Secret Santa

Wat hebben wij dit weekend zoal gedaan behalve eens gaan sneeuwglijden richting Lichtervelde, Gent, Izegem, Sint-Denijs?

Wij hebben zowaar een sneeuwballengevecht gehouden tussen moeder en grootmoeder, met als supporters de twee kleine goden. Wij hebben een sneeuwvrouw gemaakt, want, “Aja, maar een sneeuwmevrouw dat bestaat niet hé!”. Waarop moeder haar feministische neigingen gingen oprispen en er zowaar een sneeuwvrouw werd gemodelleerd.

Wij hebben geknutseld, gescrapbookt of bookgescrapt en genaaid. En dit laatste voor Secret Santa, een allergeweldigst initiatief van hier. En ik mocht iets maken voor iemand, waarvan de naam nu nog niet bekend mag zijn wegens nog niet aangekomen.

Vervolg in een volgende post dus.

Tandplakkersinspecteur.

Fries is bijna drie dus die mocht dringend eens op controle naar de tandarts. Omdat wij dat een ongelooflijk leuke gezinsactiviteit vinden mochten ook de vader en de grote broer mee.

Moeder ging ter demonstratie in de zetel liggen en zei tussen het pssss’ten en sssssj’ten en miiiiiiim’en door dat het toch wel “vwee weuk was in de wetel” en dat “Viesje nie bang moe zijn” en terloops ook nog even dat “de tandaws een heew weuke stoel heeft”. En dat de moeder dacht dat ze gaatjes had, zo ergens hier en daar. En dat de tandarts zei dat dat geen gaatjes waren maar pure slijtage door tandenknarsen. Waarop de slaapgenoot iets te heftig van ja begon te knikken. En dat dat onverwerkte stress is, en andere dingen die Freud ooit eens heeft uitgevonden. En dat ik wat meer vakantie moest nemen. Ha! Precies alsof koffers pakken geen stress met zich meebrengt.

Next! Friesje vloog op moeders buik, deed eens van grote leeuwenmond en ontlokte een ‘oei!’ bij de tandarts, een zucht bij diezelfde tandarts, een paniekaanval bij moeder en tenslotte een ‘tja’ bij nog altijd dezelfde tandarts. Een gaatje, bij een min driejarige. Redelijk uniek als ik meneer de tandarts mag geloven. En toen begon hij over volledige narcose, en 1 kans op 10000 dat ze daarin blijven, en dat dat wel moest gevuld worden zo’n gat, en dat sommigen daar al meer neiging toe hebben dan anderen. Of dat laatste sloeg op het krijgen van gaatjes of op het in de narcose blijven, heb ik niet meer willen vragen.

En terwijl moeder net een tweede hart ging halen omdat het eerste niet meer vlugger kon slaan, zei meneer: “Maar ik zie dat de mama een enorm rustig type is. Dat ze kalm blijft in alle omstandigheden en niet snel panikeert. Dus we kunnen het altijd zo doen, met plaatselijke verdoving, waarbij de mama de rustgevende factor is.”

Dus doen we ’t zo. Maar mensenkennis en onze nieuwe tandarts: geen ideaal huwelijk. Ofwel kan ik intussen al heel goed de uiterlijke schijn van complete zen hooghouden.

Noot aan mijn jongste zoon: Als ik u nog één keer stiekem de kasten zie opentrekken en snoep en koeken in je broek zie steken om mee te nemen naar school of naar boven: maat, het zal uwen besten dag niet zijn. Gaten in uw tanden tot daar aan toe, kokhalzen bij het tandenpoetsen, tot twee keer daar aan toe. Maar ervoor zorgen dat uw moeder moet gaan kijken hoe ze een spuit in uw mondje planten: zo geen kuren, maat!

December & kerstboom: the sequel.

Na een hele fijne en bijzonder intellectuele discussie op smoelenboek, na veel wikken en wegen, pro’s en contra’s afwegen, heelder panels samengesteld te hebben en en passant ook nog eens een enquête gehouden te hebben, werd hier dit weekend de fijnste aller bomen gezet. Zo plastiek als iets, ja. En dat heeft zo zijn enorme voordelen blijkt nu:

1. Om een deftige kerstboom (levend en wel) te hebben moet je al bijzonder vroeg naar de winkels gaan. Anders blijven enkel de dutsboompjes over. Zij die net nog op de vrachtwagen mochten om de grote bomen warm te houden, de reis maar half hebben overleefd en al dagen niet worden bekeken door kooplustige vroeg-kerstinkopen-doende mensen.

2. Je moet dus wel degelijk tijd hebben om zo’n boom te halen, te verpotten, eventueel wat te trimmen. En dat paste dus dit weekend ook al niet. Snel het boompje van de zolder halen, takjes openvouwen, takjes beetje herschikken tot de boom een beetje volume kreeg. ’t Was snel gebeurd.

3. Potaarde heb je ook al niet nodig, het enige vuil dat aan je handen hangt zijn twinkeltjes en glittertjes allerhande. Heel geestig als je dan uren erna merkt dat je nog altijd met van die glittertjes op je gezicht rondloopt. How very kerstsfeer, jochei.

Vinden wij dat leuk, zo’n kerstboom versieren? Totaal niet, echt. Zo’n boom zetten dat is voor mij pure stress. Ik hang ballen en slingers, steek sterren, worstel met lichtjes… Ik breek vervolgens ballen, struikel over slingers, haper met stokken, (tip: zet nooit een kerstboom terwijl u nylonkousen draagt) … Zenuwen tot en met. Omdat ik weet dat ik dat niet kan, zo’n kerstboom ineen steken, zo je huis kerstklaar te maken, daar een plan bij te hebben en dat ook minutieus uit te voeren.

Enfin, ik ben blij dat deze queeste is voltooid, de boom loopt niet meer weg, de kindertjens zijn blij en ik bespaar me de schande van ‘moeder-zonder-kerstboom’ zoals twee jaar geleden. Geen foto’s, neen. De boom heeft nogal wat complexen, door mij aangepraat.

 

Ja, zo’n moeder

*emo-alarm*

Ik ben zo’n moeder waarvan de kinderen theatraal beginnen te huilen als ze weggaat ’s avonds. Een amateurpsycholoog zou kunnen denken dat die kind-moederband toch ongelooflijk hecht moet zijn. Een psycholoog met een diploma zou kunnen vermoeden dat het gaat om boosheid voor een veel te vaak afwezige moeder.

Ik ben zo’n moeder die vaak wilt dat haar kinderen al wat groter en zelfstandiger zijn, om dan te mijmeren dat ze al veel te veel kunnen.

Ik ben zo’n moeder die vaak met schuldgevoel naar het werk gaat, wetende dat ze die avond niet aan de schoolpoort zal wachten. En die dan ook al dagen uitkijkt naar de zeldzame keren dat dat wel kan.

Ik ben zo’n moeder die niet altijd zin heeft om ’s avonds een verhaaltje te lezen en er zich vlug vanaf probeert te maken door te opperen dat de zonen maar een verhaaltje aan hun beren moet voorlezen. Ik ben ook zo’n moeder die veel te snuggere zonen heeft, en dus niet met zo’n flauwe verhaaltjes gesust kunnen worden.

Ik ben zo’n moeder die graag nog uitgaat, zot doet, en die dat de dag erna probeert te compenseren met bijzondere momenten.

Ik ben zo’n moeder die het zich beklaagt als ze ’s nachts weer moet opstaan. Maar ik ben ook zo’n moeder die ’s nachts haar zonen zou wakker maken om te kunnen zeggen hoe graag ze hen ziet.

Ik ben zo’n moeder die niet kan koken, die nooit een overheerlijke biefstuk op hun bord zal toveren. Zo’n moeder die ondanks alles wel blijft proberen om toch iets te kunnen bakken.

Ik ben zo’n moeder die er principes op wil nahouden, maar die ze ook even graag overboord gooit als de situatie zich daartoe leent.

Ik ben zo’n moeder die droomt van een leven als huisvrouw, van kleertjes naaien en gigantische taarten bakken, van koffiedrinken met de buurvrouw en lekker oermoeder wezen tot de kindjes van school thuis komen. Ik ben er zo één die weet dat zo’n dingen niet marcheren bij sommige moeders, en daar vaak gefrustreerd van raakt.

Ik ben zo’n moeder die eigenlijk geen dochter hoeft, omdat ze veel te bang is van meisjes en vreest dat ze nooit interessant genoeg zal zijn voor een dochter.

Ik ben zo’n moeder die zowat flipt, freakt, onnozel wordt als iets zou kunnen wijzen op een aankomend gebrek aan zelfvertrouwen bij haar zonen. Zelfvertrouwen in het leven is alles, mijn beste. Gevolgd door zelfkennis.

Ik ben zo’n moeder die soms even hard kan twijfelen als ze vastberaden en recht door zee is. Met niets anders dan het lijf, warmte en liefde moet ze het doen. En op het einde zal blijken of dat van alles een beetje genoeg is geweest.

Ik ben zo’n moeder waarvan ik denk dat mijn zonen later wel eens een paar geweldig rake opmerkingen zullen geven. En die hoopt dat ze dan naar haar zullen knipogen.

Feeds? Pfiewt…

Iemand een goeie feedreader? Die van Google vind ik persoonlijk ‘vreemd’. Die van bloglines is ook niet altijd de makkelijkste. Maar dat ben ik zelf ook niet, dus in die zin zijn wij wel een match. Ik en die 1079 nog te lezen posts. Excuses voor de virtuele afwezigheid, er waren dringender zaken in real life deze keer 🙂

December!

December! Als in: de laatste maand van het jaar. De laatste maand om toch die goede voornemens van 2010 nog snel waar te maken, mocht ik ze al niet vergeten zijn.

De maand waarin de kerstboomstress weer toeslaat. Dat zit namelijk zo: ik stel veel te hoge eisen aan mijn kerstboom. Die moet zijn zoals in de boekskes, zoals in de Amerikaanse Santa-films, maar dan stijlvoller, minder kitsch. Die moet ook en passant een beetje trendy zijn, en graag ook wat origineel, met retro kerstballen, of net hypermodern. Ik wil namelijk dat mensen mij kunnen bewonderen omwille van kerstboom, zo zit dat.

En laat dat nu net het probleem zijn: vorig jaar kocht ik een fake-boom, wegens denken dat dat milieuvriendelijker zou zijn. Vorig jaar heb ik dat boompje getolereerd, zeg maar. Het mocht er staan, ik heb er wat ballen in gegooid, maar meer moest de boom ook niet verwachten. Niet echt, geen gevoelens, dus geen affectie, was de redenering.

Maar intussen blijken zo’n plastieken dingen ook niet geheel milieuvriendelijk te zijn, dus komt de optie van de boom met echt prikkende naalden terug. Twee nadelen hieraan zijn: om een grote (ja, ik wil de grootste) boom te kopen moet je al gauw 50 euro neerleggen, da’s 50 euro minder aan pakjes. Ten tweede: er moet gestofzuigd worden. De auto, de garage, de woonkamer. En die naalden blijven plakken aan kousen, en dat piekt als zo’n naald plots verkeerd blijkt te zitten. Ik kan daar nog mee om, maar twee truntjes van een meter hoog ongeveer niet.

Dus: echte kerstboom of niet?

Briek!

Achterkleinkind nummer 18, kleinkind nummer 4, kleinzoon nummer 4, zoon nummer 2. Metekind nummer 1.

Meet Briek, volbloed knapperd en charmeur, oeverloos schattig en lief, oneindig graag gezien. Nu al.

En zo werd de grote familie langs grootmoeders kant weer wat uitgebreid met dit achttiende achterkleinkind. Nummer 19 en 20 zijn in productie, en er zullen nog wel vijf exemplaren ergens in voorbereiding zitten de komende jaren. Grote families zorgen met speciale feesten voor een regelrechte modeshow van de nieuwste baby-outfits (“oh maar zo’n schoon pulleke, waar heb je dat vandaan?), een demonstratie van peutervaardigheden(“die van ons kruipt, trekt, sleept, huppelt, springt met de poep”), een oplijsting van kleuterbelevenissen in school (“wedden dat de mijne het meest heeft geweend op de eerste schooldag?”), een allegaartje van kinder- en tienerbesognes (“welke features heeft jouw gsm?”), en een bende ouders (en tevens kind en kleinkind) en grootouders die het allemaal bekijken en hopen dat die achterkleinkinderen even fijne momenten mogen beleven als de kleinkinderen en kinderen gehad hebben.

En, helemaal bovenaan, onze pater familias, ‘oes peter’. Hij die 500 euro belooft aan het eerstvolgende kleinkind en dan vlug zijn staart intrekt als hij ziet dat er nog veel te veel zullen volgen, hij die om de dag een feest zou organiseren: één dag feest, de andere dag om te recupereren. Hij die de vrouwenbuiken inspecteert om te zien of er nog een achterkleinkind op komst is, hij die maar goed beseft dat het nog lang niet gedaan is met enveloppes vullen 🙂

Om maar te zeggen: Lieve Briek, welkom! Overal!

Verfsoep

Op uw gemak een beetje zitten mailen en foto’s sorteren terwijl er op twee meter van u twee zonen de halve keuken veranderen in een groene verfpoel: een hoger zen-level is het mijne.

Dat ze magische soep aan het maken zijn, en dat ze daar warempel van proeven. En dat het slecht is. Maar dat dat niet erg is, want “hoe slechter, hoe beter, hé mama!” En dat je dan blijkbaar heel hard moet roeren in die soep, zo hard dat ook de witte keukenkasten een laagje groene spikkels krijgen.

En dat, terwijl ik dit hier typ, ze nog altijd bezig zijn. En dat ik zo trots ben op mezelf, dat ik ze laat doen, en dus al niet met dweil en spons achter hun stoel sta. Integendeel, ik kijk af en toe eens op, trek een oog op, zeg dat ze goed bezig zijn …

en bedenk intussen een strakker dan strak plan hoe ik die hele boel hier straks ga opkuisen 🙂

’t Is een kindje!

Om maar te zeggen dat mijn metekind zich geheel en al aan het voorbereiden is om een entree van jewelste te maken op deze meer en meer afgeplatte wereldbol.

Om maar, met een understatement van jewelste, ook te zeggen dat ik daar echt wel, hi-han-ties content mee bent, en mijn huidje gewoon vettig ziet van te blinken. Immers: als moeder word je niet gekozen, als meter des te meer. En die gedachte doet me warempel richting 1m70 schieten (wat een serieus verschil is).

Probleem is echter dat dat metekind nogal abstract is. Het kind, het baby-in-de-buik-dink, het embryo-met-pretentie, die foetus zo geslachtsloos dat zelfs een slak zou vrouwelijk worden, … ik weet het niet, en ik mag het ook niet weten.

Om het nog erger te maken geven de ouders-van-de-baby-zonder-iets wel tips. En uit die tips zouden we naam, geslacht en en passant ook nog eens gewicht, haarkleur en aantal moedervlekjes moeten kunnen vinden.

Hier zijn ze:

– Twee lettergrepen, vijf letters

– De medeklinkers komen uit de verzameling {B, R, N, D, K, L, S}

– Rijmt op een alcoholische drank

– Heeft ‘iets’ te maken met muziek

– “Bevat alle kleuren” (denk aan palet, spectrum, schilderij, …)

– “Eén tip is niet juist” of Eén tip is niet “juist” of Eén tip is “niet juist”. Te interpreteren naargelang hoeveel zin u heeft om mee te gaan op zoektocht.

Freaks als wij zijn werden de statistieken van 2007 en 2008 al gefilterd op tip 1 en 2, voor de overige tips moeten we creatief zijn. Of geduld hebben.

Wie de naam van ’t kind kan vinden (en dan graag ook meteen het geslacht) krijgt een fles bubbels, geschonken door de meter van iets.

Bedankt voor mijn verjaardag!

“En nu vallen de blaadjes van de bomen, is het herfst, daarna komt Hellowien en de pompoen, daarna Sint en Piet, dan de kerstboom met veel ballen, dan de kerstman, en dan, dan gaat het sneeuwen.”

En toen zat hij vast en moest de agenda van 2011 geopend worden en vulde moeder aan:

“Dan is Friesje jarig (de twee zonen: “Whoeha, cool! Mama, sjieeeek!”), verjaren er enkele opa’s, groeien de blaadjes weer aan de bomen, komt de paashaas, verjaren mama en papa (de twee zonen: “Jaaa, hihiii, waauw!”), kunnen we weer buiten met water spelen (de twee zonen: “Mo how, sjieeeek! Haai faaif – low faaif”), en dan, dan is het grote vakantie!”

Stop. Vragende ogen kijken je dan aan. Zo van: is dit nu het einde van alles?

Nee, want: “Wie is er jarig in de grote vakantie?” aldus moeder.

Stilte aan de andere kant van de tafel.

Tweede poging: “Wie mag er in de grote vakantie vijf kaarsjes uitblazen?”

Terwijl Fries de grens van complete waanzin bereikt bij de associatie verjaardag-taart, strekt Benne alle vingers van zijn hand (één volledige hand oud, zeg), trekt zijn ogen wijd open zodat alle aanwezige glinsteringen zichtbaar worden en geeft moeder vervolgens een knuffel met de woorden: “Oh, lieve mama…, danku voor mijn verjaardag!”

Wederom graag gedaan, mijn zoon 🙂