255 minuten

Of vier uur en een kwart.

Zo lang heeft mijn jongste zoon mij en mijn oudste zoon opgesloten in de badkamer.

Op een zaterdagmorgen dat er zwaar moest gewerkt worden in de nieuwe tuin. Op een moment (kwart voor acht ’s morgens) dat een deel van het Ganzenhoftuin-dreamteam (waaronder de vader van het kind) al goed aan het werk was met het omzagen van boompjes. Op een moment dat ik wel wat anders te doen had dan wat quality-time door te brengen in de badkamer. Op een moment dat de oudste zoon ook wel wat anders had gepland dan samen opgesloten te zitten met zijn moeder.

Het begon met “Fries, niet met de deuren spelen, laat die deur los!”, en het eindigde met een mompelend “Gij moet nu efkes heel erg zwijgen of mama doet u iets aan.”

Tussenin viel er het volgende te beleven:

  • Fries doet twee pogingen om de sleutel in het slot te steken, dit mislukt.
  • Fries is weg. Naar de woonkamer, naar de keuken, boterhammetjes smeren, heeft de tijd van zijn leven. Hij kan al het eten uit de kasten halen en niemand die er iets van zegt.
  • Fries komt terug, begint te wenen. Ik schat een half uur. Moeilijk in te schatten trouwens, op zo’n stille zaterdag. Als je dan eens een klok wil horen luiden is ze haar paaseieren gaan halen.
  • Benne slaat in paniek. Nee, Paniek. Grote Paniek. “Mama, wij gaan hier nooit meer uitraken, het zal al donker zijn, mimimimimiiiiiii, wheeeeiiii!” Enzoverder.
  • Moeder begint te prutsen met wat aanwezig is in de badkamer, zijnde: een paar haarspeldjes, een nagelknipper, een nagelschaar, een pincet. En probeert zo op z’n MacGyvers het slot te forceren.
  • Moeder overweegt het instampen van de deur. Beslist om het toch niet te doen, wegens huis pas verkocht en geen zin om nog een nieuwe deur te installeren.
  • Fries komt terug. Moeder springt recht en begint Fries op te hemelen. De sterke, stoere, slimme Fries kan zeker die sleutel erin stoppen! En dan draaien, terwijl mama meedraait met haar pincet om de richting aan te geven. De klik die moet gemaakt worden komt er niet.
  • Fries verdwijnt. We horen hem spelen, de tv-aanleggen, een dvd voor zichzelf opleggen (badkamer is naast de woonkamer), en waarschijnlijk vleit hij zich rustig in de zetel met wat koeken. Roepen, smeken, … dat het kind zou komen, halen niets uit. Zijn gevangen laten hem steenkoud.
  • Fries komt terug, probeert telkens twee minuten en geeft het dan weer op. Tijd om te eten waarschijnlijk.
  • Fries is boos op zijn moeder. “Mama, jij moet die deur wel opendoen hé!”. Moeder slaat haar hoofd tegen de muur.
  • Moeder doet een laatste poging om het raam van de badkamer open te breken. Forceert het veiligheidsmechanisme en waagt haar leven en vooralsnog lenige lijf door uit het raam te klimmen met een spreidstand om u tegen te zeggen.
  • Benne begint te neuten dat hij alleen in de badkamer zit.
  • Moeder stormt het huis binnen (gelukkig is de achterdeur open), bekijkt de lege papiertjes, de kruimels op de grond en in de zetel, het speelgoed dat overal verspreid ligt en stuift naar de badkamer. Diezelfde moeder schrikt zich onderweg een hoedje als blijkt dat het net geen twaalf uur is.
  • Moeder is de held van Benne. Dat ik hem gered heb. Dat ik de sterkste mama ben. Het is duidelijk dat ik zwaar heb gescoord bij mijn oudste.
  • Moeder overweegt om haar jongste terstond voor adoptie af te staan of op zijn minst achter één van de nieuwe muren in het nieuwe huis te plakken. De actie werd beperkt tot af en toe een venijnige blik achter de rug van de jongste.

Fries heeft de tijd van zijn leven gehad, zoveel is duidelijk. Moeder en Benne houden er in het beste geval een permanente angst voor gesloten deuren aan over. Baalkind van de dag? Mijn jongste. U mag altijd beter proberen.

Van die keer dat er snot was

Veel snot. Hooikoorts dus, en dat wordt erger met de jaren.

Moeder heeft het zitten en de jongste heeft het zitten. Dus, lieverds en mindere lieverds allemaal: ik ben niet ongeïnteresseerd, ik ben niet boos, ik ben niet arrogant: ’t is hooikoorts-time!

Wat betekent: ik zie u door de spleetjes van mijn ogen, ik hoor uw stem op zachte en gedempte wijze en ik praat zelf alsof ik al jaren onder een rood licht in een doorrookt café zit. Als ik plots begin te snuffelen dan is dat niet omdat ik mijn dierlijke instincten niet meer kan bedwingen, maar omdat ik mijn zakdoek niet vlug genoeg kan vinden. U mag gerust zeggen dat ik er mottig uitzie, ik zie dat als een bevestiging van mijn lijden. U mag ook zeggen dat ik er goed uitzie, maar vanaf dan weet ik dat u wel eens zou durven liegen.

Kortom: Fries en ik vechten hier om de zakdoeken. ’t Is erger dan vorig jaar en wellicht minder erg dan volgend jaar, tenzij u hier nu meteen een remedie kan voorstellen. Homeopathische oplossingen mogen achterwege blijven, wegens al veel geprobeerd en niets geholpen. Keiharde medicijnen willen wij! Shoot!

over mijn goede vriend James

James is en blijft een goede vriend. Omdat James mij zo af en toe een cadeautje durft te geven. Een huishoudelijk cadeautje dan nog. Ik weet nog goed welk trauma ik overhield toen ik op mijn 16de mijn eerste stukje ‘uitzet’ kreeg: een peper- en zoutvat. Was dat het nu? Zou ik dat nu elke verjaardag, elk nieuwjaar, elke kerstmis, elke speciale gelegenheid krijgen? “Dingen waarvan ge later nog dankbaar gaat zijn dat ge ze hebt gekregen!”, spraken wijze mensen toen. Had iemand me toen een stofzuiger gegeven, ik gaf hem in verpakte doos terug.

Maar nu, veel ouder en beetje wijzer intussen, was ik oprecht content, wat zeg ik, euforisch toen de uitvinding van de eeuw voor mijn deur stond. Een snoerloze stofzuiger van James. Ofte: een Dyson.

Voordelen op een rijtje?

  • snoerloos dus. Geen snoer, niet halverwege de woonkamer moeten stoppen, stang neergooien, zuchtend van het ene naar het andere stopcontact lopen. Snoerloos is zo in, beste mensen.
  • ideaal om uw zonen te leren stofzuigen: licht, compact, makkelijk te bedienen. Mijn schoondochters zullen me dankbaar zijn.
  • ideaal voor de kleine vuiltjes, al zou ik evengoed stoffer en blik kunnen uithalen om wat kruimels rond de tafel op te vegen. Ik hou mezelf voor dat die dingen opzuigen toch ietwat hygiënischer is.
  • ideaal voor boven: geen gezeul meer met de vaste stofzuiger. Die blijft beneden.
  • perfect voor trappen en om de auto mee te stofzuigen. En ook plafonds en muren. Gezwind zwier ik mijn mini-Dyson de lucht in. Nu nog de juiste muziek vinden en ik kan me helemaal wagen aan enkele Dyson moves.

Wederom: bedankt James. Namens alle vrouwen die huishoudelijke klussen best wat aangenamer willen zien. Of zoals Lien zegt: waarom is daar nooit iemand eerder op gekomen?

Noteer!

Gelieve te noteren.

28 maart 2011: de dag dat de nmbs in mijn achting steeg. Een punt bijkreeg, in de bovenste lade mocht gaan zitten van een kast die meer naar onder kan omgebouwd worden dan naar boven.

Hoezo?

Je toont je railpass aan de kaartjesknipper en die begint vreemd te kijken. Eerst naar de railpass, dan naar jou, dan terug naar het papiertje, dan terug naar een meisje dat intussen schaapachtig zit te lachen en zich afvraagt of ze zich nu weer van dag heeft vergist.

En nu komt het!

Meneer (ja, hij is gestegen in mijn achting) de kaartjesknipper zegt: “Maar jij hebt toch helemaal geen railpass nodig, juffrouw? Da’s voor mensen ouder dan 26!”

Kom hier, meneer van de nmbs, dat ik u knuffel!

Ganzenhof in ganzenpas

Bon, we gaan er dus toch een verbouwblog van maken en zien wel hoe ver we raken. Met verbouwen en met bloggen.

Dat we dus een huis hebben gekocht. Ons droomhuis eigenlijk. In een straat waarvan de huizen heel snel verkocht worden, en het onze ook en wij dus net iets meer goesting hadden in verbouwen dan de rest van de bezoekers. En dat gerechtelijk openbare verkopen eigenlijk veel miserie zijn, maar dat wij dus ons brood konden verdienen met een ander zijn miserie. Sorry en hoera dus!

Aangezien wij heel dat verbouwspel dus beter zien zitten dan de rest van de wereld staken we maar meteen de handen uit de mouwen. Noem het jeugdige overmoed van twee dertigers die een nieuwe liefde hebben ontdekt.

Zaterdag 12 maart 2011, conversatie tussen mannelijke en vrouwelijke huiseigenaar:

hij: We zouden die schouw eventueel ook al kunnen afbreken?

zij: (veegt eerst wat papier van haar gezicht) Mja, maar hebben we daar geen hamer voor nodig?

hij: Misschien, we kunnen eens proberen…

zij: (geeft een gigantische schop tegen de schouw en verbijt de pijn aan haar tenen) Moh kijk, dat zit hier los!

hij en zij: beginnen te wroeten, te wriemelen, en krijgen alle stenen handje per handje los. Eerst de zijkanten, daarna van boven naar beneden.

zij ’s avonds: Hmm, zit daar nu een gat in ons dak?

hij: Ja.

zij: (paniek) En die regen, die wind, al die vuile dingen uit de lucht, die kunnen nu zomaar in mijn pas gekuiste living?

hij: Ja.

zij: Morgen toch maar even de dakwerker bellen en vragen dat hij een steen op de schoorsteen legt.

hij: Ja.

Wij zijn een goed verbouwkoppel, wij.

 

Pause – play?

Idealiter (wat een woord) heb ik een dictafoon in mijn auto. Omdat, in die auto, op weg naar ’t werk of van ’t werk de beste stukjes in mijn hoofd gevormd worden. Heelder zinnen worden geformuleerd, connotaties om duimen en vingers van af te likken en hersenspinsels die hun meerdere niet kennen, of toch niet in mijn hoofd.

Maar eens op het werk of thuis kan ik maar moeilijk mijn zen-moment verder zetten en mijn stukjes wereldkundig maken. Dus blijft het bij gedachten, en veel to do’s.

En er valt heel wat te vertellen:

– ik zou hier een verbouwblogje van kunnen maken, en mezelf specialiste wanen in renoveren. Al te trots ben ik op de aankoop van het droomhuis. Nog nooit was ik zo zeker van de zonneschijn die na regen komt, ook al kijken we hier tegen een gigantisch renovatieproject aan.

– ik zou kunnen schrijven over mijn zonen, waarvan hun kindertijd me te vlug ontglipt. De herinneringen worden talrijker en tegelijk ook vager, verder, diffuser. Ik weet niet meer precies wanneer Fries op het potje ging, ik kan niet meer exact zeggen wanneer Benne kon kruipen. Ik heb hopen foto’s en albums, dozen vol herinneringen en knutselwerken, maar een indexering, zo geheel volgens mijn eigen neurotische stijl, komt er niet van. En zo vliegen de herinneringen het hoofd uit, klaar om verzwolgen te worden in de acties van alledag.

Het komt erop neer dat op dit eigenste moment alle hobby’s op non-actief staan. De naailes, het occasioneel sporten, het schrijven. Dat boek is voor het volgende decennium.

Wat we wel nog overhouden zijn de eigenste zonen, de pleegzonen M. en I., die hier afwisselend zaterdag of zondag verblijven, mijn persoonlijke missie om de straat waar we nu wonen vrachtwagenluw te maken (hoor me bezig, miss idealen), het tienjarenproject “Maak uw nieuwe buurt blij met de komst van bulldozers en vrachtwagens”, en een allerfijnste job waarvan de eindmeet ook stilaan in zicht komt.

Tot die tijd zal alles hier beperkt zijn. Het zal niet zijn, of het zal fragmentarisch zijn. En laten we dan vooral uitkijken naar de dag dat ik doelloos door mijn hoogrendementsglazenraam zal staren, met achter mij een reutelende warmtepomp in een bijbouw, eigenhandig in elkaar gemetst. Benne komt binnen door de ooit gloednieuwe voordeur, verwarmt zijn voeten aan de veel te dure tegels en opent de koelkast die 20 jaar geleden heel hip was maar nu hopeloos achterop hinkt wat betreft energieniveau. Intussen probeert Fries langs achter binnen te komen, maar het huis is zodanig goed geïsoleerd dat hij niet eens de oprit door kan. De vader van mijn kinderen is vanmorgen vertrokken om het gras in de tuin af te rijden en komt pas vanavond terug. Zelf moet ik dringend mijn sla en tomaten in de serres inspecteren zodat ik niet weer voor het tiende jaar op rij alles moet weggooien wegens niet voldoende naar gekeken.

Om maar te zeggen: wij kunnen er voorlopig nog mee lachen 🙂

Ménage à trois

’t Is gebeurd, hij heeft het gezegd. Niet gevraagd. Gewoon droog meegedeeld.

“Mama, als ik later grote broer ben, dan ga ik met jou trouwen.”

Moet dat niet met wederzijdse instemming gebeuren, zo’n trouwpartij? Nee, als je Benne heet en jij beslist om te trouwen, dan mag die ander al lang blij zijn dat je haar hebt uitgekozen. Wat zou hij het vragen, hij wist het antwoord toch al.

Ik zei hem dat we nu meteen eigenlijk al konden trouwen, want dat hij al grote broer is. Maar dat was buiten zijn eigen redenering gerekend. Grote broer? Van zo’n klein ventje als Fries? Nee, dat was het bijna niet waard om grote broer van te zijn, zijn gezicht sprak boekdelen. Een grote broer, dixit Benne, is wel écht groot, héél groot. “Een meneer, dan?”, probeerde ik. Opnieuw liet hij duidelijk merken dat ik het hele plaatje niet snapte. “Je kan pas trouwen als je grote broer bent, behalve* als je ook een papa bent”, zei hij, terwijl hij vermanend zijn wijsvinger-met-tot-bloedens-toe-afgebeten-nagel in de lucht zwierde.

Enfin, ik besloot hem eens van zijn roze wolk te gooien en meldde even droog dat mama al bezet was. Dat er een papa in ’t spel is. Schouders omhoog, oogbollen naar boven en naar onder, handen in de zij: “Mama, dan trouwen we toch gewoon met drie?” Praktisch is hij wel, mijn blondje.

 

*Ik vermoed dat hij gewoon iets zocht om het woord ‘behalve’ te gebruiken. Zijn nieuwste hobby is dat, overal ‘behalve’ gaan tussen zetten. “Wij zijn allemaal jongens, behalve …”, “We moeten vroeg in ons bed, behalve …”, “Iedereen behalve ik zit mooi neer” … Next level: allesbehalve en desalniettemin.

Deals sluiten

Opvoeden is deals sluiten, wederkerigheid. Korte termijnbeloningen en dingen beloven om ze zoet te houden. Enfin, zo voelt het toch na een zware week 🙂

Zoals:

– zeggen dat je zonen in het weekend mogen samen slapen, in de hoop dat ze in de week toch eens voor negen uur hun ogen dicht doen. ’t Zijn weer lange avonden hier, als je pas na negen uur aan je ménage en ander werk kan beginnen. Maar ’t is een deal die voorlopig werkt.

– zeggen dat ze morgen zeker mogen fietsen, buiten, in de hoop dat ze die avond niet gaan neuten omdat je niet zal thuis zijn voor het slaapverhaaltje. De dag erop juichen dat het regent, om dan na schooltijd toch nog in volle zon de fiets uit te halen. Om dan te zien dat die oudste echt maar geen afstand wil doen van zijn steunwieltjes. De deal was hier om zonder wieltjes te proberen, en het proberen heeft toch welgeteld twee seconden geduurd.

– zeggen dat ze ’s avonds macaroni mogen eten, in de hoop dat ze ’s morgens niet beginnen huilen als je ze uitzwaait. De macaronideal werkt al-tijd!

– zeggen dat je morgen naar de winkel zal gaan om carnavalskleren, omdat je al slim genoeg bent dat je die wel degelijk gaat kopen, en niet gaat maken. Hoe zou het ook, met een naaimachine die al twee maanden niet meer uit de kast is gekomen? Meer dan wat vloeken, binnensmonds mompelen en reikhalzend uitkijkend naar een zomer met hopelijk zeeën van tijd kan ik momenteel niet doen. Deal is zwaar mislukt, ze willen allebei een spinnenmankostuum. Zelfs mega-Toby is aanlokkelijker…

– zeggen dat ze de liefste zijn, de knapste zijn, de leukste zijn, in de hoop dat ze dan “Jij!” antwoorden als je vraagt wie hun grootste vriend is. Wat dus niet het geval is. Ik ben niet stoer genoeg wisten ze me te zeggen. U weet wel, die twee zonen die om de haverklap rond mijn benen hangen als er een stofje te hard op hun huidje is gevallen, ja, die twee stoere.

Meester Benne

Fries: “Ik heb naar Pipi Langkous gekijkt!”

Wij (eens verantwoord bezig): “Ah, heb jij naar Pipi Langkous gekeken?”

Benne (iets minder goed bezig en met zwaar rollende ogen): “Ja Fries! Zeg! Ge-keeeee-ken! Naar Pipi Langkous gekéééééken!”

Benne (trots omdat hij ook eens iets wist): “’t Is gekeken hé mama, niet gekookt!”

Wij (beseffende dat het spel nu toch al om zeep is): “Of is het gekeukt?”

Betweter Benne en Frolijke Fries: “Miiiihiiiihiiii, haaahahaa!” En zo proestten ze nog een beetje verder, Fries terwijl hij zijn ogen weer alle kanten uit liet rollen, Benne terwijl hij compleet verwijfd zijn bles haar uit zijn ogen haalde. Zei iemand hier iets over dochters?