kleine dingen, grote dingen

– Viggo en Diezel zijn geplaatst! Samen dan nog wel! Emo alom, maar we zijn zo blij, content, opgelucht, de hele santenboetiek van de positieve kant van het gevoelsspectrum. Laat ons hopen dat ze het goed hebben in hun nieuwe thuis, dat Diezel à volonté en zonder gène zijn baasjes mag onderkwijlen en knuffelen, dat Viggo al een heel arsenaal aan eigen ballen heeft, al dan niet stukgebeten. ’t Ga jullie goed, hundies!

– zonet weer een leuke 1000 euro aan rekeningen betaald. Fun, zo’n ‘begin van ’t jaar’. Ik moet leren om de rekeningen te betalen net voor er een nieuwe wedde gestort wordt, veel leuker om de dag erna weer veel vers geld te hebben 🙂

– iemand een idee of je een gemeente kan vragen om je herstellingswerken te betalen van barsten in de muren als gevolg van voorbijrazende tientonners in een straat waar je maar 50 per uur mag, en dan nog met een gelimiteerd gewicht? Na nog geen drie jaar hier wonen, mannen, ‘ziejeniebeschaamd?’

– Fries heeft zich volop ondergedompeld in de Bumba-extase. Hij hopt op en neer (met het zitvlak op een neer springen, dat kan nog, want hij heeft een goede onderlaag zijnde zijn pamper) bij het zien van Bumbaiaanse figuren en geluiden. Benne bekijkt het hele boeltje meewarig:  Bumba is voor baby’s, bah. We zullen hem maar niet vertellen dat zijn derde woordje Bumba was, niet mama, niet papa, maar Bumba. Het eerste woordje?  Mba’k, van die voetballer, dat spreekt. Benne wou zijn vader op die manier duidelijk maken dat hij het ook wel heeft voor Anderlecht als voetbalploeg. Tweede woordje: cuenca (spreek uit: kwinka). Dus ofwel wou meneer ons duidelijk maken dat hij hier naar toe wil, ofwel dit hier wil bezoeken.

– Friesjes eerste woordjes? ‘mba: van Bumba. En wat ook nog frequent geproduceerd wordt op klankniveau: “tétététét” en dit met variatie in toonhoogte, intensiteit en beweging. Tssss…

feestjes op komst!

meme

Het is al een tijd geleden dat ze opeens drie porties aardappelen begon te schillen, of driemaal haar vuur ging aanleggen om die aardappelen te koken.

Het is al een tijd geleden dat ze heel kort en vinnig reageerde toen je haar dat zei, ze had altijd wel een reden: patatten heb je nooit genoeg geschild of klaargemaakt.

Het is al een tijd geleden dat ze nog namen kon onthouden van nieuwe liefjes van haar kleinkinderen. Bij mijn lief, nu officiële wederhelft, sprak ze wel de waarheid: ze vroeg telkens wie die ‘skone vent’ was. Ze wist wel nog hoe ze me kon doen glunderen.

Het is al een tijd geleden dat ze hartelijk begon te lachen toen ik zei dat we dan eens gingen dansen, en naar de knappe venten zouden kijken, en wat glaasjes wijn drinken. Haar ogen glinsterden nog wel, het gelach werd minder. Ondanks het feit dat al die venten ons wel zouden trakteren, dat spreekt voor zich.

Het is al een tijd geleden dat er duizend zorginstanties gecontacteerd werden om haar zo goed mogelijk thuis te kunnen verzorgen. Dat ze een ferm bed kreeg, dat er een halve kliniek in haar huis werd geïnstalleerd. En drie dochters die zich ontpopten tot allround-verpleegkundigen.

’t Gaat zo snel, maar ’t is echt nog niet lang geleden dat ze me uitlegde hoe haar prachtige naaimachine werkte, hoe ze kon strijken zonder strijkplank, hoe ze me op de vingers tikte toen ik stiekem in pepe’s duivenkot aan zijn materiaal had gezeten, hoe ze half lachend zei dat we weer haar halve zolder in de garage hadden afgebroken, hoe ze door mijn haren streek en zei: mijn blond meiske.

En nu strijk ik door haar haren, zeg: mijn schoon blond meiske. Mijn memeetje. Je zal de weg ook wel vinden zonder pepe, die moet nog even blijven. Jij moet ook blijven, maar dan liever zoals in mijn kindertijd.

Hopelijk is het stil in je hoofd, is er rust, een lichtheid. ’t Is een vreemd afwachten.

Ahja, natuurlijk, ’t is prachtig

Een paar woorden en uitdrukkingen die Benne dezer dagen veelvuldig gebruikt. In de juiste context ook wel. Hij ziet iets wat hij zelf geknutseld heeft en zegt dan: “Mooi hé”. Een dikke week geleden kwam hij naar me toe, hield zijn handen ten hemel gericht en zei Eddy Wally-gewijs: “Mama, ’t is prachtig”. Ik veronderstel dat hij het had over zijn prinsheerlijk leventje op dat moment: beide ouders thuis, ’s morgens en ’s avonds niets moeten haasten en heel veel lekker eten en aperitiefjes overal.

Als je iets uitlegt en hij heeft er ooit al eens een tiende van een flard over gehoord laat hij je mooi uitspreken om dan zelf te zeggen: ” Natuurlijk!”. Hoe dom kan je je als ouder dan voelen? En veel waarom-vragen krijgen we niet, het is meer een “oekomtanu?” En dan geven wij natuurlijk waarheidsgetrouw een antwoord. Met een kleine zijn voeten mag je niet spelen. Voorbeelden:

– We rijden langs een fabriek waar er spaanderplaten gemaakt worden. Benne ziet de fabriekstorens staan.

Benne: Wasda?

Mama: Dat is een fabriek, met grote torens en gebouwen. Hier werken veel mensen voor hun centjes.

Benne: Oekomtanu?

Mama moet verstek laten gaan, papa antwoordt: Ze maken hier spaanderplaten, en die fabriek dient om zo’n spaanderplaten te maken. Ken je dat? Een spaanderplaat?

Benne: Ah ja…

Voorbeeld twee: Benne staat op en ziet de sneeuw.

Benne: Oh, sneeuw! Oekomtanu?

Mama: Ja, leuk! Het sneeuwt en het is heel koud (toegegeven: een ontwijkend antwoord op zijn vraag)

Benne: Oekomtanu?

Mama: Hoe het komt dat het koud is? Omdat het winter is.

Benne: Oekomtanu?

Mama: Hoe het komt dat het winter is? Euh… papa?

Papa: Omdat de zon rechter invalt op de zuidelijke hemisfeer. Bij ons valt de zon schuiner in en moeten de zonnestraaltjes dus een groter oppervlak verwarmen. Daardoor is het nu kouder.

Benne: Ah ja…

En een kleine teleurstelling: Viggo en Diezel ‘staan online‘. We hadden gehoopt dat ze er nog niet opstonden omdat ze misschien al snel geplaatst konden worden. Ijdele hoop, dus. Knaag knaag.

het leven zonder

Benne staat een minuut door het raam te turen en vraagt dan: “Waar zijn de ondjes?”. Wij zuchten en zeggen voor de tienduizendste keer dat ze naar een ander huisje zijn en hopelijk snel een nieuwe thuis kunnen vinden.

’s Morgens doe je de restjes van Friesjes boterhammen in een potje. ’s Middags giet je de overschotjes van de aardappelen, groenten en hopelijk veel vlees samen in een grotere pot. Dat gaat de koelkast in. Of nee, niet meer. Die restjes moeten we vanaf nu weggooien. Leve de verspilling, na vijf jaar hoef ik niet meer te letten om nog een stuk vers vlees over te laten. Vis aten ze trouwens ook graag, die harige sloebers.

’s Avonds kom je thuis en het is vreemd dat het zo stil is. Geen geblaf, geen dikke staart die tegen het venster slaat. Geen over en weer geloop in de tuin. Een mens zou er zich eenzaam van gaan voelen op den duur. De vensters buiten  zijn nog altijd niet gewassen. We zijn het nu al zolang gewend dat ze altijd onmiddellijk terug vuil werden, laat ze nu maar ook nog een tijd vuil blijven.

Aan de achterdeur staat een bakwagen, gevuld met hout. Die kunnen we zien door het venster van de achterdeur. In het snel voorbijlopen schiet af en toe mijn hoofd naar achter omdat ik meen één van de honden gezien te hebben. Meestal Diezel, die had nog het meeste weg van een bakwagen.

We moeten leren om onze deuren op slot te doen. Tot vorige dinsdag hadden we een grenzeloos vertrouwen in onze eigen veiligheid. Die achterdeur mocht openblijven, er zaten toch twee honden? Dat die honden zo’n ontzettende brave hannesen zijn dat ze eender wie zouden binnenlaten en hen nog de weg wijzen naar onze twee aftandse computers kwam eigenlijk nooit bij ons op. Tot nu, onze vuurlinie in de vorm van twee honden is gebroken. Vanaf nu gaat de deur op slot.

De allergische reactie op een kennel vol honden heeft drie dagen geduurd. Ik was echt content dat ik zo mottig was. Een bewijs, zeg maar, van wat de dokter eerder zei. Had ik niet moeten gereageerd hebben dan was de twijfel al lang weer toegeslagen. Nu is er enkel wat eenzaamheid, een zielig gevoel, een leegte, kolère, verweesdheid. Om dan terug wakker te worden en te beseffen dat er echt wel veel erger dingen zijn dan dit. Maar ’t moest er eens uit. Voila.

Viggo&Diezel

Als je vijf (Viggo) en vier en een half (Diezel) jaar met elkaar hebt samengewoond, dan doet dat iets met een mens als je moet afscheid nemen. Juist, we hebben nooit in hetzelfde bed geslapen, al scheelde het soms niet veel. En samen aan de ontbijttafel was ook niet op gelijke hoogte, maar Viggo zat wel keurig aan tafel te wachten. Viggo & Diezel, dat zijn zo’n beetje onze blaffende kinders, die hebben wij opgevoed, daar zijn wij mee naar de hondenschool geweest, waar we hen hebben verdedigd tegen dikkenekken die vonden dat Viggo ‘genen echten’ was omdat hij geen stamboom had, waar hij plots geen echte hond meer was omdat meneertje niet graag op jacht ging of niet graag ging zwemmen. Hoeveel keer hebben wij ons niet verontschuldigd bij de buren voor meneer Viggo’s blafsalvo toen hij vond dat het eten niet snel genoeg kwam. Voor de meeste honden is het uithalen van de potten het signaal om te beginnen kwispelen, want de meeste honden leggen wel die link: potten uithalen =  eten krijgen binnen de vijf minuten. Voor Viggo was vijf minuten altijd te lang. Het moest potten uithalen zijn met het eten er al direct in. Diezel liet het allemaal over hem gaan, hij was zo’n beetje de Onslow van de twee. Altijd gezapig, vriendelijk, aanhankelijk, beetje dom (of net heel slim dat hij enkel deed wat hij wou doen), beetje luiwammes. Maar wel de baas van de twee, hij zou in zijn eentje de wereld redden mocht het nodig zijn.

Dat ze zoveel kleren, stoelen, … kapot geknabbeld hebben was nooit een punt van ergernis, dat we vaak niet op reis of weekend zijn geweest was ook nooit erg, dat deden we graag, dat we een huis gekocht hebben in functie van hen (ne groten hof, dat moest het zijn): dat doe je gewoon als je je twee blaffende koters graag ziet. Dat enkele maanden geleken bleek dat moeder hoog allergisch is geworden aan alle huisdieren kon ons nog niet zoveel maken (demo van de allergie in de vorm van natte zakdoeken en opgesmulde dafalgans kan u komen bewonderen ten huize van). We waren dat al gewend, kwestie van aanpassing, niet? Dat de reden waarom onze Fries-bee al 11 maanden de ene hoest na de andere heeft misschien ook aan loebassen V&D te wijten kon zijn: dat deed al wat meer zeer. Toen moest er wel een beslissing genomen worden.

Dat we ze vandaag naar een asiel hebben gedaan omdat we zelf geen (volgens ons) geschikte opvang vonden: dat vergeven we onszelf nooit. En Viggo&Diezel moeten het ons ook niet vergeven. Zoiets doe je gewoon niet. Eeuwig schuldgevoel zal ons deel zijn. En ontzettende bleitsoepe bij de kleinste poedel die ons maar een beetje zal herinneren aan onze twee loebassen. Voor ons liever geen feestjes, tenzij onze hundies vlug geplaatst kunnen worden. In het asiel zeiden ze dat dat heel vlug zou gaan (tuurlijk, die ogen van die honden nog niet gezien, zekerst?). Wij mogen het hopen. Tot die tijd is er weinig reden tot feesten, wat ons betreft.

Dedees zet hier normaal nooit foto’s van haarzelf, bij hoogste uitzondering nu dus wel.

pauze

’t is dat wij op 3-daagse geweest zijn naar hier en naar hier. En dat wij in dat laatste  (via een Bongo-bon welteverstaan) serieus gelachen hebben met venten en hun maîtresses. En dat het toch wel schandalig is dat de goedkoopste fles wijn 50 euro moet kosten. ’t Is daarmee dat wij nu onze schade inhalen en dus gezellig meedoen aan de hele hutsekluts van feestjes en wijntjes. Wij geven knuffels aan hypochondrische grootvaders, zenuwachtige kleine grootmoederkens, voor kindertjes en hondjes zorgende ouders, … aan iedereen zowaar. Want ’t is tenslotte peis en vree voor zover we dat zelf willen.
Bij moeder M. jeukt het alweer om te gaan werken, er is werk genoeg om te kunnen werken, we zien wel hoe lang we het zonder werk volhouden. Kindjes zijn daar een goed medicijn voor. En zo bakken wij koeken (ja, die blonde, die moeder, die heeft iets gebakken, en ’t is gelukt! Maar stress…), boetseren wij alle kleuren door elkaar, vouwen wij bootjes, maken wij heuse schilderijen met vingers, voeten, armen of billen, tellen wij de tandjes van Fries (8!), bereiden wij Benne voor op zijn eerste schooldag aan de hand van nieuwe vriend Jules.
Een mens komt tijd te kort in zijn vakantie, wees daar maar zeker van.

de ziektes van Fries

Sinds eind november is Fries zowat zonder onderbreking ziek geweest. De lijst:

  • Windpokken, waarvan de afdrukken nog steeds niet weg zijn.
  • Oorontsteking, diagnose bij kinderarts. ’t Was maar langs één kant. Mietje.
  • Lichte keelontsteking: vandaar zijn sexy hese stem en zijn toch wel grappige huilmodus.
  • Dubbele oorontsteking: meneertje was blijkbaar in zijn gat gebeten bij de vorige oorontsteking. Eén is geen, nu dus langs beide kanten.
  • Na drie dagen hoge koorts (ook van de oorontsteking), twee dagen wat lichte puistjes op zijn velletje. Zou dat de zesde ziekte kunnen geweest zijn? Die hebben we dan ook weeral gehad.
  • Dan drie dagen koortsvrij. Sinds donderdag lacht Fries terug. Ik was vergeten hoe dat ging, ik was vergeten hoe mooi dat ventje wel is als hij lacht. Echt waar, als je drie weken met een ziek, snotterend, hoestend, kuchend, puffend, zuchtend en blazend baasje hebt rondgehotst, dan is dat lachen bijna net zo mooi als die allereerste lach.
  • Deze middag had meneer 38° koorts. Benieuwd wat dat nu zal geven. Er kan er nog eentje bij, december is nog niet afgelopen.

En Benne? Hij at verder…

Het bewijs dat Fries genezen is (was?).

er staat een boom

wat dus ook wil zeggen dat ik gezwicht ben. De angst om als meest slechte moeder ter wereld gebrandmerkt te worden zit er dus diep in. Moest ik het doen voor mijn kinderen? Blijkbaar niet, Benne heeft die boom nog geen blik waardig gegund. Fries vond de lichtjes interessant zolang ze op de grond lagen, nu die in de boom hangen is de leut er ook van af. Ik heb een soort belletje nodig dat me zegt die die lichtjes moeten branden, anders staat die boom daar gewoon te staan, zonder een beetje te fonkelen. Zelfs in mijn eigen huis geen rust voor de ogen meer, ook hier brandt of flikkert het. De Bond voor Bescherming van de Traditie bij het Jonge Kind mag dus tevreden zijn.