#wijvenweek – van toen ze haar bloemetjesschort omdeed.

Opdracht van de dag: vertel uw dromen en ambities, verwelkt, vergaan of juist niet.

Kijk, ik ben zowat alles geworden wat ik vroeger niet wilde zijn. Voor het gemak houden we het er even op dat ik nu net geen dertig ben (kuch) en tien jaar geleden had ik toch wel een ander beeld van mijn toekomst. Mijn vroegere ambitie was een Libelle-vrouw te worden, zo eentje als mijn moeder en tante in de tijd van het Rijk der Vrouw. Het huis altijd netjes en gezellig, mee met de nieuwste interieurtrends, frisse planten in huis, de gepaste tijdschriften op tafel en zeven dagen op zeven de geur van koffie en cake in huis. Ik werk als leerkracht of ik heb een rijke vent zodat ik om vier uur kan klaarstaan met boterhammen voor mijn prachtkindertjes die van school komen, vol aandacht luisterend naar hun verhalen. Om daarna heel pedagogisch verantwoord samen het huiswerk te maken, terwijl moeder en kind elkaar af en toe een warme, begripvolle blik toegooien. En een kushandje. *vioolmuziek zwelt aan*

Daarna doe ik mijn gebloemde schort aan, loop ik mijn tuin in op zoek naar verse groenen. Ik passeer mijn kruidentuin en denk na wat ik zou kunnen maken. Altijd creatief, altijd het nieuwste Libelle-recept op tafel, gezond en al. Ik moet niet meer naar de winkel hollen om vlees, een sausje of brood, want dat heb ik, met mijn goede organisatie, namelijk altijd in huis. Ik moet me niet haasten om iets klaar te krijgen, want ik ben zo bedreven in dat hele huishouden dat ik, terwijl mijn patatjes koken, nog even kan bellen naar die goede vriendin, de was kan insteken en intussen mijn zonen leer hoe ze lekker soep kunnen maken.

De man des huizes komt thuis en ik, immer vrolijk en er goed uitziend, verwelkom hem. Niet hartstochtelijk, neen. Zo passioneel is die Libelle-vrouw nu ook weer niet, maar hij voelt zich toch welkom genoeg om te weten dat hij met mij de hoofdvogel heeft afgeschoten. *verleidelijke blik*

En bla, bla en bleh. Dat is dus hoe ik mezelf tien jaar geleden zag. En dat is dus alles wat ik niet ben geworden.*tromgeroffel, paukenslagen* Ik ben de man in huis, de vader van de kinderen, de pretpapa. Zeker wat uithuizigheid betreft. Je zou dan nog kunnen denken, zo’n man die veel van huis is, die is uitermate succesvol. Maar nee, want hier speelt mijn biologische geslacht mij parten. *eventueel lachband* Dat ingebouwde permanente schuldgevoel dat ervoor zorgt dat ik teveel vrouw en moeder blijf om te gaan denken als een man. En dan mag ik nog van geluk spreken dat de vader van mijn kinderen kan en wil koken. En dat hij voor de zonen zorgt. En hij doet dat goed. Maar zeker niet zo goed als ik het zou gedaan hebben volgens mijn filosofie van tien jaar geleden. *flashback in sepia naar een dromend kind*

Ik ben geen Libelle-vrouw. Ook geen Flair-vrouw. Ik ben een kind dat nog altijd op zoek is en probeert om stukjes van die vroegere ambitie in haar huidige leven te integreren. Met vallen en opstaan, met meer falen dan succes. Het enige wat ik kan doen is ervoor zorgen dat mijn zonen en lief nooit ofte nimmer een Libelle te zien krijgen.

Beter vergane dromen en ambities dan geen meer kunnen of mogen hebben, niet?

Pause – play?

Idealiter (wat een woord) heb ik een dictafoon in mijn auto. Omdat, in die auto, op weg naar ’t werk of van ’t werk de beste stukjes in mijn hoofd gevormd worden. Heelder zinnen worden geformuleerd, connotaties om duimen en vingers van af te likken en hersenspinsels die hun meerdere niet kennen, of toch niet in mijn hoofd.

Maar eens op het werk of thuis kan ik maar moeilijk mijn zen-moment verder zetten en mijn stukjes wereldkundig maken. Dus blijft het bij gedachten, en veel to do’s.

En er valt heel wat te vertellen:

– ik zou hier een verbouwblogje van kunnen maken, en mezelf specialiste wanen in renoveren. Al te trots ben ik op de aankoop van het droomhuis. Nog nooit was ik zo zeker van de zonneschijn die na regen komt, ook al kijken we hier tegen een gigantisch renovatieproject aan.

– ik zou kunnen schrijven over mijn zonen, waarvan hun kindertijd me te vlug ontglipt. De herinneringen worden talrijker en tegelijk ook vager, verder, diffuser. Ik weet niet meer precies wanneer Fries op het potje ging, ik kan niet meer exact zeggen wanneer Benne kon kruipen. Ik heb hopen foto’s en albums, dozen vol herinneringen en knutselwerken, maar een indexering, zo geheel volgens mijn eigen neurotische stijl, komt er niet van. En zo vliegen de herinneringen het hoofd uit, klaar om verzwolgen te worden in de acties van alledag.

Het komt erop neer dat op dit eigenste moment alle hobby’s op non-actief staan. De naailes, het occasioneel sporten, het schrijven. Dat boek is voor het volgende decennium.

Wat we wel nog overhouden zijn de eigenste zonen, de pleegzonen M. en I., die hier afwisselend zaterdag of zondag verblijven, mijn persoonlijke missie om de straat waar we nu wonen vrachtwagenluw te maken (hoor me bezig, miss idealen), het tienjarenproject “Maak uw nieuwe buurt blij met de komst van bulldozers en vrachtwagens”, en een allerfijnste job waarvan de eindmeet ook stilaan in zicht komt.

Tot die tijd zal alles hier beperkt zijn. Het zal niet zijn, of het zal fragmentarisch zijn. En laten we dan vooral uitkijken naar de dag dat ik doelloos door mijn hoogrendementsglazenraam zal staren, met achter mij een reutelende warmtepomp in een bijbouw, eigenhandig in elkaar gemetst. Benne komt binnen door de ooit gloednieuwe voordeur, verwarmt zijn voeten aan de veel te dure tegels en opent de koelkast die 20 jaar geleden heel hip was maar nu hopeloos achterop hinkt wat betreft energieniveau. Intussen probeert Fries langs achter binnen te komen, maar het huis is zodanig goed geïsoleerd dat hij niet eens de oprit door kan. De vader van mijn kinderen is vanmorgen vertrokken om het gras in de tuin af te rijden en komt pas vanavond terug. Zelf moet ik dringend mijn sla en tomaten in de serres inspecteren zodat ik niet weer voor het tiende jaar op rij alles moet weggooien wegens niet voldoende naar gekeken.

Om maar te zeggen: wij kunnen er voorlopig nog mee lachen 🙂

Werkende moeders

Wat ik me zo nu al een paar dagen afvraag als ik al die mooie FB-foto’s zie, al die schone verhalen over veel, heel veel tijd met de kinderen, over veel creatief bezig zijn, over uitstappen en zo: hoe doen al die moeders dat?

Ik ben ervan overtuigd dat alle moeders werken. En je hebt er die voltijds buitenshuis werken. En die dus (als ze geluk hebben) om zes uur ’s avonds thuis zijn. Of soms eens eerder, als er geen opvang is en er eens aan de schoolpoort mag (ja, mag!) gewacht worden. Als het meevalt heb ik dus per dag zo’n drie uren die ik samen met mijn twee helden kan doorbrengen. En laat die drie uren dan nog eens de spitsuren zijn waarin er moet gewassen worden (1x), tanden gepoetst (2x), van apotheker gespeeld (2x), schoolboekjes opvolgen, eten (2x), afruimen (2x) en hele huishoudelijke kluts (120x). Dus schiet er nog zo’n uurtje over om opvoedkundige dingen te doen. Om samen te kleuren, te puzzelen, spelletjes te spelen.  Ze te zeggen dat ik ze graag zie, ze uit te leggen waarom ik weer zo lang weg was en waarom ze me morgenvroeg niet zullen zien.

En soms vrees ik dat dat niet genoeg is. Dat ze een gigantische achterstand gaan hebben omdat ze niet genoeg hebben gepuzzeld, gekleurd, geknipt, gehamerd, getekend, kortom: gekleuterd. Omdat ik dus te weinig thuis ben, vrees ik dan.

En dan lees en hoor je die leuke verhalen uit de kerstvakantie over luie kinders, hyperkinetische kinders, vervelende kinders, lieve kinders, … en dan denk ik: ik heb maar weinig van die verhalen. Of ik onthou ze gewoon niet. En in tweede instantie: was ik maar steenrijk getrouwd, zodat ik hele dagen kon moederen, afgewisseld met kuren en kappers allerhande. Of: ik zou misschien in ploeg kunnen gaan werken zodat ik in de namiddag thuis ben. Of gewoon eens beginnen meespelen met de lotto?

Om dan te besluiten dat ik het niet zo heb voor kuren en kappers, dat ik pas een ochtendmens zal zijn in het laatste stadium van dementie en dat ik hopelijk niet lelijk genoeg ben om de lotto te winnen. En dat ik in plaats van hierover te zagen, maar beter eens aan hun foto-album begin.

Ja, zo’n moeder

*emo-alarm*

Ik ben zo’n moeder waarvan de kinderen theatraal beginnen te huilen als ze weggaat ’s avonds. Een amateurpsycholoog zou kunnen denken dat die kind-moederband toch ongelooflijk hecht moet zijn. Een psycholoog met een diploma zou kunnen vermoeden dat het gaat om boosheid voor een veel te vaak afwezige moeder.

Ik ben zo’n moeder die vaak wilt dat haar kinderen al wat groter en zelfstandiger zijn, om dan te mijmeren dat ze al veel te veel kunnen.

Ik ben zo’n moeder die vaak met schuldgevoel naar het werk gaat, wetende dat ze die avond niet aan de schoolpoort zal wachten. En die dan ook al dagen uitkijkt naar de zeldzame keren dat dat wel kan.

Ik ben zo’n moeder die niet altijd zin heeft om ’s avonds een verhaaltje te lezen en er zich vlug vanaf probeert te maken door te opperen dat de zonen maar een verhaaltje aan hun beren moet voorlezen. Ik ben ook zo’n moeder die veel te snuggere zonen heeft, en dus niet met zo’n flauwe verhaaltjes gesust kunnen worden.

Ik ben zo’n moeder die graag nog uitgaat, zot doet, en die dat de dag erna probeert te compenseren met bijzondere momenten.

Ik ben zo’n moeder die het zich beklaagt als ze ’s nachts weer moet opstaan. Maar ik ben ook zo’n moeder die ’s nachts haar zonen zou wakker maken om te kunnen zeggen hoe graag ze hen ziet.

Ik ben zo’n moeder die niet kan koken, die nooit een overheerlijke biefstuk op hun bord zal toveren. Zo’n moeder die ondanks alles wel blijft proberen om toch iets te kunnen bakken.

Ik ben zo’n moeder die er principes op wil nahouden, maar die ze ook even graag overboord gooit als de situatie zich daartoe leent.

Ik ben zo’n moeder die droomt van een leven als huisvrouw, van kleertjes naaien en gigantische taarten bakken, van koffiedrinken met de buurvrouw en lekker oermoeder wezen tot de kindjes van school thuis komen. Ik ben er zo één die weet dat zo’n dingen niet marcheren bij sommige moeders, en daar vaak gefrustreerd van raakt.

Ik ben zo’n moeder die eigenlijk geen dochter hoeft, omdat ze veel te bang is van meisjes en vreest dat ze nooit interessant genoeg zal zijn voor een dochter.

Ik ben zo’n moeder die zowat flipt, freakt, onnozel wordt als iets zou kunnen wijzen op een aankomend gebrek aan zelfvertrouwen bij haar zonen. Zelfvertrouwen in het leven is alles, mijn beste. Gevolgd door zelfkennis.

Ik ben zo’n moeder die soms even hard kan twijfelen als ze vastberaden en recht door zee is. Met niets anders dan het lijf, warmte en liefde moet ze het doen. En op het einde zal blijken of dat van alles een beetje genoeg is geweest.

Ik ben zo’n moeder waarvan ik denk dat mijn zonen later wel eens een paar geweldig rake opmerkingen zullen geven. En die hoopt dat ze dan naar haar zullen knipogen.

Brighton Pier

’t Zal allemaal wel mooi zijn ’s nachts en zo, en ook overdag is het van ver redelijk indrukwekkend. Maar als je erop loopt is dat maar een vreemd gevoel. Lawaai, gejengel, bliep bliep, toenke toenk, boem boem, zoef dzjief, wiiiieeep, … gecombineerd met het arsenaal aan lichtjes waar zelfs een zomerse sterrenhemel niet tegenop kan. Het was fout van ons (blondie hier en collega K.) om die pier overdag te gaan bekijken. Zo zie je meteen wat voor mankementjes er aan dat houtwerk zitten, hoe oud en onverzorgd alles is, hoe ongelooflijk mistroostig het hele gedoe wel is, wat een tristesse daarvan afstraalt. Vergane glorie, en toch nog zo levendig. Zoveel momenten zijn daar al beleefd en zoveel mensen zijn daar al gepasseerd: eerste liefjes, eerste break-ups, zatte nonkels, verdwenen kinderen, depressieve moeders, twinkeloogjes, tienermoeders op stap, jolijtige baasjes, oude elegante dames, eenzame mannen, de laatste pond van de maand inwisselen om toch maar de one-armed bandit meester te kunnen, al je zakgeld verspelen om die nieuwe Wii-toepassing te kunnen winnen, …

Een fotograaf met 1. een fototoestel en 2. oog voor detail en 3. nostalgie en 4. een zekere vakkennis zou hier prachtige, warme, glorierijke beelden van kunnen schieten. Mij ontbreekt het voorlopig aan 1. en voor eeuwig aan 4.

sporten – deel zoveel

Ik ben een omnisporter. Maar geen echte. Want echte omnisporters die doen -tig verschillende sporten in één week. Bij mij moet je die situeren over een periode van 12 jaar.

Omnisport door mezelf, de feiten. Deel 1: rondjes lopen in het park tijdens de studententijd. Deel 2: met veel overgave fitnessen toen ik net begon te werken. Deel 3: Gaan samenwonen, fitness was te ver, dan maar over de middag zwemmen in een dichtbij gelegen zwembad. Deel 4: Zwem-collega vertrekt, en sporten beperkt zich tot het stevig doorstappen naar de koffie-automaat, lopen om een trein te halen, twee zonen opheffen en met een volle wasmand de trap oplopen.
Alhoewel sporten me echt wel kan bekoren, en ik er ook ontzettend veel deugd van heb, kwam het er al een tijdje niet meer van. En op de duur raakt een mens daar gefrustreerd van. Want het is echt wel van willen, maar niet kunnen. In m’n eentje gaan zwemmen gaat niet aangezien ik ‘van mijn eigen’ gewoon geen steek zie (lenzen moeten uit en zwemmen met een bril aan is ook maar onnozel), fitnessen kan wel, maar ik vind het te stom om 10 minuten in de auto te moeten zitten vooraleer je überhaupt kan gaan sporten (neeje, er is geen superdeluxe fitness-centrum in Sellewie), blijven nog over: fietsen en lopen. Gezien eerdere positieve ervaringen met lopen was de keuze dus al snel gemaakt. Twee dagen per week start ik vroeger met werken, stop ik vroeger met werken om daarna nog met haar mijn kilometers te lopen. En hopelijk kan daar in het weekend nog eens een loopje bij.
Waarom ik dit meedeel? Sociale druk, waarom anders?

Benne 18

maanden oud! Eens hij 18 jaar zal zijn zullen wij er al heel wat minder treffelijk uitzien. Anderhalf jaar geleden werd de kleine beer geboren, zomaar even op de warmste dag van 2006. Da’s zo ongeveer het enige wat we ons nog herinneren van die dag. Hoe die bevalling er was, de uren erna, welk bezoek er eerst kwam, wanneer Benne voor het eerst gegeten heeft, of hij veel weende, … we weten het niet meer. Behalve dat we zo moe waren. En dat we 18 maanden geleden beseften dat dat kleine wezentje effectief onze zoon was. Toen was zijn aanwezigheid helemaal nog niet zo vanzelfsprekend, terwijl dit nu wel anders is. En dat voelt vreemd aan: de aanwezigheid van je kind als vanzelfsprekend ervaren, alsof er nooit iets anders is geweest, alsof al die jaren ervoor wat leger waren. Terwijl het zeker zo niet was, maar het is moeilijk te begrijpen dat amper anderhalf jaar geleden we nog gewoon een koppel waren. En dat we nu een koppel met een kind zijn. En dat we straks een gezin vormen. En nog steeds voelen we ons niet oud of saai (misschien zijn we dat wel al in de ogen van sommigen…), integendeel. Misschien blijven we ons altijd wel die pubers voelen, die studenten vol idealen, die mensen met dromen. Net dankzij een peuter van 18 maanden oud en een kleine die er voorlopig nog geen behoefte aan heeft om de wereld met eigen ogen te bekijken.

Proficiat Benne! Om het al zo lang uit te houden bij dat stel kierewiete mensen!

benne_januari2008-015.jpg