wijsneus

Ze willen een baby, die twee zonen van me. En naar het schijnt moeten die moeder en vader daarvoor zorgen, liefst nog redelijk snel want “het is wel al vakantie, hé!”. Benne geeft de voorkeur aan een zus, kan hij samen met haar zijn nagels lakken dan (“we zijn al met zoveel jongens hier…”). Fries heeft gewoon de voorkeur aan een tweede vriendje voor het geval hij Benne beu is.

De naam is er ook al: de baby -voor alle duidelijkheid: volledig fictief- zal met de ongetwijfeld prachtige en passende naam Danaë door het leven gaan. Genoemd naar Bennes liefje-van-de-dag. Ik zie ze al helemaal voor mij: ons Danaë 🙂

Als moeder dan zegt dat zo’n baby’s wel erg veel huilen, en dat dat toch niet leuk is voor twee zo’n grote jongens, dan schudden ze hun hoofd. Niets van, want toen ze zelf klein waren deden ze dat ook, maar dat was lief. Waarop Benne een combinatie van lief gejank en vrouwelijk gemekker laat horen. Waarop Fries in z’n platste West-Vlaams zegt: “Zég mama, toen ik baby was, kon ik niet huilen, ik kon alleen maar bleitn“.

De klakkende tong ontbrak er nog net aan. Mocht het kleine kind niet zo allergisch zijn aan beestjes, ze kregen allebei een cavia. Danaë de cavia, dat spreekt voor zich.

 

Dankjewel juf!

’t Zit erop, dat eerste schooljaar van Fries, en het derde alweer van Benne.

Een jaar geleden werd klein peutertje Fries afgezet bij de heerlijke juf Hannelore, en vandaag kregen we een van zelfvertrouwen blakende kleuter terug. Daartussen kwam het kind wel nog regelmatig naar huis, dat wel. Dat hij nu moet “dubbelen”, omdat peuter- en eerste kleuterklas samengenomen worden, en dus niet naar de tweede kleuterklas kan, gaat even zijn kleuterverstand te boven. Maar dat hij nog een jaar bij zijn juf zou kunnen blijven, dat vindt hij nu eens helemaal niet erg. Dat hij bij een andere juf gaat zitten, is volgens hem ook helemaal niet waar, want “die andere juffen zijn voor de baby’s”. Iets met zelfvertrouwen en zo.

Een ander verhaal bij Benne. Het kind kwam thuis met gezwollen, betraande, roodomrande ogen. Da-hat hij zi-hij-hijn ju-huf Ca-ca-carole -snif- zooooo hard zou mi-hissen, … waarop de traankanalen zich weer vlotjes openden. Dat er van groepsknuffel en van juffenknuffel gedaan werd en dat die vakantie veel te lang zou duren. Twee maanden pure verveling, twee maanden zonder  juf, twee maanden zonder klas: de wanhoop stond in zijn ogen te lezen. De tristesse gleed eruit en ervanaf.

’t Moet zijn dat ze bijzonder graag naar school gaan, en ondanks de tranen bij Benne en de verweesde blik bij Fries, deed dat me deugd. Dit schooljaar hadden ze, alweer, een juf waarvan ik graag een paar pluimen op haar hoed steek, ze met wat rozenblaadjes bestrooi, ze overlaad met medailles en ze een moederlijke merci laat horen. Dikke dubbele duim voor het hele team trouwens!

PimpamFriesje

Lieve laatstgeborene,

Sta me toe te zeggen dat ik me ongelooflijk heb geërgerd aan je. Meer zelfs, ik vond je ronduit belachelijk en mijn ogen zijn nog altijd niet bekomen van de rollercoaster waarop ze hebben gezeten.

Dat je hysterisch begint te krijsen, tot daaraan toe. Dat je wild om je heen schopt en roept: “Peest, peest, pééést!”, bon. Dat je jezelf een halve hersenschudding slaat, ook tot daaraan toe. Dat je dat bovendien doet terwijl je moeder op de autostrade rijdt: we kunnen er mee leven. Dat dat gebeurt net voor je moeder van 3 naar 2 rijstroken moet, ook goed. Echt, ik kan me volledig zen gedragen met een krijsend kind op de achterbank. Het mochten er zelfs twee zijn. In de auto is zen my middle name.

Dat je 20 minuten bent blijven brullen: bon, dat is jouw probleem. Ik was zen, weet je wel? Dat je oudere broer de hele tijd aan het smakken en zuchten en oogrollen was: geef hem eens ongelijk.

Maar waar ik niet bij en over kan, klein stukje venijn: dat dat stukje toneel, waarvan ik dacht dat op zijn minst de Bij der Bijen, de Wesp der Wespen, de oorzaak van zou zijn, dat dat stukje komedie veroorzaakt werd door een -ochere- lie-ve-heers-beest-je op je been.

Lief pimpamFriesje, twee redenen al om je lief nooit mee naar huis te brengen: badkamer-slot-4uur en auto-hysterie-lieveheerspéééést!

Dikke zoen, je mama-met-opgetrokken-wenkbrauw.

Keuzes maken

En vooral: futiele keuzes maken. Keuzes die er eigenlijk niet toe doen, behalve vanuit esthetisch oogpunt.

Keuzes bij verbouwen, editie 1: de baksteen. Meneer de architect wou plots weten of we al een gevelsteen hadden gekozen. En meteen mochten we daar de materialen en kleur van deuren en vensters bij vertellen. Een mens kan niet meer uit de lucht vallen als ik vandaag: “Nu al?” En meteen daarna: “Tja, had ik nu echt verwacht nog te kunnen wachten tot de volgende generatie gevelstenen zijn intrede zou doen?”

Mevrouw van de winkel vond het best wel opwindend, zo alles mogen kiezen. Ik werd vooral horendol bij de gedachte dat ik een dag verlof zou moeten afstaan om enorm lang in een winkel te staan twijfelen om dan een enorm groot voorschot te betalen. Mocht ik het geld hebben, ik liet de architect alles kiezen. Uitvoeren zou ik zelf wel doen, maar laat me in godsnaam niet kiezen tussen de Terca Hectic Gesmoord Special en de Retro Casa Lena. En durf nu niet af te komen met nog een derde steen.

Ik word nu al lichtjes wanhopig bij de gedachte dat daarbij nog een kleur voor de voeg moet gekozen worden. En misschien vraagt meneer de aannemer nog hoe ik mijn stenen liefst op elkaar wil zien staan? Of ik met halve of hele stenen mijn rij wil beginnen? Of ik niet ergens en passant een motiefje in mijn muur wil verwerken, of zo’n uitstekend steentje? Altijd schoon, mevrouw.

Rest ons dan nog: de vloeren, de keuken, de badkamer, de deuren, de ramen, … Opeens lijkt het kiezen van een kleurtje verf voor een kinderkamer zo leuk 🙂

Ménage à trois

’t Is gebeurd, hij heeft het gezegd. Niet gevraagd. Gewoon droog meegedeeld.

“Mama, als ik later grote broer ben, dan ga ik met jou trouwen.”

Moet dat niet met wederzijdse instemming gebeuren, zo’n trouwpartij? Nee, als je Benne heet en jij beslist om te trouwen, dan mag die ander al lang blij zijn dat je haar hebt uitgekozen. Wat zou hij het vragen, hij wist het antwoord toch al.

Ik zei hem dat we nu meteen eigenlijk al konden trouwen, want dat hij al grote broer is. Maar dat was buiten zijn eigen redenering gerekend. Grote broer? Van zo’n klein ventje als Fries? Nee, dat was het bijna niet waard om grote broer van te zijn, zijn gezicht sprak boekdelen. Een grote broer, dixit Benne, is wel écht groot, héél groot. “Een meneer, dan?”, probeerde ik. Opnieuw liet hij duidelijk merken dat ik het hele plaatje niet snapte. “Je kan pas trouwen als je grote broer bent, behalve* als je ook een papa bent”, zei hij, terwijl hij vermanend zijn wijsvinger-met-tot-bloedens-toe-afgebeten-nagel in de lucht zwierde.

Enfin, ik besloot hem eens van zijn roze wolk te gooien en meldde even droog dat mama al bezet was. Dat er een papa in ’t spel is. Schouders omhoog, oogbollen naar boven en naar onder, handen in de zij: “Mama, dan trouwen we toch gewoon met drie?” Praktisch is hij wel, mijn blondje.

 

*Ik vermoed dat hij gewoon iets zocht om het woord ‘behalve’ te gebruiken. Zijn nieuwste hobby is dat, overal ‘behalve’ gaan tussen zetten. “Wij zijn allemaal jongens, behalve …”, “We moeten vroeg in ons bed, behalve …”, “Iedereen behalve ik zit mooi neer” … Next level: allesbehalve en desalniettemin.

Meester Benne

Fries: “Ik heb naar Pipi Langkous gekijkt!”

Wij (eens verantwoord bezig): “Ah, heb jij naar Pipi Langkous gekeken?”

Benne (iets minder goed bezig en met zwaar rollende ogen): “Ja Fries! Zeg! Ge-keeeee-ken! Naar Pipi Langkous gekéééééken!”

Benne (trots omdat hij ook eens iets wist): “’t Is gekeken hé mama, niet gekookt!”

Wij (beseffende dat het spel nu toch al om zeep is): “Of is het gekeukt?”

Betweter Benne en Frolijke Fries: “Miiiihiiiihiiii, haaahahaa!” En zo proestten ze nog een beetje verder, Fries terwijl hij zijn ogen weer alle kanten uit liet rollen, Benne terwijl hij compleet verwijfd zijn bles haar uit zijn ogen haalde. Zei iemand hier iets over dochters?

Vergane liefde

Uit het oog, uit het hart, zo redeneert die oudste zoon van me. Als je hem op maandagmorgen vraagt of hij blij zal zijn om zijn liefje A. terug te zien, na twee weken vakantie, antwoordt hij doodgemoedereerd: “Nee”.

Omdat meneer intussen al geleerd heeft dat een frons bij de moeder teken is dat verdere uitleg wel gepast zou zijn vertelt hij dat hij wat boos is op A. [frons 2]. Boos omdat hij ze zolang niet heeft gezien, en dat ze nu toch wel geen vriendjes meer kunnen zijn [frons 3]. En dat hij dan maar een ander vriendinnetje gaat zoeken.

Waarop de moeder begint met een omstandige uitleg over het belang van vriendjes blijven, van elkaar graag terug zien, van trouw zijn aan elkaar, van continuïteit in een relatie, ook al is die gebaseerd op een kinderlijk leuk vinden. En dit allemaal in kleutertaal, maar het moet gezegd: het heeft effect gehad.

Zo boos als hij was op zijn A. toen hij naar school vertrok, zo dik was de liefde weer toen hij terugkwam. A., zijn A., ze was er nog steeds. En ze had hem gezien (herkend) in school! En alles was weer als vanouds.

Nu toch eens proberen om me populair te maken bij die moeder zodat kleine A. en Benne, met misschien wel C. (zijn vriendinnetje als A. het niet ziet) de volgende vakantie niet meer zo’n lange tijd en zo’n lange afstand (toch wel acht kilometer, zeg) van elkaar moeten gescheiden zijn.

En over de liefjes van Fries valt enkel te zeggen dat meneer meisjes behoorlijk stom vindt en dus volledig voor de jongens gaat. Maar dan wel met diezelfde jongens hele dagen in de poppenhoek van papa en papa speelt, als we hem mogen geloven. Dit wordt spannend naar de toekomst toe 🙂

Jongensspelletjes

In het jaar 2010, hier ten huize, editie: kerstvakantie.

  • Lamzakje: probeer langer dan moeder en vader in de zetel te hangen. Vooralsnog winnen de oudste kinders.
  • Poesje en papa: Benne speelt van papa, Fries is het poesje. Klinkt daar uit de keuken: “Papa, papa, paaa-paaah!”. Waarop Benne: “Ja, poesje, heb je een beetje honger?”. Waarop Fries zijn spinkunsten demonstreert en begint te likkebaarden. Wij mogen niet meedoen aan dat spelletje. “Hondjes en mama’s moeten niet meedoen”, zeggen ze dan.
  • Steek elkaar eens een oog uit: gemiddeld een paar keer per dag. ’t Is een ruwere vorm van ruziemaken. Schrammetje aan de ogen? Die van mij zijn weer bezig geweest.
  • Zakhangen: zakken achteraan een broek zijn er om aan te hangen. En om af te trekken als je de broek niet meteen naar beneden getrokken krijgt. Bij voorkeur te spelen met ouders.
  • Chef-kokken: helpen met kokeneten en dus met de man des huizes. Moeder ziet het hier helemaal zitten om helemaal niets meer te moeten koken 🙂
  • Loop eens bijna een kerstboom omver: trek een sprintje richting kerstboom als moeder vraagt wie de lichtjes in de kerstboom wil aanleggen.
  • Straf eens je papegaai uit de poppenkast: zet die overal in de hoek, bij voorkeur op plaatsen waar je moeder over kan vallen.
  • Betwetertje spelen: de hele dag door.

Daar tussen doen wij ook nog meer normalere dingen zoals: puzzelen, tikkertje in huis (geen aanrader), boekjes lezen, dansen, poppenkast spelen, torens bouwen en op geheel onverantwoorde wijze kapot duwen, en vlug hun ogen bedekken als ze deze kabouter op tv bezig zien.

En u? Wat voor spelletjes speelt u zoal?  Met de kinderen, uiteraard.

’t Is een kindje!

Om maar te zeggen dat mijn metekind zich geheel en al aan het voorbereiden is om een entree van jewelste te maken op deze meer en meer afgeplatte wereldbol.

Om maar, met een understatement van jewelste, ook te zeggen dat ik daar echt wel, hi-han-ties content mee bent, en mijn huidje gewoon vettig ziet van te blinken. Immers: als moeder word je niet gekozen, als meter des te meer. En die gedachte doet me warempel richting 1m70 schieten (wat een serieus verschil is).

Probleem is echter dat dat metekind nogal abstract is. Het kind, het baby-in-de-buik-dink, het embryo-met-pretentie, die foetus zo geslachtsloos dat zelfs een slak zou vrouwelijk worden, … ik weet het niet, en ik mag het ook niet weten.

Om het nog erger te maken geven de ouders-van-de-baby-zonder-iets wel tips. En uit die tips zouden we naam, geslacht en en passant ook nog eens gewicht, haarkleur en aantal moedervlekjes moeten kunnen vinden.

Hier zijn ze:

– Twee lettergrepen, vijf letters

– De medeklinkers komen uit de verzameling {B, R, N, D, K, L, S}

– Rijmt op een alcoholische drank

– Heeft ‘iets’ te maken met muziek

– “Bevat alle kleuren” (denk aan palet, spectrum, schilderij, …)

– “Eén tip is niet juist” of Eén tip is niet “juist” of Eén tip is “niet juist”. Te interpreteren naargelang hoeveel zin u heeft om mee te gaan op zoektocht.

Freaks als wij zijn werden de statistieken van 2007 en 2008 al gefilterd op tip 1 en 2, voor de overige tips moeten we creatief zijn. Of geduld hebben.

Wie de naam van ’t kind kan vinden (en dan graag ook meteen het geslacht) krijgt een fles bubbels, geschonken door de meter van iets.