar we voorlopig nog weinig mee kunnen…

Enkele uitingen van woede: met het voorhoofd tegen deuren, muren, vensters, vloeren en hoeken van salontafels slaan opdat het maximaal zou kunnen opzwellen tot hij ooit eens de opperbuil op zijn hoofd heeft. Ook nog: blokjes en eten op de grond gooien, liefst nog over je hoofd (of anders wel tegen je hoofd). En tot slot: onvoorstelbaar luid beginnen te huilen als hij zijn zin niet krijgt bij zijn broer. Met als gevolg dat moeder dan als een halve gekkin naar ’t ventje toe loopt met de vrees hem te zien liggen in een halve plas bloed of beenloos onder een kast. Niets van dat: meneer zit of staat, trekt zijn mond wijd open en laat alle denkbare decibels uit dat lijfje komen.  Omdat hij iets wou lenen (lees: pakken) van zijn broer en die voor één keer op zijn strepen stond. *zucht*

Enkele uitingen van blijdschap: “éla ola badjas!”, hem persoonlijk aangeleerd door zijn papa, “eeeteeeuuuuh”, als hij weer eens iets ziet om te eten, “wooow”, als hij onder de indruk is van iets (zoals zijn eigen spiegelbeeld). Aan zelfvertrouwen ontbreekt het hem aan geen kanten.

likkende kikker

Moeder: “Benne, hoe is het met je liefje? Alles goed ermee?”

Hij: “Ja, ma zis nie flink geweest vandaag. Z’heeft mij geslaan. Op mijn wang.”

Moeder trekt een wenkbrauw op en bedenkt hoeveel temperament er wel in een driejarig kleutervrouwtje kan schuilen.

Hij: “Ma nu zijn we weer friendjes hé.”

Moeder: “Aha, da’s goed, en heb je ze dan een zoentje gegeven?”

Hij: “Nee, ik geef likjes aan Amélie.”

*?????????*

Nog één?

Benne springt op en neer, voor- en achterwaarts in de zetel.

Moeder: “Benne, je mag niet in de zetel springen en dat weet je.”

Hij: “Ma ik ben een kikkeeeeuuuuuurrrr!”

Excuses, mijn zoon, je moeder had het blijkbaar niet begrepen. Kikkers mogen natuurlijk wel in de zetel springen. Ook als ze blond zijn en Benne heten.

Een laatste om het af te leren: de verleidingstechnieken van Fries:

Een meisje, dat samen met Fries bij onthaalmoeder Christa zit, doet haar jasje aan om naar huis te gaan. Fries kijkt ernaar, indringende blik en kan zijn enthousiasme nauwelijks nog onder stoelen of banken stoppen: “Moooooooiiii!!!” roept hij. Zeg dat tegen een vrouw en ze is verkocht. En ’t feit dat Friesjes liefje ook met de naam Amélie door het leven stapt maakt het voor ons alleen maar gemakkelijker.

Eens gaan babbelen

Blonde kleuter komt thuis met de mededeling dat hij op bezoek mag bij zijn lief. Een zekere Amélie. Mogen is veel gezegd: zijn lief, zijn alles-van-minder-dan-één-meter, zijn eigenste kleutergodin is naar ’t schijnt nogal dominant want hij moet eigenlijk naar haar huis gaan. Om te spelen, zo veronderstelde ik. Hij ontkende, ’t is niet om te spelen, ’t is om te babbelen. Wat zouden zij nu gaan spelen daar in dat huis? Babbelen gaan ze doen, over hun toekomst, over hoe het verder moet als het straks vakantie is en ze elkaar een hele week niet zien, over wie welke koeken met de ander zal delen, over wie er de frieten zal ruilen voor de balletjes ’s middags en over wie het dichtst bij de juf mag lopen. Hij moet (moet!) dus gaan babbelen, die kleine van ons.

Eén voordeel alvast van die kleuterliefde: Amélie is ons nieuwste stokje achter de deur. Jammer voor dat meisje, ’t ziet er mij een ongelooflijk lief en guitig ding uit, maar mijn stokje is en zal ze zijn. Benne wil zijn tandjes niet poetsen? Amélietjeuh zal dat niet zo leuk vinden. Benne wil zijn boterham niet opeten? Amélietjeuh wil alleen maar spelen met sterke jongens die hun boterhammetjes opeten. Benne wil niet gaan slapen? Amélietjeuh ligt al lang in haar bedje te dromen van stoere blonde jongens. Flink meisje, zijn vriendinnetje.

Denk er het uwe van, ik ben een slechte en manipulatieve moeder, ik weet het, maar ’t werkt wel 🙂