Woorden van de week

BFNNaast het 346 keer uitspreken van het woord mama (gemiddelde per dag, per kind) -op verschillende toontjes, met verschillende urgenties en voor 340 irrelevante zaken (gemiddelde per dag, per kind)- zijn er toch wel andere woorden of uitdrukkingen die hier tijdelijk wat hotter en swagger (hierbij de eerste al) zijn. Bij gebrek aan meer inspiratie: het rubriekje ‘Woorden van de week’. Te interpreteren als: de woorden die het gebroerte gebruikt om aan te geven dat coolness toch wel een verdiende middle name was geweest.

  • “Da’s magic” – te gebruiken bij de zoveelste wereldgoal die je in je eigen tuin in een imaginair doel schiet; bij je moeder die zegt dat het water uit de douche nog altijd niet gratis is; bij je jongste broer die plots-en-totaal-niet-ingefluisterd het woord ‘twerken’ in de mond neemt en het dan nog eens demonstreert ook. Bij voorkeur te combineren met twee zwaaiende handjes en een veel te grote smile. Smoelentrekkerij à la Jim Carrey. Vermoedelijke oorsprong: Chiro- of voetbalkamp.
  • “Naais” of “Naaaaaaais” – te gebruiken bij een actie, zegswijze, repliek die je eigen coolness zwaar in de verf zet. Zoals een repliek op een commentaar van je moeder; een voorstel van je moeder om ergens naar toe te gaan maar waar je vooral niet té enthousiast mag over doen. Te combineren met één of twee opgetrokken wenkbrauwen en een high-five naar één van de broers. Vermoedelijke oorsprong: Chirokamp.
  • “Mo how zeg” – enkel te gebruiken in combinatie met een uitspraak van de kleinste broer. Zoals daar zijn: “Mag ik een handwasje?” gevolgd door: “Mo how zeg, ’t is wel een washandje hé”; “Het kindje van de poes is een ketting” gevolgd door: “Mo how zeg, ’t is een kitten hé”; “Ik wil graag slagroom op mijn boterham” gevolgd door “Mo how zeg, ’t is wel hagelslag dat ie bedoelt, niewaar?” Waarop de jongste: “Ja, dat”. Waarop de oudste twee tegen elkaar: “Naais!”. Vermoedelijke oorsprong: moeder en grootouders.
  • “Watte?” – voorlopig enkel gebruik bij Zoon2. Ter vervanging van het iets beleefdere “Wablief?”. Tot grote ergernis van de moeder. Hopelijk niet overdraagbaar op andere delen van het gebroerte. Vermoedelijke oorsprong: onbekend.
  • “It’s a prank! Ne prank, mama!” – te gebruiken net op die ene nanoseconde tussen het taxeren van de zogenaamde crisissituatie (door moeder) en het ontvangen van de bijhorende preek en straf. Ideaal in combinatie met de kleinste broer als nietsvermoedende handlanger van het kwaad. Bij voorkeur te gebruiken op een plaats waar moeder de voorbereidingen van de prank niet kan zien. Kan gevolgd worden door: een paar zware oogrollen van moeder, een vragende blik van de jongste zoon en een high-five bij de oudste zonen gecombineerd met “Da’s magic” of “Naais”. Vermoedelijke oorsprong: YouTube.

Ik ga daar nog zwaar mee scoren met die gasten. Ik voel dat.

Advertenties

Uit de kast ermee!**

Goh, gij zijt toch een sterke hé, zoveel dingen doen, en al die ballen in de lucht. En nu nog zwanger van een derde… topwijf gij!” (in het gezicht, x10)

Wacht maar, die gaat echt nog serieus haar klop krijgen. Dat kan niet anders. Vroeg of laat komt dat er van.” (achter de rug, x20)

Ja, ze heeft haar klop gekregen. Meerdere klopjes, het eerste zo’n vier jaar geleden, het laatste zo’n twee jaar geleden. Jaren 1 tot en met 3 heb ik daarover gezwegen. Jaar 4 heb ik daarover gepraat, kunnen praten, durven praten. En dus is hier nu the blogue, v2.0. 

Hoe dat zo ging.

Een derde kind in de buik en een lijf dat bij de derde keer toch iets wist van tegensputteren. Vreemd. Maar ze ging door. Signalen van uw lichaam zijn er vooral om niet naar te luisteren. “Wilskracht boven fysieke kracht!” was de kreet. Alsof ze een opvoeding in een 19de-eeuwse kostschool had gekregen. Er moest immers verbouwd worden, voor twee kleine jongens gezorgd worden, er was een relatie te redden, een carrière uit te bouwen waarbij het glazen plafond zou vermorzeld worden met een lichte kopstoot. En vooral: er moest wat schijn opgehouden worden. Want was ze niet één van die sterke vrouwen waar meisjes naar opkeken?

En toen bleek Held3 een huil- en krijsbaby te zijn. Daar waar ik vroeger wat meewarig naar verhalen over huilbaby’s luisterde kreeg ik nu de rekening gepresenteerd voor mijn gebrek aan empathie en het teveel aan oordelen. En toen waren er wat veranderingen op het werk. Minor issues, redeneerde ik. Major impact, besloot het hoofd. Maar dat werd nog even verdrongen. Net zoals de relatiedemon die al een tijdje om het hoekje aan het gluren was. De ongewenste bezoeker die we maar niet buiten kregen, die te lang bleef en alle toekomstplannen wegvrat, zoals de praatzieke tante die komt binnenvallen en je lievelingskoekjes opeet nog voor je er zelf één van hebt kunnen proeven. Er was het afscheid nemen van een huis, een illusie van een thuis, toekomst, een ideaalbeeld. Afscheid van mensen, sommige levend, sommige levend en wel, andere al vervormd tot herinneringen en foto’s.

Het waren de maanden van mist in het hoofd. Van gedachtesprongen die voor niemand uit te spreken waren aangezien het zelfs voor mij te snel, te hoog, te diep, te ver ging. En ik zweeg. En ik las haar stukjes. En die van haar. En ik zag andere stukjes passeren waarin vrouwen bijzonder krachtig hun zwaktes beschreven. En het was te confronterend: de opluchting van anderen om hun masker(s) af te gooien kwam dreunend mijn hoofd binnen. En dreunde verder, het hele lijf door. Wat waren ze sterk, die anderen. Wat hadden ze geluk dat ze wél op begrip konden rekenen bij hun coming-out van superwijf-met-beperkingen-en-twijfels. Hoe luider de roep klonk naar meer authenticiteit in blogland (of toch de provincies waar een select clubje bloggers mag vertoeven), hoe zwaarder de stilte werd. Ik had noch de middelen (praten en schrijven lukte niet), noch de energie (overlevingsmodus aan), noch de goesting (ontkenning ten top) om ook maar te reageren dat een post herkenbaar was, of iemand veel sterkte toe te wensen. Laat staan dat ik zelf mijn verhaal zou doen. De woorden waren er nog niet. Het schrift moest nog gemaakt worden, de pen nog gevuld.

En ik bleef lezen hoe zij, mijn favoriete blogster van het eerste uur,  worstelde*. En dat, overall, positief denken en lief zijn voor jezelf enkele van de sleutels zijn om de donkere kerkers van je geschiedenis te verluchten. En ik durfde mijn zwakheden tonen, voorzichtig, soms langs mijn neus weg, liet ik wat vallen. Sommige begrepen het. Anderen zwegen en duwden met man en macht het masker terug op mijn gezicht. Zij die van haar voetstuk zou vallen, dat kon niet. Er was de periode van kwaadheid. Kwaad op al wie me ‘gemaakt’ had tot wie ik nu ben. Tot ik besefte dat ik daar de enige verantwoordelijke voor ben. Gevolg: ik werd kwaad omdat ik kwaad was. Kwaad omdat ik zeker niet zo’n grumpy, oud, zagerig, cynisch wijf wou worden.

En toen zei iemand: “Het is ok om kwaad te zijn, dat mag.” Waarop ik: “Maar! Ik! Wil! Niet! Zo’n! Kwaad! Stuk! Venijn! Zijn!” De ander: “Dat ben je niet, dat zal je ook niet worden. Maar nu mag je kwaad zijn om alles wat gebeurd is”. Waarop het kwaad stuk venijn: “Eventjes dan?” De ander: “Eventjes dan.”

Dat -eventjes dan- boos mogen zijn zorgde voor een sluier van mildheid. Voor de anderen, maar nog meer voor mezelf. De woede, een volle bibliotheek, werd omzwachteld met begrip tot ze verschrompeld was tot een hoofdstukje van een perkamenten boek in een stoffige archiefruimte.

En hier staan we dan: three heroes and a princess. Een moeder van drie helden. Een vrouw met een ‘gefaalde’ carrière, op het zijspoor gezet om te investeren in zonen die leven met goesting. Een meisje dat nog gelooft in liefde en elkaar hogerop tillen. Een meisje dat gelooft in romantiek. Want dan kan er gelachen worden en is een sarcastische opmerking op zijn plaats. Zo is ze ook wel.

*Wat haar woordenstromen betekend hebben zal pas uit te drukken zijn als er een woord wordt uitgevonden om het gevoel te beschrijven dat de mensheid ervaart bij het ontvangen van een signaal van buitenaards leven. In de veronderstelling dat we daar met z’n allen verrukt op reageren natuurlijk.  

**Dit is geen stukje geschreven vanuit moed. Misschien ook niet vanuit slimheid. Het is wat het toen was. En het is een voetnoot in wat nog komen zal. 

3 jaar, 6 maanden, 8 dagen

  • tussen het laatste bericht en het voorzichtig afblazen van wat stof.
  • tussen een herfst, een winter en een aarzelende lente.
  • tussen het vallen -in een oorsuizende stilte- en het recht staan, stof afkloppen, de troepen bijeenroepen en voorwaarts, het leven terug in.

Of er verhalen zullen komen over die 3 jaar, 6 maanden en 8 dagen? Vraag het nog eens als het stof over die periode definitief is gaan liggen.

Abandoned places, het zit ‘m in de schoonheid van verlaten te zijn. En de mogelijkheden die zo’n plaats plots lijkt te krijgen. Enter thesassysquad.be: een blog over een prinses en haar drie helden. #writersgonnawrite.

LegionowoMazowieckie_AbandonedPlaces_trekearth

(http://www.trekearth.com/gallery/Europe/Poland/East/Mazowieckie/Legionowo/photo546003.htm)

Kind&GeZen

Ik was al aan het twijfelen of ik eigenlijk nog naar Kind&Gezin zou gaan met die derde. Die inspuitingen kan hij evengoed bij de kinderarts krijgen en het bespaart me het geneuzel van veel te jonge verpleegsters zonder kinderen of veel te oude huisartsen op rust die nog wat extra inkomsten zoeken. Hier dus geen goede ervaringen met K&G en al zeker niet als ze betweterig willen doen. Maar, vergevingsgezind als ik ben, vond ik dat ik het team in de nieuwe woonplaats ook een kans moest geven. Het kunnen toch niet overal zo’n seutige verpleegsters of ongeïnteresseerde artsen zijn als in de vorige woonplaats? Dus verwelkomde ik verpleegster M., die me opbelde en meteen de vraag stelde waarom ik in godsnaam na amper 24 uur uit het ziekenhuis was vertrokken. “Omdat ik bij mijn kinderen wou zijn; ik in mijn huis gaat veel beter dan ik in een ziekenhuis”, en dat op een toon die geen tegenspraak of gesus of getrunt duldde. De toon was gezet en verpleegster M. leek dat te accepteren. Dus mocht ze thuis op bezoek komen. En ze deed dat goed, ik zag een nuchtere, wijze mevrouw en dacht dat het toch wel nog goed zou komen. De tweede ontmoeting, met de gehoortest: opnieuw een goed gevoel. Verpleegster M. stelde me gerust, suste de jongste, benadrukte het volgen van het eigen gevoel, enzovoorts. Punten voor verpleegster M. dus.

En of ze een volgende consultatie mocht vastzetten, zo rond vier weken? Dat mocht.

Enter verpleegster Zenuwaandoening met zenuwen die op springen stonden omdat ze een lastig kind voor zich kreeg. En dat ze al had gehoord dat ik een half uur in de wachtzaal rondliep met een krijsende baby (mochten ze op tijd zijn, dan was dat beperkt gebleven tot 5 minuten), dat hij bleef krijsen toen we bij haar waren, dat hij nog harder krijste toen we bij de dokter waren, dat ze toch wel vond dat hij lawaai kon maken, dat hij lastig was, dat ik hem ’s nachts absoluut niet meer in bed mocht eten geven maar beter naar beneden zou gaan, dat het toch vreemd was dat het bij de andere kindjes niet zo was, of hij wel eten genoeg kreeg, en dat het waarschijnlijk een huilbaby was en bzzzzzz… ging het toen in mijn hoofd.

Nogal een geluk voor haar dat ik bij oververmoeidheid in een soort roes verkeer die het me onmogelijk maakt om kwaad te zijn of om te snauwen. Helemaal zen was ik dus en ik onderging het allemaal, terwijl ik gewoon aftelde tot zoon3 en ik weer in ons eigen huis waren en hij daar op zijn gemak kon verder trunten, of krijsen, afhankelijk van het uur van de dag.

Volgende week komt verpleegster M. Als ze me kan garanderen dat ik nooit ofte nimmer nog verpleegster Zenuw zie, dan blijf ik gaan. Zoniet dan stopt het hier, voor het welzijn van verpleegster Zenuw. Ik sta namelijk niet in voor de gevolgen de dag dat ik uitgeslapen zal zijn.

En dit, één zo’n moment, één zo’n half opgetrokken mondhoek per dag, één zot moment van de grote broers per dag: dit maakt alles weer goed.

Afbeelding

Noud!

AfbeeldingDat het met drie kinderen wat drukker is zal hieruit wel blijken: twee en een halve week nadat mister Knoddie zijn intrede maakte kan het eindelijk via dit geschrijfsel aangekondigd worden.

Zodus beste wereld, maak kennis met Noud Miel K., geboren in Waregem op 16.11.12 (alle schone combinaties zoals 10.11.12 en 12.11.12 ten spijt), zo rond 14.15u. Zo’n zes uur ervoor kondigde Noud, ook mister Knoddie genoemd, zijn komst aan door iets wat men het breken der vliezen zou noemen. De vier dagen ervoor had hij zijn moeder al helse pijnen bezorgd met iets wat men in het vakjargon voorweeën noemt (ze mogen ze hebben). Maar een moeder ken haar prioriteiten: terwijl de echtgenoot de zonen 1 en 2 naar school deed en de werkgever verwittigde, maakte moeder nog de afwasmachine leeg, ruimde de boel op, stopte de was weg, veegde wat kruimeltjes weg, bracht wat post weg (niet evident met gebroken vliezen), … Zei iemand iets van uitstelgedrag?

Enfin: het was ruim tien uur toen we uiteindelijk onze weg vonden naar de materniteit. En toen vond ook het eerste hongertje een weg naar moeders maag. Naar die van vader wellicht ook, maar die was zo sympathiek om er niets over te zeggen. Honger + pijn: duivelse combinatie.

En terwijl vroedvrouw en gynaecoloog het derde zoonwonder al zagen geschiedden zo rond aperitieftijd (“Maar dat gaat zo rap bij u”), besloot het moederlijf om nog twee pauzes te nemen. De zin: “Moh, ‘k peize da da nu were is stille gevalln” + honger + iets mindere pijn (ah ja, want stilgevallen): duivelser combinatie.

Toen het moederlijf weer in gang schoot mochten we na enkele minuten de kleine Noud aanschouwen. Klein, dacht de moeder, totdat het laken van zijn billen werd weggetrokken: toen werd duidelijk dat het hier alweer een +4kg geval betrof. Zo een beetje ver verwijderd van de schatting 48 uur ervoor: 3300 gram. En na een uur kennismaken tussen moeder en kind, na een half uur intens gehuil (van het kind) en onwezenlijk staren (van de moeder), kreeg het wonder van de dag het gewicht 4350 gram en de lengte 53 cm toegekend. Grote jongen, die Noud.

Hongerige jongen en lijfelijke jongen ook. Drie vierde van de dag ligt het ventje op de buik of is hij aan het drinken. Nogal een geluk dat hij zo knap is…

Afbeelding

Brief aan het wijflijf

Liefste lijf en zoon,

Ik weet niet wat het is tussen jullie beiden, waarschijnlijk een haat-liefdeverhouding afgewisseld met een samenspannen tegen een steeds ongeduldiger wordende moeder?

Lief lijf, meer dan 40 weken zwanger intussen, en behalve wat vochtophopingen hier en daar zie je er nog altijd behoorlijk uit. Die buik is mooi mee uitgezet, ”t zit al van voor’, zeggen mensen die het kunnen weten, en voor zo ver te zijn loopt ge nog kwiek rond eigenlijk. Dat komt, beste mensen die het kunnen weten, omdat dat lijf dan ook alleen maar kwiek rondloopt als het überhaupt kán rondlopen. De dagen dat het lijf zich wentelt in miserie en verzuchtingen en dat kersenpitkussens en warme baden amper redding kunnen brengen zijn intussen niet meer te tellen. De dagen dat het lijf moest zwichten voor het karakter van de moeder evenmin. Want dat, beste lijf, moet je toch wel toegeven: in moeders wilskracht moet je je meerdere erkennen. Er zal van ai en oei gedaan worden als moeder zin heeft om te trunten. Anders niet. Ben je daar nu nog boos om, lijf?

Sinds juli heb je me de stuipen op jezelf gejaagd door dokter en moeder te laten denken dat je wel eens forfait zou geven voor de laatste maanden zwangerschap. Dat je er wel eens genoeg van zou kunnen hebben als de moeder je zo bleef afmatten. En moeder heeft geluisterd, misschien heb je niet zoveel kunnen rusten als je zelf had gewild, of misschien had je liever yoga of zwemmen gedaan in plaats van tuinieren en verbouwen, maar kom, lief lijf, wij zijn al zen van ons eigen, niet? Dus lijf, you did it, en you did it meer dan genoeg eigenlijk nu. Ik weet niet wat het is tussen u en mijn zoon, jullie komen waarschijnlijk iets te goed overeen als het gaat om mij nu ’s nachts wakker te houden, valse signalen te geven, me de ene dag te laten kruipen van de rugpijn, me de andere dag kwiek op mijn ladder te laten kruipen om de ramen te wassen, … ik weet niet wat het is, maar wat consequent gedrag zou wel mogen. Ofwel gaan we nog wat zwanger zijn tot moeder en dokter beslissen dat het genoeg is geweest, en dan gaan we dat nog in volle gezondheid doen, ofwel gaan we nu over tot miserie, pijn en zuchten alom en dan kunnen we evengoed bevallen, niet?

Conclusie, liefste lijf en zoon3: als die laatste niet snel zijn blauwe ogen komt tonen en zo die eerste minstens tien kilogram lichter maakt, dan vrees ik dat ik morgen zal moeten overgaan tot de grove middelen zijnde: pikante pitta eten, touwtjespringen, de auto wassen en het ultieme middel: wat zielig naar de dokter kijken.

Aaike, uw moeder (zoon3) en eigenares (lijf).

Basic blog life support

Blogberichten genoeg. Zin eigenlijk ook wel. De zonen zorgden voor genoeg inspiratie, de dikke buik zorgde vooral voor frustratie. Veel willen en minder kunnen met het vorderen der maanden, maar ook minder kunnen in vergelijking met buik 1 en buik 2. En daar had superwoman even niet op gerekend, dat de kruiwagens niet meer door haar zouden gevuld worden, dat ze ’s avonds pompaf zou zijn, dat een ordinair huishouden doen zo’n opgave kon zijn. En dus was superwoman behoorlijk gefrustreerd en kwaad op het afgejakkerde lijf dat de geest niet meer kon bijhouden.

Maar kijk: zoon3 komt er aan! En dus niet veel te vroeg of een beetje te vroeg zoals lang gevreesd, maar gewoon op tijd of zelfs te laat. Dat moeders lijf met haken en ogen aan elkaar hangt daar praten we zelfs niet over, het zou nogal wat zijn. Dat zoon3 het goed stelt: dat mag des te meer een wonder heten. Dus blazen we de boel hier nieuw leven in. Kinderen en gezin gaan voor. Al wat van moetens is krijgt vanaf nu een opgetrokken neus. Als ik al reageer 🙂