Marco en Josephine

Beste Marco van Eandis,

Op 18 augustus (dit jaar) kwam u langs bij mij thuis. U ging eens kijken wat er moest gebeuren met die elektriciteit, en hoeveel ons dat ging kosten. Dat de elektriciteit van de buren door ons huis liep, en dat dat eigenlijk niet meer mocht. Dat er een sleuf moest gegraven worden maar dat het niet duidelijk was tot waar. En dat u wel met de buren zou contact opnemen om te zeggen wat zij moesten doen. Ik moest enkel hun telefoonnummer geven en u zou ze contacteren. U gaf me uw kaartje, in een tijd dat ik nog geloofde dat kaartjes er zijn om in contact te komen met mensen.

Hoe eenvoudig was het leven nog, hoe naïef was ik nog te geloven dat één enkel telefoontje naar de buren de zaak zou oplossen.

We zijn net geen vier maanden later, beste Marco. Ik heb u gemaild en gebeld. Tot bloedens toe, die velletjes van mijn lippen en nagels hebben het geweten. U hebt het blijkbaar niet zo voor technologie, want noch via e-mails, noch op uw gsm-nummer, noch op uw vast telefoonnummer kon ik u bereiken. Of u hebt het niet voor mij, maar laten we vooral niet persoonlijk worden.

Tussen 18 augustus en 15 december heb ik meermaals gebeld naar u, uw werkgever, uw collega’s. Wat zeg ik, u stond overduidelijk bij mijn favorieten. Even een dood moment? Laten we nog eens naar Marco bellen, laten we nog eens naar Eandis bellen. Het werd een hobby op de trein, tijdens pauzes, nog snel even Marcobellen en Eandisbellen om de dag goed af te sluiten.

En ja, ze gingen mij terugbellen, zeker de dag erna. En ze gingen u contacteren. En ze gingen me doorverbinden met u. En ze gingen meteen-echt-wel-hoor-mevrouw terugbellen, zeker vandaag nog. En ik moest wel een beetje vriendelijker zijn, ook al had ik al minstens 20 keer hetzelfde verhaal gedaan. Waar ik ben terecht gekomen, ik weet het niet. Wie ik heb gesproken, ik weet het niet. Tot ik op een mooie herfstdag uw collega Josephine aan de lijn kreeg. JosephineVanEandis zou mijn heldin worden, zo bleek enkele dagen later. Josephine zat namelijk in hetzelfde gebouw als u. Zover was ik al geraakt. JosephineVanEandis voelde echt met me mee, ofwel had ze haar opleiding ‘empathisch luisteren’ met verve voltooid. Ze sprak zelfs dialect, wat me altijd menselijker maakt aan de telefoon. Op den duur kregen we een band: zij kon u niet bereiken, ik kon u niet bereiken. En in ons West-Vlaams zeiden we dat “ie serieus noa zin voetn hing kriehn”.

Beste MarcoVanEandis, u heeft me gisteren gebeld. Ik mag er van uit gaan dat uw collega JosephineVanEandis u dus serieus onder uw voeten heeft gegeven. U komt vandaag langs. Na vier maanden, na honderden minuten telefoneren. De koffie en koekjes staan klaar, mag ik u knuffelen als u aankomt? Of op zijn minst eens uw hoofd aaien, om te voelen of u wel echt bent?

Wii doet er mee?

Er staat hier een wii. In een kot dat overigens te klein is om deftige armbewegingen te kunnen maken, maar daar gaan we nu even niet moeilijk over doen.

De wii dus. En hoe is die hier geraakt?

– Er waren de buurjongens met zo’n ding. En twee zonen die daar heel erg graag mee spelen als ze daar zijn. Waardoor moeder plots zei dat ze dan liever zo’n wii zou hebben in haar huis dan een ander toestel (toen was er nog weinig sprake van een Kinect). Als er dan moet gegamed worden, dan het liefst met een wii. Eventueel vanaf het eerste leerjaar, misschien, als kado bij het lentefeest en verjaardagen?

– Er was de trip naar het buitenland en de echtgenoot die dan maar vrolijk de hele bestelling bij Sinterklaas deed. Om dan gortdroog via Skype mee te delen dat er een wii besteld was. Inclusief sturen, knuppels, geweer, … Een koopje zo zei hij. Moeder, bijna bezwijkend onder het schuldgevoel dat ze een week van huis was, zei er niet veel van. Als je op meer dan 7000 kilometer van huis zit en je de echtgenoot en kinders tien minuten per dag kan bellen, dan ga je niet beginnen discussiëren over een spelleke.

– Er was de argwaan, de grote argwaan. De complete desinteresse op de avond van 5 december. Dat de vader van de zonen zelf alles mocht uitpakken en installeren, dat ik mij daar echt niet mee zou bezighouden met zo’n speltoestanden. Hij zette het ding ineen, ik knutselde met wat lego-toestanden en nam de nieuwe buit boeken door. Gelukkig dat er nog boeken zijn, dacht ik.

– Er was het gespeelde enthousiasme op zes december, vroeg des morgens. En het wrange gevoel erna: “Waarom hebben mijn kinders in godsnaam een wii?”

– Er was zes december ’s avonds: moeder kwam thuis, vader stond te koken en de zonen waren aan het dansen en wel hiermee. En dat moeder eens moest meedoen.

– Ze heeft gelachen, geshaket, gezwaaid, gesprongen, geboogied, gezongen, … samen met de zonen en tegen de vader. Zo’n dingen zijn dus geestig en gezellig.

– Moeder vindt die spelletjes maar niets (wie staat nu in godsnaam met een stuur in zijn handen weg en weer te bewegen, of wie zou er nu heen en weer schudden met zo’n remote om een ijsvloer te vegen?), maar dat dansen: zo mogen er meer zijn.

– En toen werd er een huishoudelijk reglement opgesteld. En dat is dat. En nu ze een wii hebben krijgen ze zeker geen individuele PS-toestanden tot ze minstens 12 zijn. ‘k Zweer het u, tenzij ik nog eens naar het buitenland moet.

De huisregels:

Vreemde week

In één week tijd:

– een schoon moment op het werk, met veel wensen en fijne woorden. Met veel te veel prachtige kado’s (dat weekend Parijs!) en een roze wolk.

– een schoon moment voor de levensgezel die na 9 jaar werken eindelijk een vast contract krijgt. Nu ik nog. Trouwens: u mag hem altijd ook proficiat wensen, hij heeft dat graag. ’t Is nog niet te laat.

– frustraties voor mensen die er toch maar niet in slagen om hun manieren te houden. No comment verder, maar mijn hartslag is toch weer even in het rood gegaan.

– bleiten voor slecht nieuws, minuut stilte voor nog meer slecht nieuws. Gastjes, let toch op als ge naar huis rijdt…

– bleiten van ontroering. Omdat ik voor de derde keer een schitterend ouderfeest mocht meemaken van mijn jongens. Fries de piraat en Benne de pinguin. Waar Benne zich helemaal liet gaan op het podium (hoeveel show kan een kind geven?), had Fries er op het ouderfeest duidelijk geen zin in. En dat was dan wel weer naar de zin van de andere aanwezige ouders die die kleine knorpot best wel grappig vonden. Meneer naast mij, u mag blij zijn dat ik u niet naar de keel ben gevlogen, ’t was wel mijn kind waarmee u aan het lachen was. Desondanks en anyway en ter conclusie: alweer goed gedaan, beste schoolteam! Bedankt voor anderhalf uur pure magie!

– zuchten van contentement: dat heb ik ook veel gedaan. Content met mijn ménage. Echt.

Zitten eraan te komen voor deze week:

– zuchten van frustratie. Meneer van ’t sanitair. Ik mag hopen dat u op dit eigenste moment een gasketel installeert of u zal mijn koude handen rond uw keel mogen voelen.

– kwade telefoons naar de meneer van de ramen, de mevrouw van Eandis, de architect en de EPB’er.

– zuchten van contentement. Genieten. Met plezier.

Tot bloedens toe…

Moeder moet weg voor ’t werk maar heeft teveel aan haar hoofd de laatste tijd:

M: Ah, nog efkes kijken of ik wel mijn ESTA-formulier bij heb.

Collega: “Ahja, en je paspoort”

M: Paspoort? Frank/Euro/Dollar begint te vallen… Paspoort! Paspoort? Whaaa… *trekt bleek weg*

Collega beseft dat het voor één keer niet om te lachen is.

Wat volgt is een staaltje coördinatie tussen Brussel en de verre Zuid-West-Vlaanders. Mega-echtgenoot en supermegamama mogen in actie schieten. Mega-echtgenoot kan gelukkig snel naar huis rijden om het paspoort te zoeken terwijl supermegamama al onderweg is naar datzelfde huis om het paspoort op te halen en als een bezetene naar Brussel te sjezen.

Intussen staat het kind van dertig en een stuk op haar nagels te bijten, tot bloedens toe, de wanhoop nabij. Belt ze de halve telefoonboek op om haar goodwill te tonen en dat ze echt echt echt! wel mee moet op dat vliegtuig. En om de vijf minuten: “Mevrouw, ze zit nu al in Ternat, echt waar!”, “Nee mevrouw, ’t gaat vlot op de Ring, ik heb het daarnet gevraagd… echt, ze zal hier raken, wacht nog even…”

Kwam het dan op vijf minuten? Nee gij, niet overdrijven.

Het kwam op één minuut, op minder dan één minuut. Run!-Forrest!-Run!-gewijs kwam dit meisje de luchthaven binnen gelopen met een paspoort dat net door de megamamamobiel werd afgeleverd. En toen kwam het halve team van United Airlines in actie om me alsnog dat vliegtuig op te krijgen. Wat ook lukte (na nog wat extra stress wegens een fout ESTA-formulier en van die toestanden).

En op het momenten dat ik me in Washington (tussenstop) wil bezatten om te bekomen van al mijn emoties, krijg ik nog te horen dat ik mijn paspoort weer moet tonen. Op je dertigste-en-een-beetje moeten bewijzen dat je over de 21 bent is echt niet meer charmant te noemen, ik ben daar totaal niet mee gevleid, nee. Zeker niet als ik met roodomrande nagels dat vervloekte maar zo snel vervoerde paspoort moet uithalen.

Dames van UA, collega S., mega-echtgenoot en supermegamama: merci! Megamama: laat je me nog even weten hoeveel boetes je hebt gereden?

En mag ik nu een tiental pleisters voor rond mijn vingers?

Ontspanning

Uiteraard is een weekend om te ontspannen. Vandaar dat wij* in een weekend:

  • gewoon werken
  • sleuven uitslijpen voor leidingen allerhande
  • bomen uitgraven, althans een poging tot
  • betonpalen proberen uit te graven
  • de mannen van het stort proberen om te kopen om meer dan twee keer te mogen langskomen per dag (record staat op 8, gewoon door lief te lachen, bovendien is het efficiënter om twee vrouwen te sturen)
  • pleisterwerk afkappen
  • bergen aarde weg scheppen
  • nieuwe ramen kuisen en jammer genoeg een lijstje met foutjes moeten opstellen (u hoort nog van mij, beste verkoper)
  • huis kuisen, althans de bovenverdieping
  • auto kuisen.

En als beloning laten wij onszelf vloertegels kiezen en een uitstap doen met drie kinders. Fijn** weekend gehad, en u?

*wij: de bouwheer en bouwdame in kwestie + een deel van het dreamteam.

** voor alle duidelijkheid: ik ben voor één keer niet cynisch. Het was echt een fijn weekend: productief en geestig.

En wat willen ze later worden?

Grote broer en kleine broer willen een huis: een huis dat wat groter is dan het huidige en waar ook al hun speelgoed kan uitgestald worden. Moeder overweegt twee antwoorden: een tirade over hardwerkende ouders, langetermijndenken, groot huis, nieuwe keuken en ondankbare kinders of een met opgetrokken wenkbrauw en fijntjes uitgesproken “En hoe denken jullie dit dan te betalen?”

Het werd antwoord twee. Waarop de zonen dan weer probeerden om dommer te kijken dan hun moeder bij een uitleg over de nadelen van ‘flexibelkes voor ventilatiesystemen’.

Verduidelijking van de vraag dan maar, met een zweempje arrogantie des moeders: “Allez kindjes, wat gaan jullie later doen om centjes te verdienen zodat jullie een groot huis kunnen kopen?”

Antwoord Benne: “Boer.”

Antwoord Fries: “Kassa.”

Het CLB weze gewaarschuwd.

Zijn naam was Haas

Hier liep een haas. Of twee hazen, of drie zelfs. ’s Avonds kwamen ze altijd uit de velden en toen sprongen ze vol vertrouwen op straat, keken met grote ogen naar die schim die vanuit een kamer naar hen aan het staren was. Ik had er eigenlijk al een band mee, met mijn haas, of hazen. Ook de zonen vonden zo’n haas als huisdier-dat-niet-moet-onderhouden-worden best wel fijn. Ik bedacht dat de haas kleine haasjes zou krijgen en dat we hier volgende zomer het gezin haas op bezoek zouden krijgen.

Het heeft niet mogen zijn. Een stuk of vier jagers hebben er anders over beslist. Toen de zonen vroegen wat die mensen met die geweren kwamen doen mocht ik zelf mijn mening niet opdringen, zijnde een combinatie van ‘ik begrijp dat niet’, ‘voor hun plezier’, ‘hier zit toch geen overpopulatie van hazen’, ‘opeten’ en ‘zet hun banden plat’. De zonen stonden met grote ogen te kijken naar de meneren met geweren en huppelden vrolijk mee langs de weg. Toen één van die jagers plots te lang naar de oudste begon te kijken riep ik nogal luid dat mijn zoon vooralsnog geen lange oren had dus dat hij maar beter zorgde dat er geen kogels onze richting uit kwamen. De jagers zullen wel gemerkt hebben dat hun hobby niet echt de mijne is.

Een kwartier later kwamen ze terug. De zonen vroegen benieuwd of de jagers een haas hadden kunnen vangen. Waarop één van die jagers vol geste zijn zak opendeed en daar een dode haas aan de oren uit trok. Mijn haas, het kon niet anders, dat is goed voor de dramatiek.

Fries deed een stap achteruit, Benne keek stil. Nu komt het trauma, dacht ik. Nu lopen ze hier half hysterisch weg of beginnen ze op die jager te slaan, boos om die dode haas. Ik stond klaar om twee schreiende jongens te troosten. Ook weer goed voor de dramatiek.

Fries zette een stap naar voor, Benne boog zich voorover. Ik hoorde dingen als: “Mag ik de kogel zien?”, “Waah, in zijn mond geschoten, cool!”, “En ga je die nu opeten?”, “Kijk mama, ik heb een kogel gekregen!”.

Het was de normaalste zaak van de wereld voor hen. Misschien maar goed ook. Ik zoek me wel een ander vriendje ’s avonds, er zal tussen de mais nog wel een rat te vinden zijn.

Mijn vriend Haas: weze smakelijk, zo hebben ze er toch nog iets aan gehad.

Mij interesseert het alleszins nog, en u?

Even overwogen om de handdoek in de ring te gooien, of de blog in de virtuele vuilbak. Excuses zijn er genoeg: beperkt internet, te moe ’s avonds, niet meer mee met andere blogs, te veel zagen over hetzelfde eigenlijk. Want wat interesseert een ander mens dat nu, dat wij verbouwen? Iedereen kent wel iemand die (ver)bouwt, en het is net zoals met kinderen: sommigen praten er gewoon te veel over, vind ik. Mezelf inbegrepen.

Maar kom, omdat er af en toe wat stoom moet afgelaten worden en ik niet altijd de kwaaie kan zijn tegen al wat een overall en veiligheidsschoenen draagt (hierna genoemd: “men”, “zij”, “die gasten”), zou ik hier ook wel eens mijn frustraties durven ventileren. Zoals daar zijn:

– als men belt en zegt dat woensdag de ramen geleverd worden dan interpreteer ik, redelijk mens zijnde, dat als woensdag. Meerbepaald: die woensdag die net zoals alle andere dagen in de week 24 uren telt. Bijgevolg vraag ik dan ook enkel die woensdag verlof. Als woensdag dan ook meteen donderdag, vrijdag en maandag blijkt te zijn, raak ik een beetje mijn kluts kwijt. En als ik die kwijt ben durf ik nogal eens nijdig te worden, ja. U heeft gelijk, meneer van de ramen, u bent woensdag gekomen (hoera voor dat al). Maar u mocht er gerust bijzeggen dat u dan meteen ook vier dagen ging blijven.

– als een aannemer zegt om zeven uur te beginnen, dan bedoelt hij eigenlijk kwart na zes. Nu, ik vind dat dus wel een goede aannemer eigenlijk. Ze worden zeldzaam.

– als een andere aannemer zegt er op de middag te zullen zijn, dan bedoelt hij eigenlijk: “Bel me eens terug rond drie uur om dan te horen hoe hard ik de hele afspraak ben vergeten…”.

– als ze zeggen dat iets zolang zal duren, doe dan voor jezelf zolang maal vier. Stelling bewezen bij de afbraak, de ruwbouw en bij de ramen. Bij alles dus voorlopig.

– als ze zeggen dat iets niet veel geld gaat kosten, begin dan niet weer met je ogen te rollen. Lach ze integendeel vierkant in hun gezicht uit. Ze worden een beetje bang van je op den duur.

– als ze zeggen dat iets “een beetje vuil zal worden”, laat het dan gewoon allemaal zo. Je halve huisraad afdekken met dekens, lakens, plastiek allerhande zal toch niet helpen. Dat “beetje vuil” kruipt overal door.

– plaats geen vuilzakken of vuilnisbakken. Ze gebruiken ze toch niet. Woon daar eens mee samen denk ik dan.

– als je iets niet begrijpt: leg je hand tegen je kind, rol je ogen naar rechtsboven en doe alsof je nadenkt. Knik af en toe eens met je hoofd en probeer de weinige woorden die je wel begrijpt op te schrijven. Vraag daarna aan de echtgenoot om het je nog eens uit te leggen. Herhaal de hele handeling. Zoek het daarna op bij vriend internet en ervaar de aha-erlebnis.

– Werkmannen omkopen met snoep werkt: vraag ze iets te doen en zet er een grote schaal snoep, chocolade, eender wat: ze doen het. Of het zou aan mijn schone kijkers moeten liggen, maar gezien deze hele verbouwtoestand ga ik ervan uit dat ik hier niet op mijn knapst bijloop.

– neem jezelf voor om te bloggen, telkens je op één der mannen zit te wachten. Zoals nu bijvoorbeeld. Als ik dit voornemen kan volhouden dan heb ik tegen het eind van het jaar een boek vol.

Maar kom, niet getreurd, ook dit is ons huis. En het maakt veel, zoniet alles, goed.

 

verbouwen met kinderen

Ze lopen je soms voor de voeten, net als je met een volgeladen kruiwagen naar buiten wil lopen. Hun gezeur neemt lineair toe met je eigen vermoeidheid. Ze starten een ruzie op momenten dat je gewoon stilte wil. In hun kamer ligt altijd net iets teveel speelgoed en ze slapen bijlange niet zo vroeg als je zou willen. Als je ze dan eens een half uur alleen laat valt de oudste uit een boom met als gevolg een schaafwonde om u tegen te zeggen. Net als je propere kleren wil aantrekken verdwijnen ze richting één van de andere huizen, waardoor je dus op zoektocht mag en nog een uur stofwolkjes achterlaat bij elke stap die je zet.

Is dat lastig, zo verbouwen met kinderen? Neen, want die helpen daar toch niet bij. Is dat lastig, zo tijdelijk boven wonen? Neen, want dat is best gezellig. Is dat lastig, dat schuldgevoel dat je ze niet genoeg aandacht geeft? Nogal. Wetende dat ze eigenlijk weinig aan hun vakantie hebben gehad (behalve als dozen in- en uitpakken een hobby van ze zou zijn), dat ze nu wat teveel alleen moeten ‘tsjoolen’, dat de hele tijd vreemd volk in je huis hebben ook niet echt fijn is voor die zonen, … dat piekt nogal.

Om maar te zeggen beste aannemer: graaf! werk! bouw! voeg! en verdwijn! zodat we eens een zondag kunnen uitslapen, een voormiddag in de zetel hangen, een namiddag gewoon onnozel doen, een avond zonder tijdsdruk aan tafel kunnen zitten. ’t Is niet voor mij, ’t is voor de kinderkens. Of nee, ’t is wel voor mij eigenlijk, opdat dat schuldgevoel wat zou weggaan 🙂

Trouwens, de dag dat je kinderen niet meer onder de indruk zijn als je zegt dat er morgen een grote kraan komt dan weet je het ook wel: ze hebben het echt gehad 🙂

Verbouwing – van kwaad naar erger

  • Ik was blij om terug te gaan werken eigenlijk. Al was het maar omdat ik dan eens geen bottines, werkbroek en slobbertrui moet dragen.
  • Verbouwen is niet aan te raden bij mensen met een stofallergie. Ik juich de overvloedige regen dan ook toe. Een neus zonder korstjes is een luxe, mensen.
  • Ik word een beetje ongerust als er op tien meter van mij een graafmachine zo hard in de grond beukt dat ik dat boven voel.
  • Nog een reden om te verlangen tot het einde der verbouwingen is dat ik dan niet meer moet koken. Aangezien mannen nog altijd ‘meer’ nodig zijn op zo’n bouwwerf dan een vrouw, wordt mijn rol om half twaalf vaak herleid naar die van modderige prinses aan haar kookvuur. Uit protest kook ik heelder dagen spaghetti en macaroni. Gelukkig is er mijn moeder, die er voor zorgt dat er ook nog wat deftigs op het menu staat.
  • De afwas is hier wel een sociaal moment. Terwijl de zonen hun slaap- en speelkamer weer volgooien doen wij hier van evalueren en plannen tijdens de afwas. Instant kampgevoel en best wel fijn. Al zal een afwasmachine met stip op één staan in de nieuwe keuken.
  • Boel maken met de architect, ik kan het iedereen aanbevelen. Vooral als je wint na een gedegen voorbereiding van de discussie. Dit meisje hier kreeg de aannemer van haar voorkeur en mag zich dus verheugen op een bouw die amper twee weken na verhuis van start gaat. Vandaar dat het hier nu wel wat vooruit moet gaan met die afbraak. Om dan weer anderen te laten werken.
  • Mijn zonen zijn veranderd. Echt, groot geworden. Ze vinden dingen berre (dus niet bère, maar berre) sjiek, cool, geestig, groot. Mij vinden ze ook berre, zolang is alles goed. En nog bijna elke dag zie ik hier andere kinderen in mijn huis en aan mijn tafel. Eén grote commune precies, dit hele buurtgedoe.
  • Het zijn boerenkinderen geworden, die zonen van me. Ze lopen op hun blote voeten die ze om ter zwartst ’s avonds gewillig laten wassen en masseren door hun moeder. Ze sjorren zwaarden, bouwen kampen, klimmen in bomen. Ze trekken regenwormen in twee, maken van hun kamer een verboden ruimte voor de moeder, en bakken slakken. Eindelijk, zou ik zo zeggen.
  • Stukjes eternitplaten sorteren tussen de steenbrokken is niet aan te raden. Nog minder in de gietende regen. De douche achteraf wel. De tweede douche ook, als je merkt dat er op de witte handdoek nog steeds strepen staan nadat je je hebt afgedroogd.
  • Als over één week mijn broertje trouwt, dan wil ik graag nu al duidelijk maken dat dat koppel vol blauwe plekken en schrammen elkaar niet mishandelt. Ze verbouwen, mijn beste. En ze doen dat met een zekere passie.
  • Het is fijn om te zien dat we niet alleen vriendjes hebben, maar dat daar ook nog sterke vriendjes tussen zitten. Dank dus aan de mannen, en aan de vrouwen die hen gewillig laten gaan. Al vind ik mezelf met zo’n grote klopboor en polkadotwerkhandschoenen ook wel iets hebben. In stijl verbouwen, heet dat.
  • Het komt erop neer dat ik hier op tachtig vierkante meter woon. Met onder mij een bouwwerf. Zo’n vier keer per dag moet de kamer van de zonen opgeruimd worden, als ik al binnen mag. Zo’n vier keer per dag moet gestofzuigd of gedweild om de moddersporen te verwijderen. Elke avond ben ik pompaf en ik slaap beter dan ooit tevoren. Vanuit mijn bed kan ik m’n voeten in m’n kleerkast leggen en vanuit de geleende zetel (danku collega) kan ik met een beetje goeie wil gaan kokerellen. De dampkap is een openstaand venster, en stromend water (gelukkig hebben we dat nog) vindt z’n oorsprong in de badkamer. Er is geen tv, geen internet en zolang de kranen en bulldozers hier nog moeten komen mag er ook geen sleufje gegraven worden voor de kabel. Heb ik al geschreven, nu eens zonder sarcasme, dat ik hier best wel heel gelukkig ben op dit moment? Die boerenkinderen, het groen, en de ongelooflijk mooie zonsondergangen zijn goud waard. Eén van de beste keuzes in m’n leven tot nu toe. Hatsjie.
  • Als ik eens van een ander zijn pc kan gebruikmaken kunnen hier wat meer foto’s getoond worden. Mobiel internet is echt niet je dat.