valt het op…

dat het voltijds moederen afgelopen is?

dat ik terug aan het werk ben en dat dat niet met een aanloopje kon gebeuren? Nee, het is direct de 100 meter spurt tegen Kim Gevaert…

dat alle tijd die ik dan nog over heb naar mijn twee bloedjes van kindjes gaat en het proberen recht te houden van alles wat zich tussen de vier muren van mijn huis bevindt?

wat deed ik toch vroeger met al mijn vrije tijd? Het moet echt wel zo zijn dat ik al de helft van mijn leven in compleet nutteloze dingen heb gestoken 🙂

Plop is zijn held

Hij, dat klein stukje blond venijn, hij is onze held. Maar zelf heeft hij ook een held, Plop, en een heldin, Mega Mindy. Wij, als ouders, zijn Plop en zijn consoorten zo beu als een kloosterzuster die al jaren zit te wachten op een heilig orakel. Maar als dat klein blond geval (dat tegenwoordig huilt voor het minste wat hem niet bevalt) begint te dansen op een liedje van Plop en zijn vrienden, als hij al zijn tandjes bloot lacht, als hij zijn buik vooruit steekt om zo zijn achterwerk nog meer te doen uitkomen, als hij zo hartelijk danst zonder zorgen, dan zou je echt zweren dat alles mooi is. Voor even.

Alles is mooi als de zon schijnt
de dauw en de bloemen
de bijen die zoemen
alles is mooi als de zon schijnt
het perkje met rozen
de struik vol frambozen
als de zon schijnt
als de zon schijnt

goeiemorgen, lief konijntje – goeiemorgen, goeiemorgen
goeiemorgen, stekelzwijntje – goeiemorgen, goeiemorgen
wat is het fijn om vroeg op te staan
uit de veren – vlug komaan

oomswietoom

Wat hebben we meegebracht uit Noorwegen? Een extra laag wallen onder de ogen, de koning der koortsblazen, uiteindelijk weer een valies met vertraging (zaterdagmorgen aan de voordeur geleverd, zo moest ik niet rondzeulen met dat ding, heel handig) en veel knuffels voor al wat mannelijk is en in mijn huis woont. Het is pas wanneer je je kinderen een week niet ziet dat je merkt hoe snel ze veranderen. Illustratie: voor ik vertrok kon Benne enkel woorden met 2 lettergrepen uitspreken, of hij verkortte ze tot iets met 2 lettergrepen. Appel, banaan, tomaat, lepel, … dat ging allemaal. Mega Mindy werd ‘mema’, maar nu is heeft hij het over ‘megami’ en dan komt nog vaak een ‘ndie’ achter. Drie lettergrepen zijn geen probleem meer (machine, opendoen, …). En da’s misschien heel onnozel, en dat is misschien ook zo futiel en niet zo noemenswaardig, maar wij vinden dat nu eens een hele prestatie!

Fries zijn haar is gegroeid en verbleekt en de jongen is eigenlijk een hele week blijven lachen. Toen hij mij zag wou hij eerst niet, maar dat was enkel omdat hij zijn mooiste glimlach aan het voorbereiden was. Na een halve minuut onnozel doen kwam daar dan de mooiste, hartelijkste, liefste lach die ik ooit gezien heb (in een week tijd). De kleine vent heeft het goed overleefd en de hele diepvries met ‘mama-melk’ was opgebruikt. Dankzij de tips van LLL en An hebben we het hele avontuur goed overleefd en kan Friesje dus nog een tijdje genieten van borstvoeding. Nadat hij zich eens goed heeft omgerold natuurlijk! Want de kleine rolt! Help!

Volgende trip? Was er eentje naar Pittsburgh in juli, maar die hebben we wijselijk afgezegd, ondanks het geslaagd zijn voor de toelatingsproef. Vijf keer in nog geen jaar tijd weggaan zou teveel van het goede zijn. Vroeg of laat krijg ik daar commentaar op van mijn zonen (en mijn allerliefste), en ze zouden gelijk hebben.

wat hebben we geleerd vandaag?

  • ICT kennen ze niet in Noorwegen, waarom ze er dan een studiebezoek rond organiseren is mij ook zeer de vraag.
  • zalm, heilbot, krab, … kennen ze dan weer wel, kweken ze met honderdduizenden tonnen en dat doen ze goed.
  • Het land met het hoogste geboortecijfer is Ierland (kwis gisteren, wij hadden het juist)
  • Iemand die leeft op een visboerderij, leeft daar een hele maand alleen en gaat dan naar huis voor een maand. Maar ze verdienen wel 50000 euro per jaar. Ideaal voor als je daar je doctoraat wil gaan schrijven.
  • Zalmen kunnen hoog springen.
  • De haarlak- en make-upproducenten doen hier gouden zaken, de jongeren lopen er hier heel vaak bij als die zanger van Tokio Hotel.
  • Ze hebben hier echt geld over, en toch zeggen ze dat ze niet welvarend zijn.
  • De gedachte dat inwoners van Noorwegen (of Scandinavië algemeen) heel nature-minded en milieubewust zijn, klopt niet. Hebben we met eigen ogen gezien. En ze geven het ook toe dat ze enorm grote vervuilers zijn en totaal niet bezig met het milieu. Het is eerder een imago.
  • De ‘maaltijd’ die het meest op tafel komt bij Noorse gezinnen is ‘pizza’.
  • De fjorden zijn zo onwaarschijnlijk mooi, zo onwerelds, zo sprookjesachtig, zeker bij valavond.
  • Morgen gaan we naar huis, en da’s maar goed ook. Bij het zien van een buggy krijg ik al waterlanders. Nog even en zelfs een blèrende kleine zal me kunnen vertederen.

viva KLM!

Was ik even blij dat ik vanmorgen verse kleren kon aandoen. In Noorwegen, want daar ben ik uiteindelijk dan toch geraakt. Mijn valies kwam achter, die had graag nog even Amsterdam verkend. Ik heb al moeten crossen op Schiphol om tijdig mijn aansluiting naar Stavanger te hebben. Maar mijn valies heeft wieltjes en kan dus niet zo goed crossen, ook is ze niet zo goed in het kaarlezen en wist de valies bijgevolg niet op welk vliegtuig te ‘kruipen’. Radeloosheid alom toen ik daar als enige stond te wachten op mijn valies, ergens tussen brabbelende Noren. Maar ze is terecht, is afgeleverd aan het hotel en er zit een korting bij van 25 euro voor mijn volgende vlucht met KLM, voor augustus 2008. Iemand geïnteresseerd?

Verder: zeer schoon hier, betalend internet op de kamer, gratis internet in de conferentiezaal vandaag. Morgen geen internet op de fjorden, nog net niet, want ze beweren hier een ‘broadband coverage’ te hebben van 100%. Morgen even checken of we draadloos kunnen op de fjorden, liefst draadloos want de natuur is van iedereen…

gadvermiljaardedju!

Zo klonk het ongeveer deze morgen, om tien voor acht. De kindjes waren bij oma en opa Desselgem, en wij hadden allebei eens wat kunnen uitslapen. Wat niet de bedoeling was. Bedoeling was om half vijf ’s morgens op te staan en om naar Zaventem te rijden, om dan om tien na acht het vliegertje te nemen naar Stavanger, Noorwegen.

Om kwart voor acht kwamen we wakker, zagen het zonnetje door het venster schijnen en moet het gezicht dat we getrokken hebben fenomenaal geweest zijn. Nooit heb ik zo hard gewenst dat Star Trek realiteit was: Beam me up, Scotty, richting luchthaven. Het vliegtuig hangt dus nu ergens te zweven boven Noorwegen, met één lege plaats erin. Na een vijftal minuten zoeken naar een mogelijkheid om toch upgebeamd/gebeamupt/upbeamed/ge-upbeamed te kunnen worden dan maar gebeld naar het kantoor op de luchthaven. Als ik er nog in kon slagen om tegen tien uur in Amsterdam te staan, dan zou het nog lukken. Weer die verwensing naar de scenaristen van Star Trek. Als ze iets uitvinden moeten ze ook zorgen dat het in de praktijk bestaat, nah! En voor vandaag waren alle vluchten volboekt. Radeloosheid alom…

Morgen om tien na acht tweede poging. En dan in 7 (maal 7) haasten naar de plaats waar ik moet zijn. Nadeel van dit hele overslaapgedoe is ook dat ik vrijdag veel later dan voorzien thuis zal zijn. Doordat zowel heen- en terugvlucht moesten geannuleerd worden (leve het totaalpakket) kom ik vrijdag pas om 11 uur ’s avonds toe, in plaats van om 4 uur in de namiddag. Tweemaal gadvermiljaardedju!

Maar bon, ik heb intussen wel een heerlijk badje kunnen nemen, straks nog eens de kindjes bezoeken en dan hopelijk wel op tijd naar bed.

hij kent onze namen en hij heeft kietels

Hij, onze eerstgeborene, onze jonge blonde god, ons stuk venijn… Hij heeft een enorme sprong vooruit gemaakt in zijn taalontwikkeling. Even was het een stap achteruit (bepaalde dieren kende hij niet meer en de poes deed heel even ‘beu-euh’), maar dat was slechts de voorbode van een gigantische sprong vooruit. En nu zit hij in de fase waar hij ieder laatste woord van onze zinnen nazegt. Een echo van jezelf zeg maar. Eindig je je zin met “jaja…”, dan hoor je amper twee seconden een fijn stemmetje “jaja…” jodelen. Eindig je met “moa zeg”, dan krijg je diezelfde “moa zeg” in een hogere versie terug. Zeg je “wat ben jij toch een ongelooflijk kwebbelding”, dan zegt hij “ja, webbeding”, waarna hij als een jong veulen jolijtig verder dartelt in zijn speelgoedwei. Grootste wapenfeit is echter dat hij zijn moeders naam kan uitspreken. Papa Steve kon al, dat was gewoon “pa-stie”, met de nadruk op “stie”. Mama Mieke zeggen was moeilijker, maar nu kan hij het. Als een volleerde Antwerpenaar maakt hij er een lange ‘ie’ van, en neemt voor zijn ‘m’ een gigantische aanloop. Klinkt als: “Mmmmie-ke”. Maar hij zegt het zo lief. En nog eens, en dan nog eens. Tot hij er zelf genoeg van heeft, want Mmmmie-ke krijgt er nooit genoeg van.

De kleine adonis met het bruine broske heeft zijn kietels geactiveerd. Trui, t-shirt, romper, aan of uit: het is plezierig geworden voor onze lachebek. Hij moet nog van zoveel leren genieten.

En die mama en papa: die waren al 8 jaar samen, en zijn vandaag 3 jaar getrouwd. Zonder enige moeite, als vanzelf. Met bloemen, jawel. De schat!

builen en blutsen

Daar krijg ik het van! Een onnozele zondags-vrijdagschauffeur die er met zijn stoten voor zorgt dat een onschuldige, lieve, jonge, blonde dame butsen en builen rijdt in een auto die nog niet eens van haar is. Meneer-ik-heb-mijn-rijbewijs-in-het-stadhuis-mogen-afhalen-en-haal-nu-mijn-auto- één-keer-in-de-week-uit-en-liefst-tijdens-het-spitsuur was op zoek naar iets. Als ik op zoek ben naar iets en ik rij in de auto dan ga ik aan de kant staan. De angst voor verkeersagressie zit er zo diep in, dat ik wel netjes aan de kant ga staan, zodat ik geen chauffeurs moet enerveren met mijn constante gerem en vertrek. Maar deze meneer dacht daar anders over. Vertrekken, kort remmen, vertrekken, kort remmen, naar links, toch rechtdoor, weer naar links, stoppen, vertrekken… aha, gevonden! Bruusk stoppen. De chauffeur achter onze ‘chauffeur’ zonder kaart of gps kon nog net op tijd remmen. De derde auto op rij kon niet meer op tijd remmen en gaf een passionele kus aan de auto ervoor. En in die derde auto zat ik. Vloekend, er zijn scheldwoorden uit mijn mond gekomen waar ik niet eens het bestaan van wist. Gelukkig was meneer de olifant op vier wielen snel weg. Goed voor hem, ik weet niet wat ik ermee ging gedaan hebben. Gelukkig zat ik niet tegen de achterkant van een auto, maar tegen een ‘remorque’. En het was een passionele kus tussen twee auto’s, maar nog altijd geen djoef. ’t Lief klein bolleke dat na 17 jaar nog altijd rondcrosst heeft momenteel een opgetrokken voorhoofd en zijn rechterooglid is wat beschadigd. Ook het neusje moet wat bijgepoederd worden. Gelukkig is het dat maar. En gelukkig dat ik me in zo’n dingen druk mag maken, er zijn erger dingen in ’t leven.