volg het voorbeeld van Elze en doe die dikke gele en witte weg! Om ook eens te kneuteren en te protesteren en ‘neen’ te kunnen zeggen: “neen, aan de kolossen ip de zulle!”. Schrijf je hier uit.
het moet niet te onnozel worden
wetenschapsquiz
Vandaag in De Standaard: “Jongeren weten nog bedroevend weinig over wetenschap en technologie. Dat blijkt uit een onderzoek van het wetenschapstijdschrift Eos bij een groep Belgen van alle leeftijden.
Jongens en meisjes tussen de 18 en 24 jaar weten minder over wetenschap dan de oudere generaties, zo stelt EOS vast. Het wetenschappelijk tijdschrift vroeg antwoorden op vragen als ‘draait de aarde rond de zon?’, ‘stemt de mens af van de aap?’ en ‘waar ligt het gat in de ozonlaag?’.
Bij vragen over basiskennis halen de Belgen gemiddeld 75 procent. Dat is een goed Europees gemiddelde, maar de ouderen scoren opvallend beter dan jongeren.
‘Bij de vraag over de aarde die rond de zon draait, scoren de 65-plussers het beste. Een op de drie jongeren weet niet eens dat de aarde rond de zon draait’, zegt Senne Starckx van Eos.
Maar liefst 85 procent van de jongeren weet ook niet waar het ozongat zich bevindt. Volgens wetenschapsfilosoof Gustaaf Cornelis van de Vrije Universiteit Brussel ligt dit aan het onderwijs. ‘In het onderwijs wordt minder aandacht gegeven aan feitenkennis. Bovendien is het aanbod aan informatie veel ruimer geworden’, verklaart Cornelis het gebrek aan basiskennis. ‘Toch zouden de jongeren die basiskennis wel moeten hebben om zich een beeld van de wereld te kunnen vormen. Kijk maar naar de discussie over creationisme’, vindt Cornelis.
Over gezondheid weten Belgen wel tamelijk veel, zo schrijft EOS nog.”
Euh? Eén op drie jongeren weet niet dat de aarde rond de zon draait? Ter info: ondergetekende haalde 93%, zeg nu nog eens dat meisjes en (populaire) wetenschap niet samen gaan!
fan-van-stan-club
Zondag kregen we onze lidkaart van de Stan-club (Stan is het zoontje van broer Bert en Kim). Een club van eigenwijze, soms wijze, maar altijd goedmenende mensen die het kleine onbeschreven blad genaamd Stan, wegwijs moeten helpen door het leven. Na het -originele- doopfeest kon al wie de vorm aannam van (over)grootouder, ouder, tante of nonkel zijn of haar wensen en beloftes voor Stan opschrijven. Omdat zo’n zaken toch als een boemerang in je gezicht terechtkomen op onvoorziene momenten hielden we onze belofte enorm vaag. Geen reisjes naar Plopsaland, geen altijd een eeuwig luisterend oor (wie weet kan Stan wel zagen als een vrouw, vergeef het ons dan als we niet altijd luisteren), geen jaarlijkse uitstap naar de kermis, … Niet dat we dat allemaal niet willen doen, maar het beloven is iets anders. Vandaar een doelstelling zoals Bart Peeters de kunst van het leven omschrijft: groot zijn in iets kleins, liever dan klein te zijn in iets groots.
Tot hier het onvoorstelbaar levensonwijze woord van onzentwege…
Iemand nog een moreel consulent nodig?
eetplaats
Hoeveel keer gebruikt een mens een eetplaats (de combinatie dressoir, barkast, tafel en stoelen)? Als er bezoek komt, misschien later om de kindjes hun huiswerk te laten maken, … meestal staat zo’n ‘plaats’ daar maar te staan en te verstoffen. Daarom dat we ook niet al te veel geld wilden uitgeven aan een eetplaats, toen we die vier jaar geleden kochten. We wisten niet wat onze stijl was en kochten bijgevolg een ding (ja, ding) dat al tot tien keer toe in solden was gezet maar aan mensen met verstand maar niet verkocht raakte. Tot twee onnozelaars de meubelzaak binnenstappen en voor 1000 euro een toonzaalmodel-eetplaats kochten. Nog geen twee jaar later begon de tafel enorm beweeglijk te worden, schuifelden stoelen en leuningen mee, bogen plankjes door, draaiden pootjes als vanzelf. Het is een wonder dat het hele zootje nog de verhuis vorig jaar heeft overleefd.
Een nieuwe eetplaats was dus aan de orde zonder decadent over te komen. Wisten we intussen al wat we wilden? Ja, maar ’t koste allemaal zooooooveel! Dure smaak: heel zeker, want niet noodzakelijk overeenkomt met stijl (zie je, we dekken ons al in). Toen bracht de god e-bay redding. Daar stond een eetplaats te koop (massief, antiek, enfin: degelijk en zo) voor geen geld (300 euro). Probleem: ze was bruin. Maar we waren toe aan een uitdaging en zouden die eetplaats lekker wit maken. Of witgrijs, of bruinwit, of gewoon roze. Al naargelang we veel of weinig zin hadden om het proper te doen.
De heilige oma’s, opa’s en nonkels werden erbij gehaald en vol overgave werd er geschuurd, gewreven, geschuurd, afgebeten, geschuurd, en ja… geschuurd. Had die mens van de verfwinkel ons zelf niet zo goed als gek verklaard? Wacht maar…
Na het afkloppen van het stof in onze kleren werd er geolied, vernist, oeps mislukt, weer geschuurd, vernist, oeps roze, weer geschuurd en vernist tot we uiteindelijk gisteren tot half één ’s nachts bezig waren met de verhuis van oude kasten naar minder oude kasten.
De stoelen zijn binnen om te overtrekken, eind augustus is de eetplaats volledig, en dan kan die gerust tot in de eeuwigheid blijven staan en verstoffen. Met af en toe een ‘ooh’ van onzentwege en een heel dankbare glimlach aan de eeuwig onvermoeibare en inzetbare gouden mensen, genaamd moeders, vaders en broers. Merci!
Opdat iedereen zich al een commentaar kan vormen, hierbij alvast de foto’s van de eetplaats zoals ze was voor de miekenstiev-knokploeg eraan begon. Foto’s van hoe ze nu is, komen er eind augustus (met stoelen).
vakantie
Nog even en we kunnen op vakantie. Zonder Benne, met Diego. Zijn we daarom slechte ouders? Tuurlijk, wie laat nu zijn kind een week alleen om lekker met vrienden op vakantie te gaan? Alleen de slechte ouders, toch?
Oorspronkelijk wilden we Benne meenemen, maar uitgerekend de grootouders moesten ons overhalen om het ventje thuis te laten. Want het was wel héél ver (1000km), héél warm (25°C) en heel onregelmatig voor dat manneke (huis met alles erop en eraan). We moesten maar eens gezellig met z’n tweetjes op uitstap gaan, genieten met de vrienden, en ons weer een koppeltje voelen. Naar wijze raad van mensen met rimpeltjes moet men altijd luisteren, maar het genieten van een glas wijn is er voorlopig niet bij. Steve zal die verantwoordelijkheid dan ook volledig op zich nemen.
hiep hiep enzoverder!

Tienduizend keer een lach bij ’t begin van een nieuwe Benne-dag
Duizend keer een zoentje voor een lief klein kapoentje
Honderd keer een zachte aai voor een luidruchtige baby-papegaai
Tien keer heel veel wensen van geluk, voor een gekke ukkepuk
Eén keer een ouderlijke mijmering, omdat we een jaar geleden nog niet wisten wat voor moois nog komen ging.
Proficiat Benne met je eerste verjaardag, dat alle komende levensjaren zo zorgeloos en heerlijk eenvoudig mogen blijven zoals nu.
spuit
Kind en Gezin: de waakhond der opvoeding en gezondheid van het kleine jonge volkje. Alles wordt grondig geïnspecteerd en met een half oog kijken ze ook direct of die bodietjes wel goed gewassen zijn, of er niet al te veel oorsmeer in de oren zit, of die oogjes wel mooi uitgewassen zijn, etc. Geen denken aan dat we kleine Benne ooit zullen kunnen verwaarlozen, daar waakt Kind en Gezin – afdeling Deerlijk wel over.
Deze morgen mocht Benne zijn kadootjes afhalen bij Kind en Gezin. Eén jaar oud, dat verdient een spuitje. En omdat hij zo flink is, kreeg hij er zelfs twee. Eentje in de bil (geen kik gegeven, de stoere vent), en eentje in de bovenarm (recht in zijn welgevormde biceps, toen was hij al heel wat minder stoer). Enfin: meneer heeft de nodige antistoffen binnen tegen een serie enge kinderziektes, de volksgezondheid is dus buiten gevaar. Aan ons zal het niet liggen.
De verpleegster vroeg of hij al een eigen willetje had, waarbij ze het woord ‘willetje’ zo lief uitsprak dat we eigenlijk trots zouden moeten zijn dat onze zoon al een serieus karaktertje heeft en dat met momenten ook laat blijken. Och, kijk! Hoe lief! Benne krijst en is aan het stampvoeten! Tja, hij heeft een eigen ‘willetje’, flink hé!
Kleine Benne mag vanaf nu gebakken vlees eten (euh? mocht hij dat nog niet of zo?), mag yoghurt eten (is al twee maanden ontzettend lekker…) en mag, als hij dat wil(letje), zelf met zijn handjes het eten naar binnen spelen. Zal hij graag horen, nu hij de lepel heeft benoemd tot speelgoed en allerminst tot ding dat dient om eten in je mond te stoppen.
Morgen gaan de peuterjaren officieel van start, met eigen willetje. Of de ouders dat nu graag hebben of niet. Zo krijg hij weer zijn zin 🙂
bos
Ik ben geen bosmens, nooit geweest. En ik zal het ook nooit worden, hoeveel keer ze me ook nog proberen mee te sleuren naar een groep bomen die ze dan ‘bos’ noemen. Vorige zondag, toen papa in een hoog tempo de percentages aan het uitdelen was aan zijn leerlingen, ben ik naar het ‘bos’ geweest. Het Kluis’bos’. Meer dan wat hobbelige paadjes en natte bomen die er allemaal hetzelfde uitzien (bruin vanonder, groen vanboven), heb ik niet gezien. En de rest maar verrukt aan het kirren, de geur aan het opsnuiven, het ruisen van de takken aanhoren, de mooie ‘bos’wereld aan het verkennen. Enfin: ze mogen het hebben. Mij zien ze alvast nooit in een scouts- of chirogroep. Bwaaah, ‘bos’… Ik vond er niets aan en heb dat dan ook duidelijk laten merken. Nog voor het eerste, min of meer stijgende, paadje moest bewandeld worden hing ik al rond mijn moeders nek, of oma’s nek, rond eender wie zijn nek. Als ik maar niet in die buggy moest zitten loeren naar al die bomen. Resultaat: ofwel tante Charlotte, ofwel oma, ofwel mama die superbelachelijk met een buggy-zonder-baby naar boven of naar beneden aan het stappen waren, ofwel tante Charlotte, ofwel oma, ofwel mama die hijgend met mij op hun arm achter de lege buggy rondhuppelden. Nu is het zo bedenk: ik heb me eigenlijk wel geamuseerd. Zouden er in de scouts ook leidsters bestaan met een derde arm om mij op te dragen?
miekenstiev – het prille begin
toen we nog dachten dat de wereld aan onze voeten lag
toen we nog de hele wereld zouden veranderen
toen we nog 20 kilo lichter waren
toen we nog meiwegkevers waren
stukje tand?
Iemand mijn stukje tand gezien?
Na al die moeite om er bovenaan twee ferme bijters door te duwen, heb ik eigenlijk niet zo heel lang mogen genieten van mijn twee grootste tanden in al hun glorie. Het zit zo: ik wou geen middagdutje doen, en liet dat ook duidelijk merken aan mama. Die besloot om dan maar wat met mij op het grote bed te liggen in de hoop dat haar (gespeelde) slapen mij op andere gedachten zou brengen en ik zo wel in slaap zou vallen. Maar terwijl mama met halfdichtgeknepen ogen deed alsof ze sliep begon ik zowaar weer mijn tuimelingen uitvoeren in het bed. Over mama, op mama, mezelf laten vallen op de matras, in de hoop kussens, enfin: dat middagdutje zou er zeker niet meer van komen. En toen besloten we om een kruipspelletje te spelen (op de grond). Mama verstopte zich (achter een deur, hoek, …) en gooide dan mijn knuffelkonijn voor haar. Ik dus al lachend beginnen kruipen naar dat konijn, en eens ik daar was, kwam mama met een gek gezicht te voorschijn, zodat ik het echt wel in mijn broek deed van het lachen. Hilariteit alom en ik kreeg zowaar de slappe lach. Tot het misliep: mama had zich in mijn kamer verstopt en ik kroop door de gang om ze te ‘zoeken’ (je moet het mee spelen hé, ik wist natuurlijk al lang waar die zat), net toen ik om de hoek kwam koekeloeren kwam mama op handen en knieën van achter de deur en opnieuw begon ik zo hard te lachen… zo hard dat ik door mijn handen zakte en recht op mijn tanden viel. Twee seconden absolute stilte en daarna een kwartier oorverdovend gehuil en jawel: ’t bloed liep uit m’n mond. ’t Klinkt erger dan het was en mama bleef er nog behoorlijk rustig onder, nam de zakdoekjes en begon te deppen, op zoek naar de plaats van die ‘grote gapende wonde’. Na heel wat spoelen en gewrijf over mijn rugje, begon ik ze weeral uit te lachen. ’t Zal haar leren, die moeder van me. Toen zag ze dat het bloed van mijn bovenste (linker)snijtand kwam. De tand zat er nog, dus het grote gevaar was geweken. En intussen was haar lieve baby toch ook weeral aan het lachen, met rode wateroogjes en nog een beetje groggy van de onzachte aanraking met de grond. Eind goed, al goed… tot zowel mama als papa (ja, ze moeten daarvoor met twee zijn), de dag erna tot de conclusie kwamen dat er een stukje tand weg was. Geen groot stuk, en hopelijk heeft het geen gevolgen voor het kunnen verorberen van biefstuk en die ribbetjes op mijn verjaardag. Ze hebben me wel beloofd dat ik over vijf of zes jaar nieuwe krijg, veel grotere en mooiere tanden. En tegen dan zal ik wel al niet meer kruipen zeker?
Het blijft een levensles, zoals mijn wijze opa Bernard vroeger zei toen mama nog een mamaatje was: alle geweldige, maar wilde spelletjes, ontaarden vroeg of laat in gehuil. Bedankt, opa, dat weten we nu ook alweer, maar ik denk niet dat ik me voorlopig al veel van je wijsheid zal aantrekken, daarvoor moet ik nog teveel leren…