Wie schrijft die blijft?

Dat ik veel schrijf is een zekerheid, dat ik graag schrijf is een zwaar understatement, dat ik goed schrijf: ik situeer mezelf zo op het gemiddelde. Ik ken wel redelijk wat woorden, ik kan soms een beetje grappig uit de hoek komen en als ik echt mijn best doe kan ik makkelijk ontroerbare mensen ook ontroeren met die schrijfsels van me.

Voor wie slechts één schrijfmadam kent in de vriendenkring lijkt het wel sjiek wat ik doe. Wie meerdere blogmeneren en blogmadammen kent, of wie zich enkel waagt aan literaire turven, zal het heel gewoontjes vinden wat ik zoal neerschrijf. Pas op, er is een kantje dat niet zovelen van u kennen: ik schrijf ook heel graag gedichten en zo, maar daar moet ik me echt voor zetten. Mijn schriftje barst zowat uit zijn voegen van alle briefjes en papiertjes die erin zitten, allemaal ideetjes, jawel. En zinnetjes, en rijmpjes en onnozeliteiten. Kinderverhaaltjes uit mijn duim zuigen kan ik ook wel betrekkelijk vlot, maar zo echt schrijven? Een 6,5 op 10 zou ik zeggen, tussen voldoende en onderscheiding, zet ik mezelf.

Ik laat u dus graag even kennis maken met mijn virtuele meerderen: er zijn twee blogmadammen die me op dit moment ferm inspireren en waar ik vaak (gezond! gezond! gezond!) jaloers op ben omwille van de manier waarop ze zaken beschrijven: hier vliegen de kwinkslagen om je oren en daar is het vaak pure proza om bij weg te smelten. En toen die eerste verkondigde dat ze zowaar voor het boekske van den bond de column mocht schrijven, zuchte ik toch wel. Wat las/lees ik dat zelf graag en hoe leuk moet dat toch zijn om zoiets te mogen doen. Niet (meer) aan mij besteed wegens te lang geleden bevallen, maar ik liet mijn kans niet liggen om andere schrijfsels in te sturen, want ik wil zo graag meespelen met de grote mensen 🙂

En eentje daarvan staat nu al in hun Brieven aan Jonge Ouders. ’t Gaat om dit. En ook dat past nog goed bij de onzin die hier wekelijks wordt verkondigd. En voor alle duidelijkheid: ’t is natuurlijk compleet verzonnen, fictief, pertinent onwaar en vrolijk bijeen , u kent me toch… 🙂

Paniek!

“Mama, help! Je moet me helpen! Nu direct!”

Nogal een geluk dat ik er rechtvoor zat, of ik zou gedacht hebben dat hij ergens zwaar met zijn halve lijf tussen twee deuren was gesukkeld. Niets van drama: meneer Benne was aan het puzzelen, en hij zag het plotseling niet meer. De schuld van de kromme puzzelstokken wellicht.

Dit is een krom puzzelstuk:

Dit is een plat stuk:

Zelfkennis…

…is de bron van nachtelijke wijsheden. Vooral als het om Fries gaat. Als hij ’s nachts weer eens zijn kuren heeft gaat hij tegenwoordig zelf in de hoek zitten of staan. En dan kijkt hij boos. Of uitdagend, of zielig. Maar zelf zal hij niet uit zijn hoek komen, zo koppig is hij wel. Mochten wij er hem niet uithalen hij zou in zijn hoek in slaap vallen, kwaad op de hele wereld en iedereen die er nog maar iets mee te maken heeft. Kwaad, omdat hij ’s nachts is wakker geworden.

protjes

Benne: “Mamaaa, Jöörben is mijn beste friend hé”

ik: “Ja jongen, Jorben is een vriendje uit jouw klas, jij speelt graag met Jorben hé!”

B: Aja, maar Jöörben heeft protjes!

i: Oei? Heeft Jorben protjes gelaten in klas? Luide protjes?

B: Neen, hij heeft protjeeeeuuus!

i: Ja, protjes gelaten? Stinkende protjes?

B: Nee, protjes! Op sijn gesicht! Zo hier! *wijst naar zijn wangen en neus*

i: Aaah, sproetjes, mijn liefste zoon. Sproetjes.

B: Mamaaaa, wat sijn spoetjes?

… en zo waren we weer voor een half uur vertrokken.

’t is gebeurd

Kerst en mezelf, dat gaat niet zo goed. Een kerstboom en mezelf: dat is helemaal een ramp. Maar: er staat een boom in mijn huis, in mijn living dan nog wel. ’t Was van moetens, eigenlijk.

Na veel uitstelgedrag ging ik echt vanavond die boom wel zetten, plastiek ding* van de zolder halen en ballen en al samenzoeken en dan de decoratiestrijd beginnen: wie eindigt met het meest glinsters en kapotte kerstballen op de trui? Kerstboom of mezelf?

Op weg naar huis was ik -eerlijk toegeven- al excuses aan het zoeken waarom het vanavond echt niet zou lukken om die boom te installeren. Beetje moe van de afgelopen nacht (bal populaire van DJ DiscoFriesco), beetje moe van te werken, beetje was nog moeten opplooien, beetje rekeningen sorteren, beetje vanalles andere dingen doen dan een boom zetten dus.

Viel dat even tegen toen ik thuiskwam. Had die vent al niet even een boompje naar beneden gehaald? Stond die kerstversiering al niet op de kast, roepend, smekend om door mij hardhandig in die boom gegooid te worden? Ja dus. *spring spring spring van enthousiasme voor de kindjes hé*

Dus: hij staat er, hij hangt vol ballen en stokken en lichtjes en veertjes en sterren. Ik vind ‘m niet zo mooi dit jaar, maar ’t is ook niet met liefde gedaan. Eens vragen aan de mensen van de dichtsbijzijnde kerstbomenwinkel of ik ze volgend jaar niet kan inhuren om de allerschoonste Libelle- of Nestkerstboom te installeren. Planning is alles!

En om het helemaal af te maken keek die oudste zoon nogal meewarig naar onze nieuwe huisgenoot, dat het wel een klein (klein zoals in 1,80 meter) boompje was, zei hij. En dat hij al féééééél grooooootere booooomen had gezien. Verwend kind 🙂 Maar hij vond ‘m wel mooi, dat nog net.

*plastiek omdat we dus dachten dat dat milieuvriendelijker kon zijn. Blijkt dat dus ook weer wat tegen te vallen.

en dan verjaren we eens

En dan verjaart dit ding eens en vallen we compleet stil. Genoeg ideeën, genoeg inspiratie, maar weinig goesting eigenlijk om ze neer te schrijven. How comes? Omdat terwijl ik dit schrijf mijn hoofd intussen al met tien andere dingen bezig is en ik eigenlijk mezelf zou willen klonen. Drie keer als dat kan:

1. iemand voor het huishoudelijke werk (hoe goed ik ook kousen sorteer, handdoeken mooi op een stapeltje leg en proper mijn zakdoeken strijk: ik doe dit echt niet voor mijn plezier).

2. iemand voor het moederwerk, een nanny, een voltijdse babysit, iemand die zegt: “Blijf maar rustig zitten en geniet van je eten” als je voor de twintigste keer zou opstaan om een omver gegooide beker op te kuisen met een vaatdoek die er al een dag te lang ligt waardoor die doek eigenlijk al wat begint te ruiken en je handen nu dus ook en je bijgevolg geen zin meer hebt om te eten en dan maar een nog zieliger gezicht opzet. Ik kan zo nog een tijdje doordrammen hoor 🙂

3. iemand voor het betalend werk maar wel iemand die stom genoeg is om op het einde van de maand het loon aan mij af te geven, dat wel.

En dan vergeet ik nog de lief-van-kloon. Maar dat hoeft niet per sé een kloon te zijn denk ik. Eens vragen of meneer dezelfde versie zou willen. Hij kan zich al maar beter voorbereiden op een naar mijn normen bevredigend antwoord.

En wat ik dan zoal zou doen? Goh, een goeie wijn drinken met al mijn klonen, hun takenpakket bespreken, de hele boel coördineren en als alles op wieltjes loopt dan zou ik wel eens een maxidutje kunnen doen, dat hou ik nog voor mezelf, ja.

Nog een paar weken en het lengen der dagen is een feit!

En u? Waarom, voor wat, voor wie, in welke hoedanigheid zou u zich laten klonen?

Sinterman versus Kerstman

En de Kerstman is hier zwaar aan het winnen (tot grote ergernis van mezelf). Die twee zonen van mij zijn van (overduidelijke) mening dat Sint en Piet maar beter vlug kunnen langskomen zodat we dan eindelijk die kerstboom kunnen zetten. Lichtjes en andere flikkerende, pling-plingende en stralende dingen lijken hen op dit moment zowaar interessanter dan een berg nieuw (en uiteraard heel educatief verantwoord) speelgoed.

In een poging om de zonen wat meer te enthousiasmeren voor dat hele Sint-gebeuren, werden gisterenavond de lichten van het terras aangelegd zodat de Sint ons huis goed zou kunnen zien. Wie weet kwam hij al langs om te kijken of al die kinderkens braaf en zoet waren… ’t Was misschien ook wel het moment om naast het concept ‘schoentje zetten, wat ze al langer kennen, de activiteit ‘snoepen gooien’ te introduceren.

Zo gedacht, zo gedaan. Helemaal spontaan, niets van moeten vlogen de zonen in de zetel, gesjellig naast papa, om daar met z’n allen sinterklaasliedjes te zingen. Heel luid, dat die zwarte pieten dat goed konden horen. En jawel, plots kwam daar, als uit het niets, een hele resem onzelievevrouwkes (of mariatjes) ter onzer living neergedaald.

Reactie van de moeder: niets op het moment zelf, ik zat op het toilet, weetwel? Daarna heel verbaasd de living binnengekomen, mijn verbaasde gezicht getrokken en half hysterisch enthousiast beginnen doen en veel van ‘danku sint en piet’ geroepen en nog een liedje gezongen, en geluisterd hoe dat nu allemaal zo gekomen was.

Reactie van de oudste zoon: “En so, plots hé, kwamen er hier snoepen. En swarte piet heeft met die snoepen gesmeetn. Maar ik ben daar wel van geschr… euh… versch… euh… verschrokken hé. En nu sit swarte piet nog in de tuin. In de struiken, kijk kijk! ‘k Sie em sitten! Eeij, swarte Piet! Je moet naar Amélie (zijn lief op school) gaan ook hé, ga maar weg, naar andere kindjes, kom! En Sinterklaas heeft met snoepen gesmeetn hé, en swarte piet ook …” (en zo nog 10 keer ’t zelfde verhaal na elkaar).

Reactie van de jongste zoon: Vloog uit de zetel, richting snoepen op de grond. Smikkelde, smulde, smekte alsof zijn leven ervan af hing, zei niet veel. At wel des te meer.

Over die kerstboom hebben ze gezwegen voor de rest van de avond 🙂

Een gratis Dyson! Voor u!

Ik heb al mijn Dyson, nu gij nog!

Omdat er hier al een ferm leuke Dyson staat, mogen wij niet meer uittesten en geen cadeautjes meer ontvangen *snif*.

Maar er zijn wel nog zo’n 20 toestellen te testen (en te houden?)! Wie er één wil, kan mailen naar caroline.dewolf@dyson.com en steek daar vooral uw enthousiasme voor de nieuwste stofzuiger (en mij) niet onder stoelen of banken.

Uitleg over het nieuwste speleding:

DC 26 is de kleinste stofzuigers die Dyson ooit maakte! Hij is licht, even groot als een A4 papier maar toch super krachtig.De DC26 werd op de markt gebracht omdat er vraag was van consumenten naar een stofzuiger om op de verdieping te laten staan.Ook wie niet zo groot woont, was op zoek naar ‘een Dyson’ die niet veel plaats inneemt, maar toch krachtig is.

DC26 is het antwoord geworden.

Ik heb deze keer gekozen voor andere blogs (kwestie van jullie niet met Dysons te overladen J). Ik heb hier op kantoor nog zo’n 20-tal toestellen staan voor lezers van jullie blogs. Gewone consumenten die graag ook eens een Dyson thuis uitproberen. Het enige dat zij moeten doen is er ons een mailtje, over sturen. Zo weten we natuurlijk wel wat ze er van denken…Denken jullie dat jullie over onze ‘oproep’ misschien iets op jullie blog kunnen posten?

Graag gedaan.

als het regent op zondagnamiddag…

dan durven wij hier nogal eens van neurootje spelen. Eén peuter in bed, één kleuter aan het puzzelen, dus vandaag moest de inhoud van twee kasten eraan geloven: de kast met (pap)flessen en medicijnen en een tweede kast met vanalles en ook nog medicijnen. De medicijnen waren dus het probleem-van-de-dag. Een mens zou versteld staan wat hij in drie jaar kan verzamelen van medicijnen. Omdat de man des huizes ook bezig was met een dutje mocht ik mijn sorteerwoede ongegeneerd laten toeslaan zonder te moeten vrezen voor meewarig getsssk of hoofdgeschud. De sessie verliep als volgt: als een halve gekkin alle medicijnen uit de kast gooien, vervolgens sorteren volgens ‘verlopen’ of ‘niet verlopen’. Daarna de niet verlopen medicijnen categoriseren in ‘zal nog wel binnen het jaar moeten gebruikt worden wegens frequent voorkomende aandoening in dit gezin’ en ‘weg te gooien wegens één keer gehad en hopelijk nooit meer’. Derde stap van de indeling: sorteren volgens: ‘voor de kindjes’ en ‘niet voor de kindjes’ en ‘voor allemaal’. Omdat de hoop ‘voor de kindjes’ nog altijd niet in één doos paste, maar een nieuwe classificatie verzonnen: ‘voor de kindjes: heel frequent nodig’ en ‘voor de kindjes: niet zo frequent nodig’. Resultaat: vier schoendozen met medicijnen, zalfjes, ontsmettingsdinges, verbandjes, plakkertjes.

En zo gelukkig dat ik mij nu voel als ik die kast opentrek, zeg. Heerlijk als een neuroot als mezelf haar behoeftes eens mag bevredigen…

na twee weken mottig zijn

Dan toch maar naar de eigen vertrouwde huisarts in mijn geboortestad geweest omdat niets van de dokter uit mijn woongehucht hielp. Met intussen onnoemelijk veel pijn aan de borstkas, helemaal rechts onder de arm en achter op de rug. Definitie van deze pijn: zelfs bij gewoon inademen voelt het alsof ze met een slijpschijf je ribben doorboren. Oh, en ik had nog een stuk of vijf andere pijnlijke dingen: een achterhoofd dat zowat uit zijn voegen lijkt te barsten, keelpijn, gezwollen klieren, oorpijn, …

Blijkt dat ik nog altijd heel zware sinusitis heb (voor minder dan medium gaan we hier niet), niet meteen de meest van toepassing zijnde medicatie had gekregen en dat dat ding dus bleef aanslepen. We gaan daar geen spel van maken.

Door het vele hoesten heb ik blijkbaar spierscheurtjes in de ademhalingsspieren opgelopen. Voor zoiets cools gaan we dus ook geen spel maken, ik vind dat nogal een geestige oorzaak van mijn ribbenpijn.

Ik moet veel rusten, zei meneer Doktoor. Ik heb maar van ja geknikt, ‘k moest nog naar ’t werk.

Ik mag een maand niet sporten, zo sprak meneer Doktoor. Ik heb geprobeerd om heel teleurgesteld te kijken en half in shock te zeggen: “Een maa-aand? Zo lang zeg? Goh…”, maar hij had het door dat ik daar geen enkel probleem mee zou hebben, met zo’n maand niet sporten. Een maand wél sporten daarentegen…