Wat ik zoal zag vandaag

en wat me nu nog bijgebleven is, in volgorde van ’t gebeurde:

mijn eigen warme voeten die uit het bed moesten, twee blije jongensgezichtjes, een moeder waarvan ik de maten opnam voor een nog te maken pyjama, mijn eigen verfomfaaide hoofd.

De Expo in Kortrijk, veel oude(re) dames, veel moeders en dochters, wel een miljard stoffen, veel om jassen van te maken, minder om pyjama’s van te maken, een leuke stof waar ik een trainingspak voor de oudste zoon van kan maken, veel te veel mensen, twee minder blije jongensgezichtjes, een wreed schone naaimachine.

Soep met balletjes en vers gebakken pistoleetjes.

Stoute ouders die hun kind een schudding/rammeling geven omdat het zijn vest van Gaastra misschien had vuilgemaakt, terwijl het enkel wou spelen. Een helikopter, met dé Sint erin en drie zwarte pieten. Het ongeloof in Bennes ogen, zijn totale gemak toen hij een handje gaf en naar zwarte piet liep om ‘zijn’ snoepjes op te halen. De liefste onthaalmoeder van de wereld (gedeelde plaats met de huidige). Een zoon die de hele Olieberg (in Sellewie) omhoog wist te stappen en huppelen.

Een autostrade. Een mooi gerenoveerd concept met huizen (ja, ik ben geen architect) in Oostende. Vriendjes en vriendinnetjes, hun kindjes en hun rode neuzen na een strandwandeling. Veel zand in en op de schoenen. Namenkubusjes in mijn hoofd. Veel mooie kleuren in de lucht. Benne die de zee nadoet (’n beetje naar achter en ’n beetje naar voor), Fries die het strand verlegt. Schone koppeltjes, schone kindjes. Ontspannen gezichten.

Heidi Klum in dat gedoe van die designers (o wat wil ik zo graag haar genen). Een slapende zoon in de zetel. Een punt.

november09 019bis

november09 024

Als ik braaf ben

Mochten meneer Sinterman en Pieterman tinternet kunnen ontvangen in Spanje, dan geef ik hier alvast mijn lijstje. Ja, zomaar, want ik vind dat ik echt wel ontzettend braaf ben geweest het afgelopen jaar.

– een naaimachine (ik laat de Sint kiezen of het een overlock of een gewone moet zijn, zelf raak ik er niet aan uit)

– een stoomstrijkijzer (met zo’n bak, naar ’t schijnt duurt je strijk dan de helft minder lang of zoiets)

– veel boeken (In Europa van Geert Mak staat bovenaan, de verzamelde werken van Jane Austen volgen op twee. De nieuwste Suske en Wiske mag ook altijd)

– veel cd’s (eens niet met K3 erop, mag het even?)

– geen DVD’s: ik kijk gewoon niet zo graag naar tv en ik zit hier nog altijd met een stapel dvd’s die ik moet bekijken

– een moordlijf, met levenslange garantie

– kooktalent en geduld om te koken

– een sécrétaire (liefst al helemaal afgeschuurd en opnieuw met gekleurde olie ingesmeerd (wit)

– tijd om mijn nieuwste plan tot uitvoering te brengen! Wie het wil weten: nodig me eens uit op café (en regel meteen ook een babysit)

– de wereldvrede, honger uit de wereld en speelgoed en lieve woordjes voor alle kinderkens op aard (of is dat meer iets voor de 25ste december?). Nog wel het liefst van al. Nu zo ongeveer.

En u? Wat staat er zoal op uw verlanglijstje?

mama ziek en zot konijn

Als je ziek bent, of je op zijn minst zo ziek voelt dat je ontgoocheld bent als de dokter zegt dat het een ordinaire sinusitis + verkoudheid is (“Echt niets ergers, want ik voel me echt wel heel ziek hoor?”), dan zijn je kinderen niet meteen de meest geestige personen om rond jou te hebben. Terwijl je eigen stem in je oren galmt en elke op de grond stuiterende beker klinkt als een verroest machineweer, probeer je je hoofd bij de dagelijkse gang van zaken te houden terwijl je eigenlijk alleen maar je ogen dicht wil doen en dromen dat je in een groot eucalyptusveld slaapt.

Ja, ik ben gaan werken, in volle mottigheid, want dat was de enige mogelijkheid om wat stilte in mijn hoofd te krijgen. Om die poel van snot en andere vuiligheid in mijn hoofd tot stilstand te brengen. Thuisblijven was totaal geen optie, ik was er alleen maar chagrijniger van geworden. Want ziek zijn, da’s voor mij: met rust laten. Heel voorzichtjes dingen vragen aan mij, me heel lief behandelen, niet tot ‘truntens’ toe, dat niet. Maar wél: tonen dat je medelijden hebt, en dat je me toch wel bewondert om de vele courage die ik nog heb. Want een ander, die was zeker zo sterk niet als mij, die had al lang een doktersbriefje gevraagd en zo. Zo’n dingen hoor ik graag als ik ziek ben 🙂

Benne droeg zo zijn eigen steentje bij. Na een zoveelste hoest-, rochel- en reutelbui waarbij ik mijn longen gelukkig nog net binnen mijn borskas kon houden om dan vliegensvlug naar adem te happen als de eerste de beste onnozele goudvis, nam Benne mijn hoofd tussen zijn twee handen, ging neus aan neus zitten, zette zijn ogen op indringende modus en zei, zo ernstig als iets: “Ma mama, gij zijt toch een zot konijn wi”.

Meer dan over de inhoud van zijn zin was ik verwonderd over de vormgeving: ‘gij zijt’, in West-Vlaanderen? Waar heeft hij dat nu weer gehaald? ’t Is hier ofwel ‘jij bent’ ofwel ‘je zi(e)t’. ‘Gij zijt’: wil de schuldige die hem die vervoeging van jij en zijn heeft geleerd nu opstaan?

Dag E., welkom 500 euro!

’t Was al eens gezegd geweest, maar veranderen van energieleverancier kan dus wel een fikse besparing opleveren. Bij het horen of lezen van dergelijke berichten dacht ik daar altijd het mijne van, was ervan overtuigd dat dat bij ons wel weer niet zou werken, maar bleef ik wel achter met een ik-wil-dit-ook-wel-gevoel, omdat eerdere ervaringen met ome Electrabel nooit positief waren.

Na een laatste ‘inhaalfactuur’ (van 800 euro, E&G) was ik het een beetje beu en begon ik energieprijzen te vergelijken. Wat in het begin een ongelooflijk saaie job was, werd op den duur leuk, dat spelletje ‘zoek de goedkoopste’. We zijn toen overgestapt naar Lampiris (gas, sinds 1 februari) en Ecopower (electriciteit, sinds 1 juni wegens wachtlijst van 6 maanden).

Het resultaat? Van beide leveranciers hebben we al geld teruggekregen: onze driemaandelijkse tussenstand bij Ecopower toonde aan dat we bijzonder weinig hebben verbruikt en we kregen 28 euro terug. Ik hoor u meewarig lachen, zo 28 euro nog de moeite vinden? Wacht: van Lampiris (gas) krijgen we zomaar eventjes 508 euro terug. Lacht u nog? Ik anders wel, laat die schone winterjas maar komen!

Wat zeggen we dan aan de lieve mensen van Lampiris en Ecopower? Danku!

(en  nee, ik krijg hier geen stofzuiger voor)

Kikkercultuur

CC De Spil, Roeselare. Zaterdagmiddag 3 uur, voorstelling van theater Terra: Kikker en zijn vriendjes. Wij waren daar zo nog niet lichtjes ondersteboven van.

De verhalen over Kikker, zijn avonturen, zijn leuke vriendjes lezen we hier ten huize graag voor. Benne is gek van de leuke tekeningen en ik kan me helemaal laten gaan met al die leuke personages, flauwe accenten, lage en hoge stemmen en veel te ver gezochte intonaties. Er was dus niet eens een beslissing nodig om naar die voorstelling te gaan, het moest gewoon zo zijn.

’t Begon met leuke muziek, een rups, wat vlinders… en toen kwam Kikker. En wat ben ik blij dat ik net op dat moment naar mijn oudste zoon keek, dat ik de schittering in zijn ogen mocht zien, dat ik mocht genieten van zijn lach en zijn verwondering toen bleek dat zijn vriendje-uit-het-boekje écht maar dan ook écht kon bewegen. Ik heb mijn eigen theater gezien deze middag: Benne Geniet: Live.

Twijfel

Ze twijfelen nog een beetje, mijn zonen. Grote twijfel alhier of ze nu al dan niet ziek zullen worden. Of ze wel tijd hebben om ziek te worden, of ze ’t wel zien zitten om door hun moeder eens goed vertroeteld te worden. De oudste heeft het al eens een dagje geprobeerd, zo ziek zijn. Afgelopen dinsdag had meneer hoge koorts en mocht moeder de kleine vent op school afhalen. Zelden heb ik hem zo zielig zien kijken. Ik begon zowaar te lachen, maar wie mij kent weet dat dat mijn overlevingsstrategie is om met stresstoestanden om te gaan 🙂 Hopelijk leest zijn juf dit nu ook…

Hij liet de temperatuur stijgen tot een angstwekkende 39.8° om dan tegen ’s morgen zijn moeder opnieuw gerust te stellen met een meer normale 38.6°. Tegen ’s middags zat meneer op 37.1° en geen mens die weet wat er in dat lijfje is gebeurd.

Omdat het pas volgende week vakantie is, moest dat ziek-zijn dus nog even uitgesteld worden. Vannacht hebben beide zonen dan besloten om het hele snot- en hoestrepertorium boven te halen. Blaffende hoest, piepende ademhaling, snotneuzen alom. Vanavond eens naar de apotheker gaan en onze voorraad hoestsiropen (tegen vastzittende hoest, tegen loslatende hoest, tegen droge hoest, …) en neusdruppels (ontzwellende, ontsmettende, ontspannende, als ’t maar van ‘ont’ doet) in te slaan.

En dan eens dat lijstje met telefoonnummers van onze drie kinderartsen opzoeken en zien wie we nu als eerste gaan verblijden met een bezoekje. Drie kinderartsen? Twee kinders? Welja, dat komt door verlofperiodes en zo, of dringende zaken (zoals bijna longontstekingen en dergelijke), en dan kan een mens niet bij de vaste kinderarts en zoek je dan maar een andere die je stante-pede-nu-meteen-want-mijn-kind-is-kweetniehoe-ziek-nu wil ontvangen. Eén in Waregem, twee in Kortrijk. Ik denk dat we maar verder naar Kortrijk zullen gaan, ’t zijn de liefste aldaar.

powlitsie

Dat liedje van K3, met die nieuwe blonde. Dat dingske van ‘bij de powlitsie’, en dat je daar een held bent, en veel vrienden hebt. Ik kan het niet horen. ’t Ligt te gevoelig nu *snif*, met mijn twee recente boetes nog vers in het achterhoofd.

Een overzicht van mijn verkeersboetes, vijf in 12 jaar tijd: drie parkeerboetjes, twee snelheidsboetes. Vier keer was het mijn schuld niet, de laatste keer wel, voila.

Boete 1, zo’n tien jaar geleden: Ik rij in zone 70 (denk ik) en rij 71. Dat weet ik omdat ik aan 71 km/u geflitst ben. Ik woon nog thuis en twee ouders zijn niet zo gelukkig met het feit dat ik zomaar eventjes meer dan 70 sjees in de bebouwde kom. Ik probeer hen met man en macht te overtuigen dat ik daar wel degelijk 70 mocht, echt echt waar. Tot we gaan kijken. Het bord dat de start van de bebouwde kom aangeeft is helemaal overgroeid met takken en blaadjes en zo van die dingen. Vader wat minder kwaad, moeder vond het helemaal kluchtig, ik vond het belachelijk. De boete was intussen al betaald (ik ben daar rap in, in van die dingen, bang om geüniformeerde en gekepiede mensen aan mijn deur te vinden). Intussen weet ik dat je zo’n boetes niet hoeft te betalen, mits foto en een bewijs of 34. Kostprijs: dat ik het niet meer zou weten.

Boete 2 of wij vinden Kortrijk en Parko leuk leuk leuk, deel I: Examen bij het OCMW, parking in centrum Kortrijk. Het examen start om 8 uur ’s morgens en duurt zeker tot de middag. Je kan echter voor maximaal twee uur parkeren. Wij dus met een hele hoop gaan vragen of we rond tien uur naar buiten mochten om ons ticketje te vernieuwen. Niets van, met staatsexamens wordt niet gelachen, toen nog niet. Resultaat: de hele meute een mooie boete aan het been. Kostprijs: 15 euro en door naar de volgende ronde.

Boete 3 of wij vinden Kortrijk en Parko leuk leuk leuk, deel II: Middagpauze op het werk, broodjes halen. Al jaren halen collega’s daar hun broodjes, met de auto. Nog nooit heeft iemand een boete gehad omdat de parkeerkaart niet gezet is. Moet je die daar trouwens zetten? Wij weten van niets en miss weet van nog minder dan iets. Haal ik dan eens een broodje voor mezelf en voor mij alleen, ben ik drie minuten weg, staat daar een fikse madam de nummerplaat van een auto te noteren. Die waar ik mee rijd, jawel. Ik blijf vriendelijk, zeg lachend: “Ik sta d’erop zekers?”, madam antwoordt bitsig: “Ge moet maar uw parkeerkaart zetten, madammeke, ’t is altijd ’t zelfde”. ’t Is de laatste keer dat ik probeerde vriendelijk te doen tegen zo’n mensen. 15 euro. Ze mochten het ergens steken, echt.

Boete 4 of bla bla Kortrijk enzoverder, deel III: Als ik zo eens ’s morgens naar Leuven moet voor wereldbelangrijke zaken, ben ik 1. gehaast om op tijd van bed naar treinstoel te raken, 2. altijd onzeker of ik file zal hebben of niet, 3. altijd in blijde verwachting van een nieuwe wegomlegging en de mooie straten van Kortrijk waar ik nu weer mag doorheen rijden. Eén wegomlegging teveel en de auto moest halsoverkop geparkeerd worden om toch maar die trein te halen. En jawel, boete van 15 euro.

Boete 5 of ‘ze moeten in Zwevehem ook niet beginnen’: die is echt mijn schuld. Ik reed iets van 78 (wijzer) waar ik 70 mocht. Vermoedelijk tekent dat rond 75 km/uur. Voor één keer was ik boos op mezelf, ‘k vond het niet belachelijk, ik moet het maar weten, geen excuus. Bij de vorige boetes was ik kwaad, bij deze flits voelde ik me vooral heel zielig.

Op naar de volgende! ’t Zal ervan afhangen of de politierechter blijgezind is die dag en hoe hij zal beslissen of ik nu al dan niet een mij voorbijsjezende facteur-met-brommer-op-het-voetpad mag omverrijden.

Note to K&G: mijn kinderen hebben nooit op de achterbank gezeten terwijl ik voorgaande activiteiten uitvoerde die hebben geleid tot een boete. En ook niet vooraan, en ook niet in de koffer, neen.

Friese woordjes

Enkele woordjes: vrachtwagen = camicom, pompoen = pompom, broer Benne = boer Penneuh, melk = melkeuh, fiets = fietsj, cornflakes = flokjes, soep =  soepeuh, aadbei = tanden poetsen (alhoewel de tandpaste zonder aardbeiensmaak is), bumba huval = zijn bumba-beer is gevallen, epe huval = de lepel is dus gevallen, en verder hele zinnen Chinees, Japans en Russisch waar we voorlopig nog weinig mee kunnen…

Enkele uitingen van woede: met het voorhoofd tegen deuren, muren, vensters, vloeren en hoeken van salontafels slaan opdat het maximaal zou kunnen opzwellen tot hij ooit eens de opperbuil op zijn hoofd heeft. Ook nog: blokjes en eten op de grond gooien, liefst nog over je hoofd (of anders wel tegen je hoofd). En tot slot: onvoorstelbaar luid beginnen te huilen als hij zijn zin niet krijgt bij zijn broer. Met als gevolg dat moeder dan als een halve gekkin naar ’t ventje toe loopt met de vrees hem te zien liggen in een halve plas bloed of beenloos onder een kast. Niets van dat: meneer zit of staat, trekt zijn mond wijd open en laat alle denkbare decibels uit dat lijfje komen.  Omdat hij iets wou lenen (lees: pakken) van zijn broer en die voor één keer op zijn strepen stond. *zucht*

Enkele uitingen van blijdschap: “éla ola badjas!”, hem persoonlijk aangeleerd door zijn papa, “eeeteeeuuuuh”, als hij weer eens iets ziet om te eten, “wooow”, als hij onder de indruk is van iets (zoals zijn eigen spiegelbeeld). Aan zelfvertrouwen ontbreekt het hem aan geen kanten.

likkende kikker

Moeder: “Benne, hoe is het met je liefje? Alles goed ermee?”

Hij: “Ja, ma zis nie flink geweest vandaag. Z’heeft mij geslaan. Op mijn wang.”

Moeder trekt een wenkbrauw op en bedenkt hoeveel temperament er wel in een driejarig kleutervrouwtje kan schuilen.

Hij: “Ma nu zijn we weer friendjes hé.”

Moeder: “Aha, da’s goed, en heb je ze dan een zoentje gegeven?”

Hij: “Nee, ik geef likjes aan Amélie.”

*?????????*

Nog één?

Benne springt op en neer, voor- en achterwaarts in de zetel.

Moeder: “Benne, je mag niet in de zetel springen en dat weet je.”

Hij: “Ma ik ben een kikkeeeeuuuuuurrrr!”

Excuses, mijn zoon, je moeder had het blijkbaar niet begrepen. Kikkers mogen natuurlijk wel in de zetel springen. Ook als ze blond zijn en Benne heten.

Een laatste om het af te leren: de verleidingstechnieken van Fries:

Een meisje, dat samen met Fries bij onthaalmoeder Christa zit, doet haar jasje aan om naar huis te gaan. Fries kijkt ernaar, indringende blik en kan zijn enthousiasme nauwelijks nog onder stoelen of banken stoppen: “Moooooooiiii!!!” roept hij. Zeg dat tegen een vrouw en ze is verkocht. En ’t feit dat Friesjes liefje ook met de naam Amélie door het leven stapt maakt het voor ons alleen maar gemakkelijker.