Zwarte Piet vs. Bumba

Benne leert een liedje op school, en als je dat dan thuis herhaalt zingt hij gretig mee. Danspasjes en billengeschud inclusief.

Fries leert een liedje bij de onthaalmoeder, en als je dat dan thuis herhaalt begint hij half hysterisch van ‘neej’, ‘neeh’, ‘neuuuh’, ‘nieee’ of ‘nèèèè’ te roepen. Terwijl meneer bij de onthaalmoeder zelf altijd als eerste in de rij staat om te dansen en om te zingen. Als het er dan eens van komt dat de muzikaliteit zelve eens een aria’tje wil zingen voor ons, gaat dat zo:

Moeder en vader samen: “Allez Friesje, zing  maar mee. Zwarte Piet, wiedewiedewiet, ‘k hoor je wel, maar ik zie je …?”

En dan gaat het bij Fries zo: *brede grijns* “wietwietwiet” *brede grijns* “Bumbaaaaah!”

Als ik braaf ben

Mochten meneer Sinterman en Pieterman tinternet kunnen ontvangen in Spanje, dan geef ik hier alvast mijn lijstje. Ja, zomaar, want ik vind dat ik echt wel ontzettend braaf ben geweest het afgelopen jaar.

– een naaimachine (ik laat de Sint kiezen of het een overlock of een gewone moet zijn, zelf raak ik er niet aan uit)

– een stoomstrijkijzer (met zo’n bak, naar ’t schijnt duurt je strijk dan de helft minder lang of zoiets)

– veel boeken (In Europa van Geert Mak staat bovenaan, de verzamelde werken van Jane Austen volgen op twee. De nieuwste Suske en Wiske mag ook altijd)

– veel cd’s (eens niet met K3 erop, mag het even?)

– geen DVD’s: ik kijk gewoon niet zo graag naar tv en ik zit hier nog altijd met een stapel dvd’s die ik moet bekijken

– een moordlijf, met levenslange garantie

– kooktalent en geduld om te koken

– een sécrétaire (liefst al helemaal afgeschuurd en opnieuw met gekleurde olie ingesmeerd (wit)

– tijd om mijn nieuwste plan tot uitvoering te brengen! Wie het wil weten: nodig me eens uit op café (en regel meteen ook een babysit)

– de wereldvrede, honger uit de wereld en speelgoed en lieve woordjes voor alle kinderkens op aard (of is dat meer iets voor de 25ste december?). Nog wel het liefst van al. Nu zo ongeveer.

En u? Wat staat er zoal op uw verlanglijstje?

Friese woordjes

Enkele woordjes: vrachtwagen = camicom, pompoen = pompom, broer Benne = boer Penneuh, melk = melkeuh, fiets = fietsj, cornflakes = flokjes, soep =  soepeuh, aadbei = tanden poetsen (alhoewel de tandpaste zonder aardbeiensmaak is), bumba huval = zijn bumba-beer is gevallen, epe huval = de lepel is dus gevallen, en verder hele zinnen Chinees, Japans en Russisch waar we voorlopig nog weinig mee kunnen…

Enkele uitingen van woede: met het voorhoofd tegen deuren, muren, vensters, vloeren en hoeken van salontafels slaan opdat het maximaal zou kunnen opzwellen tot hij ooit eens de opperbuil op zijn hoofd heeft. Ook nog: blokjes en eten op de grond gooien, liefst nog over je hoofd (of anders wel tegen je hoofd). En tot slot: onvoorstelbaar luid beginnen te huilen als hij zijn zin niet krijgt bij zijn broer. Met als gevolg dat moeder dan als een halve gekkin naar ’t ventje toe loopt met de vrees hem te zien liggen in een halve plas bloed of beenloos onder een kast. Niets van dat: meneer zit of staat, trekt zijn mond wijd open en laat alle denkbare decibels uit dat lijfje komen.  Omdat hij iets wou lenen (lees: pakken) van zijn broer en die voor één keer op zijn strepen stond. *zucht*

Enkele uitingen van blijdschap: “éla ola badjas!”, hem persoonlijk aangeleerd door zijn papa, “eeeteeeuuuuh”, als hij weer eens iets ziet om te eten, “wooow”, als hij onder de indruk is van iets (zoals zijn eigen spiegelbeeld). Aan zelfvertrouwen ontbreekt het hem aan geen kanten.

likkende kikker

Moeder: “Benne, hoe is het met je liefje? Alles goed ermee?”

Hij: “Ja, ma zis nie flink geweest vandaag. Z’heeft mij geslaan. Op mijn wang.”

Moeder trekt een wenkbrauw op en bedenkt hoeveel temperament er wel in een driejarig kleutervrouwtje kan schuilen.

Hij: “Ma nu zijn we weer friendjes hé.”

Moeder: “Aha, da’s goed, en heb je ze dan een zoentje gegeven?”

Hij: “Nee, ik geef likjes aan Amélie.”

*?????????*

Nog één?

Benne springt op en neer, voor- en achterwaarts in de zetel.

Moeder: “Benne, je mag niet in de zetel springen en dat weet je.”

Hij: “Ma ik ben een kikkeeeeuuuuuurrrr!”

Excuses, mijn zoon, je moeder had het blijkbaar niet begrepen. Kikkers mogen natuurlijk wel in de zetel springen. Ook als ze blond zijn en Benne heten.

Een laatste om het af te leren: de verleidingstechnieken van Fries:

Een meisje, dat samen met Fries bij onthaalmoeder Christa zit, doet haar jasje aan om naar huis te gaan. Fries kijkt ernaar, indringende blik en kan zijn enthousiasme nauwelijks nog onder stoelen of banken stoppen: “Moooooooiiii!!!” roept hij. Zeg dat tegen een vrouw en ze is verkocht. En ’t feit dat Friesjes liefje ook met de naam Amélie door het leven stapt maakt het voor ons alleen maar gemakkelijker.

Billengeschud

Als de oudste zoon het waagt om eens wakker te blijven als hij van school komt kan je hem zo nu en dan eens iets vragen. Als die ondervraging rustig en niet te overdonderend gebeurt krijg je dan ook nog wel eens een antwoord. En als hij helemaal in de mood is zou hij zelfs na 7 laaaaastige uren op school wel eens een heel verhaaltje durven te vertellen. Dat hij heeft mogen turnen met meester T., dat hij heeft geschilderend, dat hij warme soep heeft gedrinkt deze middag, dat juf Sjustien hem een stempel heeft gegeeft, dat er weer een goed potje gebeten is in de klas, dat er veel fjiendjes gewenend hebben, ma ikke niet hé, ik ben flink!

Die blonde god: hij smeert zijn eigen boterhammen als wij het niet vlug genoeg doen, hij doet zijn kleren meer af dan aan, doet zijn jas en boekentas aan en legt zijn jongste broer de fundamentele beleefdheidsregels uit (Fjiesje, je moet wel danku seggen hé, so: Dank-u!). Hij zegt na één dag oefenen een gedichtje op, kan liedjes zingen en kent zowat de namen van alle kindjes in zijn klas (20, alstublieft!). Ik ben nog altijd verwonderd en loop te zweven als ik zo’n dingen zie en hoor.

Maar ook: ’t feit dat die jongste van me, dat huppeldepupje van zo’n 20 maanden oud, dat hij zo met zijn billen loopt te schudden zodra er twee noten elkaar opvolgen in minder dan 5 seconden, dat hij met zijn handjes loopt te zwaaien, het hoofd ritmisch beweegt, dat gaat er bij mij niet in. Dat hij dat al kan? Ik die had gedacht dat hij eeuwig klein zou blijven? Dat hij zo al eens een hele zin zou durven uitspreken (ma ik zit ier! mama buitekijken an deu(r)), dat hij zelf op stoelen en tafels kruipt, dat hij zelf de trap opkan, dat hij zo ongelooflijk hard probeert om zijn grote broer te zijn. Echt, ik vind dat nogal verwonderlijk. Dat die baby mijn baby niet meer is. En dat dat toch allemaal net iets vlugger gebeurt dan ik had verwacht. Snif.

verhaaltje voor het slapengaan

3376341-lgAls je weer eens veel te laat naar bed gaat mag je er zeker van zijn dat die liefste kinderkens van je ook van plan zijn om dan meteen maar je hele nachtrust naar de knoppen te helpen. Eerst Benne die als een halve brulkikker in zijn bed voor zich uit zit te staren, wel met bijpassend gehuil en geroep. Daarna Fries die heeft  beslist om die nachtelijke pamper eens goed in te soppen, met verversactiviteiten tot gevolg. Volgende stap: die twee terug in slaap krijgen. En ja, dan leest een mens wel eens een verhaaltje, of je verzint er gewoon één wegens te lui om een boek te halen. Hier komt het:

Er was eens een blauwe koe. Helemaal blauw, zonder ook maar één wit, bruin of zwart vlekje. De koe stond al jaren in de wei en had van zichzelf niet door dat ze een beetje anders was. De andere koeien hadden er ook niet echt een probleem mee wegens veel te druk bezig met grazen en drinken. Op een dag gooide iemand een spiegel in de weide (foei, sluikstorters!). De koe zag dat zij als enige blauw was en de zoektocht naar de oorsprong van haar blauwigheid begon. Ze ging op wandel en zag plots een regenboog. “Goh”, dacht ze, “misschien ben ik wel bestraald geweest door een regenboog, en ben ik daarom blauw.” De goede fee rinkelde een belletje om de koe te laten weten dat dit niet het goede antwoord was. De koe ging verder op stap en kwam tenslotte op een prachtige weide vol met blauwe bloemetjes. “Dat is het, ik heb gewoon teveel blauwe bloemetjes gegeten”, dacht ze. Opnieuw rinkelde het belletje. Vele uren later begon de zon te schijnen en de lucht was heerlijk felblauw. De koe dacht bij zichzelf dat ze misschien wel te lang onder de zomerhemel had gestaan en dat de blauwe lucht zo op haar was afgebladerd. Nee, weer niets, het belletje rinkelde opnieuw. Al een beetje moe van het vele stappen en het nadenken overwoog de koe om de genetische kant van de zaak te bekijken. Ze ging naar mama koe en papa stier, zag dat deze allebei mooi bruin waren en witte vlekken hadden. “Vreemd”, dacht de koe, “hoe kom ik dan in godsnaam aan mijn blauwe kleur?”. De koe vroeg het aan haar moeder. De moeder begon te giechelen en de papa proestte het uit. De koe wist dat ze bij haar ouders het antwoord zou vinden. “Maar wat is er nu toch gebeurd dat ik zo blauw ben?”, vroeg de koe ongeduldig. “Wel, mijn lieve kleine koetje”, zei de mama, “toen jij heel klein was, ben je in een vat vol blue koeracao gevallen…”

Echt, neem het me niet kwalijk, ik was moe en dan vind ik alles grappig. Fries was wel gestopt met huilen, ha!

*foto photo.net – Marc Aubry*

stinkende flesjes

Als zelfs de oudste zoon al zijn beklag begint te doen over de geurhinder in de auto, dan weet je dat het erg is. How comes? Zo’n vier maanden verzameld leeggoed moest dringend op de juiste plaatsen gebracht worden, zijnde een glascontainer en een winkel om centjes te recupereren. Moeder was met de auto nogal kort door een bocht gegaan met als gevolg dat bier en wijn, tussen 3 dagen en vier maanden oud, zich lekker begon te verspreiden op de achterbank. Benne trok een neus van jewelste en kon het niet laten om elke vijf minuten te zeggen “dat het feel stinkt ier mama” en “oei, dat ruikt ier fies, oekomtadnu?” en “pintjes drinken is vies hé, dat stinkt”.

Wen er maar aan, die auto is zo niet lichtjes tamelijk volledig gekuist en nog altijd stinkt dat ding. Wassen doen we ons voorlopig niet meer, twee minuten in onze bierkar en het waseffect is toch verdwenen…

Friesjes taalprobleem

Die vele builen op dat kleine voorhoofdje van Mr. Blue Eyes doen er toch geen goed aan zo blijkt. De eerste gevolgen laten zich zien:

Het woord ‘kip’ wordt hier systematisch achterstevoren gezegd. Het woord ‘lolly’ wordt uitgesproken als ‘lillo’, ‘mama’ is ‘mapa’ of ‘pama’.

Het kind krijgt terug hongeraanvallen ’s nachts, waardoor meneer dan om half twaalf gezellig aan de keukentafel zijn potje corn-flakes verorbert. Als er geen hongeraanval gepland staat dan onderbreekt meneer wel de nachtrust voor een flinke huilbui, waar alleen Pingu en Hopla YouTube-gewijs redding kunnen brengen.

Bij onthaalmoeder Christa kruipt het ventje in bed bij andere kindjes. We zijn nog vergeten na te vragen of die activiteit geslachtsgebonden is, maar meneer klautert doodleuk als een halve aapmens zijn bed uit en probeert zo in het bed van de andere ‘kientjehs’ te komen.

Voor de rest alles normaal hier, en daar?

broerloze Benne

Kleine broer Fries bleef eens bij zijn grootouders, grote broer Benne ging mee naar huis. Dachten wij dat dat even leuk ging zijn: Benne alleen, alle knuffels en warme chocomelk voor hem alleen, rust in de auto op weg naar huis, … Niets van dat.

“Ma ik wil mijn broer tru-u-ug!”

“Ma mijn broer moe mee-ee-ee!”

“Ik wil bij Fiesje zijn!”

“Fiesje moet hier bij mij zijn!”

“Ik wil morgen nie na school, ik wil bij Fiesje gaan!”

En zo om de vijf minuten: “Wa’s mijn broer?”, “Wa’s Fiesje, istieweg?”, “Oekomtanu?”, …

Zou het dan toch nog goed komen tussen de broers Fiesewietie en Penneuh?