Van huppelen en zot zijn

En toen wandelde ik met kleine Benne van de winkel terug naar huis. Handje vast, auto’s tellen, wolken wegblazen.
En toen wou hij een beetje huppelen.

En dus huppelde ik maar wat mee, terwijl in de tas de tomaten onder de appelen rolden en de ijsjes net niet geplet werden door een bokaal saus.

En toen hoorde ik heel fijntjes: “Zotte triene”. En hij begon te lachen. En ik zei: “Zot spook!”, en hij terug: “Mama is een zotte triene! Zotte triene! Zotte triene!” …

Waar hij die uitdrukking vandaan heeft weet ik niet, maar ik mag zo hopen dat hij ze over vijftien jaar nog altijd wil gebruiken om zijn moeder te beschrijven. En dat ik daar nog altijd content van ga worden, en dat ik dat nog altijd met veel enthousiasme ga vertellen, ja. Want die zoon van mij is best wel een cool ventje, en als coole ventjes “zotte triene” zeggen tegen u, dan is dat een compliment. Nah.

spellenavond BS De Toekomst

Spellekes! Carcassonne! De Kolonisten! Uno! Mens Erger Je Niet! Weerwolven! Trivial!

Spellekes worden er gespeeld op vrijdag 5 februari in Bennes school. Onder begeleiding van een professionele spellenclub zoals dat heet. De competitiedrang mag bovengehaald worden tussen 19u en 22u.

Ik zal er ook zijn, dat spreekt vanzelf. Veilig achter de toog, om pintjes te tappen, wat had u anders gedacht? 🙂

Toekomstregeling

’t Is geregeld hoor, de toekomst van onze kinderen. Die kleuter van één meter wist het mij te vertellen deze morgen. Hij zal brandweerman worden, zijn lief A. zal dokter zijn (tuurlijk, als ze nu al zijn broek afsteekt…) en Fries mag bij de politie. Benne gaat de mensen uit hun brandende huizen redden en met de ‘brandwagen’ rijden, A. moet dan kijken om ze te genezen en Fries gaat de stoute mensen die de brand hebben ‘gemaakt’ opsluiten. Avelgem en omstreken zullen wel degelijk hun voordeel halen uit zo’n samenwerkingsverband 🙂

Wat ruist daar in het struikgewas?

Je doet ’s morgens je oudste zoon zijn broek aan. Hij zegt, serieuzer dan je voor mogelijk houdt, dat ene A, een kleutercollega van het vrouwelijke geslacht, gisteren zijn broek heeft opengedaan. Om eens te kijken.

Mijn reactie? Een beetje ‘verschrokken’, zoals hij het zelf zegt. En dat het nu toch wel veel te koud is om broeken open te doen en dat er in die broek ook nog niets te zien is. En of hij ook A’s broek had opengedaan? En hij zweeg en keek wat in het rond.

Ik ben er nog niet goed van eigenlijk.

Mijn zoon Senne.

Ik heb zonet het halve lot bezegeld van de jongste gabber in dit huis. Vanaf 1 september vliegt hij naar school en dat mag gerust dezelfde school zijn als die van zijn grote broer. Inschrijven dus, het zou zonde zijn om die juffen de capriolen van dat prachtige ventje te ontzeggen de komende jaren. Fries-tie boy komt eraan! Of niet?

Hij heeft alvast zijn naam niet mee, om één of andere reden. Fries vinden ze daar niet goed genoeg, of te speciaal, of gewoon te té. En dus werd een zekere Senne K. ingeschreven. En ik niet eens kijken op de papieren, en mevrouw maar schrijven en invullen. En zeggen dat die naam toch wel heel goed past bij de naam van het oudere broertje Benne (Uhuh? Senne en Benne, wie zou het ooit in zijn hoofd halen?). En ik maar beleefd knikken en glimlachen.

Tot ik moest beginnen ondertekenen. Senne K., geboren 30 januari 2008. Moh! Ook in Waregem, wat een toeval, wat een toeval! Edoch: geen productie van mezelve. En dus werd er wat vreemd gelachen, werd veel geschrapt, werden wat excuses uitgewisseld en van die dingen. Een mens moet al doof en blind tegelijk zijn om Fries met Senne te verwarren, of gewoon ferm verstrooid, ’t was ook al ’t einde van de werkdag (vier uur voor die mensen), en dinsdag, da’s de dag voor woensdag. En woensdag, da’s die halve dag in het onderwijs net voor je begint af te tellen naar het weekend. De gedachten zaten dus elders 🙂 En ik mag dat zeggen zo’n dingen, want ik lach daar niet mee hé. Ik beschrijf gewoon wat ik zie en hoor hier in huis. Oh, en trouwens, ’t is 5 januari, nog vijf en een halve week en ’t is krokusvakantie 😉 Juicht en springt alom!

Paniek!

“Mama, help! Je moet me helpen! Nu direct!”

Nogal een geluk dat ik er rechtvoor zat, of ik zou gedacht hebben dat hij ergens zwaar met zijn halve lijf tussen twee deuren was gesukkeld. Niets van drama: meneer Benne was aan het puzzelen, en hij zag het plotseling niet meer. De schuld van de kromme puzzelstokken wellicht.

Dit is een krom puzzelstuk:

Dit is een plat stuk:

Bennes kerstrapport

Het kerstrapport van Benne, anders omschreven: een leuke babbel met zijn juf, zijn heldin, zijn tweede beste vriendin (na Amélietjeeeuh, natuurlijk). Wat we al vermoedden werd bevestigd: ’t kind kan totaal niet kleuren en tekenen. Niks nul noppes creativiteit op beeldend vlak. Hij doet het wel hoor: stop hem een potlood in zijn hand en hij trekt een paar lijnen, kriebelt er een beetje op los, bij voorkeur in het zwart. Depressieve kleurkleuter hebben wij hier.

Als meneer echter taakjes mag maken in de trant van ‘grootste boom’, ‘meeste appels’, … dan lukt het plots wel om te kleuren. Als hij snippertjes mag plakken gaat hij heel secuur te werk en kan hij wel de juiste kleur bij het juiste stuk fruit gaan plakken. ’t Moet juist zijn dan. Verschillen zoeken tussen twee plaatjes, knippen, plakken, rijmpjes en liedjes leren: allemaal geen probleem. Maar. Steek. Het. Kind. Geen. Potlood. In. Zijn. Handen.

Verder nog wat stoef over die blonde god? Hij is aangenaam, een leuk kindje om in de klas te hebben, is enthousiast, werkt goed mee, haalt soms wat kattenkwaad uit maar nooit heel erg, en ’t is vooral ‘ne lieven’. Ha! Juf Justine is bij deze ook mijn vriendin geworden 🙂

*einde van de mijn-kind-schoon-kind-show*

protjes

Benne: “Mamaaa, Jöörben is mijn beste friend hé”

ik: “Ja jongen, Jorben is een vriendje uit jouw klas, jij speelt graag met Jorben hé!”

B: Aja, maar Jöörben heeft protjes!

i: Oei? Heeft Jorben protjes gelaten in klas? Luide protjes?

B: Neen, hij heeft protjeeeeuuus!

i: Ja, protjes gelaten? Stinkende protjes?

B: Nee, protjes! Op sijn gesicht! Zo hier! *wijst naar zijn wangen en neus*

i: Aaah, sproetjes, mijn liefste zoon. Sproetjes.

B: Mamaaaa, wat sijn spoetjes?

… en zo waren we weer voor een half uur vertrokken.

Benne ging eens zakjes tellen…

Eén, tuwee, drieeee, fier, fijf, ses, sefun, agt, negun, tien!

elffff, twaalfff, tertien, fijftien!!

achtniet, twintig!!!

En dat gebeurde zo heel spontaan, terwijl bij elke tel de mond van moeder hier meer openviel.

Mijn zoon! Twee Drie* jaar en vijf maanden, nog niet eens! Roep! Mensa!

Excuseer, ik ga een beetje verder huppelen, zo hard blinkend van trots dat zelfs de lelijkste puberneus er vaal bij lijkt *glunder glunder*

*en toch blijft het spectaculair!