En wat nu?

Bestaat er een vragenlijst om verbouwstress bij koppels te meten? En bestaat er dan een risicoberekening om de kans te bepalen dat ze het niet samen overleven? Mogen wij dan even de uitzondering op de regel zijn?

Er is hier namelijk ontzettend veel verbouwstress geweest, genoeg om de boel te laten ontploffen. Wat niet gebeurd is, meer nog: er is hier niet gesnauwd, gesnakt, gebeten. Er is hier veel gezucht, er is hier veel inwendig ontploft, maar we zijn lief gebleven voor elkaar. Hoe deden we dat? Door een gemeenschappelijke vijand te zoeken en daarop af te geven. Dat schept een band, niet normaal. Wij twee, en als het zielig moest zijn: wij twee met de arme schaapjes van kindjes erbij, tegen de rest van de aannemers. En nu tegen het weer.

Die zonen van ons, die gaan nooit ofte nimmer willen verbouwen: toch allemaal stoute meneren. Behalve die meneer van de elektriciteit en die meneer van het dak en van de ruwbouw. Die zijn flink, die doen hun best. De rest mag aanschuiven in het rijtje gelabeld ‘met strenge hand op te volgen’.

Maar! Zo’n zeven uur voor de plakker zou komen (u leest ‘m al: zou) deden wij een triomfantelijke high-five en trokken we de overwinningsfoto. Alles is klaar, vanaf nu is het aan plakker, sanitairman en vloerder. Meer dan een beetje pleisterwerk afkappen, een plafonnetje steken, wat elektriciteit en een half dakje leggen en wat sleufjes graven konden we niet meer doen precies. En dat maakt dat ik nu weer tijd genoeg heb om iedereen achter zijn vodden te zitten en te starten met een serie aangetekende brieven.  En tijd om haarmaskertjes in overvloed te gebruiken, dat ook. Aftellen? Nee, daar doen we niet (meer) aan mee. Ergens in april dalen we neder, maar laat ons er vooral geen week opplakken, dat doet het vriesweer ook niet.

En nu: slapen, sociaal doen, blogs lezen, wishlist opstellen voor het ‘nieuwe’ huis, half gehypnotiseerd naar de beeldbuis kijken en zonder druk verder werken. Of zijn we weer te optimistisch?

Advertenties

Marco en Josephine

Beste Marco van Eandis,

Op 18 augustus (dit jaar) kwam u langs bij mij thuis. U ging eens kijken wat er moest gebeuren met die elektriciteit, en hoeveel ons dat ging kosten. Dat de elektriciteit van de buren door ons huis liep, en dat dat eigenlijk niet meer mocht. Dat er een sleuf moest gegraven worden maar dat het niet duidelijk was tot waar. En dat u wel met de buren zou contact opnemen om te zeggen wat zij moesten doen. Ik moest enkel hun telefoonnummer geven en u zou ze contacteren. U gaf me uw kaartje, in een tijd dat ik nog geloofde dat kaartjes er zijn om in contact te komen met mensen.

Hoe eenvoudig was het leven nog, hoe naïef was ik nog te geloven dat één enkel telefoontje naar de buren de zaak zou oplossen.

We zijn net geen vier maanden later, beste Marco. Ik heb u gemaild en gebeld. Tot bloedens toe, die velletjes van mijn lippen en nagels hebben het geweten. U hebt het blijkbaar niet zo voor technologie, want noch via e-mails, noch op uw gsm-nummer, noch op uw vast telefoonnummer kon ik u bereiken. Of u hebt het niet voor mij, maar laten we vooral niet persoonlijk worden.

Tussen 18 augustus en 15 december heb ik meermaals gebeld naar u, uw werkgever, uw collega’s. Wat zeg ik, u stond overduidelijk bij mijn favorieten. Even een dood moment? Laten we nog eens naar Marco bellen, laten we nog eens naar Eandis bellen. Het werd een hobby op de trein, tijdens pauzes, nog snel even Marcobellen en Eandisbellen om de dag goed af te sluiten.

En ja, ze gingen mij terugbellen, zeker de dag erna. En ze gingen u contacteren. En ze gingen me doorverbinden met u. En ze gingen meteen-echt-wel-hoor-mevrouw terugbellen, zeker vandaag nog. En ik moest wel een beetje vriendelijker zijn, ook al had ik al minstens 20 keer hetzelfde verhaal gedaan. Waar ik ben terecht gekomen, ik weet het niet. Wie ik heb gesproken, ik weet het niet. Tot ik op een mooie herfstdag uw collega Josephine aan de lijn kreeg. JosephineVanEandis zou mijn heldin worden, zo bleek enkele dagen later. Josephine zat namelijk in hetzelfde gebouw als u. Zover was ik al geraakt. JosephineVanEandis voelde echt met me mee, ofwel had ze haar opleiding ‘empathisch luisteren’ met verve voltooid. Ze sprak zelfs dialect, wat me altijd menselijker maakt aan de telefoon. Op den duur kregen we een band: zij kon u niet bereiken, ik kon u niet bereiken. En in ons West-Vlaams zeiden we dat “ie serieus noa zin voetn hing kriehn”.

Beste MarcoVanEandis, u heeft me gisteren gebeld. Ik mag er van uit gaan dat uw collega JosephineVanEandis u dus serieus onder uw voeten heeft gegeven. U komt vandaag langs. Na vier maanden, na honderden minuten telefoneren. De koffie en koekjes staan klaar, mag ik u knuffelen als u aankomt? Of op zijn minst eens uw hoofd aaien, om te voelen of u wel echt bent?

Ontspanning

Uiteraard is een weekend om te ontspannen. Vandaar dat wij* in een weekend:

  • gewoon werken
  • sleuven uitslijpen voor leidingen allerhande
  • bomen uitgraven, althans een poging tot
  • betonpalen proberen uit te graven
  • de mannen van het stort proberen om te kopen om meer dan twee keer te mogen langskomen per dag (record staat op 8, gewoon door lief te lachen, bovendien is het efficiënter om twee vrouwen te sturen)
  • pleisterwerk afkappen
  • bergen aarde weg scheppen
  • nieuwe ramen kuisen en jammer genoeg een lijstje met foutjes moeten opstellen (u hoort nog van mij, beste verkoper)
  • huis kuisen, althans de bovenverdieping
  • auto kuisen.

En als beloning laten wij onszelf vloertegels kiezen en een uitstap doen met drie kinders. Fijn** weekend gehad, en u?

*wij: de bouwheer en bouwdame in kwestie + een deel van het dreamteam.

** voor alle duidelijkheid: ik ben voor één keer niet cynisch. Het was echt een fijn weekend: productief en geestig.

Mij interesseert het alleszins nog, en u?

Even overwogen om de handdoek in de ring te gooien, of de blog in de virtuele vuilbak. Excuses zijn er genoeg: beperkt internet, te moe ’s avonds, niet meer mee met andere blogs, te veel zagen over hetzelfde eigenlijk. Want wat interesseert een ander mens dat nu, dat wij verbouwen? Iedereen kent wel iemand die (ver)bouwt, en het is net zoals met kinderen: sommigen praten er gewoon te veel over, vind ik. Mezelf inbegrepen.

Maar kom, omdat er af en toe wat stoom moet afgelaten worden en ik niet altijd de kwaaie kan zijn tegen al wat een overall en veiligheidsschoenen draagt (hierna genoemd: “men”, “zij”, “die gasten”), zou ik hier ook wel eens mijn frustraties durven ventileren. Zoals daar zijn:

– als men belt en zegt dat woensdag de ramen geleverd worden dan interpreteer ik, redelijk mens zijnde, dat als woensdag. Meerbepaald: die woensdag die net zoals alle andere dagen in de week 24 uren telt. Bijgevolg vraag ik dan ook enkel die woensdag verlof. Als woensdag dan ook meteen donderdag, vrijdag en maandag blijkt te zijn, raak ik een beetje mijn kluts kwijt. En als ik die kwijt ben durf ik nogal eens nijdig te worden, ja. U heeft gelijk, meneer van de ramen, u bent woensdag gekomen (hoera voor dat al). Maar u mocht er gerust bijzeggen dat u dan meteen ook vier dagen ging blijven.

– als een aannemer zegt om zeven uur te beginnen, dan bedoelt hij eigenlijk kwart na zes. Nu, ik vind dat dus wel een goede aannemer eigenlijk. Ze worden zeldzaam.

– als een andere aannemer zegt er op de middag te zullen zijn, dan bedoelt hij eigenlijk: “Bel me eens terug rond drie uur om dan te horen hoe hard ik de hele afspraak ben vergeten…”.

– als ze zeggen dat iets zolang zal duren, doe dan voor jezelf zolang maal vier. Stelling bewezen bij de afbraak, de ruwbouw en bij de ramen. Bij alles dus voorlopig.

– als ze zeggen dat iets niet veel geld gaat kosten, begin dan niet weer met je ogen te rollen. Lach ze integendeel vierkant in hun gezicht uit. Ze worden een beetje bang van je op den duur.

– als ze zeggen dat iets “een beetje vuil zal worden”, laat het dan gewoon allemaal zo. Je halve huisraad afdekken met dekens, lakens, plastiek allerhande zal toch niet helpen. Dat “beetje vuil” kruipt overal door.

– plaats geen vuilzakken of vuilnisbakken. Ze gebruiken ze toch niet. Woon daar eens mee samen denk ik dan.

– als je iets niet begrijpt: leg je hand tegen je kind, rol je ogen naar rechtsboven en doe alsof je nadenkt. Knik af en toe eens met je hoofd en probeer de weinige woorden die je wel begrijpt op te schrijven. Vraag daarna aan de echtgenoot om het je nog eens uit te leggen. Herhaal de hele handeling. Zoek het daarna op bij vriend internet en ervaar de aha-erlebnis.

– Werkmannen omkopen met snoep werkt: vraag ze iets te doen en zet er een grote schaal snoep, chocolade, eender wat: ze doen het. Of het zou aan mijn schone kijkers moeten liggen, maar gezien deze hele verbouwtoestand ga ik ervan uit dat ik hier niet op mijn knapst bijloop.

– neem jezelf voor om te bloggen, telkens je op één der mannen zit te wachten. Zoals nu bijvoorbeeld. Als ik dit voornemen kan volhouden dan heb ik tegen het eind van het jaar een boek vol.

Maar kom, niet getreurd, ook dit is ons huis. En het maakt veel, zoniet alles, goed.

 

verbouwen met kinderen

Ze lopen je soms voor de voeten, net als je met een volgeladen kruiwagen naar buiten wil lopen. Hun gezeur neemt lineair toe met je eigen vermoeidheid. Ze starten een ruzie op momenten dat je gewoon stilte wil. In hun kamer ligt altijd net iets teveel speelgoed en ze slapen bijlange niet zo vroeg als je zou willen. Als je ze dan eens een half uur alleen laat valt de oudste uit een boom met als gevolg een schaafwonde om u tegen te zeggen. Net als je propere kleren wil aantrekken verdwijnen ze richting één van de andere huizen, waardoor je dus op zoektocht mag en nog een uur stofwolkjes achterlaat bij elke stap die je zet.

Is dat lastig, zo verbouwen met kinderen? Neen, want die helpen daar toch niet bij. Is dat lastig, zo tijdelijk boven wonen? Neen, want dat is best gezellig. Is dat lastig, dat schuldgevoel dat je ze niet genoeg aandacht geeft? Nogal. Wetende dat ze eigenlijk weinig aan hun vakantie hebben gehad (behalve als dozen in- en uitpakken een hobby van ze zou zijn), dat ze nu wat teveel alleen moeten ‘tsjoolen’, dat de hele tijd vreemd volk in je huis hebben ook niet echt fijn is voor die zonen, … dat piekt nogal.

Om maar te zeggen beste aannemer: graaf! werk! bouw! voeg! en verdwijn! zodat we eens een zondag kunnen uitslapen, een voormiddag in de zetel hangen, een namiddag gewoon onnozel doen, een avond zonder tijdsdruk aan tafel kunnen zitten. ’t Is niet voor mij, ’t is voor de kinderkens. Of nee, ’t is wel voor mij eigenlijk, opdat dat schuldgevoel wat zou weggaan 🙂

Trouwens, de dag dat je kinderen niet meer onder de indruk zijn als je zegt dat er morgen een grote kraan komt dan weet je het ook wel: ze hebben het echt gehad 🙂

RamenIQ

Ik heb me zelden zo blond gevoeld als toen we ramen gingen kiezen. Anderhalf uur heb ik de technische uitleg moeten aanhoren en probeerde deze juffrouw met wisselend succes geïnteresseerd en begrijpend te kijken. Echt wel, hun nieuwe schuifdeuren zijn met dubbele looprails ontwikkeld en de U-waarden zijn heel goed. Ik vond het handvat vooral heel mooi.

De grote schande bleef me bespaard omdat ik doorhad wanneer een vrouw moet zwijgen. Als de verkoper zegt dat hij profielen heeft met vijf kamers dan moet je niet zeggen dat het maar voor een huis is met vier kamers.

(Ik laat u even fronsen)

Je mag dat denken, maar je houdt net op tijd je mond. En als je achteraf doorhebt wat hij bedoelt met vijfkamerprofielen, dan ben je opgelucht dat je voor één keer je mond hebt kunnen houden.

Achteraf controleer je toch nog even bij de echtgenoot of je de schijn van intelligentie goed hebt kunnen ophouden:

zij: Valt het op dat ik er anderhalf uur niets van heb begrepen?

hij: Nogal.

En dan rij je naar huis, jezelf oppeppend dat als je niet weet wat vijfkamerprofielen zijn, je tenminste wel zal weten welke kleur te kiezen. Ieder zijn specialiteit.

de voorbereidingen

De zonen moeten wat voorbereid worden op de verhuis. Een verhuis waar ze een paar maanden samen met hun ouders gezellig boven mogen leven, in ons ‘thuisappartement’, we houden het graag een beetje stijlvol.

Dat de badkamer eventjes niet meer zo groot zal zijn, maar dat er daarna een badkamer annex danszaal komt. Met deuren voor de kasten. En nieuwe handdoeken. Ik vind: een nieuwe badkamer verdient nieuwe handdoeken.

Dat de keuken eventjes zal bestaan uit twee elektrische kookplaten en er weer echt zal moeten afgewassen worden in teiltjes. Dat ik zelfs overweeg om een tafel te sjorren (inclusief rolluik) om het scoutskampgevoel terug te krijgen.

Dat de ruimte soms zo benepen zal zijn dat ik zal kunnen strijken vanuit mijn bed, met Dr. House op de achtergrond nog wel.

Dat we samen een kampvuur zullen maken in de tuin. Wij mogen dat, ’t is onzen hof.

Dat er toch wel even duchtig gesnoeid zal moeten worden in dat speelgoed van ze. Maar dat ze achteraf een speelzone zullen hebben en drie ontzettend geestige buurjongens.

Dat er veel meneren beneden zullen werken en dat ze met hun mooie zachte handjes maar beter van al dat materiaal af blijven. Dat ze maar beter zorgen dat hun laarzen klaarstaan als ze even willen beneden lopen.

Dat we, als het boven echt niet meer te harden is, gewoon de tent in de tuin zetten en daar gaan slapen. En dan wel afwachten welk beest ons eerst wakker maakt.

Dat ze te voet naar school kunnen. En elke morgen de schapen, koeien en paardjes kunnen groeten. En van alle voorbereidende uitleg is dat eigenlijk het enige wat ze momenteel horen. Ze verlangen zich zot, die twee kleine jongens. En wij eigenlijk ook, nog 54 dagen en wij wonen als paria’s in ons nieuw kot. Avontuur!