Mr. Hip.

’t Is hier een beetje stil, de laatste dagen. Omdat het in mijn hoofd nog altijd ergens februari is, en we blijkbaar al een tijdje maart zijn. En dat dat dus waar is, dat tijd soms vliegt, voorbij schiet, wegzoeft. Enfin, om maar te zeggen dat het lange dagen zijn tegenwoordig en dat dat met ‘het werk’ te maken heeft maar dat ik u hier ook niet ga vervelen met verhaaltjes over mijn job. Ik red geen levens, dus zo belangrijk is het allemaal niet. 🙂

Maar: voor eerst sinds lang tel ik dus af naar vakantie: drie dagen vakantie in april. Nog meer zelfs: drie dagen op stap in Porto! Jochei!

Gelukkig nemen deze twee koters veel vermoeidheid weg.

Volgens Benne is de blauwe zonnebril van hem, volgens Fries is het zijn zonnebril. Dat dat ding nog niet kapot getrokken is mag een wonder heten. Maar we moeten hier dus wel degelijk een strak zonnebril-schema hanteren willen we de vrede tussen de broers bewaren.

mietjes

Ze liepen gisteren voor ’t eerst ‘handje in handje’, die twee koters van me. Die kleine, zachte, dikke vingertjes, verstrengeld in elkaar. Grote broer Benne voorop, één trede hoger op de trap dan kleine broer Fries, een trede lager.

Benne leek er nog groter door, Fries leek nog kleiner. De oudste keek naar beneden, suste zijn broer, stelde hem gerust, verzekerde hem dat ze met z’n tweeën die drie trapjes wel meester zouden kunnen. Diezelfde oudste maande de jongste aan om voorzichtig te zijn, om goed de voetjes omhoog te heffen en om grote broer vast te houden. De jongste keek naar boven, met grote ogen, wetende dat hij aan het begin stond van een enorme queeste, een reis van drie trappen hoger. Bang was hij niet, eerder vol vertrouwen, daarom is grote broer Benne nu eenmaal zijn grote broer.

Echt, voor zover je twee jongens, hand in hand, schattig mag vinden: ze waren het ongetwijfeld.

mama vervangen

Benne: “Mamaaaa, ik ga je verrrrr-vangggggg-en!”

Pak, knuffel, indringende blik: “Voila, je bent vervangen nu…”

’t Is dat we van politie speelden en hij de slechterik moest vangen of ik had echt nog gedacht dat er al een tweede moeder voor hen klaar stond 🙂

Friesjes versie: “Aah, mama, fangen! Fiesje ook pakken? Nu pakken! Kom! Allez!” En ’t kleine huppeldepupje liep een paar rondjes rond de tafel terwijl de vervangen moeder probeerde om een politieman van zich af te schudden en op haar beurt een klein Friesje te ‘vervangen’. Niveau hier, tot en met.

Benne supernanny

Wij krijgen hier hulp bij het opvoeden van onze jongste, van de enige echte mannelijke supernanny Benne. Voorbeeld?

“Fries, je moet nu gaan zitten. Allez, ik tel tot drie! Eén, twee, drie, hop, zitten!” (en dat moet u er de gestes maar bijdenken, zo ostentatief zijn één, twee, drie vingers in de lucht steken).

“Fries, nee, dat mag niet. Allez hop, ga maar in de hoek staan. Stoute Fries” (en dan duwt hij lichtjes op Fries zijn poep om hem richting hoek te duwen).

“Fries, néééén, dat moet je zo niet doen. *zucht* Friesje toch, wacht, Benne zal het eens doen hé” (en dan haalt hij zijn schouders op en vraagt zich af of hij nu echt de enige is die die kleine gaat opvoeden).

“Ma Fries toch, da mag niet hé, met je lepel gooien. Ben je boos?” (en dan kijkt hij zo dicht en zo diep in Fries zijn ogen, alsof het antwoord daar te vinden is en moet hij zich vervolgens heel erg haasten om die mep van Fries te ontwijken).

Wij zijn content, zo met onze nannywijsneus-van-drie-jaar, en foto’s trekken kan hij ook al:

Kiek kiek! Ne ridder!

“Béénneuh de riiidder”

Platter kan hij het niet zeggen, maar hij is er wel ferm trots op dat hij als ridder naar school mocht deze morgen. En ik nog meer! Eerst op mezelf dat ik er toch maar weer in geslaagd ben om op een pedagogisch verantwoorde en traumavrije manier ervoor te zorgen dat hij niet meer als Piet P. naar school wou gaan, maar als een echte ridder.

Omdat al mijn energie deze week naar een zieke Fries moest gaan een daarbovenop nog een kilo of twee energie moest gestopt worden in het overtuigen van Benne, was ik dus zwaar te laat met het ineenknutselen (naaien, stikken, vloeken) van dat enige echte ridderkostuum dat de school op haar grondvesten zou doen daveren alsook al wie me kent meteen zou aanzetten om een diepe buiging te maken voor mijn naaikunsten. Waarna ik dan op een auto, versierd met allemaal bèta-ridderkostuums zou rondgereden worden, en de burgemeester mij hoogstpersoonlijk de award van beste ridderkostuummaakster zou geven. Zo zag het er ongeveer uit in mijn hoofd.

Werkelijkheid: de grote man des huizes ging naar de Fun (ja, ‘k weet het) om een ridderkostuum en belde om te zeggen dat het maaaaaaten te groot zou zijn. Aha! Daar lag mijn kans om alsnog die award binnen te halen! Meebrengen, was het enige wat de man moest doen en dan zou ik wel mouwkes inkorten, en er terloops nog eventjes pofmouwkes van maken. Of zoiets. Die praalwagen kon nog wel een jaartje wachten.

En dit is het resultaat. Met pofmouwkes, op de valreep 🙂

(links): deze morgen, meneer ziet het nog helemaal zitten om draken te doden en zijn prinses A. te redden.

(rechtsboven): veel draken moeten verjagen met zijn kartonnen zwaardje. Na een slaapje kan hij er samen met zijn broer weer tegen.

(rechtsonder): vergis u niet, dit is geen knuffel maar een regelrechte wurggreep. Het geschreeuw van Fries moet u zich maar inbeelden. Liefst zo levendig mogelijk. Denk aan een varken in een slachthuis…

(midden): niets leukers dan als een echte worstelaar op uw moeder te gaan springen, vergezeld van de kreet ‘ow jacksonnnn!!!’… Jackson mag weten waar hij dat weer vandaan heeft.

Enfin, carnaval mag weer voor een jaar de kast in!

Crisis (gelukkig maar half)

Fries. Is. Allergisch. Aan. Bepaalde*. Antibiotica!!!

Voila, iedereen weet het nu, onthou het en geef het kind niet zomaar meer siroopjes tegen keelontstekingen of andere vlammende aandoeningen. Anders maken we hier weer een halve crisis mee. Zoals deze afgelopen dagen:

– weekend: Fries zit met hoge koorts maar houdt zich enorm sterk.

– maandag: bezoek aan de kinderarts, zware keelontsteking, ’t ventje krijgt Clamoxyl voorgeschreven. Wat misschien ook niet strikt nodig was, aangezien de meeste keelontstekingen veroorzaakt worden door virussen en we weten het intussen al wel: antibiotica werken niet bij virale infecties. Maar bon, de witte jas zal wel weten wat ze doet zeker?

– dinsdag: Friesje is al wat beter, stilte voor de storm…

– woensdag: Fries staat op met overal (grote) vlekken, puistjes en een allermottigst gezicht. Plots is hij weer het kleine beebietje, hangt, zeurt, … Hij kan die dag terecht bij oma C., alwaar hij nog een dagje verder kan uitzieken. Moeder belt intussen naar de onthaalmoeder en doet het hele vlekjesverhaal. Die waarschuwt ons gelukkig voor een allergie voor antibiotica (want mijn dochter … ziekenhuis … spoed … op tijd erbij …). De stress slaat toe. Moeder belt naar oma C., beveelt (jawel! aan mijn eigen moeder, zeg) om geen siroop meer te geven en de huisarts aldaar te bellen (waar ik trouwens nog altijd tien keer meer vertrouwen in heb dan in alle dokters van Sellewie en omstreken).

– woensdagmiddag: oma C. staat op het punt om met Fries naar de spoed te gaan als de huisarts langskomt. Die weet te melden dat kleine Fries allergisch reageert op zijn siroop en dat hij dringend wat vocht en suiker moet bijnemen. Gevolg: een heel arsenaal aan nieuwe doosjes medicijnen, druivensuiker, zakjes voor sapjes, puffertjes (oh, mijn eigen heimwee naar het Ventolin-puffertje!), siroopje tegen de jeuk. Alles naast elkaar: een halve meter producten dus.

Enfin: crisis bezworen, Friesje al heel wat beter. Maar hij heeft nog wat medelijden te goed, dat krijgt hij dit weekend, exclusief voor hem en zijn allergietjes (nu al op vier: huisdieren, huisstofmijt, hooikoorts en iets* van antibiotica).

Tijd dat het weekend is, denk ik zo.

*bij de huisarts in Sellewie kreeg hij telkens Amoxicilline voorgeschreven, en vertoonde geen reacties. Nu bij de kinderarts was dit Clamoxyl en meneertje reageert daar dus wel serieus sterk op. Ofwel is die allergie er plots gekomen, ofwel heeft hij het niet zo voor merken?

piraterij op school

’t Is zo weer ergens nu de periode van carnaval. Ik vond het al vreemd dat die serpentines en confetti nog in de winkelrekken lagen (was oudejaar niet al een tijdje voorbij ?), maar nee, ze liggen al in de winkel. Voor het feest van de katholieken (waarvoor dank), zo’n dag waar ze nog één keer goed hun buiken mogen vullen alvorens ze de vastenperiode beginnen. Opportunistisch als wij zijn, doen wij dus gretig mee aan dat hele carnavalsgedoe, maar slaan we wel fijn die vasten over.

De kleren dan. Ik dacht gemakkelijk te zijn met twee zonen, maar dat is buiten het oestrogeen in hun bloed gerekend. ’t Is niet al gelijk wat die oudste zal aandoen, en ook de jongste zou al een mening durven hebben over ‘papaai aandoen, canaval!’ Benne wil een piraat zijn, een echte. Want zijn lief A. zal een piratin zijn, geen prinses. Kan ook niet, want dat zou betekenen dat hijzelf dan als prins moet gaan. En daar heeft meneer helemaal geen zin in, tot grote spijt van de moeder. Thema van het carnavalfeest op school is ‘terug in de tijd’. Volgende mogelijkheden zijn mijn hoofd komen verblijden: Elvis, een holbewoner, een prins-musketier, een vetkuifkind uit de jaren 80, inclusief nektapijtje en een hippie. De kleren zaten al allemaal in mijn hoofd, ik ging ze zelf stikken en al. Bleef over: de kleine vent overtuigen. En dat was buiten zijn kuddedrang, zijn nood aan conformisme, zijn behaagzieke zelf gerekend. Meneer wil Piet Piraat, en niets anders.

Twee conclusies:

1. Ik maak dat niet, hij kan maar zien dat hij zelf aan zo’n plastieken kostuum geraakt, zo’n exemplaar 54900 uit de tigste speelgoedwinkel.

2. Hij moet niet komen klagen dat het allemaal piraten waren op school en dat hij zijn lief A. niet kon vinden. Als antwoord zal hij een “Ahja, ziewel? Ge moet het maar weten, whoehahaa!” krijgen.

Flirt met de 40

Er is er hier eentje al drie dagen aan het flirten met 40 graden koorts. ’t Gaat om het jongste ventje, dat ventje dat al sinds september niet meer naar de dokter was moeten gaan, wegens al de hele tijd kerngezond. Een hele winter niet naar de dokter met een tweejarige is een illusie dus is het morgen van dat.

Drie dagen wachten hoor ik u denken? Onverantwoord ouderschap ten top? Jawel dus. Ten eerste: Friesje is kindje twee dus zijn we nog minder paniekerig aangelegd dan we al waren toen Benne ziek was, en dat was toen al minimaal. Ten tweede: als Fries koorts heeft, heeft hij meteen zware koorts. Het is ofwel zijn normale lichaamstemperatuur, ofwel boven 39 graden. Ertussen kent hij niet. En tijdens dat constante twijfelen (halen we de 40 of niet?), zit meneer hier nog gezellig te spelen, rijdt hij met zijn fietsje, kan hij nog met smaak zijn fish-sticks verorberen en heeft hij zelfs nog de energie om met zijn broer ruzie te maken 🙂

Oh, en wedden, als ik dan morgen bij de kinderarts ben er uiteindelijk niets meer van die koorts zal overblijven? Zo is hij dan ook wel weer 🙂

Verjaardagsfuif

Zo ergens afgelopen nacht, tussen half één en drie uur is Friesjes verjaardagsfuif begonnen. ’t Was weer van niet meer willen slapen, liever naar beneden, beneden nog een beetje nijdig doen omdat ik de tv niet wou aanleggen en hij geen Musti, Hopla of Piepiejaat kon kijken. Nog nijdiger doen omdat hij geen ‘noepje’ kreeg en extreem nijdig dingen gooien: eerst zijn fles melk weg, daarna zichzelf op de grond. Om uiteindelijk gesust te worden met een appelsapje en een tut met onverantwoord veel choco erop.

Ik moet rond drie uur eerder in slaap gevallen zijn dan hem, want hij lag me nog altijd aan te staren met die grote ogen waarmee ik hem twee jaar geleden lag aan te staren en maar niet begreep hoe ik weer tot zo’n staaltje van vakkundige perfectie in staat was geweest. Net daarvoor had ik ook een hele nacht niet geslapen (leve ingeleide bevallingen), toen liep (lag) ik een beetje nijdig te worden op die gynaecoloog die ik met de allernieuwste voodoopraktijken ooit nog wel eens hetzelfde zou laten meemaken, en werd de lacherige vroedvrouw net niet bij de keel gegrepen omdat ze nog liever in de gang stond te kwekken dan een jumbo-baby van 4,440 kg te helpen geboren worden (“moh, dat kan niet hoor, dat je nu al moet bevallen”) … Enfin, u kent het wel, van die bevallingsverhalen.

’t Feit is: ik loop er een beetje wrakkerig bij vandaag, dankzij die zoon van me, dankzij zijn nachtelijke verjaardagsfuif. Maar we gaan daar niet moeilijk over doen, ik kijk gewoon met grote ogen naar hem, zie hoe hij met zijn grote Winnie-beer worstelt, hoe hij zo trots is dat hij mij dingen kan tonen (Kijk! Mama, buiten, ‘neeuw, feel neeuw, mooi! Kijk, Thomas de tlein, kan jijden, knopje duwen! Ikke doen!) en hoe ik hem elke dag mooier en leuker mag vinden. Hoe hij elke dag meer Fries is.

’n Fijne verjaardag, kleine Fries-bee.

En ja, hij zevert nog altijd als de beste 🙂