stakende post

En ik geef ze groot gelijk dat ze morren, die postbodes die staken. Mensen die zoveel jaren geleden gekozen hebben voor dit beroep zien de invulling ervan volledig veranderen. Van een sociale functie naar een nummer dat moet opbrengen. Van gepensioneerden een leuk moment bezorgen bij het brengen van hun pensioen naar het voorbijrijden (liefst op scooter) omdat er voor die mensen toch geen post is. Van een vaste waarde in het straatbeeld (kepie, fiets, zwoegend en puffend de heuvel oprijdend) naar een oorpijnigend ‘njjjjjjjjjvvvvrrrr’ van die scooters. Natuurlijk gaat dat sneller en is dat meer rendabel, maar ooit wreekt zich dat ecologisch.
En wat te zeggen over het centraliseren van postcentra? Er zijn er veel die gerust tien kilometer verder willen gaan werken om hun werk te behouden, maar als je daarvoor een auto moet bijkopen, verzekering en taksen moet beginnen betalen? Vroeger met de fiets naar ’t werk, nu een auto aanschaffen om op het werk te raken, dan een hele voormiddag scooteren en terug met de auto naar huis. Wreed vriendelijk voor de natuur zou ik zo zeggen.
Nu, met dat riante maandloon van die postbodes zal een bijkomende auto kopen wel geen probleem zijn denk ik dan. Misschien kunnen ze nog wel wat inleveren op hun loon? Tenslotte is die natte postbode die ’s morgens om vier uur in winterweer met verkleumde handen het ijs in zijn baard probeert weg te vegen toch ook maar een grote zaag. Hij moet zich maar verwarmen met een jenever bij Zulma of Charel. Of nee, dat gaat niet meer, die moet hij passeren, hopelijk zijn ze niet al drie dagen geleden van hun trap gevallen.
Als een bedrijf zo’n belangrijke sociale functie heeft, dient het dan niet ergens subsidies te krijgen van gemeenschap of staat? Of stelt primaire dienstverlening, solidariteit en sociale functie hier niets meer voor?
Of staken dan de beste manier is om hier tegenin te gaan, weet ik zo niet. Misschien kan het postpersoneel starten met ludieke acties, de post nu al bedelen zoals het over vijf jaar zou zijn, als postbezorger? Op een variabel moment in de dag (eens de huisvrouw haar huishouden gedaan heeft kan ze ‘de post gaan doen’), in stukjes en beetjes (ja, kindje moest plots van school afgehaald worden en de ronde was nog niet gedaan), soms wel, soms niet (vandaag veel te slecht weer, morgen nog eens proberen)? ’t Zal wel niet allemaal zo slecht zijn, en verandering is soms nodig, en meestal sta ik daar ferm voor open maar hier heb ik mijn twijfels bij.

Ik ken een facteur, mijn eigenste vader, en die vent heeft zo’n drie decennia geleden met hart en ziel voor die job gekozen. Ik verklaar hem al minstens twee decennia gek, dat hij zoiets doet. Maar hij doet dat graag. En hij praat daar graag over. Over een job waar hij nu maar weinig affiniteit meer mee heeft terwijl de passie er wel nog is. Zo een paar jaar voor je pensioen.
Awel: bij mij mag hij nog zijn jenever komen drinken. Mocht hij dat drinken.

jobkorting voor iedereen

Ik heb fiscaal gezien geen inkomen: dat heeft zo een aantal voordelen, beursstudent zijn.

Dat heeft ook een aantal nadelen: zo mag je geen bijberoep uitoefenen, mag je nergens extra voor betaald worden en krijg je deze maand geen jobkorting.

Ik zal dus maar solidair wezen met al wie ziek of werkloos is. ’t Is nog meer schandalig voor hen eigenlijk.

zouden we al kraaien of niet?

Er loopt hier eentje tamelijk stoer te wezen. Mijn drie venten zijn ziek geweest (twee keelontstekingen, buikgriep, bronchitis, buisjes en poliepen) in de afgelopen week en wie mocht hier weer de boel rechthouden? Miss Perfect natuurlijk. Wie anders? De grote vent des huizes zit nog altijd boven het gemiddelde mottigheidsgehalte en net nu het vakantie is voor hem. Zo’n plichtsbewuste leerkracht verdient opslag. Intussen blijven wij hier maar verkondigen eigenaar te zijn van een ongelooflijk standvastig immuniteitssysteem aangezien er van de hele winter nog geen enkel snotje of hoestje is gevallen. Over een maand daarentegen, als de halve wereldbevolking uitgeziekt is, zal het wel weer van dat zijn. Altijd al zo geweest. Valt het op dat er door al die ziektetoestanden hier nu werkelijk niets, maar dan ook niets te beleven valt?

En intussen…

heeft Benne besloten om toch maar weer minder dan 40 graden koorts te hebben. In de voormiddag gaat hij boven de 40, in de namiddag is 38,5 goed genoeg, om dan ’s avonds terug net niet over de grens van 40 te gaan.
Hij zucht, puft, blaast en drinkt liters water. Hij is ziek, en hij is nog nooit zo ziek geweest in zijn hele lange leven. De school moet het vandaag zonder papegaai stellen op het carnavalfeest, gelukkig is hij nog te jong om dat te beseffen. Anders was hier wellicht sprake van een onvervalst drama. En dat voor een keelontsteking…

na die eerste schooldag

was Benne stikkapot, compleet groggy en van de kaart. Na tien minuten in de auto viel hij in slaap, en hij is blijven slapen tot we hem om half zeven wakker hebben gemaakt om te eten. Elke hap die hij nam was een geconcentreerd samenspel van kauwbewegingen, oogspieren aanspannen en nekspieren aanspannen om toch maar niet met dat hoofd in het bord te vallen. Hij heeft nog heel even zijn energie teruggevonden, maar toen kwam echt de man met de hamer en die liet Benne als een blok in slaap vallen. Dat moet nog wat indrukken nagelaten hebben zo’n eerste schooldag. Vond hij het fijn? Jazeker, na wat doorvragen begon hij heerlijk te vertellen over wat hij gedaan had: “patatjes g’eten, en worteltjes, en vleesjes”. En daarna: “ah, schilderen, met veel kleuren”, en in een volgende fase: “en veel kindjes, heel veel kindjes, in mijn klas, veel spelen”, om dan te eindigen met: “Auto’s gespeeld en poppen ook”.

En Bennes uitdrukking van de dag? “Maar papa toch, wat doe je nu?” Terwijl die papa gewoon verstoppertje aan het spelen was.

Kostbare foto’s van Bennes eerste schooldag (met dank aan onze privé-paparazza M.):

ethische vraagstukken – deel zoveel

Soms vraag ik me af wat ik het liefste zou hebben in de volgende situatie:
Iemand doet je kind, je partner, je ouders, … iets aan (en dan hoeft dat zelfs nog niet eens zo’n daad te zijn als waar het in de media maar al te vaak over gaat), wat zou (voor mij) het gemakkelijkst te verwerken zijn?
– de gedachte dat het niet had kunnen vermeden worden, dat er nu eenmaal mensen rondlopen met een ander soort geweten
of
– de gedachte dat het wel had kunnen vermeden worden als onze maatschappij maar wat meer oog zou kunnen hebben voor elkaar, en dat de individualisering van deze maatschappij misschien deels schuldig is?
Makkelijk gezegd, want onze maatschappij (inclusief officiële instanties) staat behoorlijk weigerachtig tegenover ‘verklikken’. En soms is dat goed, we moeten niet naar een Big Brothermaatschappij gaan, maar soms is dat niet willen, durven, mogen verklikken niet goed. Want al te vaak hoor je achteraf zeggen dat er wel ‘iets scheelde’, dat er wel ‘iets was’, dat mensen ‘iets in de gaten had’ en dat het gebeurde misschien had kunnen vermeden worden, maar helpt dat je als slachtoffer, of net niet? Of ben je daar als slachtoffer niet mee bezig, en is dat een luxevraag voor mensen die gelukkig van aan de zijlijn mogen commentaar leveren?
Ik hoop dat ik het antwoord voor altijd schuldig mag blijven.

Bennes zangtalent

Die kleine blonde vent had het weer goed zitten vandaag. Op zijn eentje en met zijn 2,5 jaren in de hand zou hij hele Broadway-musicals gaan opvoeren. Maar ik zag het niet zitten om hem tot daar te voeren, dus had de vertoning plaats in zijn autostoel. U zingt toch mee met de Benne-medley?

Bedrijf 1: Studio 99+Benne

– Ik ben ‘bouter Pop en samen … … vienden, kan .. .. ..tijd .. m’n uisje vinden, … Kwebbel, paat en paat en paat, Lui slaapt van morgen tot avondlaat, hier Klus, knutsel raag, nel en taag.

– Piet pijaat piet pijaat, hip hoi hoi hoi, ….. meraad hoi hoi hoi, schip … [heel lang stil] piet pijaat piet pijáááááát!

– Obie Tobie (’t vriendje van Mega Mindy, of zo zou ze wel willen).

– Ocus pocus, toveren (van zijn ietwat oudere K3-vriendinnen)

Bedrijf 2: Sinterklaas (kan iemand Benne aan het verstand brengen dat het nog 10 maanden duurt?)

Laasje bonne bonne nne, leg in donne, leg in laasje, dank u sinterklaasje

– Komt de stoomboot, uit Panje aan, breng Niklaas zie staan, uppelt paadje op en neer, waaien wimpel een en weer.

– Interkaas kapoentje, le’ wa’ i’ me’ noentje, le’ wa’ i’ me’ aasje, danku sinterklaasje

Bedrijf 3: Diversen

Rote pattetoel, me witte tippen, kabouter Binnemuts, weer te wippen. Káááák, zei pattetoel, mé diepe sucht, Opla die beentjes in de lucht.

– In een klein ationnetje, in de vroegte, zeven wagentjes, op een rij. …

Ik maak me graag wijs dat hij dat graag zingen van mij kan geërfd hebben. Of de wereld en het sportpaleis daar zo blij mee is valt nog af te wachten.

er zijn grenzen aan relativeringsvermogen

Deze middag, net gedaan met eten. Ik heb vier gemiste oproepen. En een bericht: “Bel me”, en een voicemail waar niets ingesproken is. Allemaal van de echtgenoot. We bewaren onze cool: effe terugbellen denk je dan. Echtgenoot neemt na vijf keer nog niet op, dan maar naar schoonmama’s gsm bellen (de kindjes waren daar vandaag): drie keer gebeld, niemand neemt op. Dan naar de vaste telefoon van de schoonouders: bezettoon.
Vreemd denk je dan. Zeker als je twee grootouders hebt die jou een paar keer de daver op het lijf hebben gejaagd met “t gaat heel slecht”-berichten.
Bellen naar mijn moeder: “Ah nee, er is niets aan de hand, waarom? Oei, wat scheelt er? Dat je het ook niet weet? Amai nu ben ik ook ongerust. Bel van zodra je iets meer weet.”
Hypothese twee: er scheelt iets met de kinderen, de echtgenoot of de schoonouders. Een gapende wonde in het hoofd van net over de salontafel te vallen, drie tanden eruit en voor de rest van je leven een prothese, neus gebroken, … ’t was weer allemaal mogelijk.
Tot de echtgenoot belt: Geen goed nieuws.
Slik.
Hij staat vast in Avelgem, er scheelt iets.
Slik slik.
Met de auto.
Miljaar, man, onnozelaar! Is het dat maar? Vreugdedansje! Er scheelt iets met de auto, joepie, viert ende feest alom! ’t Is maar de auto. Die is kapot, en nog niet zo’n beetje. Wellicht rijp voor de schroothoop. Zomaar ineens kapot gegaan. Who cares voor een domme auto?
Ik op dat moment niet.
Nu wel al een beetje. ’t Is toch verdomd gemakkelijk zo’n tweede auto. Zeker als je in zo’n godvergeten parochie woont als waar wij onze lucht mogen in- en uitademen. Zeker als je niet direct weer een auto kan en wil kopen omdat er andere kosten aan je stulpje zijn.
Mijn gedacht? De boel verkopen, in een commune gaan leven, ’s ochtends de zonnegroet leren brengen en ’s nachts in een tentje slapen. Liefst dicht bij een stad, zodat een mens nog eens iets kan doen.

geestig

Dit vinden wij geestig!

En we hebben blauwe maandag, de meest depressieve dag van het jaar,  overleefd. Hiep hoi, ’t kan er alleen maar beter op worden nu!

Die formule van ‘blue monday’ zou er overigens als volgt uitzien:

(W + (D-d) x TQ) /(M x NA), met W: het weer; D: de schulden, d: maandelijks salaris, T: tijd verlopen sinds Kerstdag, Q: tijd verlopen sinds het falen om te stoppen met een slechte gewoonte, M: motivatie en NA: de noodzaak om actie te ondernemen.

Die vent, ene Cliff Arnall, heeft overigens ook de vrolijkste dag van het jaar berekend: doorgaans een vrijdag, in juni, net voor de zomer zou beginnen. Dan zijn we blij dat het weekend begint, dat de zomer in aantocht is, dat je bijna op vakantie gaat of dat je vakantiegeld gestort is.

Blij dat we toch in zo’n eenvoudige wetmatigheden te vatten zijn. Het maakt mijn leven wat eenvoudiger.

Ahja, natuurlijk, ’t is prachtig

Een paar woorden en uitdrukkingen die Benne dezer dagen veelvuldig gebruikt. In de juiste context ook wel. Hij ziet iets wat hij zelf geknutseld heeft en zegt dan: “Mooi hé”. Een dikke week geleden kwam hij naar me toe, hield zijn handen ten hemel gericht en zei Eddy Wally-gewijs: “Mama, ’t is prachtig”. Ik veronderstel dat hij het had over zijn prinsheerlijk leventje op dat moment: beide ouders thuis, ’s morgens en ’s avonds niets moeten haasten en heel veel lekker eten en aperitiefjes overal.

Als je iets uitlegt en hij heeft er ooit al eens een tiende van een flard over gehoord laat hij je mooi uitspreken om dan zelf te zeggen: ” Natuurlijk!”. Hoe dom kan je je als ouder dan voelen? En veel waarom-vragen krijgen we niet, het is meer een “oekomtanu?” En dan geven wij natuurlijk waarheidsgetrouw een antwoord. Met een kleine zijn voeten mag je niet spelen. Voorbeelden:

– We rijden langs een fabriek waar er spaanderplaten gemaakt worden. Benne ziet de fabriekstorens staan.

Benne: Wasda?

Mama: Dat is een fabriek, met grote torens en gebouwen. Hier werken veel mensen voor hun centjes.

Benne: Oekomtanu?

Mama moet verstek laten gaan, papa antwoordt: Ze maken hier spaanderplaten, en die fabriek dient om zo’n spaanderplaten te maken. Ken je dat? Een spaanderplaat?

Benne: Ah ja…

Voorbeeld twee: Benne staat op en ziet de sneeuw.

Benne: Oh, sneeuw! Oekomtanu?

Mama: Ja, leuk! Het sneeuwt en het is heel koud (toegegeven: een ontwijkend antwoord op zijn vraag)

Benne: Oekomtanu?

Mama: Hoe het komt dat het koud is? Omdat het winter is.

Benne: Oekomtanu?

Mama: Hoe het komt dat het winter is? Euh… papa?

Papa: Omdat de zon rechter invalt op de zuidelijke hemisfeer. Bij ons valt de zon schuiner in en moeten de zonnestraaltjes dus een groter oppervlak verwarmen. Daardoor is het nu kouder.

Benne: Ah ja…

En een kleine teleurstelling: Viggo en Diezel ‘staan online‘. We hadden gehoopt dat ze er nog niet opstonden omdat ze misschien al snel geplaatst konden worden. Ijdele hoop, dus. Knaag knaag.