Miss J. en de mannen

Tijd om eens een update te geven hoe het zit met de mannen in m’n leven #roddelgeroddel. Een lijst van mannen die een onuitwisbaar positieve indruk hebben gemaakt de laatste drie jaar:

Zowat leeg dus (al overdrijf ik nu wel wat). Laten we het dan maar hebben over de mannen die daarvoor al met stip in mijn favorietenlijstje stonden en staan. Om vele redenen, ziehier*:

  • de leraren Latijn: de datief, de accusatief; het gidsen door de Aeneis; de manier waarop ze hele verzen ter aarde konden vleien, met de hand op tafel tikkend om het metrum te benadrukken; de sappige verhalen uit het oude Rome/Temptation Island alsof ze VIP-toeschouwers waren in de arena/aan het kampvuur. No words. Voor altijd in m’n hart.
  • de leraren toneel/voordracht: omdat ze me eerst afwezen, vervolgens in de armen sloten, me heelder regels lieten declameren met zo’n intensiteit dat ik me wel moest afvragen wie van mijn personages ik op en naast het podium was en wou zijn.
  • de scoutsleider: kunnen sjorren, vuur maken, liedjes zingen, knopen leggen, constructies tekenen en ze ook in elkaar zetten, het varken uithangen gecombineerd met een grote verantwoordelijkheidszin, … Dit alles gecombineerd met het dragen van een korte broek en het kennen van morse: yup.
  • de student-bioloog: de eerste die me zo lief vertelde dat hij  een oogje op me had. En ik had het wel zwaar zitten voor biologie toen. Maar niet voor de bioloog. De nagelaten indruk zit hem in de getoonde breekbaarheid.
  • de prof. anatomie en fysiologie: omdat hij zo gepassioneerd lesgaf over iets waar ik al een voorliefde voor had en nog altijd heb. En omdat ik hem door had: de belangrijkste info vertelde hij bij de overgang tussen dia’s. Easy peasy, dat vak.
  • de eerste deftige baas: de baas die me gedurende 11 jaar heeft gesoigneerd, opgevangen, me de basics en advanced lessons van diplomatie heeft geleerd. De baas die me alle ruimte gaf om te kunnen groeien en exploreren. De baas die zelf ook bleef groeien. Hij doet dat goed nu, het loont om mijn baas te zijn 🙂
  • de vader: de man die me liet tsjoolen op scoutskamp tussen de jongens, ook al was ik dan blijkbaar een meisje; de man die in me bleef geloven om verder te studeren; de man die naar me luisterde toen dat het meest nodig was en zei dat hij alles begreep.
  • de jongste broer: omdat hij, ondanks al het geplaag van een oudere zus, zijn leven toch wel het meest op orde heeft op dit moment. En dat hij dat, op zijn eigen manier, goed doet en zich van de rest niets aantrekt.
  • de male besties: omdat elk meisje een beste vriend nodig heeft. Omdat ik daar alles aan mag vertellen. Omdat ze altijd reageren. En ze doen dat elke keer meer juist.
  • de saxofonist: de jongen die beter saxofoon kon spelen dan dit meisje. Omdat hij veel betere stukken speelde en daarbij nog eens schoon was om naar te kijken. En dat zijn ogen twinkelden tijdens het spelen. Die van mij ook.
  • de blonde eerstgeborene: omdat hij me confronteert met hoe ik was als kind, maar hij gaat dat veel beter doen.
  • de bruinharige smartass: omdat hij me confronteert met hoe ik wou zijn als kind maar hij gaat dat veel beter doen.
  • de kleinste bollie: omdat hij me zo confronteert met alles wat is geweest. Maar hoe wij samen zijn gegroeid: dan weet ik dat er ons nog grootse zaligheden te wachten staan.

Wat ze gemeenschappelijk hebben? Ze kunnen iets wat ik ook graag wil kunnen of wou kunnen. Ze dagen me uit of hebben me op verschillende manieren uitgedaagd van mezelf een rijker, wijzer of schoner mens te worden.

Waarom staan er geen vrouwen in dat lijstje, zegt u? Omdat (1) het lijstje dan nog wel wat langer zou worden en (2) de titel dan niet zo catchy zou klinken en u vast en zeker dit stuk niet had gelezen :p

IMG_3338

* dit betreft uiteraard een finest selection, begin nu niet te bleiten, dank u!

20 (!) dingen waar ik goed in ben

  1. Moppen verpesten door op het pointe-moment de pointe te vergeten. Zelfs de zonen worden er gek van.
  2. Bananen decoreren, met of zonder thema. Zonen vragen, moeder tekent, zonen eten fruit, moeder blij.
  3. Situaties ontzenuwen door mezelf als een clown te gaan gedragen. Dat heb je dan met die introverte extraverten (of extraverte introverten). Die voelen spanningen aan en die willen dan mensen doen lachen door zichzelf het mikpunt van spot te maken.
  4. Mensen afschrikken. Grote mond en zo. Bakstenen omgeven door tralies omgeven door beton omgeven door overwoekerd onkruid. Kan op één moment verdwijnen als ik me op mijn gemak voel. Is ondoordringbaar in andere situaties ook al lijkt het van niet. Dat afschrikken heeft me al veel smalltalk met losers bespaard. Dus vooralsnog meer voordeel dan nadeel.
  5. Voetballen. Als mijn zonen het zelf zeggen dan zal het wel kloppen. Vooral mijn schot richting ingebeelde winkelhaak mag er blijkbaar zijn.
  6. Knutselen – bakken – kneden – in aarde wroeten. Als ik maar met m’n handen kan bezig zijn. Pottenbakken op de wijze van Ghost was nog iets voor mij geweest.
  7. Filosoferen. En ik kan dat in volledig nuchtere toestand. Over dat er een beperkt aantal prototypes van mensen bestaan waarop alle variaties kunnen teruggebracht worden. Omdat ik ooit eens in het buitenland iemand heb gezien die sprekend op een vriendin leek. En daar dus andere mensen dan mee lastig val.
  8. Mijn kerstboom decoreren. Ik heb dat jaren niet (graag) gedaan. En nu doe ik dat. In ’t wit. Met pluimen en boa’s en al. Eén hoek in het huis er los over. That’s it. De rest van mijn huis blijft vrij van ballen en bellen.
  9. Boeken kaften – ik doe dat graag en gruwelijk efficiënt.
  10. Bedden opmaken – ik doe dat elke morgen maar slaag er vooralsnog niet in om dat mijn zonen aan te leren. Waardoor ik het nog met plezier voor hen doe ook. Bij een opgemaakt bed ’s avonds heb ik altijd het gevoel dat de slaapkamer Fébrèze-ish is. En daar ben ik dan instant vrolijk van, zo net voor het slapengaan.
  11. Verjaardagsfeestjes geven. Liefst voor iets te veel kinderen. Zo’n 10 stuks in uw huis, dat doet iets met een mens zijn gehoor en wallen. Om niet te spreken van je huis. Maar ik doe dat graag.
  12. Aperitieven. Doen én voorbereiden. Als ik verantwoordelijk ben voor de aperitief dan moet er niet veel meer gehoofdgerecht worden. Ik heb vakantiedagen gehad waar ik als ontbijt, middagmaal, vieruurtje en avondmaal in good company heb zitten aperitieven.
  13. Geheimen bewaren. Punt. Hieraan gelinkt: me naïever voordoen dan ik ben ook al heb ik bepaalde zaken relatief snel door. Voor de wereldvrede en zo.
  14. Niet naar tv kijken. Als de tv op vrijdag om 18u op Ketnet stond en de zonen vertrekken dan is de kans groot dat, als ze terugkomen, de tv op Ketnet aanfloept. Ik vergeet dat gewoon, tv kijken. En het is bovendien ook beter voor mijn gezondheid, want als ik tv kijk dan begin ik ofwel op mijn nagels te bijten, ofwel jaag ik er tussen twee reclameblokken een zak chips door. Gevolgd door een appel. Balance, that is.
  15. Gaatjes boren, banden vervangen, meubels in elkaar zetten. Ik zou dat kunnen vragen aan andere mensen maar ik doe dat eigenlijk liever zelf. Alpha female stuff. Is soms ook de oorzaak van punt 4.
  16. Tegen paaltjes rijden en parkeerboetes verzamelen. En ik lig daar dus geen seconde wakker van.
  17. Verdrietjes troosten door er instant een voordeel van te maken. Is zoon2 te laat aangekomen op de scholenveldloop en ontroostbaar? Bel naar uw moeder die zegt dat je naam toch wel is omgeroepen voor iedereen daar aanwezig. Hoeveel kunnen er dat zeggen? En hoeveel mensen hebben nu toch ook weer gehoord wat voor een coole naam hij heeft? Zo’n dingen dus.
  18. Boos kijken. Dat is mijn bitchy resting face. Ik ben zelden boos aangezien dat een emotie is waar ik liever geen energie aan verspil. Maar ik zie er dus wel permanent boos uit. En verdrietig in de ochtend, maar dat is dan omdat mijn gezicht altijd later wakker wordt dan mijn geest.
  19. Sorteren. De handdoeken op kleur, kleerkasten, speelgoed, mijn koelkast. Ik kan instant gelukkig worden bij de aanblik van een schoon gesorteerde doos vol vers geslepen kleurpotloden. Ik kan daarvan genieten, maar opnieuw: mijn slaap zal ik er niet voor laten. Hieraan gelinkt: lijstjes maken. Ik ben een paper addict. Lijstjes, schriftjes, pennen, …  me loves!
  20. Op m’n eentje naar tentoonstellingen gaan. En daar dan verloren lopen in al het moois dat te zien is. Of ergens alleen gaan ontbijten, met een goed boek erbij. Of het vlammenspel voorspellen bij een kampvuur. Dat lukt me steeds beter. Vraag me dan niet om met mensen te praten, dat is er te veel aan. Te druk bezig met staren, genieten, rond badderen in m’n hoofd.

En jullie? Waar zijn jullie zoal goed in? En hopelijk doen jullie er minder lang over dan ikzelf 😉 #inspiratie.

In wijzerzin, links: moddermoeder met kind op hoofd, niet zo stilleven – doe eens extra onnozel als er één kind boos is – u vraagt, moeder tekent – banana..

In wijzerzin, rechts: Patti op Watou 2016, zwaar genieten – gelukkig staat mijn poes er wel goed op – vurige marshmallowkinderen – breakfast in Boedapest.

 

Gezocht: voltijds moederschap

f8a94ec9-05d4-41e0-ad0e-704d58253333“Hoe wenst u de betrekking in te vullen? Halftijds, voltijds, 9/14, 5/7?” – is iets wat nog geen enkele vrouw te horen kreeg bij het krijgen van een kind. Moederen doe je voltijds, sticking to the plan, punt.

Een halftijdse ‘job’ als mama: ik blijf het daar bijzonder moeilijk mee hebben.

Er zijn de pompen-of-verzuipendagen met drie koters. Ook genoemd: de dagen van compleet contentement bij het moederdier.

  • de dagen dat ik zowaar eens zou verlangen naar een extra paar handen om het werk gedaan te krijgen;
  • de avonden waarop ik om half tien mijn bed in strompel, de me-time gereduceerd tot sleep time, niet goed wetend waarom ik eigenlijk moe ben en al lang tevreden dat mijn huis er proper bij ligt;
  • de ochtenden met strak schema waar ik intens kan genieten van het ontbijt als rustpunt in de drukte;
  • het hoofd schudden als twee grote zonen quasi nonchalant richting speelplaats slenteren, duidelijk hebben laten weten geen zoen meer te willen, maar wel nog altijd eens achterom kijken met een blik die zegt: “Gooi anders maar een zoen, mama, zie je me nog?”;
  • het trots gevoel als de jongste de prachtigste volzinnen richting oren en hart zwiert;
  • de triomfantelijke blik richting kassierster als ik er weer eens in geslaagd ben een volle kar door de winkel te manoeuvreren, met links en rechts iets van 30kg eraan bengelend en in de kar een druiven en chips verpletterend klein monstertje. Maar wel met manieren, mevrouw;
  • de momenten waar ik de kroost zie voetballen, zetelhangen, spelletjes spelen, chillaxen, tekenen, dansen, ruzie maken en denk: ’t zijn echt de mijne. En wij doen dat goed, wij.

Er is de bijtankdag. De halve dag na 1 van de 26 afscheidsavonden op een jaar. Een ochtend waarop ik met lijf en leden geniet van de rust, de ochtendkrant, de koppen koffie en de orde in mijn huis. Een halve dag. Dan ben ik ermee klaar. En begint het gelummel, zo af en toe.

Er zijn de opvuldagen. Dagen 0.5 tot 7.

  • de momenten waarop ik een t-shirt niet meer hoef te strijken omdat ik er al te lang met mijn hand heb over geaaid, snuffelend naar jongensgeuren die nog moeten komen;
  • er zijn de stapeltjes kleren, klaar om in een kleerkast te stoppen in een kamer zonder geluiden, zonder beweging, zonder knuffels. Het bed veel te netjes opgemaakt, het huis als een toonzaal;
  • er is het hier en daar terugvinden van een puzzelstuk, een dopje van een stift, een verloren krijtje, een tekening, een vergeten snoepje, steentjes, stokjes, overschotjes in de koelkast;
  • die ene avond waar een maaltijd in viervoud wordt klaargemaakt, ofwel uit gewoonte, ofwel om niet meer te moeten koken op de andere dagen;
  • een vaatwas die een hele week niet draait, een badkamer die blijkbaar ook vuil kan worden als ik de enige gebruiker ben ook al zeg ik tegen mijn kinderen van niet, een keukentafel en aanrecht die stof vangen;
  • de avonden waar ik, al dan niet met goesting, wegga, want zo hoort dat en een mens moet toch nieuwe mensen leren kennen;
  • de nachten waarin ik veel te laat thuis komt en stil de trap op strompel om toch niemand, letterlijk niemand, wakker te maken;
  • het opvolgen van adviezen van zij die het wel, niet of beweren te weten: “Ga uit!”, “Doe dingen die je graag doet!”, “Doe maar eens zot!”, “Gedraag je eens als een 20-jarige labiele bakvis!*”;
  • het jaloers gevoel als je andere moeders/vaders met hun kroost of kind ziet, goed wetende dat zij over enkele dagen op hun beurt naar lege stoelen moeten staren terwijl jij geniet van in het rond vliegende broodkruimels;
  • de dagen met gestolen momenten door dokters- en kappersbezoeken in te plannen, de bezoekjes omdat ze toch dringend iets compleet overbodigs nodig hebben, de boeken die nog binnengebracht worden om te kaften, de momenten dat je beseft dat je al een uur zit te glimlachen, omdat je door hun foto’s aan het bladeren bent, de telefoontjes waar je ofwel naar hun verhalen luistert en blij vragen stelt, ofwel gewoon luistert in de hoop dat zij jou geen vragen stellen omdat ze anders de tranen als knikkers over een houten vloer zouden horen rollen.

Er is de terugkomdag. Dat gewriemel in het moederlijf. Dat verwachtingsvol naar huis rijden. De poort openzetten of spurten naar de voordeur als de bel gaat. De kroost als bezoekers van hun thuis. Sinterklaas, de kerstman, je verjaardag, de paashaas, de schoolreis, je lentefeest/communie, … het voelt als het tienvoudige (maal drie) van al die dagen samen. Plannen maken voor ‘jouw week’, ‘onze week’, ‘hun week’. Altijd is het wel hun week. Zolang zij maar voltijds kind kunnen blijven.

*niemand heeft me ooit deze raad gegeven, het zou anders veel kunnen verklaren.

Uit de kast ermee!**

Goh, gij zijt toch een sterke hé, zoveel dingen doen, en al die ballen in de lucht. En nu nog zwanger van een derde… topwijf gij!” (in het gezicht, x10)

Wacht maar, die gaat echt nog serieus haar klop krijgen. Dat kan niet anders. Vroeg of laat komt dat er van.” (achter de rug, x20)

Ja, ze heeft haar klop gekregen. Meerdere klopjes, het eerste zo’n vier jaar geleden, het laatste zo’n twee jaar geleden. Jaren 1 tot en met 3 heb ik daarover gezwegen. Jaar 4 heb ik daarover gepraat, kunnen praten, durven praten. En dus is hier nu the blogue, v2.0. 

Hoe dat zo ging.

Een derde kind in de buik en een lijf dat bij de derde keer toch iets wist van tegensputteren. Vreemd. Maar ze ging door. Signalen van uw lichaam zijn er vooral om niet naar te luisteren. “Wilskracht boven fysieke kracht!” was de kreet. Alsof ze een opvoeding in een 19de-eeuwse kostschool had gekregen. Er moest immers verbouwd worden, voor twee kleine jongens gezorgd worden, er was een relatie te redden, een carrière uit te bouwen waarbij het glazen plafond zou vermorzeld worden met een lichte kopstoot. En vooral: er moest wat schijn opgehouden worden. Want was ze niet één van die sterke vrouwen waar meisjes naar opkeken?

En toen bleek Held3 een huil- en krijsbaby te zijn. Daar waar ik vroeger wat meewarig naar verhalen over huilbaby’s luisterde kreeg ik nu de rekening gepresenteerd voor mijn gebrek aan empathie en het teveel aan oordelen. En toen waren er wat veranderingen op het werk. Minor issues, redeneerde ik. Major impact, besloot het hoofd. Maar dat werd nog even verdrongen. Net zoals de relatiedemon die al een tijdje om het hoekje aan het gluren was. De ongewenste bezoeker die we maar niet buiten kregen, die te lang bleef en alle toekomstplannen wegvrat, zoals de praatzieke tante die komt binnenvallen en je lievelingskoekjes opeet nog voor je er zelf één van hebt kunnen proeven. Er was het afscheid nemen van een huis, een illusie van een thuis, toekomst, een ideaalbeeld. Afscheid van mensen, sommige levend, sommige levend en wel, andere al vervormd tot herinneringen en foto’s.

Het waren de maanden van mist in het hoofd. Van gedachtesprongen die voor niemand uit te spreken waren aangezien het zelfs voor mij te snel, te hoog, te diep, te ver ging. En ik zweeg. En ik las haar stukjes. En die van haar. En ik zag andere stukjes passeren waarin vrouwen bijzonder krachtig hun zwaktes beschreven. En het was te confronterend: de opluchting van anderen om hun masker(s) af te gooien kwam dreunend mijn hoofd binnen. En dreunde verder, het hele lijf door. Wat waren ze sterk, die anderen. Wat hadden ze geluk dat ze wél op begrip konden rekenen bij hun coming-out van superwijf-met-beperkingen-en-twijfels. Hoe luider de roep klonk naar meer authenticiteit in blogland (of toch de provincies waar een select clubje bloggers mag vertoeven), hoe zwaarder de stilte werd. Ik had noch de middelen (praten en schrijven lukte niet), noch de energie (overlevingsmodus aan), noch de goesting (ontkenning ten top) om ook maar te reageren dat een post herkenbaar was, of iemand veel sterkte toe te wensen. Laat staan dat ik zelf mijn verhaal zou doen. De woorden waren er nog niet. Het schrift moest nog gemaakt worden, de pen nog gevuld.

En ik bleef lezen hoe zij, mijn favoriete blogster van het eerste uur,  worstelde*. En dat, overall, positief denken en lief zijn voor jezelf enkele van de sleutels zijn om de donkere kerkers van je geschiedenis te verluchten. En ik durfde mijn zwakheden tonen, voorzichtig, soms langs mijn neus weg, liet ik wat vallen. Sommige begrepen het. Anderen zwegen en duwden met man en macht het masker terug op mijn gezicht. Zij die van haar voetstuk zou vallen, dat kon niet. Er was de periode van kwaadheid. Kwaad op al wie me ‘gemaakt’ had tot wie ik nu ben. Tot ik besefte dat ik daar de enige verantwoordelijke voor ben. Gevolg: ik werd kwaad omdat ik kwaad was. Kwaad omdat ik zeker niet zo’n grumpy, oud, zagerig, cynisch wijf wou worden.

En toen zei iemand: “Het is ok om kwaad te zijn, dat mag.” Waarop ik: “Maar! Ik! Wil! Niet! Zo’n! Kwaad! Stuk! Venijn! Zijn!” De ander: “Dat ben je niet, dat zal je ook niet worden. Maar nu mag je kwaad zijn om alles wat gebeurd is”. Waarop het kwaad stuk venijn: “Eventjes dan?” De ander: “Eventjes dan.”

Dat -eventjes dan- boos mogen zijn zorgde voor een sluier van mildheid. Voor de anderen, maar nog meer voor mezelf. De woede, een volle bibliotheek, werd omzwachteld met begrip tot ze verschrompeld was tot een hoofdstukje van een perkamenten boek in een stoffige archiefruimte.

En hier staan we dan: three heroes and a princess. Een moeder van drie helden. Een vrouw met een ‘gefaalde’ carrière, op het zijspoor gezet om te investeren in zonen die leven met goesting. Een meisje dat nog gelooft in liefde en elkaar hogerop tillen. Een meisje dat gelooft in romantiek. Want dan kan er gelachen worden en is een sarcastische opmerking op zijn plaats. Zo is ze ook wel.

*Wat haar woordenstromen betekend hebben zal pas uit te drukken zijn als er een woord wordt uitgevonden om het gevoel te beschrijven dat de mensheid ervaart bij het ontvangen van een signaal van buitenaards leven. In de veronderstelling dat we daar met z’n allen verrukt op reageren natuurlijk.  

**Dit is geen stukje geschreven vanuit moed. Misschien ook niet vanuit slimheid. Het is wat het toen was. En het is een voetnoot in wat nog komen zal. 

Zo de moeder, zo de zoon

Er zit soms pijnlijk veel van mezelf in die oudste van me. Zo zijn er twee mindere eigenschappen die het kind onherroepelijk met zich meedraagt. Er zullen er nog wel meer zijn, maar laten we ’t nu maar even hebben over de twee die nu al zichtbaar zijn, dat lijkt al meer dan voldoende.

– Zo de moeder, zo de zoon – deel 1: Pietje Precies.

De oudste zoon is bangelijk, gruwelijk perfectionistisch. Een positieve mens zou dit oog voor detail noemen, voor een ander is het een ziekelijke neiging met veel tijdverlies tot gevolg. Hij is heel flexibel in wat hij doet, maar als hij iets doet, dan moet het juist zijn, af zijn. ’t Moet kloppen met hoe het in zijn hoofd zit, hoe hij het had gepland. Dit geldt voor zowat alle kleuteractiviteiten behalve kleuren, knutselen, … Precies (ah ja) alsof hij weet dat creativiteit en perfectionisme toch niet echt goed samengaan. Maar meneertje hier oefent zich intussen te pletter om zijn naam te kunnen schrijven, om te kunnen lezen, om toch maar die regenboogkleuren in de juiste volgorde te kunnen schilderen/kleuren (ROGGBIV is het codewoord, mensen). Enfin, ik kan het hem niet kwalijk nemen, eigenlijk. Want hou me maar eens tegen als er een veeg op mijn keukendeuren te vinden is of als er een handdoek of hemdje verkeerd geplooid is.

– Zo de moeder, zo de zoon – deel 2: Nagelbijterke

Zo op mijn zestiende besloot ik dat het genoeg geweest was, met dat nagelbijten. En van de ene op de andere was het gedaan. Met nagelbijten, dat wel. De velletjes dienden als troost, da’s niet voor echt. Met als gevolg dat het resultaat dus ook op niet veel trok. De oudste zoon combineert voorlopig beide, tot bloedens toe. Gisteren was hij zowaar aan zijn grote teen aan het sabbelen, wegens alle vingernagels en -velletjes al uitgetrokken en verteerd. Ik was zwaar onder de indruk van zijn lenigheid en wou dus weten of ik dat eigenlijk ook nog kon (affirmatief, zonder op iets te bijten weliswaar). Intussen worden mijn jeugdherinneringen weer wat levendiger: vingers in de mosterdpot, vieze nagellak die je op den duur wel leert te eten, handschoenen, beloningsmechanismen allerhande, en zelfs een spoedoperatie wegens een zwaar etterende vinger. En nog niet geleerd zijn. Wat ik me dus afvroeg: wat weet u over remedies tegen nagelbijten? Tijd gaat nu in.

En die dikke vingers? Heeft hij ook van mij. Maar da’s dan weer de schuld van mijn ouders 🙂

Werkende moeders

Wat ik me zo nu al een paar dagen afvraag als ik al die mooie FB-foto’s zie, al die schone verhalen over veel, heel veel tijd met de kinderen, over veel creatief bezig zijn, over uitstappen en zo: hoe doen al die moeders dat?

Ik ben ervan overtuigd dat alle moeders werken. En je hebt er die voltijds buitenshuis werken. En die dus (als ze geluk hebben) om zes uur ’s avonds thuis zijn. Of soms eens eerder, als er geen opvang is en er eens aan de schoolpoort mag (ja, mag!) gewacht worden. Als het meevalt heb ik dus per dag zo’n drie uren die ik samen met mijn twee helden kan doorbrengen. En laat die drie uren dan nog eens de spitsuren zijn waarin er moet gewassen worden (1x), tanden gepoetst (2x), van apotheker gespeeld (2x), schoolboekjes opvolgen, eten (2x), afruimen (2x) en hele huishoudelijke kluts (120x). Dus schiet er nog zo’n uurtje over om opvoedkundige dingen te doen. Om samen te kleuren, te puzzelen, spelletjes te spelen.  Ze te zeggen dat ik ze graag zie, ze uit te leggen waarom ik weer zo lang weg was en waarom ze me morgenvroeg niet zullen zien.

En soms vrees ik dat dat niet genoeg is. Dat ze een gigantische achterstand gaan hebben omdat ze niet genoeg hebben gepuzzeld, gekleurd, geknipt, gehamerd, getekend, kortom: gekleuterd. Omdat ik dus te weinig thuis ben, vrees ik dan.

En dan lees en hoor je die leuke verhalen uit de kerstvakantie over luie kinders, hyperkinetische kinders, vervelende kinders, lieve kinders, … en dan denk ik: ik heb maar weinig van die verhalen. Of ik onthou ze gewoon niet. En in tweede instantie: was ik maar steenrijk getrouwd, zodat ik hele dagen kon moederen, afgewisseld met kuren en kappers allerhande. Of: ik zou misschien in ploeg kunnen gaan werken zodat ik in de namiddag thuis ben. Of gewoon eens beginnen meespelen met de lotto?

Om dan te besluiten dat ik het niet zo heb voor kuren en kappers, dat ik pas een ochtendmens zal zijn in het laatste stadium van dementie en dat ik hopelijk niet lelijk genoeg ben om de lotto te winnen. En dat ik in plaats van hierover te zagen, maar beter eens aan hun foto-album begin.

Secret Santa (2): wat ik mocht geven

Secret Santa dus, eerste verhaal. Wat ik mocht geven aan deze fijne mevrouw Frutsel.

Ik kreeg een wishlist en de moed zonk me in de schoenen, zoveel originaliteit, zoveel creativiteit, ik wist begot niet wat te doen en overwoog zelfs even om me uit te schrijven. Van plan A over Ebis (naaien) tot K (haken). Om dan terug te gaan naar plan A.

Scrapbooken dus, iets wat ik al langer eens wou doen, maar zelf wel het verstand had om te beseffen dat er nu geen tijd meer over is voor nog een hobby bij. Occasioneel scrapbooken kon dus wel en zo geschiedde. En meteen werd daar een scrapbooketui of gewoon een zakske bijgestikt. Qua weekendproject kon dat wel tellen.

En blijkbaar hebben de heren en dames van de post dit in dit weer op een plaats niet eens zo ver van hier vandaag afgeleverd.

Mevrouw Frutsel: ik heb even zitten snuisteren in je virtuele leven en blijf het graag volgen!

Noot aan mezelf: probeer de volgende keer wel binnen de formaten van postpakketten te blijven.