Deals sluiten

Opvoeden is deals sluiten, wederkerigheid. Korte termijnbeloningen en dingen beloven om ze zoet te houden. Enfin, zo voelt het toch na een zware week 🙂

Zoals:

– zeggen dat je zonen in het weekend mogen samen slapen, in de hoop dat ze in de week toch eens voor negen uur hun ogen dicht doen. ’t Zijn weer lange avonden hier, als je pas na negen uur aan je ménage en ander werk kan beginnen. Maar ’t is een deal die voorlopig werkt.

– zeggen dat ze morgen zeker mogen fietsen, buiten, in de hoop dat ze die avond niet gaan neuten omdat je niet zal thuis zijn voor het slaapverhaaltje. De dag erop juichen dat het regent, om dan na schooltijd toch nog in volle zon de fiets uit te halen. Om dan te zien dat die oudste echt maar geen afstand wil doen van zijn steunwieltjes. De deal was hier om zonder wieltjes te proberen, en het proberen heeft toch welgeteld twee seconden geduurd.

– zeggen dat ze ’s avonds macaroni mogen eten, in de hoop dat ze ’s morgens niet beginnen huilen als je ze uitzwaait. De macaronideal werkt al-tijd!

– zeggen dat je morgen naar de winkel zal gaan om carnavalskleren, omdat je al slim genoeg bent dat je die wel degelijk gaat kopen, en niet gaat maken. Hoe zou het ook, met een naaimachine die al twee maanden niet meer uit de kast is gekomen? Meer dan wat vloeken, binnensmonds mompelen en reikhalzend uitkijkend naar een zomer met hopelijk zeeën van tijd kan ik momenteel niet doen. Deal is zwaar mislukt, ze willen allebei een spinnenmankostuum. Zelfs mega-Toby is aanlokkelijker…

– zeggen dat ze de liefste zijn, de knapste zijn, de leukste zijn, in de hoop dat ze dan “Jij!” antwoorden als je vraagt wie hun grootste vriend is. Wat dus niet het geval is. Ik ben niet stoer genoeg wisten ze me te zeggen. U weet wel, die twee zonen die om de haverklap rond mijn benen hangen als er een stofje te hard op hun huidje is gevallen, ja, die twee stoere.

Ehm

Wij, wij zijn enorm goed bezig denken wij zo.

Meester Benne

Fries: “Ik heb naar Pipi Langkous gekijkt!”

Wij (eens verantwoord bezig): “Ah, heb jij naar Pipi Langkous gekeken?”

Benne (iets minder goed bezig en met zwaar rollende ogen): “Ja Fries! Zeg! Ge-keeeee-ken! Naar Pipi Langkous gekéééééken!”

Benne (trots omdat hij ook eens iets wist): “’t Is gekeken hé mama, niet gekookt!”

Wij (beseffende dat het spel nu toch al om zeep is): “Of is het gekeukt?”

Betweter Benne en Frolijke Fries: “Miiiihiiiihiiii, haaahahaa!” En zo proestten ze nog een beetje verder, Fries terwijl hij zijn ogen weer alle kanten uit liet rollen, Benne terwijl hij compleet verwijfd zijn bles haar uit zijn ogen haalde. Zei iemand hier iets over dochters?

Ik ben al drie drie drie!

We gaan hem niet meer kunnen wijsmaken dat hij nog een baby is. Het leven begint bij drie, de betweterigheid ook, zoveel is duidelijk.

De dag voor zijn verjaardag was het nog dat mama en papa stout waren en dat ze niet naar zijn feest zouden mogen komen. Waarop moeder begon te mompelen dat ze hem heel graag een kartonnen taart zou voorschotelen. De dag van zijn verjaardag was hij de man. Hij wist het, en hij gedroeg er zich naar. Als liep de nulmeridiaan door eender welk deel van zijn lijf, als was er niemand ter wereld die nu niet aan het meevieren was. Tenslotte was hij nu wel degelijk baby af, zo had hij zelf plechtig meegedeeld. En wij mochten vereerd zijn dat hij dat met ons wilde vieren, daar bestond ook geen twijfel over.

Enfin, er waren slingers, caloriebommetjes, liedjes, veel volk met veel te veel geschenken. Er waren neefjes, een broer en een vriendje I., er was een gekke nonkel olifant, er was een fiets, er was een kroon die hij als zweetband gebruikte, er was een glunderende Fries. Net zoals er drie jaar geleden een glunderende en opgeluchte moeder was. Glunderend dat die tweede er was, opgelucht dat Chucky eindelijk een gezicht kreeg (iets met één zwangerschap te veel, was dat).

Hier is hij, de zo totaal niet meer baby Fries!

Kadootje van de broer!

Als je kleine broer iets doet, wat jou als koppige vierjarige niet aanstaat. Wat doe je dan?

– je zou je moeder kunnen roepen, met het risico dat je de hele dag meneertje klikspaan bent

– je zou je moeder kunnen roepen, met het risico dat die je vierkant uitlacht

– je zou in een hoekje kunnen demonstreren hoe koppig je kan zijn. Waarop moeder je straal negeert.

– je zou kunnen een boek in je broer zijn oog steken. Maar zo goed kan je nog niet mikken, dus gooi je ’t maar net eronder. Drama ten top, moeder holt eerst naar het huilende kind, waardoor jij de tijd hebt om je uit de voeten te maken. Tegen dat het bloed wat is gedept, de kleinste is gesust, heb jij al je zieligste gezicht overtrokken met een pak schuldgevoelens omdat dat zo hoort. ’t Hoofd schuin, een voetje dat de vloer streelt, vingertjes die de deur krabben (als dat tenminste nog kan, met die afgebeten nageltjes van je), en die ogen neer. Onderlip in pruilstand, ogen in waterstand.

Was ik kwaad? Minder alleszins dan dat ik verontwaardigd was. De kernlogica: “Mama en papa doen hier niemand pijn”, en dus “Jij doet ook niemand pijn”, krijgen we hier moeilijk uitgelegd blijkbaar. Boys.

Boekje hebben, iemand?

(foto op dag 1: ’t moest nog blauw worden blijkbaar)

Zo de moeder, zo de zoon

Er zit soms pijnlijk veel van mezelf in die oudste van me. Zo zijn er twee mindere eigenschappen die het kind onherroepelijk met zich meedraagt. Er zullen er nog wel meer zijn, maar laten we ’t nu maar even hebben over de twee die nu al zichtbaar zijn, dat lijkt al meer dan voldoende.

– Zo de moeder, zo de zoon – deel 1: Pietje Precies.

De oudste zoon is bangelijk, gruwelijk perfectionistisch. Een positieve mens zou dit oog voor detail noemen, voor een ander is het een ziekelijke neiging met veel tijdverlies tot gevolg. Hij is heel flexibel in wat hij doet, maar als hij iets doet, dan moet het juist zijn, af zijn. ’t Moet kloppen met hoe het in zijn hoofd zit, hoe hij het had gepland. Dit geldt voor zowat alle kleuteractiviteiten behalve kleuren, knutselen, … Precies (ah ja) alsof hij weet dat creativiteit en perfectionisme toch niet echt goed samengaan. Maar meneertje hier oefent zich intussen te pletter om zijn naam te kunnen schrijven, om te kunnen lezen, om toch maar die regenboogkleuren in de juiste volgorde te kunnen schilderen/kleuren (ROGGBIV is het codewoord, mensen). Enfin, ik kan het hem niet kwalijk nemen, eigenlijk. Want hou me maar eens tegen als er een veeg op mijn keukendeuren te vinden is of als er een handdoek of hemdje verkeerd geplooid is.

– Zo de moeder, zo de zoon – deel 2: Nagelbijterke

Zo op mijn zestiende besloot ik dat het genoeg geweest was, met dat nagelbijten. En van de ene op de andere was het gedaan. Met nagelbijten, dat wel. De velletjes dienden als troost, da’s niet voor echt. Met als gevolg dat het resultaat dus ook op niet veel trok. De oudste zoon combineert voorlopig beide, tot bloedens toe. Gisteren was hij zowaar aan zijn grote teen aan het sabbelen, wegens alle vingernagels en -velletjes al uitgetrokken en verteerd. Ik was zwaar onder de indruk van zijn lenigheid en wou dus weten of ik dat eigenlijk ook nog kon (affirmatief, zonder op iets te bijten weliswaar). Intussen worden mijn jeugdherinneringen weer wat levendiger: vingers in de mosterdpot, vieze nagellak die je op den duur wel leert te eten, handschoenen, beloningsmechanismen allerhande, en zelfs een spoedoperatie wegens een zwaar etterende vinger. En nog niet geleerd zijn. Wat ik me dus afvroeg: wat weet u over remedies tegen nagelbijten? Tijd gaat nu in.

En die dikke vingers? Heeft hij ook van mij. Maar da’s dan weer de schuld van mijn ouders 🙂

Vergane liefde

Uit het oog, uit het hart, zo redeneert die oudste zoon van me. Als je hem op maandagmorgen vraagt of hij blij zal zijn om zijn liefje A. terug te zien, na twee weken vakantie, antwoordt hij doodgemoedereerd: “Nee”.

Omdat meneer intussen al geleerd heeft dat een frons bij de moeder teken is dat verdere uitleg wel gepast zou zijn vertelt hij dat hij wat boos is op A. [frons 2]. Boos omdat hij ze zolang niet heeft gezien, en dat ze nu toch wel geen vriendjes meer kunnen zijn [frons 3]. En dat hij dan maar een ander vriendinnetje gaat zoeken.

Waarop de moeder begint met een omstandige uitleg over het belang van vriendjes blijven, van elkaar graag terug zien, van trouw zijn aan elkaar, van continuïteit in een relatie, ook al is die gebaseerd op een kinderlijk leuk vinden. En dit allemaal in kleutertaal, maar het moet gezegd: het heeft effect gehad.

Zo boos als hij was op zijn A. toen hij naar school vertrok, zo dik was de liefde weer toen hij terugkwam. A., zijn A., ze was er nog steeds. En ze had hem gezien (herkend) in school! En alles was weer als vanouds.

Nu toch eens proberen om me populair te maken bij die moeder zodat kleine A. en Benne, met misschien wel C. (zijn vriendinnetje als A. het niet ziet) de volgende vakantie niet meer zo’n lange tijd en zo’n lange afstand (toch wel acht kilometer, zeg) van elkaar moeten gescheiden zijn.

En over de liefjes van Fries valt enkel te zeggen dat meneer meisjes behoorlijk stom vindt en dus volledig voor de jongens gaat. Maar dan wel met diezelfde jongens hele dagen in de poppenhoek van papa en papa speelt, als we hem mogen geloven. Dit wordt spannend naar de toekomst toe 🙂