Crisis (gelukkig maar half)

Fries. Is. Allergisch. Aan. Bepaalde*. Antibiotica!!!

Voila, iedereen weet het nu, onthou het en geef het kind niet zomaar meer siroopjes tegen keelontstekingen of andere vlammende aandoeningen. Anders maken we hier weer een halve crisis mee. Zoals deze afgelopen dagen:

– weekend: Fries zit met hoge koorts maar houdt zich enorm sterk.

– maandag: bezoek aan de kinderarts, zware keelontsteking, ’t ventje krijgt Clamoxyl voorgeschreven. Wat misschien ook niet strikt nodig was, aangezien de meeste keelontstekingen veroorzaakt worden door virussen en we weten het intussen al wel: antibiotica werken niet bij virale infecties. Maar bon, de witte jas zal wel weten wat ze doet zeker?

– dinsdag: Friesje is al wat beter, stilte voor de storm…

– woensdag: Fries staat op met overal (grote) vlekken, puistjes en een allermottigst gezicht. Plots is hij weer het kleine beebietje, hangt, zeurt, … Hij kan die dag terecht bij oma C., alwaar hij nog een dagje verder kan uitzieken. Moeder belt intussen naar de onthaalmoeder en doet het hele vlekjesverhaal. Die waarschuwt ons gelukkig voor een allergie voor antibiotica (want mijn dochter … ziekenhuis … spoed … op tijd erbij …). De stress slaat toe. Moeder belt naar oma C., beveelt (jawel! aan mijn eigen moeder, zeg) om geen siroop meer te geven en de huisarts aldaar te bellen (waar ik trouwens nog altijd tien keer meer vertrouwen in heb dan in alle dokters van Sellewie en omstreken).

– woensdagmiddag: oma C. staat op het punt om met Fries naar de spoed te gaan als de huisarts langskomt. Die weet te melden dat kleine Fries allergisch reageert op zijn siroop en dat hij dringend wat vocht en suiker moet bijnemen. Gevolg: een heel arsenaal aan nieuwe doosjes medicijnen, druivensuiker, zakjes voor sapjes, puffertjes (oh, mijn eigen heimwee naar het Ventolin-puffertje!), siroopje tegen de jeuk. Alles naast elkaar: een halve meter producten dus.

Enfin: crisis bezworen, Friesje al heel wat beter. Maar hij heeft nog wat medelijden te goed, dat krijgt hij dit weekend, exclusief voor hem en zijn allergietjes (nu al op vier: huisdieren, huisstofmijt, hooikoorts en iets* van antibiotica).

Tijd dat het weekend is, denk ik zo.

*bij de huisarts in Sellewie kreeg hij telkens Amoxicilline voorgeschreven, en vertoonde geen reacties. Nu bij de kinderarts was dit Clamoxyl en meneertje reageert daar dus wel serieus sterk op. Ofwel is die allergie er plots gekomen, ofwel heeft hij het niet zo voor merken?

piraterij op school

’t Is zo weer ergens nu de periode van carnaval. Ik vond het al vreemd dat die serpentines en confetti nog in de winkelrekken lagen (was oudejaar niet al een tijdje voorbij ?), maar nee, ze liggen al in de winkel. Voor het feest van de katholieken (waarvoor dank), zo’n dag waar ze nog één keer goed hun buiken mogen vullen alvorens ze de vastenperiode beginnen. Opportunistisch als wij zijn, doen wij dus gretig mee aan dat hele carnavalsgedoe, maar slaan we wel fijn die vasten over.

De kleren dan. Ik dacht gemakkelijk te zijn met twee zonen, maar dat is buiten het oestrogeen in hun bloed gerekend. ’t Is niet al gelijk wat die oudste zal aandoen, en ook de jongste zou al een mening durven hebben over ‘papaai aandoen, canaval!’ Benne wil een piraat zijn, een echte. Want zijn lief A. zal een piratin zijn, geen prinses. Kan ook niet, want dat zou betekenen dat hijzelf dan als prins moet gaan. En daar heeft meneer helemaal geen zin in, tot grote spijt van de moeder. Thema van het carnavalfeest op school is ‘terug in de tijd’. Volgende mogelijkheden zijn mijn hoofd komen verblijden: Elvis, een holbewoner, een prins-musketier, een vetkuifkind uit de jaren 80, inclusief nektapijtje en een hippie. De kleren zaten al allemaal in mijn hoofd, ik ging ze zelf stikken en al. Bleef over: de kleine vent overtuigen. En dat was buiten zijn kuddedrang, zijn nood aan conformisme, zijn behaagzieke zelf gerekend. Meneer wil Piet Piraat, en niets anders.

Twee conclusies:

1. Ik maak dat niet, hij kan maar zien dat hij zelf aan zo’n plastieken kostuum geraakt, zo’n exemplaar 54900 uit de tigste speelgoedwinkel.

2. Hij moet niet komen klagen dat het allemaal piraten waren op school en dat hij zijn lief A. niet kon vinden. Als antwoord zal hij een “Ahja, ziewel? Ge moet het maar weten, whoehahaa!” krijgen.

Flirt met de 40

Er is er hier eentje al drie dagen aan het flirten met 40 graden koorts. ’t Gaat om het jongste ventje, dat ventje dat al sinds september niet meer naar de dokter was moeten gaan, wegens al de hele tijd kerngezond. Een hele winter niet naar de dokter met een tweejarige is een illusie dus is het morgen van dat.

Drie dagen wachten hoor ik u denken? Onverantwoord ouderschap ten top? Jawel dus. Ten eerste: Friesje is kindje twee dus zijn we nog minder paniekerig aangelegd dan we al waren toen Benne ziek was, en dat was toen al minimaal. Ten tweede: als Fries koorts heeft, heeft hij meteen zware koorts. Het is ofwel zijn normale lichaamstemperatuur, ofwel boven 39 graden. Ertussen kent hij niet. En tijdens dat constante twijfelen (halen we de 40 of niet?), zit meneer hier nog gezellig te spelen, rijdt hij met zijn fietsje, kan hij nog met smaak zijn fish-sticks verorberen en heeft hij zelfs nog de energie om met zijn broer ruzie te maken 🙂

Oh, en wedden, als ik dan morgen bij de kinderarts ben er uiteindelijk niets meer van die koorts zal overblijven? Zo is hij dan ook wel weer 🙂

Van huppelen en zot zijn

En toen wandelde ik met kleine Benne van de winkel terug naar huis. Handje vast, auto’s tellen, wolken wegblazen.
En toen wou hij een beetje huppelen.

En dus huppelde ik maar wat mee, terwijl in de tas de tomaten onder de appelen rolden en de ijsjes net niet geplet werden door een bokaal saus.

En toen hoorde ik heel fijntjes: “Zotte triene”. En hij begon te lachen. En ik zei: “Zot spook!”, en hij terug: “Mama is een zotte triene! Zotte triene! Zotte triene!” …

Waar hij die uitdrukking vandaan heeft weet ik niet, maar ik mag zo hopen dat hij ze over vijftien jaar nog altijd wil gebruiken om zijn moeder te beschrijven. En dat ik daar nog altijd content van ga worden, en dat ik dat nog altijd met veel enthousiasme ga vertellen, ja. Want die zoon van mij is best wel een cool ventje, en als coole ventjes “zotte triene” zeggen tegen u, dan is dat een compliment. Nah.

Verjaardagsfuif

Zo ergens afgelopen nacht, tussen half één en drie uur is Friesjes verjaardagsfuif begonnen. ’t Was weer van niet meer willen slapen, liever naar beneden, beneden nog een beetje nijdig doen omdat ik de tv niet wou aanleggen en hij geen Musti, Hopla of Piepiejaat kon kijken. Nog nijdiger doen omdat hij geen ‘noepje’ kreeg en extreem nijdig dingen gooien: eerst zijn fles melk weg, daarna zichzelf op de grond. Om uiteindelijk gesust te worden met een appelsapje en een tut met onverantwoord veel choco erop.

Ik moet rond drie uur eerder in slaap gevallen zijn dan hem, want hij lag me nog altijd aan te staren met die grote ogen waarmee ik hem twee jaar geleden lag aan te staren en maar niet begreep hoe ik weer tot zo’n staaltje van vakkundige perfectie in staat was geweest. Net daarvoor had ik ook een hele nacht niet geslapen (leve ingeleide bevallingen), toen liep (lag) ik een beetje nijdig te worden op die gynaecoloog die ik met de allernieuwste voodoopraktijken ooit nog wel eens hetzelfde zou laten meemaken, en werd de lacherige vroedvrouw net niet bij de keel gegrepen omdat ze nog liever in de gang stond te kwekken dan een jumbo-baby van 4,440 kg te helpen geboren worden (“moh, dat kan niet hoor, dat je nu al moet bevallen”) … Enfin, u kent het wel, van die bevallingsverhalen.

’t Feit is: ik loop er een beetje wrakkerig bij vandaag, dankzij die zoon van me, dankzij zijn nachtelijke verjaardagsfuif. Maar we gaan daar niet moeilijk over doen, ik kijk gewoon met grote ogen naar hem, zie hoe hij met zijn grote Winnie-beer worstelt, hoe hij zo trots is dat hij mij dingen kan tonen (Kijk! Mama, buiten, ‘neeuw, feel neeuw, mooi! Kijk, Thomas de tlein, kan jijden, knopje duwen! Ikke doen!) en hoe ik hem elke dag mooier en leuker mag vinden. Hoe hij elke dag meer Fries is.

’n Fijne verjaardag, kleine Fries-bee.

En ja, hij zevert nog altijd als de beste 🙂

Gedichtendag!

Kijk, haiku’s: niets aan. ’t Is niet omdat een Europese president dat doet dat dat daarom moeilijk moet zijn. Ik heb er hier vlug eens eentje neergekrabbeld:

Klein waren ze toen

Voor mij. Groter zijn ze nu.

Groots mogen ze zijn.

’t Gaat over kerstomaatjes, over mini-loempia’s, over die kleine restjes bij de frietjes, over oorringen, over bollekes ijs, over muffins die je net in de oven hebt geplaatst, of over plannen die ik nog heb, of gewoon over dromen voor mijn zonen.

Nu snappen we hem hé! Haiku-Mie est arrivée. Zijn er nog andere interpretaties vatbaar?

2 jaar Friesplezier!

De officiële uitnodiging. Om in zijn foto-album te plakken. Weetwel? Dat album dat zo goed als onbestaande is?

Album of niet: hij mag komende zaterdag twee kaarsjes uitblazen! En dan moet er altijd even teruggeblikt worden (en liefst niet op bevallingen en andere toestanden): toen Benne twee jaar werd sloop klein Friesje hier ontzettend gefrustreerd rond wegens nog niet kunnen stappen, deftig kruipen of staan… Nu Fries zijn tweede verjaardag viert, sluipt hier niemand meer rond, des te meer huppelt er één meter Benne rond! Jawel: de oudste zoon heeft de kaap van één meter overschreden. Voor beide jonge heren: een applaus en een feestje op zondag!

spellenavond BS De Toekomst

Spellekes! Carcassonne! De Kolonisten! Uno! Mens Erger Je Niet! Weerwolven! Trivial!

Spellekes worden er gespeeld op vrijdag 5 februari in Bennes school. Onder begeleiding van een professionele spellenclub zoals dat heet. De competitiedrang mag bovengehaald worden tussen 19u en 22u.

Ik zal er ook zijn, dat spreekt vanzelf. Veilig achter de toog, om pintjes te tappen, wat had u anders gedacht? 🙂

rokjes en meisjes

Onze kousenlade kreeg een jaarlijkse opruimbeurt en ik kwam tot de vaststelling dat ik heel (maar dan ook heel héééééél) wat paren nylonkousen heb. Gaande van wit (Ja, ik! Wit!) over geel, groen, bordeaux, rood, paars, bruin, grijs tot zwart. En dat zijn dan nog de effen paren. Die met een motiefke zijn nog een categorie apart.

Al die paren zijn natuurlijk wel verzameld in een periode van ongeveer tien jaar, en aangezien er hier nog eerder een ijstijd zal aanbreken dan dat ik twee dagen per jaar een rokje draag kunnen al die kousen dus ook niet echt verslijten, laat staan dat er gaten kunnen in komen.

Er moeten dus meer rokjes gedragen worden willen we die aanwezige kousen kunnen weggooien van pure ouderdom en slijtage. Omdat een goed voornemen vraagt om er meteen aan te beginnen (en het dan 10 dagen later terug op te geven), werd er dus vandaag een rokje gedragen. Jeans, tot aan de knie, niet te veel tralala. En toen…

Benne: “Mama, ik vind dat rokje niet mooi…”

ikke: “Hoe? Benne, ben je niet blij dat mama eens een rokje aanheeft?”

Benne: “Nee, da’s lelijk…”

ikke: “Maar meisjes dragen toch rokjes, de meisjes in jouw klas dragen toch ook rokjes?”

Benne: “Ja, maar dat zijn meisjes… jij bent een mama.”

Hopla, de illusie van mijn jeugd in één klap van tafel geveegd…