ik ga op reis en ik neem mee:

Boeken! Ik ben een total loss boekenwurm. Er zijn maanden dat ik behalve mijn Humo en de verjaardagskalender op het toilet niets lees. Er zijn maanden waarin ik een aanloopje neem en er vijf boeken op het nachtkastje liggen, telkens met een bladwijzer erin die zich situeert tussen de eerste en vijftigste pagina, en er zijn maanden waarin in sprintjes trek. Waar boeken van 500 bladzijden in drie dagen worden uitgelezen. Of correcter: in drie nachten. Want overdag werk ik voor de job, ’s avonds werk ik voor het huishouden en ’s nachts, rond een uur of twaalf duik ik in mijn bed met een boek. Dat blijf ik lezen tot de nacht overgaat in de dag (zo ergens rond vier uur, half vijf) om vervolgens als een halve zombie de dag door te komen, te verlangen tot ik weer in mijn bed kan om de resterende pagina’s te lezen.

“Lees dan in kleine stukjes, een beetje hier, een beetje daar” hoor ik dan als tip tegen dat nachtelijk lettervreten. Werkt dus niet bij mij: zet mij met een boek op het kleinste kamertje en dat blijft een halve dag bezet, zet mij met een boek op de trein en ik krijg een pesthumeur als ik moet afstappen voor mijn boek en ik er klaar voor zijn, zet mij in de keuken terwijl de soep opwarmt en die brandt sowieso aan (nuja, anders ook).

Na mijn halfjaarlijkse (zomer- en winterperiode) literaire uitputtingsslag moet ik dus telkens zo’n vijf maanden bekomen. Om er dan weer voor een maand in te vliegen en junkiegewijs telkens te beloven dat ik nu echt wel ga stoppen, nog eentje, nog één hoofdstukje, … Ik moet leren om saaie boeken te lezen. Maar in zo’n boekenvreetbui lijkt zelfs de bijbel onwaarschijnlijk spannend.

ik heb zonen, dus ik ben lelijk

U weze gewaarschuwd: mooie vrouwen hebben meer kans op dochters. Ik vind dat dat wel klopt, alle meisjes die ik ken hebben een mooie mama. Maar dat geldt evenzeer voor de jongens. Maar: onomstotelijk wetenschappelijk bewezen: mooie vrouw = grotere kans op dochters!

De rest van de conclusie trek ik dan zelf wel.  ’t Gaat om de zogezegde generalized Trivers-Willard hypothese, die stelt dat sterk aantrekkelijke koppels eerder dochters krijgen, maar dat dit niets van doen heeft met de man, maar des te meer met de fysieke schoonheid van de vrouw. En die hypothese zou dan ook bevestigd zijn. Langs de andere kant heeft diezelfde onderzoeker ook ‘bewezen’ (moehahaha!) dat welgestelde ouders meer kans hebben om zonen te produceren. En dat stevig gebouwde mensen ook meer kans hebben om zonen te produceren. En dat gewelddadige mannen ook meer kans hebben op zonen. Conclusie voor wie een zoon wil: pap aan met een rijke, edoch gewelddadige Quasimodo. Zoek een arme Assepoester of sloef wil je ’n dochter verwelkomen. En ik die dacht dat mijn werk irrelevant was 😉

Het volledige artikel (in het Engels) is hier te vinden. En hier voor de gazet-samenvatting. Gelukkig zijn er ook nog voldoende studies die ingaan tegen dit onderzoek.

Mooi of lelijk, zoon of dochter: ’t maakt niet uit. Laat die one-liners maar komen!

ma Fjiesj toch!

De woorden die Benne de laatste dagen zowat elk uur afwisselend uitspreekt zijn: “Ma Fjiesj toch!”, “Fjiesj, néééén!”, “Goch, domme Fjiesj” en “Allez, Fjiesje, bjaaf zijn éh!”. Het ene uur twee kemphanen, het andere uur twee knuffelberen. Maar wat opvalt is dat Benne echt wel nood heeft aan een ‘ik-ben-de-enige-moment’. Als swingin’ and singin’ Fries in zijn bed ligt, ziet broer Benne het helemaal weer zitten. Hij heeft het kot voor zich alleen, kan ongestoord voetballen zonder dat een kleine snotter de hele tijd zijn ballen afsnoept, kan eindelijk zijn puzzel afwerken nu Fries zijn snode pak-eens-die-rand-van-de-puzzel-weg-plannen niet meer kan uitvoeren en hij kan op zijn gemak een boekje lezen zonder dat Fries als een half hyperkinetisch konijn die blaadjes wil omdraaien, liefst zeven per keer. Vandaar dat meneer Benne, als een duw, trek, slag, grauw of knauw weer eens om de hoek loert, al vlug begint te roepen: “Ma ík was eerst!”. Het klopt, hij was eerst en is anderhalf jaar de eerste en enige geweest. Hij heeft dus een punt.  Zou hij het zelf beseffen?

twee betwetertjes

In dat huis van ons wonen twee wijsneuzen (en één grote, maar laten we dat voor het gemak even buiten beschouwing laten). Ze rollen met hun ogen, smakken met hun mond en zwieren hun hoofd naar links of rechts, al naargelang het statement dat ze willen maken. Ze voelen zich zo vaak slimmer dan hun ouders, slimmer dan eender wie ter wereld die niet meekan met hun logica. Regen kan je opeten, ja? *draai met de ogen*, tuurlijk kan je een plastieken beker op de grond gooien zonder dat die kapot is, eens proberen? *smak met de mond*, als je wil van tafel gaan dan kan dat evengoed met je handen nog vol aardappelen, mag het even, ja? *frons op het voorhoofd*, slapen moet toch niet noodzakelijk ’s nachts gebeuren, of is daar een wet voor? *zuchten*, en lachen doen we bij voorkeur om ter vettigst opdat iedereen aanwezig ons toch maar zou gehoord hebben *eigenwijs lachje*, bij voorkeur lachen we zelfs liever als twee meisjes, een gegiechel, een hoog “hihihihhiiii”, vergezeld van wapperende handjes en een scheefgehouden hoofd, …

De grootste aanstoker is momenteel de jongste, Fries. Meneer zou zich al wagen aan een staaltje van peuterpuberig gedrag, nog geen anderhalf jaar oud! Zoals daar is: je op de grond gooien, maar met een half oog naar je moeder blijven kijken om te zien wat ze gaat doen, verontwaardigd kijken als ze gewoon haar rug naar jou draait. Een minuut een lepel vol saus in de lucht houden, klaar om te laten vallen. Een volle minuut een wedstrijde pupil-staren met je moeder aangaan, de lepel uiteindelijk niet laten vallen omdat je moeder wint. Weigeren, neen zeggen, niet weten wat je wil, onze liefste Fries-bee doet het volop, intensief, met verve. De uiteindelijke winnaar? Na Bennes onnozele maanden staat de stand ouders-kind hier momenteel op 1-0. Dat hij het maar eens aan zijn grote broer vraagt…

27 kg zwaarder

Ik was extreem veel vermagerd de laatste twee weken, in één keer was er zo’n 27 kilogram afgevlogen, eerst 15, daarna 12. Ik voelde me echt vermagerd, een stuk eraf, een lege buik, een deel van mezelf, van mijn persoonlijkheid was weg. Zaterdagavond kreeg ik mijn kilo’s in één keer terug: een ventje van amper een meter groot kwam aangelopen en vloog me rond de hals, een kleiner ventje van bijna een meter groot kwam rustig aangewandeld en bekeek wat er te verdienen viel bij die moeder die twee weken was weggeweest. Was Dieter van Hello/Goodbye er geweest, ’t was helemaal in orde, het tv-moment van het jaar was dat geweest, want ik heb staan bleiten gelijk een klein kind, en nee dat was helemaal niet gepland want ik had me er net op voorbereid om heel rustig en stoer te komen aangewandeld om dan als meest bedaarde mens ter wereld mijn kleine ventjes vast te nemen, hen weliswaar een halve breuk te knuffelen, maar toch: ik ging niet emotioneel doen. Ha, hebben wij gelachen achteraf met de weinige zelfkennis van me.

En problemen om aan te passen, jetlag, moe van de lange reis, …? Als je meteen weer in je huishouden gesmeten wordt heb je die luxe niet om zelfs maar na te denken over een mogelijke jetlag. Dat is gewoon geen optie. En zo zijn we alweer vier dagen aan het meedraaien in ’s werelds mallemolen.

[USA] Broccoli

Nooit vraag ik hier nog een stuk pizza met broccoli. Nooit vanzeleven! Nu, na twee keer (browcoli? brocowli? browcowli?)  had de mens het toch wel begrepen, met daarna meteen de vraag: “Where are you from?”, en de gedachte: “Moet dat mens uit een ferm exotisch land komen”. “Belgium”, zei ik. En dan begint het, elke Amerikaan heeft wel ergens een relatie met Belgium of iets dat daar dicht bij ligt voor hen (zoals daar zijn Italië, Engeland, Duitsland). Op wereldschaal en in het licht van de eeuwigheid klopt dat natuurlijk wel, maar toch. Wat voor hen hier “just around the corner is” is voor mij toch wel een dik half uur stappen. En ik stap niet traag, neen.

Enfin, ’t is (hopelijk) de laatste post vanuit de USofA, ik vond het best fijn, dank u. Maar er zijn drie dingen die ik nog fijner vind, en dat ga ik over 24 uur (eigenlijk over 18 uur) dan ook met veel overgave doen: dansen (met Benne), aaien (met Fries) en knuffelen (met alledrie mijn venten). That’s all for now, folks!

[USA] Wat ik me afvroeg – vervolg

  • Waarom zie je hier overal pijlen naar Women’s hospital, Children’s hospital, Women’s center, … maar nooit naar Men’s hospital of zoiets?
  • Waarom doet zowat iedereen op de campus hier zo fanatiek aan sport, sta ik op met het geluid van voetballende studenten, joggende studenten, … en dat om half zeven ’s morgens? Ze blaken dan ook van gezondheid, die Amerikaanse studentjes. En hoe komt het dan, als je naar Downtown city gaat, dat het daar dan wel vol loopt met van die dikkerdjes? Typische uiterlijke scheiding tussen America’s lower class en middle/upper class?
  • Is het zielig om al op dinsdag je valies te maken, om dan woensdag en donderdag de helft er terug uit te gooien. Is dat omdat ik ergens hoopte dat een half gepakte valies de dagen wat vlugger zou doen gaan?
  • Waarom denk ik nog altijd dat mensen tegen mij beginnen te babbelen terwijl ik onderhand toch al zou moeten weten dat ze hier gewoon vaak aan het telefoneren zijn via een oortje. Handen moeten hier vrijgehouden worden voor de koffiebeker en de handtas, remember?
  • Wat ik me ook afvroeg: hopelijk ambieert mijn jongste zoon geen internationale carrière. Ik heb zijn naam al meermaals op bling-bling en pieuw-pieuw schreeuwende borden zien schitteren. Soms verspreek ik me als ik hem bij me heb: zeg ik “Frietje” in plaats van “Friesje”. Hopelijk kan hij er later nog mee lachen als hij in zijn Boss kostuumpje op Pittsburgh’s 5th Avenue naar zijn hoofdkantoor op de bank loopt 🙂MSBF_juni2009 051

[USA] Wat ik me afvroeg…

Dingen waarover ik vandaag hard heb nagedacht:

  • de zin van het leven, maar daar denk ik natuurlijk elke dag heel hard over na,
  • hoe het zou zijn met mijn bijna 3-jarige en mijn bijna anderhalfjarige,
  • hoe het zou zijn met mijn 31-jarige,
  • of ik niet moet opletten als ik terug thuis kom met dat handjes schudden en knuffelen omdat ik toch wel een Mexicaans-grieprisico ben,
  • wat ik het eerst zou eten als ik terug thuis kom. Zijn nog in de running: spaghetti van de echtgenoot, frietjes van het St-Louis frietkot (u ziet, we doen hier chique in ons gehucht),
  • of ik al dan niet nog een bad zou nemen als ik zaterdagavond thuisben,
  • of ik al dan niet zaterdagavond zal thuisraken (ik heb namelijk maar een uur om in Philadelphia mijn vlucht naar Londen te halen),
  • of ik in mijn leven ooit nog meer onder de indruk zal zijn dan van iets wat komende zondag drie jaar geleden gebeurd is. En dat bedacht ik terwijl ik op een plaats stond waar de meeste mensen wel van onder de indruk zouden zijn. Op een plaats die door dé Amerikanen (en zij kunnen het weten) als tweede mooiste in dé (hun?) wereld wordt beschouwd: Duquesne Incline in Pittsburgh. Mooi, maar ik was er nog geen fractie van onder de indruk als ik onder de indruk was van die zoon van me, toen die me bijna drie jaar geleden onderplaste, nog geen minuut oud. Hij had het opgehouden, dat moest ik niet afvragen, daar ben ik zeker van. Zo is hij.