frustration-on-web

Het is me wat, her en der lees ik berichtjes over gesukkel met de belastingaangiftes. Bepaalde browsers ondersteunen tax-on-web niet, het ding ligt plat, zaken zijn niet correct, … begin er maar eens aan. Daarom heb ik jaren geleden één van de beste beslissingen in mijn (jonge!) leven genomen: doe eens chique, hautain, zelfstandig, alsof je ontzettend vuil rijk bent, en neem een boekhouder. “Mijnen boekhouder, Médard”. Ik heb daar al plezier aan beleefd, ongelooflijk.

Nu helpt het ook wel ergens dat ik nogal neurotisch aangelegd ben als het op papierwerk aankom. Als ik papieren krijg voor de belastingen sorteer ik dat netjes in mijn mapje ‘Belastingen’, ik heb zelfs een inhoudstafel waar ik kan meevolgen wat ik al gekregen heb, wat ik nog moet vragen, wat er veranderd is. Elk jaar schrijf ik dan een een schone brief naar Médard de boekhouder met de inhoud van mijn mapje, de veranderde gezins- of jobsituatie, en als hij vragen heeft dat hij mij gerust mag bellen. Dat doet hij bijna nooit, zo ordelijk ben ik wel, ha! En dan krijgen wij enkele weken later dat mooie mapje terug, met daarin een overzicht van wat we al dat niet terugkrijgen of moeten betalen. Ik maak mijn mapje leeg, doe alles van dit aanslagjaar naar mijn grote schone kist boven en wacht dan geduldig op mijn geld.

Maar tax-on-web? Nee, een stap te ver. Laat mij maar classeren, sorteren, … er is een goede secretaresse aan mij verloren gegaan.

En nu ik dit zo herlees: eigenlijk is dat overdreven ordelijk gedoe wel iets om me over te schamen… Dat ik nog een vent heb, zeg.

Vakantiegevoel

Vakantie en mezelve, dat is niet zo’n dikke vriendschap. Vroeger wel, zomervakantie stond gelijk aan uren terrasjes, tweede zit of niet. Nu is vakantie gewoon nog een tandje bijsteken en een vitesse hoger draaien. En velen schijnen dat niet te snappen. Daarom een vergelijking tussen de logica van een meer normale mens dan ikzelf, en dan mijn logica.

De normale(re) mens zegt: “Je woont samen met een leerkracht, dat betekent elke vakantie, echt vakantie. Dat wil zeggen: ook een beetje vakantie voor jou als het effectief vakantie is (nog mee?), want door het vakantiegevoel van de mede-inwonenden (1 boven de 30, 2 onder de 30) krijgt jij ook zo’n gevoel. Bovendien, omdat het vakantie is, heb je ’s morgens die rush niet om op tijd klaar te zijn en kan je in alle gemak jezelf prepareren om te gaan werken. Nog meer: je komt ’s avonds thuis en je hoeft je ook niet te haasten, want ’t is vakantie.”

Mijn redenering: “Je woont samen met een leerkracht, dat betekent elke vakantie dat die hele dagen thuis zit (allez, niet helerganser dagen, maar toch meer dan dat die gaan werken is), je hebt twee kinderen, die dan ook thuis zitten. De kans dat je huis vuil, rommelig, bevlekt, besmeurd, beschmost is op het einde van dag is dus beduidend hoger dan als die drie venten niet in huis aanwezig zijn. Bovendien trekt die jongste zich geen dikke dinges aan van weekend of vakantie en kraait hij dus ook al vanaf half zeven het hele huis wakker. Het is waar, ik moet tijdens de vakantie hun boterhammen niet halvelings door hun strot rammen (grapje, K&G), maar als ik thuiskom is het vaak alsof én de toren van Babel is ingestort, én de ark van Noah door ons huis is gevaren, gevolgd door een ware zondvloed. Tijdens de vakantie moet ik dus gewoonlijk meer (op)kuisen dan tijdens het jaar.”

Voor mij dus echt geen vakantie, nee dank u. Ik ga een bijzonder drukke twee maanden tegemoet in mijn tweede job. Of ik ben gewoon een zaag die ongelooflijk jaloers is dat haar drie venten twee maanden lang in lummel- en relax-modus zullen geprogrammeerd staan.

Zangeres met naam.

In het buitenland durft een mens zoals ik al eens naar CNN te kijken. Live verslaggeving van de bovenste plank zou men denken. Al een half uur zit ik onwezenlijk te staren naar een gehypete hartaanval van de King of Pop, onze Michael. UCLA Medical Center, zoom in, zoom out. Een journaliste staat aan het huis van MJ, gilt en kirt dat er helikopters boven het huis cirkelen. Waarschijnlijk de concurrenten, mevrouw. Zoom out. Live in de studio, stand van zaken aan het UCLA, drie auto’s aan de zijkant van de straat geparkeerd, enkele verveelde politie-agenten die de boel wat moeten in bedwang houden. Terug naar de studio, een overzicht van Jackson zijn gloriemomenten, precies alsof hij er al niet meer is. Zijn toestand op dit moment is niet heel erg duidelijk verschijnt op de telex. Spanneeeeund, niet? Ik krijg er het haar op mijn armen niet van recht.

Wie dat wel kon doen, met haar liedjes, met haar warme stem, met haar zachte ironie, met poëzie die nooit ten volle tot haar recht kwam omdat mevrouw ook ooit nog ergens de top 50 had gepresenteerd, maar who cares? Die stem, wat een inhoud, wat een luchtigheid, wat een zwaarte. Een Zangeres, een Kleinkunstenares van haar tijd. “Dans me naar het hart van jou”. Hilde Rens, Yasmine, een Madame, is niet meer. En daar slikt een mens toch wel van.

Intussen zou ook de King of Pop overleden zijn, zo meldt de Standaard. CNN loopt achter, deze keer, of niet? En die schone blonde van Charlie’s Angels, en peuter Damian voor wie het flesje methadon er te lekker uitzag. Geen oordeel en gezwets over verantwoordelijkheden bij dat laatste, ’t is al erg genoeg.

de magische kleurenklok – deel 2

Intussen ten huize Sellewie:

Vanavond eerste ontgoocheling bij Benne:

Papa: “Benne, kijk es in de keuken op welk kleurtje de kleine wijzer staat?”
Benne: “OK.”
Huppelt naar de keuken en mompelt iets in de aard van “tju da’s rood”.
Komt terug naar de living.
Papa: “En, Benne? Welke kleur heeft de kleine wijzer?”
Er verschijnt een zeer raar lachje op zijn gezicht. “Euhm, groen….”
Papa: “Ben je wel zeker?”
Benne: “Ja…”
Papa: “Gaan we samen eens kijken?”
Schoorvoetend loopt hij mee naar de keuken en bekent dan maar. “Euh, is rood. Benne moet slapen.”

Als ik groot ben…

Singernaaimachine3

Als ik groot ben, zou ik graag kunnen naaien, stikken, kleren knippen, broeken verstellen, … Het is een oud zeer, het is iets wat ik al heel lang wil kunnen, het is iets waar ik mijn moeder een ongelooflijk plezier mee zou kunnen doen, het is een steeds groter wordende frustratie nu ik twee opgroeiende zonen heb waarvan nogal eens wat kledingstukken moeten hersteld worden.

Het is een verdrongen droom, en door dit bericht, kwam het terug boven borrelen. Pas op, ik heb nog op het punt gestaan om een naaimachine te kopen, en eigenlijk heb ik al een naaimachine, zo’n heel oude Singer-naaimachine waar ik als klein kind met mijn hoofd tussen mijn armen lag te staren naar de kunstwerken die mijn grootmoeder aan het creëren was. Het draaiende wil, het ritmisch getap van haar voeten op het gietijzeren pedaal, het lichtje wipje als ze zich geprikt had, de gestage draf van naald op stof, …

Ik heb excuses genoeg, je moet de tijd hebben om met een naaimachine te leren werken zodat die maximaal rendeert. Ik zou een naaicursus moeten volgen, zo twee avonden per week, maar daarvoor moest ik dan weer van mijn hol van Pluto naar Kortrijk city.

Naaien met de hand kan ik, vlot, rustig, zelfzeker. Mijn naai-, haak- en breiwerkjes van op school waren echt wel goed en proper. En ik haakte veel in mijn vrije tijd. Toen ik 16 was, en hippie. Toen ik ontwerpster wou worden van Ann Christy-jurken en toen ik mutsjes haakte voor mijn toekomstige 7 kinderen.

Intussen beperkt mijn interactie met kledij zich tot het wassen, strijken en af en toe opstrijk- en instrijklabels op broeken en vesten plakken. Maar ooit, ooit, lopen mijn sloebers rond met een zelfgemaakt hemd, een creatief bewerkte broek of zelfgestike hoedjes. U zal het wel herkennen hoor, ’t zal op niet veel trekken.

’t is rood, tijd om te slapen

Soms zou hij wel eens in de zetel durven slapen. En dan neemt hij volgende posities aan  in amper één uur tijd.

Soms valt hij wel eens uit zijn bed. Als we geluk hebben merkt hij er zelf niets van.

SI853065

Soms wil hij niet slapen. Grapje, altijd wil hij niet gaan slapen. Zinnen als: “Benne, nu ga je echt in je bed blijven, het is half tien”, maken op hem geen indruk wegens geen besef van ‘half tien’. Zinnen als: “Benne, alle kindjes slapen al”, gevolgd door een opsomming van alle mogelijke klas- en familiegenootjes jonger dan tien jaar oud, maken ook al geen indruk meer. Verhaaltjes lezen, lampje aan, lampje uit, deur open, deur dicht, bed hier, bed daar, … Meneer maakt er een sport van om het slapen zo lang mogelijk uit te stellen. Als hij naar boven moet moet er plots nog geplast worden, heeft hij dorst, vindt hij die ene heel speciale beer niet meer, doet zijn hoofd pijn, doet zijn voet pijn, zit er een leeuw onder tafel. Is hij eens boven dan staat hij na 5 minuten weer op omdat er weer een halve dierentuin in zijn kamer zit, omdat hij die muur eens van naderbij wil inspecteren, omdat hij moet plassen, omdat de naad van zijn pyama wat kietelt, … Alle truuken van de foor kent dat kind.

Maar! Maar! Maar! Nieuw idee! Moeder heeft geknutseld, heeft de keukenklok vermassacreerd door daar gekleurd papier op te hangen. Geen idee wat ‘half tien’ betekent? Niet onder de indruk van ‘elf uur’? Rood zal het wezen, en de kleine wijzer op rood = petit Benneuh in zijn bed. En daar blijven! Pfoeh, dat ze mij maar rap mijn eigen nanny-programma geven…

SI853077

van bootje en vootje

Geen idee waar hij het gehaald heeft maar als die kleinste van ons theatraal zijn hand uitsteekt, daarmee begint te zwaaien, een gekweld gezicht opzet en op zo’n manier ‘bootje’ roept dat zelfs de klaagmuur ervan zou instorten: hij zou graag een boterham hebben.
Hetzelfde scenario, maar dan met ‘vootje’: hij bedoelt dat je hem nu ontzettend veel plezier zou doen als je een vogeltje nadoet, zo van “tjilp tsjilp”.
’t Is maar dat iedereen het nu weet, dat hij ook eens bij een ander kan gaan zagen 🙂

het 10-stappen-dorp-integratieplan

Hoe integreer je je in je dorp? Zien en gezien worden, vooral dat laatste, en dat door belangrijke doelgroepen als buren en ambtenaren. Een mogelijke piste is de volgende:

  1. Rij je oprit achterwaarts af (traag, in stijl) en vergewis je ervan dat je postbode er zo meteen aankomt (was ik wel vergeten). Zorg dat de postbode je niet ziet, anders is het spel om zeep. Doelgroep: postbodes en argeloze voorbijgangers.
  2. Laat de postbode op je inrijden in volle ochtendspits, zorg dat hij valt, net niet op de weg, en dat zijn post spectaculair in het rond vliegt. Doelgroep: de buren en voorbijrazende auto’s.
  3. Stap theatraal uit je auto, roep de hele tijd ‘sorry’, ga als een echte heldin de straat op en verzamel de post van de postbode. Help de postbode recht, zet zijn scooterke aan de kant. Doelgroep: zie 2.
  4. Start met het invullen van je Europees Aanrijdingsformulier. Als goede burger die intussen haar nuchterheid heeft teruggevonden hou je het hoofd koel terwijl de postbode nog in halve shock verkeert. Doelgroep: indruk maken op diegene aan wie je het verhaal straks zal vertellen.
  5. Laat de postbode naar zijn werk bellen met het resultaat dat je naar het postkantoor moet om daar alles in te vullen. Daar hebben ze immers de juiste papieren. Doelgroep: de mensen van het postkantoor, altijd handig als je d’er eentje kent.
  6. Ga naar het postkantoor om daar meteen mee te gaan met twee politiemeneren. Doelgroep: de politie, uw beste vriend.
  7. Laat de politie een pv opstellen, laat je niet afschrikken door woorden als ‘parket’, ‘voorkomen’, ‘politierechter’, ‘boete’, ‘ademtest’, ‘verzekeringsspecialisten’. Blijf vriendelijk en rustig. Doelgroep: de politie en alle mensen daar in het kantoor aanwezig heel duidelijk maken dat jij toch wel nog altijd de coolste van de twee betrokkenen bent.
  8. Ga terug naar buiten, begin daar een half potje te bleiten terwijl je naar je moeder belt. Doelgroep: de voorbijgangers die van en naar centrum Deerlijk rijden.
  9. Ga terug naar huis, neem foto’s van de auto, de plaats van het ongeval, steek de straat over en neem een portretfoto van de oprit om toch maar te benadrukken hoe smal die wel is. Doe dat rond 10 uur ’s morgens. Doelgroep: veel buren die van de winkel terugkomen. Doe bij hen je verhaal.
  10. Stap in je auto, rij naar je werk, probeer die trillende onderlip in bedwang te houden en hang vervolgens de stoere uit op je werk.

Nu kennen ze me hier wel denk ik. En daarvoor moest ik niet eens in het koor of een vrouwenwandelclub gaan. Nah.