We zijn allemaal een beetje Benne

Die oudste van ons hoef je niets meer te leren over zelfbewustzijn. Alles is hier tegenwoordig Benne. Sinds meneer zijn naam kan lezen (*stoeftoontje*) ofwel herkennen (*meer realistisch toontje*) is het hier van:

– “Kijk mama, da’s mijn naam hé” – op de parking van een bedrijf ‘Belgian blabla’ genaamd. De ‘Be’ was voldoende.

– “Kijk mama, een wasmachine van mijn naam” – ja, ik heb een Bosch.

– “Kijk mama, mijn naam in een blokje!” – soms is meneer nog wakker als ’t van House M.D. is op tv

En dan de volgende conversatie, die aangeeft hoe graag hij wel een Benne is:

  • moeder: Benne, wat wil jij worden later, als je groot bent? Een dokter, rechter, tandarts, chirurg? (Ik vind: je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, met die indoctrinatie)
  • Benne: Ik wil dat allemaal niet zijn…
  • moeder: (even praktische jobs dan) Wil je dan liever een brandweerman zijn, of een loodgieter, of huizen bouwen, of in de tuin werken?
  • Benne: Ma nee, mama, ik wil gewoon Benne zijn.

Hij stond bijna te huilen bij zoveel moeilijke vragen, ’t prutske.

waarom is voor meisjes

Waarom-vragen zijn hier schering en inslag. Vooral in de auto heeft de kleine blonde god er nogal eens last vast. Dat er daar een kleinere god de hele tijd zit naast te kwekken (wajom?), deert hem niet echt. Benne en de waarom-vragen. Gewoon antwoorden, denk je dan. De feiten geven. Zoals:

‘Waarom is’t aan’t regenen?’ – Omdat de … blahblah… vochtigheid op dit moment groter is dan blahblah….

‘Waarom moet mama werken?’ – Omdat jij dan mooie kleren kan dragen, een dak boven je hoofd hebt, en snoepjes kan eten. En da’s heel wat anders dan die arme kindjes uit de sloppenwijken in India.

‘Waarom weent Friesje?’ – Omdat jij hem pijn hebt gedaan. Ja, jij.

‘Waarom slaapt papa?’ – Omdat jij hem moe hebt gemaakt. Ja, jij.

‘Waarom is de zon weg?’ – Omdat het al tien uur ’s avonds is, alle brave kindjes in bed liggen, ook de zon al is gaan slapen en jij nu ook zeker in je bed moet blijven.

‘Waarom heb ik geen pull met een kap?’ – Omdat je niet elke dag de coole gangster kan uithangen en niet elke dag hetzelfde kan dragen, wat je anders wel zou willen, namelijk: ‘een sjiensbroek, een pull met een kap en sakken fanfoor’.

‘Waarom hebben de meisjes borstjes?’ – Om jullie jaloers te maken, maar dat leggen we later nog wel eens uit.

Enfin, het werd tijd voor een rondje terugkaatsen van waarom-vragen. Meestal blijft hij stil, gooit hij zijn hoofd de lucht in en verdwijnt. Deze keer was het antwoord: ‘Papa, je moe nie vragen waarom, da’s voor meisjes’.

En dat was dat.

koninklijk meervoud

Zij (de moeder) en haar zoon kleuren samen een tekening in. Zij in het roze (moet zo van de zoon), hij in het bruin (staat betrekkelijk stoer). Zij is trots dat haar zoon eindelijk binnen de lijntjes begint te kleuren en zegt: “Wij twee kunnen mooi kleuren, hé Benne!”

Waarop hij: “Ah ja, wij ook hé!”

Blond, knap en nu al één vat onverdroten pretentie. ‘k Heb het wel degelijk over mijn zoon, jawel.

Bennes eerste kindje

Een ‘reserveberichtje’, wegens gebrek aan zowat alles behalve werk 🙂

Hij heeft getekend! Al een hele tijd geleden, als verjaardagskadootje voor zijn broer dan nog wel. Een ‘kientje’, met twee armen, twee benen, een neus, mond, twee ogen, haren, en een buik.

En ik vind: voor een kleine die absoluut niet graag tekent en kleurt heeft hij toch wel zijn best gedaan! Oh, en intussen zou hij het toch al eens durven om binnen de lijntjes te kleuren. Niet te veel, zie dat er plots twee overenthousiaste springerige ouders naast hem handjeklap beginnen te doen. ’t Zou niet goed zijn voor zijn imago…

Mr. Hip.

’t Is hier een beetje stil, de laatste dagen. Omdat het in mijn hoofd nog altijd ergens februari is, en we blijkbaar al een tijdje maart zijn. En dat dat dus waar is, dat tijd soms vliegt, voorbij schiet, wegzoeft. Enfin, om maar te zeggen dat het lange dagen zijn tegenwoordig en dat dat met ‘het werk’ te maken heeft maar dat ik u hier ook niet ga vervelen met verhaaltjes over mijn job. Ik red geen levens, dus zo belangrijk is het allemaal niet. 🙂

Maar: voor eerst sinds lang tel ik dus af naar vakantie: drie dagen vakantie in april. Nog meer zelfs: drie dagen op stap in Porto! Jochei!

Gelukkig nemen deze twee koters veel vermoeidheid weg.

Volgens Benne is de blauwe zonnebril van hem, volgens Fries is het zijn zonnebril. Dat dat ding nog niet kapot getrokken is mag een wonder heten. Maar we moeten hier dus wel degelijk een strak zonnebril-schema hanteren willen we de vrede tussen de broers bewaren.

mietjes

Ze liepen gisteren voor ’t eerst ‘handje in handje’, die twee koters van me. Die kleine, zachte, dikke vingertjes, verstrengeld in elkaar. Grote broer Benne voorop, één trede hoger op de trap dan kleine broer Fries, een trede lager.

Benne leek er nog groter door, Fries leek nog kleiner. De oudste keek naar beneden, suste zijn broer, stelde hem gerust, verzekerde hem dat ze met z’n tweeën die drie trapjes wel meester zouden kunnen. Diezelfde oudste maande de jongste aan om voorzichtig te zijn, om goed de voetjes omhoog te heffen en om grote broer vast te houden. De jongste keek naar boven, met grote ogen, wetende dat hij aan het begin stond van een enorme queeste, een reis van drie trappen hoger. Bang was hij niet, eerder vol vertrouwen, daarom is grote broer Benne nu eenmaal zijn grote broer.

Echt, voor zover je twee jongens, hand in hand, schattig mag vinden: ze waren het ongetwijfeld.

mama vervangen

Benne: “Mamaaaa, ik ga je verrrrr-vangggggg-en!”

Pak, knuffel, indringende blik: “Voila, je bent vervangen nu…”

’t Is dat we van politie speelden en hij de slechterik moest vangen of ik had echt nog gedacht dat er al een tweede moeder voor hen klaar stond 🙂

Friesjes versie: “Aah, mama, fangen! Fiesje ook pakken? Nu pakken! Kom! Allez!” En ’t kleine huppeldepupje liep een paar rondjes rond de tafel terwijl de vervangen moeder probeerde om een politieman van zich af te schudden en op haar beurt een klein Friesje te ‘vervangen’. Niveau hier, tot en met.

Benne supernanny

Wij krijgen hier hulp bij het opvoeden van onze jongste, van de enige echte mannelijke supernanny Benne. Voorbeeld?

“Fries, je moet nu gaan zitten. Allez, ik tel tot drie! Eén, twee, drie, hop, zitten!” (en dat moet u er de gestes maar bijdenken, zo ostentatief zijn één, twee, drie vingers in de lucht steken).

“Fries, nee, dat mag niet. Allez hop, ga maar in de hoek staan. Stoute Fries” (en dan duwt hij lichtjes op Fries zijn poep om hem richting hoek te duwen).

“Fries, néééén, dat moet je zo niet doen. *zucht* Friesje toch, wacht, Benne zal het eens doen hé” (en dan haalt hij zijn schouders op en vraagt zich af of hij nu echt de enige is die die kleine gaat opvoeden).

“Ma Fries toch, da mag niet hé, met je lepel gooien. Ben je boos?” (en dan kijkt hij zo dicht en zo diep in Fries zijn ogen, alsof het antwoord daar te vinden is en moet hij zich vervolgens heel erg haasten om die mep van Fries te ontwijken).

Wij zijn content, zo met onze nannywijsneus-van-drie-jaar, en foto’s trekken kan hij ook al:

Kiek kiek! Ne ridder!

“Béénneuh de riiidder”

Platter kan hij het niet zeggen, maar hij is er wel ferm trots op dat hij als ridder naar school mocht deze morgen. En ik nog meer! Eerst op mezelf dat ik er toch maar weer in geslaagd ben om op een pedagogisch verantwoorde en traumavrije manier ervoor te zorgen dat hij niet meer als Piet P. naar school wou gaan, maar als een echte ridder.

Omdat al mijn energie deze week naar een zieke Fries moest gaan een daarbovenop nog een kilo of twee energie moest gestopt worden in het overtuigen van Benne, was ik dus zwaar te laat met het ineenknutselen (naaien, stikken, vloeken) van dat enige echte ridderkostuum dat de school op haar grondvesten zou doen daveren alsook al wie me kent meteen zou aanzetten om een diepe buiging te maken voor mijn naaikunsten. Waarna ik dan op een auto, versierd met allemaal bèta-ridderkostuums zou rondgereden worden, en de burgemeester mij hoogstpersoonlijk de award van beste ridderkostuummaakster zou geven. Zo zag het er ongeveer uit in mijn hoofd.

Werkelijkheid: de grote man des huizes ging naar de Fun (ja, ‘k weet het) om een ridderkostuum en belde om te zeggen dat het maaaaaaten te groot zou zijn. Aha! Daar lag mijn kans om alsnog die award binnen te halen! Meebrengen, was het enige wat de man moest doen en dan zou ik wel mouwkes inkorten, en er terloops nog eventjes pofmouwkes van maken. Of zoiets. Die praalwagen kon nog wel een jaartje wachten.

En dit is het resultaat. Met pofmouwkes, op de valreep 🙂

(links): deze morgen, meneer ziet het nog helemaal zitten om draken te doden en zijn prinses A. te redden.

(rechtsboven): veel draken moeten verjagen met zijn kartonnen zwaardje. Na een slaapje kan hij er samen met zijn broer weer tegen.

(rechtsonder): vergis u niet, dit is geen knuffel maar een regelrechte wurggreep. Het geschreeuw van Fries moet u zich maar inbeelden. Liefst zo levendig mogelijk. Denk aan een varken in een slachthuis…

(midden): niets leukers dan als een echte worstelaar op uw moeder te gaan springen, vergezeld van de kreet ‘ow jacksonnnn!!!’… Jackson mag weten waar hij dat weer vandaan heeft.

Enfin, carnaval mag weer voor een jaar de kast in!

piraterij op school

’t Is zo weer ergens nu de periode van carnaval. Ik vond het al vreemd dat die serpentines en confetti nog in de winkelrekken lagen (was oudejaar niet al een tijdje voorbij ?), maar nee, ze liggen al in de winkel. Voor het feest van de katholieken (waarvoor dank), zo’n dag waar ze nog één keer goed hun buiken mogen vullen alvorens ze de vastenperiode beginnen. Opportunistisch als wij zijn, doen wij dus gretig mee aan dat hele carnavalsgedoe, maar slaan we wel fijn die vasten over.

De kleren dan. Ik dacht gemakkelijk te zijn met twee zonen, maar dat is buiten het oestrogeen in hun bloed gerekend. ’t Is niet al gelijk wat die oudste zal aandoen, en ook de jongste zou al een mening durven hebben over ‘papaai aandoen, canaval!’ Benne wil een piraat zijn, een echte. Want zijn lief A. zal een piratin zijn, geen prinses. Kan ook niet, want dat zou betekenen dat hijzelf dan als prins moet gaan. En daar heeft meneer helemaal geen zin in, tot grote spijt van de moeder. Thema van het carnavalfeest op school is ‘terug in de tijd’. Volgende mogelijkheden zijn mijn hoofd komen verblijden: Elvis, een holbewoner, een prins-musketier, een vetkuifkind uit de jaren 80, inclusief nektapijtje en een hippie. De kleren zaten al allemaal in mijn hoofd, ik ging ze zelf stikken en al. Bleef over: de kleine vent overtuigen. En dat was buiten zijn kuddedrang, zijn nood aan conformisme, zijn behaagzieke zelf gerekend. Meneer wil Piet Piraat, en niets anders.

Twee conclusies:

1. Ik maak dat niet, hij kan maar zien dat hij zelf aan zo’n plastieken kostuum geraakt, zo’n exemplaar 54900 uit de tigste speelgoedwinkel.

2. Hij moet niet komen klagen dat het allemaal piraten waren op school en dat hij zijn lief A. niet kon vinden. Als antwoord zal hij een “Ahja, ziewel? Ge moet het maar weten, whoehahaa!” krijgen.