’t gaat om mijn zonen

’t Gaat om oeverloos gepieker, als ik denk aan de wereld waarin ze leven en zullen leven

’t Gaat om zorgeloos gelach, als ik zie in welk wereldje ze nu leven

’t Gaat om mijn zonen, hun leven lang, mijn leven bang.

Bang dat ik er niet ben als ze me nodig hebben. Een geschaafde knie, een bloedende lip, een neus die moet afgeveegd worden.

Bang dat ik er niet ben als ze me niet nodig hebben. De eerste keer fietsen, het eerste kusje, de eerste ‘kouvejou’.

Bang dat zij er niet zijn als ik ze nodig heb. Elke dag.

Ze gaven me zonsopgang, zonsondergang en toonden me de sterren en de maan.

Ze leerden me kijken naar grote gele zonnebollen en pratende bomen. Naar ingebeelde leeuwen en levensechte spoken. Naar zichzelf als baby, jongen, superster, held.

’t Gaat om mijn zonen en ik geef me graag over aan hun liefde.

Met het besef dat ik nooit alles zal kunnen grijpen en begrijpen. En dat stelt me gerust.

*einde sentimentele praat*

Benne1Fries1

van toen hij drie jaar werd

intussen ook al twee maanden geleden. ‘k Weet het.

Kwamen op bezoek: broer, neefje, ouders, grootouders, overgrootouders en tantekes en nonkeltjes. Kwam iets later en zorgde voor wat toegeknepen billen bij Benne: een leeuw. Zorgde voor de ontlading van de eeuw (en van Bennes bilspieren): nonkel Klaas die uit het leeuwenpak tevoorschijn kwam.

ik heb het weer gedaan…

Benne_leeuw_3jaarGisterenavond liep hij afwisselend als een halve olifant of muis boven in de gang. Hij had zijn pyama af- en aangedaan, zijn boekjes in, uit en naast het bed gespreid. Hij was zijn broer even gaan bezoeken en had die net niet wakker gemaakt, en hij was het grote bed even gaan uittesten ook. Ik had echt de moed niet meer om er nog veel pedagogisch gedoe aan vast te koppelen en dus bleef het beperkt tot beneden aan de deur of net boven aan de trap staan, half moedeloos, en te zeggen: “Benne, ga in je bed, het is tijd om te slapen”. Licht uit, gevolgd door een klik vijf minuten later wat zoveel wil zeggen dat meneer het licht terug heeft aangelegd.

Gevolg: ’t kind zit de volgende morgen met een pesthumeur voor zich uit te staren, twijfelend of hij zijn boterhammen zou opeten of op de grond gooien. Hij staart voor zich uit, te moe om al kwaad te zijn op die moeder die hem heeft wakker gemaakt.

Ik kan het niet laten om de wijsneus uit te hangen en zeg dat hij het maar moet weten, dat hij vroeger moet slapen, dat hij in zijn bed moet blijven liggen, dat hij niet meer moet rondlopen, en zaag zaag zaag. Hij staart me weer aan met die grote ogen van hem en trekt een halve wenkbrauw op. ’t Kind is moe. En dan spreekt hij. Mijn schuld, redeneert hij, ik moest maar samen met hem in bed gegaan zijn (“mama moet ook in mijn bed hé, of Benne in ’t grote bed”), dan konden we samen slapen (“mama moet hier blijven, slapen met Benne”), kon hij vroeger slapen en was hij zo moe niet (“feel slapen, niet moe”). Voila. Heb ik het weer gedaan.

Trouwens: is het supernanny-gewijs verantwoord om je kind op te sluiten in de kamer en er zo voor te zorgen dat hij geen gangfuiven meer organiseert?

stinkende flesjes

Als zelfs de oudste zoon al zijn beklag begint te doen over de geurhinder in de auto, dan weet je dat het erg is. How comes? Zo’n vier maanden verzameld leeggoed moest dringend op de juiste plaatsen gebracht worden, zijnde een glascontainer en een winkel om centjes te recupereren. Moeder was met de auto nogal kort door een bocht gegaan met als gevolg dat bier en wijn, tussen 3 dagen en vier maanden oud, zich lekker begon te verspreiden op de achterbank. Benne trok een neus van jewelste en kon het niet laten om elke vijf minuten te zeggen “dat het feel stinkt ier mama” en “oei, dat ruikt ier fies, oekomtadnu?” en “pintjes drinken is vies hé, dat stinkt”.

Wen er maar aan, die auto is zo niet lichtjes tamelijk volledig gekuist en nog altijd stinkt dat ding. Wassen doen we ons voorlopig niet meer, twee minuten in onze bierkar en het waseffect is toch verdwenen…

Bedankt beer!

Lieve Benne,

Lieve oudste zoon van me, ik ben je moeder en ik ben een zaag. Meer nog: ik zaag soms ongelooflijk veel, want je hebt ook nog een broer. Ik mag dat doen, zagen, want bij je geboorte kreeg ik niet alleen een zoon, maar meteen ook het recht om af en toe eens stevig over die zoon door te drammen.

En ik ben daar nogal bedreven in, zo’n potje goed doordrammen op tijd en stond kan ferm deugd doen. Heel vaak is het in positieve zin: ik loop op te scheppen over mijn blonde god, laat zelfs de perfectie verbleken als ik die met jou vergelijk en kan het niet laten om je te bewieroken met de geuren, kleuren en woorden waar zelfs de meest fervente Woodstock-ganger hoofdpijn van zou krijgen. Dat mag ook wel vind ik, je bent nu eenmaal het liefste, slimste, mooiste en grappigste kind. Een gedeelde eerste plaats met je broer is dat.

Maar soms, heel soms, loop ik ook echt te zagen. Liefst met andere moeders: wie het verschrikkelijkste kind heeft, wie het minste uren slaapt per nacht, wie er het vaakst zijn kind in de hoek zet en wie het meest moet opruimen en kuisen. Dat is nu eenmaal zo, een moeder is er graag het slechtste aantoe van al haar vriendinnen. Zo is ze weer eens bevestigd in het heldenwerk dat ze elke dag verzet. Ik zaag dus regelmatig over dat slaappatroon van jou, of het gebrek eraan. Over die nachtelijke uitstapjes, het veel te vroeg opstaan en het veel veel veel te laat gaan slapen.

Maar mag ik je nu even bedanken voor gisteren? Ik moest een trein halen om half zeven, ik moest opstaan om half zes. Het was half zes en mijn wekkers hadden niet gerinkeld, gezoemd, gepiept, getuut of wat dan ook*. Ik sliep, jij niet meer. Meneer de wekker, lieve zoon, ik wil je bedanken omdat je gisteren je huilalarm om half zes hebt gezet. Zo kon ik mijn trein halen en waren we weer vertrokken voor een dagje werken.

Ik geef je nu dus een maand krediet, ga een maand niet zagen over je slaapgedrag, daarvoor ben ik nu net even te blij.

(* als je gsm op stil staat en je het schakeltje van je wekker niet op ‘on’ zet: dan hoor je niets als het tijd is om op te staan. Echt niets.)

en toen had hij een vriendinnetje

Benne en A-mé-lie-tjeeeuh. Ziehier het nieuwe kleuterkoppel van dit trimester. Ik mag hopen dat meneer nog veel liefjes zal hebben, maar voorlopig is Amélietjeeeuh zijn vriendinnetje. ’t Is een beetje een vreemde relatie: ze trekt aan en stoot af, zo lijkt het. Ze zijn de beste vriendjes en plots doet ze hem dan pijn. Gelukkig is grote heldin juf Justine er dan nog om zijn liefje dan op haar plaats te zetten. Waardoor Benne dan weer medelijden krijgt met zijn lief en ze dan gaat troosten. Grote juffen moeten zich niet moeien met de relationele problemen van kleuters denk hij dan misschien.

Ik wacht de dag af dat hij zelf zal vragen om zijn haar in de gel te leggen omdat hij er mooi moet uitzien voor zijn ‘mooi Amélie-meisje’. Intussen doen wij hier vrolijk mee met de adoratie van Amélietjeeeuh. Straks even wat speciale opsporingsmethodes gebruiken om haar ouders te screenen 🙂

Friesjes taalprobleem

Die vele builen op dat kleine voorhoofdje van Mr. Blue Eyes doen er toch geen goed aan zo blijkt. De eerste gevolgen laten zich zien:

Het woord ‘kip’ wordt hier systematisch achterstevoren gezegd. Het woord ‘lolly’ wordt uitgesproken als ‘lillo’, ‘mama’ is ‘mapa’ of ‘pama’.

Het kind krijgt terug hongeraanvallen ’s nachts, waardoor meneer dan om half twaalf gezellig aan de keukentafel zijn potje corn-flakes verorbert. Als er geen hongeraanval gepland staat dan onderbreekt meneer wel de nachtrust voor een flinke huilbui, waar alleen Pingu en Hopla YouTube-gewijs redding kunnen brengen.

Bij onthaalmoeder Christa kruipt het ventje in bed bij andere kindjes. We zijn nog vergeten na te vragen of die activiteit geslachtsgebonden is, maar meneer klautert doodleuk als een halve aapmens zijn bed uit en probeert zo in het bed van de andere ‘kientjehs’ te komen.

Voor de rest alles normaal hier, en daar?

James! De Dyson please!

dyson-DC23-AnimalproDat wij dus ongegeneerd commercieel geworden zijn, en dat dat uiteindelijk wel goed blijkt te zijn. Want zo’n allernieuwste Dyson-machine mogen testen, da’s geestig. Zeker als het nog goed blijkt te werken ook.

Een paar weken geleden mochten wij, met nog enkele andere blogmoeders of blogvrouwen ons in Antwerpen gaan verdiepen in de Dysonologie. Dyson is de naam van ene James, een vent die het wel goed voorheeft met de stofzuigende medemens onder ons. Hij vindt dat stofzuigers moeten werken (wie niet?), dat ze moeten doen wat ze zeggen te doen (stofzuigen tiens), en dat ze getrek, geschop, gesnok en geduw moeten aankunnen. Twee dames, duidelijke fans van James Dyson, deden de hele uitleg terwijl wij intussen aten, dronken, braaf luisterden en intussen onze ogen uitkeken naar een prachtig staaltje van uitgekiende bedrijfsmarketing. Er zit wel degelijk een filosofie, een idee achter die hele stofzuiger. En dat was betrekkelijk nieuw voor mij. Dat honderden mensen zich hebben verdiept in de gebruiksvriendelijkheid van een toestel dat ik het liefst zo weinig mogelijk uithaal.

Niet meer. Ik vind het leutig om met die Dyson te stofzuigen, temeer omdat je weet dat je je vloer aan het strelen bent met het allernieuwste, meest complete model in hun gamma. Omdat ik minder moet trekken en duwen, precies, omdat die steel precies op mijn maat lijkt te zijn (grotere mensen in dit huis zijn het daar minder mee eens) en omdat dat spel echt wel werkt. Getest op: stukjes ei, erwtjes, boterhammen, stukjes tomaat, pasta, … (een mens wil niet weten wat Fries allemaal naar beneden laat vallen als hij eet) en goedgekeurd door echtgenoot, mezelve en twee zonen. Die twee zonen hangen trouwens heel graag rond die stofzuiger ofte haardroger.

Dus, James, ik had nooit een Dyson van u gekocht, wegens een beetje te duur en niet geloven in hypes en zo. Dank om me er eentje te geven zodat ik tenminste dat vooroordeel alweder aan de kant kan schuiven. Dat toestel werkt verdomd goed, en mijn vloer voelt echt proper aan als ik er met mijn blote voetsens op loop.

Volgende op de wish list: dit hier. Azo een geestige dingen zeg!

En u, beste lezer, niet weglopen nu ik mijn ziel heb verkocht aan de commercie, of ik zuig u terug. Nah.

krentenbaard op de poep

Benne heeft een krentenbaard. Fries heeft een krentenbaard. Niet echt, want het is geen baard op hun gezicht. Benne heeft het op zijn billen, Fries op zijn schouder en op de borststreek. Een krentenbaard is Nederlands voor impetigo. Dat schijnt een huidinfectie te zijn, bacterieel dan nog wel. Dat begint met een wondje, waar een bacterie inkruipt (staphylococcen zo u dat wenst), en dat verspreidt zich. En dan krijgen die kinderen blaasjes, met vocht, en de blaasjes springen, waardoor dat vocht zich verder verspreidt. En nieuwe blaasjes maakt. Ze besmetten elkaar de hele tijd opnieuw, nog eens, overnieuw. Maar sinds gisteren is alles strikt gescheiden, en leven we hier in een superhygiënisch huis. Handen ontsmetten, washandjes en handdoeken strikt gescheiden, doeken koken na gebruik, wondjes afdekken, kleren één dag aandoen en de wasmand in, zowel die van overdag als ’s nachts, nageltjes kortgeknipt, … ’t Is niet gevaarlijk, je krijgt het wel gemakkelijk maar ’t gaat ook gemakkelijk weer weg. Met een klein beetje moeite van ouderswege.

En zo heb ik onze huisarts terug gezien nadat ik haar 6 maanden heb gemist wegens zomer en het volstrekt gezond-zijn van mijn twee koters. Ik vertrok en zei: “Tot binnen een maand!”, want de school is begonnen, de herfst is op komst en een nieuw leger bacteriën en virussen zingt de strijdliederen en staat klaar om mijn zonen te overmeesteren.

Oh, En als dit hierboven onder de categorie ‘ambetante schrijfstijl’ valt: lees dan vooral niet het boek van Robert Vuijsje, ‘Alleen maar nette mensen’. Ik heb me er door geworsteld, maar weet echt niet wat ik ervan moet vinden. Vreemd boek, niet mijn ding, even verfrissend om te lezen, daarna vooral meer van hetzelfde. Of ik heb het weer niet goed begrepen waarom dat boek die prijs heeft gekregen. Geef mij maar ’t boekske van Dimitri. Dat ’t met veel plezier gelezen is, dat.

En zo krijg ik Robert Vuijsje en impetigo in één post. Als dat niet boeiend gaat zijn voor de Google-machinerie zeg.