Wii doet er mee?

Er staat hier een wii. In een kot dat overigens te klein is om deftige armbewegingen te kunnen maken, maar daar gaan we nu even niet moeilijk over doen.

De wii dus. En hoe is die hier geraakt?

– Er waren de buurjongens met zo’n ding. En twee zonen die daar heel erg graag mee spelen als ze daar zijn. Waardoor moeder plots zei dat ze dan liever zo’n wii zou hebben in haar huis dan een ander toestel (toen was er nog weinig sprake van een Kinect). Als er dan moet gegamed worden, dan het liefst met een wii. Eventueel vanaf het eerste leerjaar, misschien, als kado bij het lentefeest en verjaardagen?

– Er was de trip naar het buitenland en de echtgenoot die dan maar vrolijk de hele bestelling bij Sinterklaas deed. Om dan gortdroog via Skype mee te delen dat er een wii besteld was. Inclusief sturen, knuppels, geweer, … Een koopje zo zei hij. Moeder, bijna bezwijkend onder het schuldgevoel dat ze een week van huis was, zei er niet veel van. Als je op meer dan 7000 kilometer van huis zit en je de echtgenoot en kinders tien minuten per dag kan bellen, dan ga je niet beginnen discussiëren over een spelleke.

– Er was de argwaan, de grote argwaan. De complete desinteresse op de avond van 5 december. Dat de vader van de zonen zelf alles mocht uitpakken en installeren, dat ik mij daar echt niet mee zou bezighouden met zo’n speltoestanden. Hij zette het ding ineen, ik knutselde met wat lego-toestanden en nam de nieuwe buit boeken door. Gelukkig dat er nog boeken zijn, dacht ik.

– Er was het gespeelde enthousiasme op zes december, vroeg des morgens. En het wrange gevoel erna: “Waarom hebben mijn kinders in godsnaam een wii?”

– Er was zes december ’s avonds: moeder kwam thuis, vader stond te koken en de zonen waren aan het dansen en wel hiermee. En dat moeder eens moest meedoen.

– Ze heeft gelachen, geshaket, gezwaaid, gesprongen, geboogied, gezongen, … samen met de zonen en tegen de vader. Zo’n dingen zijn dus geestig en gezellig.

– Moeder vindt die spelletjes maar niets (wie staat nu in godsnaam met een stuur in zijn handen weg en weer te bewegen, of wie zou er nu heen en weer schudden met zo’n remote om een ijsvloer te vegen?), maar dat dansen: zo mogen er meer zijn.

– En toen werd er een huishoudelijk reglement opgesteld. En dat is dat. En nu ze een wii hebben krijgen ze zeker geen individuele PS-toestanden tot ze minstens 12 zijn. ‘k Zweer het u, tenzij ik nog eens naar het buitenland moet.

De huisregels:

En wat willen ze later worden?

Grote broer en kleine broer willen een huis: een huis dat wat groter is dan het huidige en waar ook al hun speelgoed kan uitgestald worden. Moeder overweegt twee antwoorden: een tirade over hardwerkende ouders, langetermijndenken, groot huis, nieuwe keuken en ondankbare kinders of een met opgetrokken wenkbrauw en fijntjes uitgesproken “En hoe denken jullie dit dan te betalen?”

Het werd antwoord twee. Waarop de zonen dan weer probeerden om dommer te kijken dan hun moeder bij een uitleg over de nadelen van ‘flexibelkes voor ventilatiesystemen’.

Verduidelijking van de vraag dan maar, met een zweempje arrogantie des moeders: “Allez kindjes, wat gaan jullie later doen om centjes te verdienen zodat jullie een groot huis kunnen kopen?”

Antwoord Benne: “Boer.”

Antwoord Fries: “Kassa.”

Het CLB weze gewaarschuwd.

Dilemma

Het oudste kind had al wat circusborden van Circus Zavatta (o.a. ook bekend als Zavatta Pacific) zien staan langs de weg. En maar zeuren over dat circus, en maar vragen wanneer het zou komen. Een paar dagen later zag het kind de circustent staan, ze waren er: de acrobaten, de jongleurs, de grappige clowns, de mooie dieren, de grote dieren, …

Moeder ging het even uitpluizen, of hij misschien op zijn verjaardag naar het circus kon gaan. En zo geschiedde en werd ietwat gegoogeld. Blijkt dat dat circus dus vooral gekend staat om plots afgelaste voorstellingen, een raid door de politie, slechte voorstellingen, en wat me nog het meest stoort: inbreuken op dierenwelzijn en halve maffiapraktijken als hier iets over wordt gezegd. En ik kan dus niet naar een olifant staan kijken met in het achterhoofd het besef dat dat beest doodongelukkig is en niet wordt verzorgd zoals het moet verzorgd worden. U mag me onnozel vinden, ja.

Je kan dat aan een kind van vijf-min-zes-dagen niet uitleggen. Zijn wereld bestaat vooralsnog uit alleen goede mensen, brave mensen en vrolijke dieren. Dus zitten we hier met een opvoedkundig probleem: leg ik hem uit wat principes zijn, wat dierenmishandeling is? Of gaan we toch naar het circus, zit ik de rit uit en bedrieg ik het kind met mijn vals enthousiasme?

Principes zijn mooi, maar misschien is onwetendheid dat nog meer?

wijsneus

Ze willen een baby, die twee zonen van me. En naar het schijnt moeten die moeder en vader daarvoor zorgen, liefst nog redelijk snel want “het is wel al vakantie, hé!”. Benne geeft de voorkeur aan een zus, kan hij samen met haar zijn nagels lakken dan (“we zijn al met zoveel jongens hier…”). Fries heeft gewoon de voorkeur aan een tweede vriendje voor het geval hij Benne beu is.

De naam is er ook al: de baby -voor alle duidelijkheid: volledig fictief- zal met de ongetwijfeld prachtige en passende naam Danaë door het leven gaan. Genoemd naar Bennes liefje-van-de-dag. Ik zie ze al helemaal voor mij: ons Danaë 🙂

Als moeder dan zegt dat zo’n baby’s wel erg veel huilen, en dat dat toch niet leuk is voor twee zo’n grote jongens, dan schudden ze hun hoofd. Niets van, want toen ze zelf klein waren deden ze dat ook, maar dat was lief. Waarop Benne een combinatie van lief gejank en vrouwelijk gemekker laat horen. Waarop Fries in z’n platste West-Vlaams zegt: “Zég mama, toen ik baby was, kon ik niet huilen, ik kon alleen maar bleitn“.

De klakkende tong ontbrak er nog net aan. Mocht het kleine kind niet zo allergisch zijn aan beestjes, ze kregen allebei een cavia. Danaë de cavia, dat spreekt voor zich.

 

PimpamFriesje

Lieve laatstgeborene,

Sta me toe te zeggen dat ik me ongelooflijk heb geërgerd aan je. Meer zelfs, ik vond je ronduit belachelijk en mijn ogen zijn nog altijd niet bekomen van de rollercoaster waarop ze hebben gezeten.

Dat je hysterisch begint te krijsen, tot daaraan toe. Dat je wild om je heen schopt en roept: “Peest, peest, pééést!”, bon. Dat je jezelf een halve hersenschudding slaat, ook tot daaraan toe. Dat je dat bovendien doet terwijl je moeder op de autostrade rijdt: we kunnen er mee leven. Dat dat gebeurt net voor je moeder van 3 naar 2 rijstroken moet, ook goed. Echt, ik kan me volledig zen gedragen met een krijsend kind op de achterbank. Het mochten er zelfs twee zijn. In de auto is zen my middle name.

Dat je 20 minuten bent blijven brullen: bon, dat is jouw probleem. Ik was zen, weet je wel? Dat je oudere broer de hele tijd aan het smakken en zuchten en oogrollen was: geef hem eens ongelijk.

Maar waar ik niet bij en over kan, klein stukje venijn: dat dat stukje toneel, waarvan ik dacht dat op zijn minst de Bij der Bijen, de Wesp der Wespen, de oorzaak van zou zijn, dat dat stukje komedie veroorzaakt werd door een -ochere- lie-ve-heers-beest-je op je been.

Lief pimpamFriesje, twee redenen al om je lief nooit mee naar huis te brengen: badkamer-slot-4uur en auto-hysterie-lieveheerspéééést!

Dikke zoen, je mama-met-opgetrokken-wenkbrauw.

255 minuten

Of vier uur en een kwart.

Zo lang heeft mijn jongste zoon mij en mijn oudste zoon opgesloten in de badkamer.

Op een zaterdagmorgen dat er zwaar moest gewerkt worden in de nieuwe tuin. Op een moment (kwart voor acht ’s morgens) dat een deel van het Ganzenhoftuin-dreamteam (waaronder de vader van het kind) al goed aan het werk was met het omzagen van boompjes. Op een moment dat ik wel wat anders te doen had dan wat quality-time door te brengen in de badkamer. Op een moment dat de oudste zoon ook wel wat anders had gepland dan samen opgesloten te zitten met zijn moeder.

Het begon met “Fries, niet met de deuren spelen, laat die deur los!”, en het eindigde met een mompelend “Gij moet nu efkes heel erg zwijgen of mama doet u iets aan.”

Tussenin viel er het volgende te beleven:

  • Fries doet twee pogingen om de sleutel in het slot te steken, dit mislukt.
  • Fries is weg. Naar de woonkamer, naar de keuken, boterhammetjes smeren, heeft de tijd van zijn leven. Hij kan al het eten uit de kasten halen en niemand die er iets van zegt.
  • Fries komt terug, begint te wenen. Ik schat een half uur. Moeilijk in te schatten trouwens, op zo’n stille zaterdag. Als je dan eens een klok wil horen luiden is ze haar paaseieren gaan halen.
  • Benne slaat in paniek. Nee, Paniek. Grote Paniek. “Mama, wij gaan hier nooit meer uitraken, het zal al donker zijn, mimimimimiiiiiii, wheeeeiiii!” Enzoverder.
  • Moeder begint te prutsen met wat aanwezig is in de badkamer, zijnde: een paar haarspeldjes, een nagelknipper, een nagelschaar, een pincet. En probeert zo op z’n MacGyvers het slot te forceren.
  • Moeder overweegt het instampen van de deur. Beslist om het toch niet te doen, wegens huis pas verkocht en geen zin om nog een nieuwe deur te installeren.
  • Fries komt terug. Moeder springt recht en begint Fries op te hemelen. De sterke, stoere, slimme Fries kan zeker die sleutel erin stoppen! En dan draaien, terwijl mama meedraait met haar pincet om de richting aan te geven. De klik die moet gemaakt worden komt er niet.
  • Fries verdwijnt. We horen hem spelen, de tv-aanleggen, een dvd voor zichzelf opleggen (badkamer is naast de woonkamer), en waarschijnlijk vleit hij zich rustig in de zetel met wat koeken. Roepen, smeken, … dat het kind zou komen, halen niets uit. Zijn gevangen laten hem steenkoud.
  • Fries komt terug, probeert telkens twee minuten en geeft het dan weer op. Tijd om te eten waarschijnlijk.
  • Fries is boos op zijn moeder. “Mama, jij moet die deur wel opendoen hé!”. Moeder slaat haar hoofd tegen de muur.
  • Moeder doet een laatste poging om het raam van de badkamer open te breken. Forceert het veiligheidsmechanisme en waagt haar leven en vooralsnog lenige lijf door uit het raam te klimmen met een spreidstand om u tegen te zeggen.
  • Benne begint te neuten dat hij alleen in de badkamer zit.
  • Moeder stormt het huis binnen (gelukkig is de achterdeur open), bekijkt de lege papiertjes, de kruimels op de grond en in de zetel, het speelgoed dat overal verspreid ligt en stuift naar de badkamer. Diezelfde moeder schrikt zich onderweg een hoedje als blijkt dat het net geen twaalf uur is.
  • Moeder is de held van Benne. Dat ik hem gered heb. Dat ik de sterkste mama ben. Het is duidelijk dat ik zwaar heb gescoord bij mijn oudste.
  • Moeder overweegt om haar jongste terstond voor adoptie af te staan of op zijn minst achter één van de nieuwe muren in het nieuwe huis te plakken. De actie werd beperkt tot af en toe een venijnige blik achter de rug van de jongste.

Fries heeft de tijd van zijn leven gehad, zoveel is duidelijk. Moeder en Benne houden er in het beste geval een permanente angst voor gesloten deuren aan over. Baalkind van de dag? Mijn jongste. U mag altijd beter proberen.

Ménage à trois

’t Is gebeurd, hij heeft het gezegd. Niet gevraagd. Gewoon droog meegedeeld.

“Mama, als ik later grote broer ben, dan ga ik met jou trouwen.”

Moet dat niet met wederzijdse instemming gebeuren, zo’n trouwpartij? Nee, als je Benne heet en jij beslist om te trouwen, dan mag die ander al lang blij zijn dat je haar hebt uitgekozen. Wat zou hij het vragen, hij wist het antwoord toch al.

Ik zei hem dat we nu meteen eigenlijk al konden trouwen, want dat hij al grote broer is. Maar dat was buiten zijn eigen redenering gerekend. Grote broer? Van zo’n klein ventje als Fries? Nee, dat was het bijna niet waard om grote broer van te zijn, zijn gezicht sprak boekdelen. Een grote broer, dixit Benne, is wel écht groot, héél groot. “Een meneer, dan?”, probeerde ik. Opnieuw liet hij duidelijk merken dat ik het hele plaatje niet snapte. “Je kan pas trouwen als je grote broer bent, behalve* als je ook een papa bent”, zei hij, terwijl hij vermanend zijn wijsvinger-met-tot-bloedens-toe-afgebeten-nagel in de lucht zwierde.

Enfin, ik besloot hem eens van zijn roze wolk te gooien en meldde even droog dat mama al bezet was. Dat er een papa in ’t spel is. Schouders omhoog, oogbollen naar boven en naar onder, handen in de zij: “Mama, dan trouwen we toch gewoon met drie?” Praktisch is hij wel, mijn blondje.

 

*Ik vermoed dat hij gewoon iets zocht om het woord ‘behalve’ te gebruiken. Zijn nieuwste hobby is dat, overal ‘behalve’ gaan tussen zetten. “Wij zijn allemaal jongens, behalve …”, “We moeten vroeg in ons bed, behalve …”, “Iedereen behalve ik zit mooi neer” … Next level: allesbehalve en desalniettemin.