Ik ben al drie drie drie!

We gaan hem niet meer kunnen wijsmaken dat hij nog een baby is. Het leven begint bij drie, de betweterigheid ook, zoveel is duidelijk.

De dag voor zijn verjaardag was het nog dat mama en papa stout waren en dat ze niet naar zijn feest zouden mogen komen. Waarop moeder begon te mompelen dat ze hem heel graag een kartonnen taart zou voorschotelen. De dag van zijn verjaardag was hij de man. Hij wist het, en hij gedroeg er zich naar. Als liep de nulmeridiaan door eender welk deel van zijn lijf, als was er niemand ter wereld die nu niet aan het meevieren was. Tenslotte was hij nu wel degelijk baby af, zo had hij zelf plechtig meegedeeld. En wij mochten vereerd zijn dat hij dat met ons wilde vieren, daar bestond ook geen twijfel over.

Enfin, er waren slingers, caloriebommetjes, liedjes, veel volk met veel te veel geschenken. Er waren neefjes, een broer en een vriendje I., er was een gekke nonkel olifant, er was een fiets, er was een kroon die hij als zweetband gebruikte, er was een glunderende Fries. Net zoals er drie jaar geleden een glunderende en opgeluchte moeder was. Glunderend dat die tweede er was, opgelucht dat Chucky eindelijk een gezicht kreeg (iets met één zwangerschap te veel, was dat).

Hier is hij, de zo totaal niet meer baby Fries!

Kadootje van de broer!

Als je kleine broer iets doet, wat jou als koppige vierjarige niet aanstaat. Wat doe je dan?

– je zou je moeder kunnen roepen, met het risico dat je de hele dag meneertje klikspaan bent

– je zou je moeder kunnen roepen, met het risico dat die je vierkant uitlacht

– je zou in een hoekje kunnen demonstreren hoe koppig je kan zijn. Waarop moeder je straal negeert.

– je zou kunnen een boek in je broer zijn oog steken. Maar zo goed kan je nog niet mikken, dus gooi je ’t maar net eronder. Drama ten top, moeder holt eerst naar het huilende kind, waardoor jij de tijd hebt om je uit de voeten te maken. Tegen dat het bloed wat is gedept, de kleinste is gesust, heb jij al je zieligste gezicht overtrokken met een pak schuldgevoelens omdat dat zo hoort. ’t Hoofd schuin, een voetje dat de vloer streelt, vingertjes die de deur krabben (als dat tenminste nog kan, met die afgebeten nageltjes van je), en die ogen neer. Onderlip in pruilstand, ogen in waterstand.

Was ik kwaad? Minder alleszins dan dat ik verontwaardigd was. De kernlogica: “Mama en papa doen hier niemand pijn”, en dus “Jij doet ook niemand pijn”, krijgen we hier moeilijk uitgelegd blijkbaar. Boys.

Boekje hebben, iemand?

(foto op dag 1: ’t moest nog blauw worden blijkbaar)

Zo de moeder, zo de zoon

Er zit soms pijnlijk veel van mezelf in die oudste van me. Zo zijn er twee mindere eigenschappen die het kind onherroepelijk met zich meedraagt. Er zullen er nog wel meer zijn, maar laten we ’t nu maar even hebben over de twee die nu al zichtbaar zijn, dat lijkt al meer dan voldoende.

– Zo de moeder, zo de zoon – deel 1: Pietje Precies.

De oudste zoon is bangelijk, gruwelijk perfectionistisch. Een positieve mens zou dit oog voor detail noemen, voor een ander is het een ziekelijke neiging met veel tijdverlies tot gevolg. Hij is heel flexibel in wat hij doet, maar als hij iets doet, dan moet het juist zijn, af zijn. ’t Moet kloppen met hoe het in zijn hoofd zit, hoe hij het had gepland. Dit geldt voor zowat alle kleuteractiviteiten behalve kleuren, knutselen, … Precies (ah ja) alsof hij weet dat creativiteit en perfectionisme toch niet echt goed samengaan. Maar meneertje hier oefent zich intussen te pletter om zijn naam te kunnen schrijven, om te kunnen lezen, om toch maar die regenboogkleuren in de juiste volgorde te kunnen schilderen/kleuren (ROGGBIV is het codewoord, mensen). Enfin, ik kan het hem niet kwalijk nemen, eigenlijk. Want hou me maar eens tegen als er een veeg op mijn keukendeuren te vinden is of als er een handdoek of hemdje verkeerd geplooid is.

– Zo de moeder, zo de zoon – deel 2: Nagelbijterke

Zo op mijn zestiende besloot ik dat het genoeg geweest was, met dat nagelbijten. En van de ene op de andere was het gedaan. Met nagelbijten, dat wel. De velletjes dienden als troost, da’s niet voor echt. Met als gevolg dat het resultaat dus ook op niet veel trok. De oudste zoon combineert voorlopig beide, tot bloedens toe. Gisteren was hij zowaar aan zijn grote teen aan het sabbelen, wegens alle vingernagels en -velletjes al uitgetrokken en verteerd. Ik was zwaar onder de indruk van zijn lenigheid en wou dus weten of ik dat eigenlijk ook nog kon (affirmatief, zonder op iets te bijten weliswaar). Intussen worden mijn jeugdherinneringen weer wat levendiger: vingers in de mosterdpot, vieze nagellak die je op den duur wel leert te eten, handschoenen, beloningsmechanismen allerhande, en zelfs een spoedoperatie wegens een zwaar etterende vinger. En nog niet geleerd zijn. Wat ik me dus afvroeg: wat weet u over remedies tegen nagelbijten? Tijd gaat nu in.

En die dikke vingers? Heeft hij ook van mij. Maar da’s dan weer de schuld van mijn ouders 🙂

Vergane liefde

Uit het oog, uit het hart, zo redeneert die oudste zoon van me. Als je hem op maandagmorgen vraagt of hij blij zal zijn om zijn liefje A. terug te zien, na twee weken vakantie, antwoordt hij doodgemoedereerd: “Nee”.

Omdat meneer intussen al geleerd heeft dat een frons bij de moeder teken is dat verdere uitleg wel gepast zou zijn vertelt hij dat hij wat boos is op A. [frons 2]. Boos omdat hij ze zolang niet heeft gezien, en dat ze nu toch wel geen vriendjes meer kunnen zijn [frons 3]. En dat hij dan maar een ander vriendinnetje gaat zoeken.

Waarop de moeder begint met een omstandige uitleg over het belang van vriendjes blijven, van elkaar graag terug zien, van trouw zijn aan elkaar, van continuïteit in een relatie, ook al is die gebaseerd op een kinderlijk leuk vinden. En dit allemaal in kleutertaal, maar het moet gezegd: het heeft effect gehad.

Zo boos als hij was op zijn A. toen hij naar school vertrok, zo dik was de liefde weer toen hij terugkwam. A., zijn A., ze was er nog steeds. En ze had hem gezien (herkend) in school! En alles was weer als vanouds.

Nu toch eens proberen om me populair te maken bij die moeder zodat kleine A. en Benne, met misschien wel C. (zijn vriendinnetje als A. het niet ziet) de volgende vakantie niet meer zo’n lange tijd en zo’n lange afstand (toch wel acht kilometer, zeg) van elkaar moeten gescheiden zijn.

En over de liefjes van Fries valt enkel te zeggen dat meneer meisjes behoorlijk stom vindt en dus volledig voor de jongens gaat. Maar dan wel met diezelfde jongens hele dagen in de poppenhoek van papa en papa speelt, als we hem mogen geloven. Dit wordt spannend naar de toekomst toe 🙂

Laat dit niet het laatste zijn wat ik ga zien

*emopost wegens nog altijd zwaar onder de indruk*

“Overal op de wegen is het glad, pas dus uw rijstijl aan”, zo zei de mevrouw van het nieuws nadat ik net mijn hartslag zwaar de hoogte had ingejaagd en intussen half in shock en zwaar bleitend mijn voeten en handen onder controle probeerde te houden.

Toegegeven, ’t is mijn fout, ik had het niet door dat de weg behoorlijk glad lag en ik reed 70, op een weg waar men 70 mag, als het tenminste niet glad ligt. Dom dus, heel dom.

En ik reed rechtdoor, toen om één of andere reden de kleine grijsaard op vier wielen, intussen bijna 22 schat ik, zwaar naar links uitweek. Naar een rijrichting die ik alleen maar kon nemen mits een ferme u-bocht. Geen Top Gear-adepten zijnde sloegen grijsaard en ik dus het stuur naar rechts, alwaar we dus teveel naar rechts gingen. Opnieuw naar links, om daar een tegenligger te zien. Dicht, veel te dicht, dodelijk of op zijn minst zwaargewond dicht. En toen begonnen de grijsaard en ik te draaien, twee keer, terwijl om één of andere reden de tegenligger mysterieus en geruisloos leek te passeren, alsof die me nog snel wat voorrang zou verlenen of net wat sneller rijden zodat ik op mijn gemak twee toeren kon draaien. En toen dacht ik: “Laat dit niet het laatste zijn wat ik ga zien, laat me vanavond wakker worden in een ziekenhuis”. En de remmen werden dichtgetrokken, het stuur (mijn leven) krampachtig vastgeklemd. Zo’n 100 meter achterwaarts remmen, de piepende, schurende, maar hoera! werkende remmen aanhorend. Wachtend op de grote klap.

De stilte. Die enorm mooie stilte van een auto die net op tijd, net voor een geparkeerde auto tot stilstand was gekomen. Dat licht, dat mooie ochtendlicht dat langzaam weer kwam binnensijpelen. En de zoetgevooisde stem van mevrouw van de radio. Die ergerlijke jingle die plots zo heerlijk herkenbaar was. Het loslaten van de handrem, het stuur, en dan het wezenloos voor me uitstaren. Benne, Fries, de echtgenoot, de moeder, de vader, de hele wereld. Benne, Fries, Benne, Fries.

En dan de shock, de hartenklop die zich herstelde, de tranen die kwamen, samen met de trillende handen en schuddende voeten.Gevolgd door herstel, ongeloof en dan vooral heel veel dankbaarheid. Twee keer op het nippertje een zware botsing vermeden. En dat is zeker niet te wijten aan mijn eigen stuurkunsten (integendeel) of heldhaftigheid (iemand de natte zakdoeken zien?). Ik moet wel engelbewaarders hebben, een mens kan niet zoveel geluk hebben op een banale maandagmorgen waar zoveel anderen weer minder geluk hadden.

En ’s avonds keken ze me onbegrijpelijk aan, die twee koters van me. Of ik nu alstublieft wou stoppen met ze te knuffelen. Heb ik het al gezegd vandaag? Ik zie u graag. Echt.

Werkende moeders

Wat ik me zo nu al een paar dagen afvraag als ik al die mooie FB-foto’s zie, al die schone verhalen over veel, heel veel tijd met de kinderen, over veel creatief bezig zijn, over uitstappen en zo: hoe doen al die moeders dat?

Ik ben ervan overtuigd dat alle moeders werken. En je hebt er die voltijds buitenshuis werken. En die dus (als ze geluk hebben) om zes uur ’s avonds thuis zijn. Of soms eens eerder, als er geen opvang is en er eens aan de schoolpoort mag (ja, mag!) gewacht worden. Als het meevalt heb ik dus per dag zo’n drie uren die ik samen met mijn twee helden kan doorbrengen. En laat die drie uren dan nog eens de spitsuren zijn waarin er moet gewassen worden (1x), tanden gepoetst (2x), van apotheker gespeeld (2x), schoolboekjes opvolgen, eten (2x), afruimen (2x) en hele huishoudelijke kluts (120x). Dus schiet er nog zo’n uurtje over om opvoedkundige dingen te doen. Om samen te kleuren, te puzzelen, spelletjes te spelen.  Ze te zeggen dat ik ze graag zie, ze uit te leggen waarom ik weer zo lang weg was en waarom ze me morgenvroeg niet zullen zien.

En soms vrees ik dat dat niet genoeg is. Dat ze een gigantische achterstand gaan hebben omdat ze niet genoeg hebben gepuzzeld, gekleurd, geknipt, gehamerd, getekend, kortom: gekleuterd. Omdat ik dus te weinig thuis ben, vrees ik dan.

En dan lees en hoor je die leuke verhalen uit de kerstvakantie over luie kinders, hyperkinetische kinders, vervelende kinders, lieve kinders, … en dan denk ik: ik heb maar weinig van die verhalen. Of ik onthou ze gewoon niet. En in tweede instantie: was ik maar steenrijk getrouwd, zodat ik hele dagen kon moederen, afgewisseld met kuren en kappers allerhande. Of: ik zou misschien in ploeg kunnen gaan werken zodat ik in de namiddag thuis ben. Of gewoon eens beginnen meespelen met de lotto?

Om dan te besluiten dat ik het niet zo heb voor kuren en kappers, dat ik pas een ochtendmens zal zijn in het laatste stadium van dementie en dat ik hopelijk niet lelijk genoeg ben om de lotto te winnen. En dat ik in plaats van hierover te zagen, maar beter eens aan hun foto-album begin.

Jongensspelletjes

In het jaar 2010, hier ten huize, editie: kerstvakantie.

  • Lamzakje: probeer langer dan moeder en vader in de zetel te hangen. Vooralsnog winnen de oudste kinders.
  • Poesje en papa: Benne speelt van papa, Fries is het poesje. Klinkt daar uit de keuken: “Papa, papa, paaa-paaah!”. Waarop Benne: “Ja, poesje, heb je een beetje honger?”. Waarop Fries zijn spinkunsten demonstreert en begint te likkebaarden. Wij mogen niet meedoen aan dat spelletje. “Hondjes en mama’s moeten niet meedoen”, zeggen ze dan.
  • Steek elkaar eens een oog uit: gemiddeld een paar keer per dag. ’t Is een ruwere vorm van ruziemaken. Schrammetje aan de ogen? Die van mij zijn weer bezig geweest.
  • Zakhangen: zakken achteraan een broek zijn er om aan te hangen. En om af te trekken als je de broek niet meteen naar beneden getrokken krijgt. Bij voorkeur te spelen met ouders.
  • Chef-kokken: helpen met kokeneten en dus met de man des huizes. Moeder ziet het hier helemaal zitten om helemaal niets meer te moeten koken 🙂
  • Loop eens bijna een kerstboom omver: trek een sprintje richting kerstboom als moeder vraagt wie de lichtjes in de kerstboom wil aanleggen.
  • Straf eens je papegaai uit de poppenkast: zet die overal in de hoek, bij voorkeur op plaatsen waar je moeder over kan vallen.
  • Betwetertje spelen: de hele dag door.

Daar tussen doen wij ook nog meer normalere dingen zoals: puzzelen, tikkertje in huis (geen aanrader), boekjes lezen, dansen, poppenkast spelen, torens bouwen en op geheel onverantwoorde wijze kapot duwen, en vlug hun ogen bedekken als ze deze kabouter op tv bezig zien.

En u? Wat voor spelletjes speelt u zoal?  Met de kinderen, uiteraard.

Ontbijt op school

Kerstavonddag, of hoe noem je die dag net voor de familierush start? De laatste schooldag van 2010, dan maar, en meteen een reden om een feestje te bouwen op school. Vorige week stond in Fries zijn schoolboekje dat er de 24ste ontbijt voorzien was op school en dat het dus niet nodig was dat zoon of dochter thuis hadden ontbeten.

Ik wist het toen al dat dat niet makkelijk zou worden. Ik hoorde toen al zijn protest omdat hij niet eerst zijn ontbijt kreeg voor hij naar de badkamer ging. Ik voelde toen al zijn voeten, handen, hele lijf tegenspartelen, ik zag toen al voor mij hoe het hier deze morgen ging verlopen.

Gebrul, gekrijs, gehuil, hysterisch op de grond vallen, hysterisch aan moeders haar trekken, protesteren bij alles waar bij te protesteren viel, … allemaal omdat meneer zijn boterhammeke niet kreeg. Omdat hij een half uurtje moest wachten om dan op school een rijkelijk ontbijt te krijgen.

Fries en eten: twee handen op een dikke buik.

En voor u allen: een fijn feest van het licht, een fijne kerst, een fijn samenzijn. In gedachten of in real life.

Secret Santa (3): wat ik mocht krijgen

Toegegeven, ik liep de laatste dagen een beetje nerveus rond. De brievenbus werd grondig uitgespit op zoek naar niet-thuis-kom-er-dan-maar-zelf-om-briefjes, en vandaag kon ik eindelijk terug beginnen ademen.

Mijn pakje was gearriveerd, had een hele dag in die koude bus moeten zitten, dus werd het met heel veel liefde binnen gehaald.

Wat ik op het eerste zicht zag vond ik al schoon, bèreschoon (zoals we dat hier zeggen), prachtig eigenlijk, ferm origineel, geestig, … een dubbele score voor deze creatieve mevrouw!

En toen dacht ik dat het nog uit de winkel kwam. Maar nee! Iemand heeft de moeite gedaan om voor mijn zonen een hemdje te stikken en wat voor één. De oudste zoon vond het “bèrecool” en “sjiek” en wou het hemd morgen al aandoen om naar school te gaan.

En moeder kreeg een heel mooi handgeschreven kaartje (score 2), een multifunctioneel tasje (veel te mooi om geld in te stoppen, juweeltjes des te meer, score 3) en chocolade (score 4 tot en met 100).

Beste Katrien, met autootjes scoor je niet alleen bij jongens, maar ook zwaar bij mama’s van jongens. Lieve Secret Santa: bedankt!

Tess: hopelijk bezwijk je nog niet onder alle lofbetuigingen, maar ook van hieruit: proficiat met dit initiatief!

Secret Santa (2): wat ik mocht geven

Secret Santa dus, eerste verhaal. Wat ik mocht geven aan deze fijne mevrouw Frutsel.

Ik kreeg een wishlist en de moed zonk me in de schoenen, zoveel originaliteit, zoveel creativiteit, ik wist begot niet wat te doen en overwoog zelfs even om me uit te schrijven. Van plan A over Ebis (naaien) tot K (haken). Om dan terug te gaan naar plan A.

Scrapbooken dus, iets wat ik al langer eens wou doen, maar zelf wel het verstand had om te beseffen dat er nu geen tijd meer over is voor nog een hobby bij. Occasioneel scrapbooken kon dus wel en zo geschiedde. En meteen werd daar een scrapbooketui of gewoon een zakske bijgestikt. Qua weekendproject kon dat wel tellen.

En blijkbaar hebben de heren en dames van de post dit in dit weer op een plaats niet eens zo ver van hier vandaag afgeleverd.

Mevrouw Frutsel: ik heb even zitten snuisteren in je virtuele leven en blijf het graag volgen!

Noot aan mezelf: probeer de volgende keer wel binnen de formaten van postpakketten te blijven.