tien en weer alleen

Tien jaar geleden was het ook van dat. Verklaarde hij mij eindelijk de liefde na anderhalf jaar wachten, werd MiekenStiev een feit waar terdege rekening mee moest gehouden worden, had ik eindelijk mijn gedacht en gelijk gehaald. Na één of twee dagen vertrok meneer richting Griekenland. “Excursie voor studenten ten behoeve van hun opleiding”, zoals ze een onvervalste drinkpartij op verplaatsing weleens durven te noemen.  En ik heb gewacht, ervan overtuigd dat hij zou terugkomen met een Griekse schone waar ik in de verste verte niet zou aan kunnen tippen. Maar kijk: hij kwam terug en ’t was nog altijd ‘aan’. Halleluja en tralala en nog van die dingen.

Tien jaar later is hij weer weg. Naar Londen deze keer, met een bende 16-jarige gibberende pubers en een stuk of wat collega’s. “Studiereis voor leerlingen ten behoeve van hun algemene ontwikkeling”, maar eigenlijk gewoon een excuus om eens zwaar te gaan shoppen, om weg te zijn, om ze allemaal nog wat beter te leren kennen. En hij heeft mijn volledige zegen, want ik weet dat hij nu ook weer zal terugkomen.

Tien jaar zeg, nooit gedacht dat iemand het zo lang met mij zou kunnen uithouden, hij moet er echt wel goed voor betaald worden 🙂

moeder is coming home!

Moeder loopt op wolkjes vandaag, want moeder ‘mag’ naar huis. Na 6 nachten en 6 en een halve dag allerlei plannen gesmeed te hebben is het welletjes geweest en verlaat ik het van bijbels, kruisen, monniken en kaarsen vergeven Duitse dorp Niederalteich, waarvan ik nog altijd niet weet waar het zich precies situeert in Duitsland. Conclusies voor mezelf:

– neem nooit nog een nachttrein in Duitsland: met zes in een slaapcoupé, waarvan één mezelf, vijf Duitsers. Van die vijf Duitsers één die ongegeneerd zijn ondergoed begon te showen en drie die dan ook nog een snurkconcert wisten te geven. Geen oog dicht gedaan die nacht, was ik even blij om van die trein af te zijn.

– Duitse wijn leer je op den duur wel drinken. Je past je aan, zoals dat heet.

– Je verwacht altijd en overal toegang te hebben tot internet om dan te kunnen skypen met het thuisfront en te zien hoe je oudste zoon de webcam net niet helemaal natmaakt met zijn zoenen. Als dat dan niet het geval is (wat eigenlijk wel normaal is in zo’n dorpje) kan je kiezen tussen zielig zijn, kwaad zijn of gewoon gaan drinken met de rest die zich al even zielig of kwaad voelt. Uiteindelijk kan je dan ook eens in real-life ‘netwerken’ (aaargh, het woord alleen al), en is de baas ook tevreden.

– Ik heb het één dag kunnen verzwijgen dat ik kinderen heb. We moesten een truth-and-lie-spelletje spelen en op voorhand één leugen en twee waarheden doorgeven. En dat mochten we dan (fun fun fun!) van elkaar proberen uit te vissen. De zin: “Ik heb twee fantastische zonen, van bijna 4 en 2” werd al snel door iedereen bij waarheden gecategoriseerd. Ik was er niet eens rouwig om.

– Ik zie er jonger uit dan ik ben en ik begin dat nu wel leuk te vinden. Als de schattingen van je leeftijd variëren tussen 24 en 28 dan mag je best tevreden zijn. Zeker als je daar eigenlijk zit met wallen onder je ogen dat het niet meer esthetisch verantwoord is en je je op bepaalde momenten gewoon 63 voelt.

– Ik ga naar huis, ik ga naar mijn drie venten, ik ga me terug volop gooien in de huishoudelijke mallemolen van elke dag. En ik vind dat niet eens zo erg. Maar vraag het me overmorgen nog eens nadat ik die heerlijke berg strijk heb zien liggen 🙂

waarom is voor meisjes

Waarom-vragen zijn hier schering en inslag. Vooral in de auto heeft de kleine blonde god er nogal eens last vast. Dat er daar een kleinere god de hele tijd zit naast te kwekken (wajom?), deert hem niet echt. Benne en de waarom-vragen. Gewoon antwoorden, denk je dan. De feiten geven. Zoals:

‘Waarom is’t aan’t regenen?’ – Omdat de … blahblah… vochtigheid op dit moment groter is dan blahblah….

‘Waarom moet mama werken?’ – Omdat jij dan mooie kleren kan dragen, een dak boven je hoofd hebt, en snoepjes kan eten. En da’s heel wat anders dan die arme kindjes uit de sloppenwijken in India.

‘Waarom weent Friesje?’ – Omdat jij hem pijn hebt gedaan. Ja, jij.

‘Waarom slaapt papa?’ – Omdat jij hem moe hebt gemaakt. Ja, jij.

‘Waarom is de zon weg?’ – Omdat het al tien uur ’s avonds is, alle brave kindjes in bed liggen, ook de zon al is gaan slapen en jij nu ook zeker in je bed moet blijven.

‘Waarom heb ik geen pull met een kap?’ – Omdat je niet elke dag de coole gangster kan uithangen en niet elke dag hetzelfde kan dragen, wat je anders wel zou willen, namelijk: ‘een sjiensbroek, een pull met een kap en sakken fanfoor’.

‘Waarom hebben de meisjes borstjes?’ – Om jullie jaloers te maken, maar dat leggen we later nog wel eens uit.

Enfin, het werd tijd voor een rondje terugkaatsen van waarom-vragen. Meestal blijft hij stil, gooit hij zijn hoofd de lucht in en verdwijnt. Deze keer was het antwoord: ‘Papa, je moe nie vragen waarom, da’s voor meisjes’.

En dat was dat.

koninklijk meervoud

Zij (de moeder) en haar zoon kleuren samen een tekening in. Zij in het roze (moet zo van de zoon), hij in het bruin (staat betrekkelijk stoer). Zij is trots dat haar zoon eindelijk binnen de lijntjes begint te kleuren en zegt: “Wij twee kunnen mooi kleuren, hé Benne!”

Waarop hij: “Ah ja, wij ook hé!”

Blond, knap en nu al één vat onverdroten pretentie. ‘k Heb het wel degelijk over mijn zoon, jawel.

Bennes eerste kindje

Een ‘reserveberichtje’, wegens gebrek aan zowat alles behalve werk 🙂

Hij heeft getekend! Al een hele tijd geleden, als verjaardagskadootje voor zijn broer dan nog wel. Een ‘kientje’, met twee armen, twee benen, een neus, mond, twee ogen, haren, en een buik.

En ik vind: voor een kleine die absoluut niet graag tekent en kleurt heeft hij toch wel zijn best gedaan! Oh, en intussen zou hij het toch al eens durven om binnen de lijntjes te kleuren. Niet te veel, zie dat er plots twee overenthousiaste springerige ouders naast hem handjeklap beginnen te doen. ’t Zou niet goed zijn voor zijn imago…

Mr. Hip.

’t Is hier een beetje stil, de laatste dagen. Omdat het in mijn hoofd nog altijd ergens februari is, en we blijkbaar al een tijdje maart zijn. En dat dat dus waar is, dat tijd soms vliegt, voorbij schiet, wegzoeft. Enfin, om maar te zeggen dat het lange dagen zijn tegenwoordig en dat dat met ‘het werk’ te maken heeft maar dat ik u hier ook niet ga vervelen met verhaaltjes over mijn job. Ik red geen levens, dus zo belangrijk is het allemaal niet. 🙂

Maar: voor eerst sinds lang tel ik dus af naar vakantie: drie dagen vakantie in april. Nog meer zelfs: drie dagen op stap in Porto! Jochei!

Gelukkig nemen deze twee koters veel vermoeidheid weg.

Volgens Benne is de blauwe zonnebril van hem, volgens Fries is het zijn zonnebril. Dat dat ding nog niet kapot getrokken is mag een wonder heten. Maar we moeten hier dus wel degelijk een strak zonnebril-schema hanteren willen we de vrede tussen de broers bewaren.

mietjes

Ze liepen gisteren voor ’t eerst ‘handje in handje’, die twee koters van me. Die kleine, zachte, dikke vingertjes, verstrengeld in elkaar. Grote broer Benne voorop, één trede hoger op de trap dan kleine broer Fries, een trede lager.

Benne leek er nog groter door, Fries leek nog kleiner. De oudste keek naar beneden, suste zijn broer, stelde hem gerust, verzekerde hem dat ze met z’n tweeën die drie trapjes wel meester zouden kunnen. Diezelfde oudste maande de jongste aan om voorzichtig te zijn, om goed de voetjes omhoog te heffen en om grote broer vast te houden. De jongste keek naar boven, met grote ogen, wetende dat hij aan het begin stond van een enorme queeste, een reis van drie trappen hoger. Bang was hij niet, eerder vol vertrouwen, daarom is grote broer Benne nu eenmaal zijn grote broer.

Echt, voor zover je twee jongens, hand in hand, schattig mag vinden: ze waren het ongetwijfeld.

mama vervangen

Benne: “Mamaaaa, ik ga je verrrrr-vangggggg-en!”

Pak, knuffel, indringende blik: “Voila, je bent vervangen nu…”

’t Is dat we van politie speelden en hij de slechterik moest vangen of ik had echt nog gedacht dat er al een tweede moeder voor hen klaar stond 🙂

Friesjes versie: “Aah, mama, fangen! Fiesje ook pakken? Nu pakken! Kom! Allez!” En ’t kleine huppeldepupje liep een paar rondjes rond de tafel terwijl de vervangen moeder probeerde om een politieman van zich af te schudden en op haar beurt een klein Friesje te ‘vervangen’. Niveau hier, tot en met.

Benne supernanny

Wij krijgen hier hulp bij het opvoeden van onze jongste, van de enige echte mannelijke supernanny Benne. Voorbeeld?

“Fries, je moet nu gaan zitten. Allez, ik tel tot drie! Eén, twee, drie, hop, zitten!” (en dat moet u er de gestes maar bijdenken, zo ostentatief zijn één, twee, drie vingers in de lucht steken).

“Fries, nee, dat mag niet. Allez hop, ga maar in de hoek staan. Stoute Fries” (en dan duwt hij lichtjes op Fries zijn poep om hem richting hoek te duwen).

“Fries, néééén, dat moet je zo niet doen. *zucht* Friesje toch, wacht, Benne zal het eens doen hé” (en dan haalt hij zijn schouders op en vraagt zich af of hij nu echt de enige is die die kleine gaat opvoeden).

“Ma Fries toch, da mag niet hé, met je lepel gooien. Ben je boos?” (en dan kijkt hij zo dicht en zo diep in Fries zijn ogen, alsof het antwoord daar te vinden is en moet hij zich vervolgens heel erg haasten om die mep van Fries te ontwijken).

Wij zijn content, zo met onze nannywijsneus-van-drie-jaar, en foto’s trekken kan hij ook al:

Kiek kiek! Ne ridder!

“Béénneuh de riiidder”

Platter kan hij het niet zeggen, maar hij is er wel ferm trots op dat hij als ridder naar school mocht deze morgen. En ik nog meer! Eerst op mezelf dat ik er toch maar weer in geslaagd ben om op een pedagogisch verantwoorde en traumavrije manier ervoor te zorgen dat hij niet meer als Piet P. naar school wou gaan, maar als een echte ridder.

Omdat al mijn energie deze week naar een zieke Fries moest gaan een daarbovenop nog een kilo of twee energie moest gestopt worden in het overtuigen van Benne, was ik dus zwaar te laat met het ineenknutselen (naaien, stikken, vloeken) van dat enige echte ridderkostuum dat de school op haar grondvesten zou doen daveren alsook al wie me kent meteen zou aanzetten om een diepe buiging te maken voor mijn naaikunsten. Waarna ik dan op een auto, versierd met allemaal bèta-ridderkostuums zou rondgereden worden, en de burgemeester mij hoogstpersoonlijk de award van beste ridderkostuummaakster zou geven. Zo zag het er ongeveer uit in mijn hoofd.

Werkelijkheid: de grote man des huizes ging naar de Fun (ja, ‘k weet het) om een ridderkostuum en belde om te zeggen dat het maaaaaaten te groot zou zijn. Aha! Daar lag mijn kans om alsnog die award binnen te halen! Meebrengen, was het enige wat de man moest doen en dan zou ik wel mouwkes inkorten, en er terloops nog eventjes pofmouwkes van maken. Of zoiets. Die praalwagen kon nog wel een jaartje wachten.

En dit is het resultaat. Met pofmouwkes, op de valreep 🙂

(links): deze morgen, meneer ziet het nog helemaal zitten om draken te doden en zijn prinses A. te redden.

(rechtsboven): veel draken moeten verjagen met zijn kartonnen zwaardje. Na een slaapje kan hij er samen met zijn broer weer tegen.

(rechtsonder): vergis u niet, dit is geen knuffel maar een regelrechte wurggreep. Het geschreeuw van Fries moet u zich maar inbeelden. Liefst zo levendig mogelijk. Denk aan een varken in een slachthuis…

(midden): niets leukers dan als een echte worstelaar op uw moeder te gaan springen, vergezeld van de kreet ‘ow jacksonnnn!!!’… Jackson mag weten waar hij dat weer vandaan heeft.

Enfin, carnaval mag weer voor een jaar de kast in!