Over twee kleine ventjes

Over Benne:

  • Hij gaat sinds een aantal weken helemaal alleen op het potje. We hoeven het niet meer te vragen, want als hij ‘klaar’ is dan komt hij ons dat hoogst persoonlijk melden.
  • Hij heeft al een heerlijk zakje snoep gekregen van de Sint toen die op bezoek kwam in Bennes school. En hij gaat nog niet eens naar school. Wij appreciëren zoiets dus echt ongelooflijk.
  • Hij kan zijn schoenen afdoen. Dat is iets in de trant van beginnen met de veters uit te trekken en daarna je schoenen uitschoppen. Maar af zijn ze.
  • Hij heeft zelfvertrouwen. Als we hem proberen wijs te maken dat een kip een koe is, dan blijft hij bij zijn standpunt dat het echt om een kip gaat. Wij krijgen de commentaar dat we ‘nbeetje dom’ zijn. Flink is dat.
  • Hij entertaint Fries door een combinatie van gekkebekken en jolijtig lawaai. En daar kunnen wij alleen maar blij mee zijn.
  • Hij was even bang van de regen. Eens hij wist dat de regen dient om de bloemen, bomen en het gras te laten drinken, en om de muren van het huisje te kuisen, was hij gerustgesteld. Dan draait hij zich op zijn buik en slaapt.
  • Hij gaat graag in een mini-douche. Da’s niet de grote douche (waar hij ook graag onder staat), maar gewoon in het bad staan en daar ondergesproeid worden met water. En dan is er nog mini-stofzuiger ook, ofte kruimeldief.
  • Hij beseft niet eens dat hij morgen niet het meest gelukkige kind zal zijn bij het aanschouwen van wat de Sint heeft gebracht. Zijn mama, die zal het gelukkigste kind zijn.
  • Hij geeft hele natte zoenen. Onverwachts. Met zijn mond open. Wij proberen om dat toch enigszins binnen de perken te houden.

Over Fries:

  • Hij is ziek, heel ziek. Nu de vierde dag windpokken en nog altijd koorts. Afwisselend zucht, huilt en brult hij. Dat arme snotje.
  • Hij heeft veel blaasjes, en dat verbetert er niet op omdat ze zich in de pamper- en halszone bevinden. Zowat de meest vochtige plaatsen van zijn lichaam. Jeuk alom, hij kronkelt met zijn rugje tegen alles wat enigszins steun biedt. Het zou niet mogen zijn.
  • Hij brabbelt en kwebbelt dat het een plezier is. Maar steeds met een luide ondertoon, om te laten merken dat hij er ook is. Nu heeft hij al een redelijke klok van een stem, dus hem vergeten of eenvoudigweg negeren zit er niet meteen in. Het kwebbelen gaat nu wat moeilijker met die blaasjes in de mond.
  • Hij kan zijn neus pakken, en de neus van mama. En als hij zin heeft, ook die van papa. Om er dan eens goed op te duwen en te wachten tot er geluid uit komt.
  • Hij bescheurt het als je (al dan niet opzettelijk) niest. Goed voor hem dat hij in deze pokkentijden nog kan lachen.
  • Hij zou al wat zijwaarts durven stappen. Maar nu heeft hij het wat te druk met ziek zijn. Als een echte ridder moet hij eerst die pokkemonsters verslaan vooraleer hij bij de Vitabis-prinses kan raken. Zijwaarts.
  • Hij zal hopelijk wat kunnen lachen als hij morgen ziet wat de Sint heeft gebracht.
Advertenties

Een gedachte over “Over twee kleine ventjes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s