Awel?

Soms houden kinderen je een spiegel voor. En dan bemerk je je eigen kleine (tuurlijk, ’t gaat wel om mij, hé ;-)) ergelijkheden en typische onnozeliteiten. Zo heb ik de neiging om nogal wijsneuzerig naar mijn zonen toe te stappen als die iets aan het mispeuteren zijn. Ik zet het niet op een brullen, hysterisch krijsen of ‘mag niet, mag niet, máááág niet!’-geroep. Ik ga er gewoon bijstaan, heel rustig (zoiets kan je dus echt wel leren), en vraag: “Awel?”. Ik bijt op mijn tanden, tong en lippen om m’n lach in te houden als ze zich allebei omdraaien en iets gestoord in hun deugnieterij naar mij kijken. Het volgende dat eruit is: “Damagnie, dat weten jullie toch wel, zandkastelen bouwen in huis mag niet. Hop, naar buiten met dat zand!” En zo gaat dat gedoe nog een tijdje verder.

Die spiegel nu. Gisteren geven wij en complet de bloemetjes water: Fries met keteltje, Benne met gietertje, papa met de grote gieter en moeder die coördineert. Moeder smost wat met water en een fijn stemmetje duikt op achter haar: “Awel? Eila! Damagnietééé mama. Kom, elp maa mee, boemetjes watej geven!”. En dan stond dat kind nog met zijn twee handen in zijn zij ook. Kleine ik. Maar ik vind het wel nen toffen 🙂

symptomen

Symptomen: slecht slapen, lage rugpijn die tot ergens in de middag blijft, moe, veel wakker worden, zei ik al moe?, veel te vroeg wakker worden, terug in slaap proberen te raken, veel te laat wakker worden, en oh ja: moe.

Oorzaak/oorzaken: matrassen die plots heel wat slechter zijn geworden? Baneegij: wriemelende en wrikkelende half spastische zonen die we, eens ze wakker zijn en beginnen te wenen, vlug bij ons in bed nemen omdat onze nachtrust ons ook wel nog een beetje lief is (sorry mr. pedagoog). Zoon 1 heeft er een handje van weg om ten eerste: dwars op het bed te liggen tussen zijn ouders in, ten tweede: te stampen op alle ingewanden die zich in het lijf van zijn ouders bevinden en ten derde: om zijn beren onder je rug te leggen waardoor je de helft van de tijd wakker schiet met een halve bobbel (=berenhoofd) onder je zij, rug, buik, nek, … Zoon 2 doet niets liever dan een voorafgaande plaatsbepaling voor hij zich op het slaapavontuur (deel II: het grote bed van mama en papa) stort. Op elk plekje van de matrassen zit, staat of ligt hij, over elk plekje van zijn ouders kruipt, springt of gaat hij. Tot meneer zijn plaats gevonden heeft. Voor een half uur.

Ik had ze echt tegen de muur willen plakken, die twee. Maar net toen ik begon te bedenken hoe ik dat het beste kon doen (lijm, een haakje, een kast ervoor? :-)) begonnen ze met z’n tweeën aan een mooi knorconcert in stereo. Benne kriebelde met zijn handjes aan mijn arm, Fries wreef met zijn tenen aan mijn rug. En ja, ik was content. Zolang ze muisstil op dat bed lagen. Na een half uur begon het hele liedje opnieuw en werden mijn muur-behangplannen weer wat concreter.

ma Fjiesj toch!

De woorden die Benne de laatste dagen zowat elk uur afwisselend uitspreekt zijn: “Ma Fjiesj toch!”, “Fjiesj, néééén!”, “Goch, domme Fjiesj” en “Allez, Fjiesje, bjaaf zijn éh!”. Het ene uur twee kemphanen, het andere uur twee knuffelberen. Maar wat opvalt is dat Benne echt wel nood heeft aan een ‘ik-ben-de-enige-moment’. Als swingin’ and singin’ Fries in zijn bed ligt, ziet broer Benne het helemaal weer zitten. Hij heeft het kot voor zich alleen, kan ongestoord voetballen zonder dat een kleine snotter de hele tijd zijn ballen afsnoept, kan eindelijk zijn puzzel afwerken nu Fries zijn snode pak-eens-die-rand-van-de-puzzel-weg-plannen niet meer kan uitvoeren en hij kan op zijn gemak een boekje lezen zonder dat Fries als een half hyperkinetisch konijn die blaadjes wil omdraaien, liefst zeven per keer. Vandaar dat meneer Benne, als een duw, trek, slag, grauw of knauw weer eens om de hoek loert, al vlug begint te roepen: “Ma ík was eerst!”. Het klopt, hij was eerst en is anderhalf jaar de eerste en enige geweest. Hij heeft dus een punt.  Zou hij het zelf beseffen?

twee betwetertjes

In dat huis van ons wonen twee wijsneuzen (en één grote, maar laten we dat voor het gemak even buiten beschouwing laten). Ze rollen met hun ogen, smakken met hun mond en zwieren hun hoofd naar links of rechts, al naargelang het statement dat ze willen maken. Ze voelen zich zo vaak slimmer dan hun ouders, slimmer dan eender wie ter wereld die niet meekan met hun logica. Regen kan je opeten, ja? *draai met de ogen*, tuurlijk kan je een plastieken beker op de grond gooien zonder dat die kapot is, eens proberen? *smak met de mond*, als je wil van tafel gaan dan kan dat evengoed met je handen nog vol aardappelen, mag het even, ja? *frons op het voorhoofd*, slapen moet toch niet noodzakelijk ’s nachts gebeuren, of is daar een wet voor? *zuchten*, en lachen doen we bij voorkeur om ter vettigst opdat iedereen aanwezig ons toch maar zou gehoord hebben *eigenwijs lachje*, bij voorkeur lachen we zelfs liever als twee meisjes, een gegiechel, een hoog “hihihihhiiii”, vergezeld van wapperende handjes en een scheefgehouden hoofd, …

De grootste aanstoker is momenteel de jongste, Fries. Meneer zou zich al wagen aan een staaltje van peuterpuberig gedrag, nog geen anderhalf jaar oud! Zoals daar is: je op de grond gooien, maar met een half oog naar je moeder blijven kijken om te zien wat ze gaat doen, verontwaardigd kijken als ze gewoon haar rug naar jou draait. Een minuut een lepel vol saus in de lucht houden, klaar om te laten vallen. Een volle minuut een wedstrijde pupil-staren met je moeder aangaan, de lepel uiteindelijk niet laten vallen omdat je moeder wint. Weigeren, neen zeggen, niet weten wat je wil, onze liefste Fries-bee doet het volop, intensief, met verve. De uiteindelijke winnaar? Na Bennes onnozele maanden staat de stand ouders-kind hier momenteel op 1-0. Dat hij het maar eens aan zijn grote broer vraagt…

e-opvoeding

Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, met dat hele gedoe rond competoeters en tinternet. Als ze al in de kleuterklas ‘muisvaardigheden’ aanleren, dan kan ik met mijn pedagogisch compleet verantwoorde opvoeding (…) niet achterblijven dus. E-learning in de huiselijke context dus en de aanpak is als volgt: zoek een moeder of vader die naar het buitenland gaat (mag ook de living, garage of badkamer zijn), installeer webcam en audiotoestanden op je pc en laat je kinderen zwaaien naar ‘mama op de computer’. Laat ze de webcam kussen, omhelzen en net niet opeten, laat ze tokkelen op dat toetsenbord tot je net niet een mail vol ‘pfqsdflkjsqmlkjmlqriqmdslfkdsqj’ hebt verstuurd naar je baas of collega’s, laat ze verbaasd naar zichzelf kijken als je jouw webcam naar je scherm draait, en vraag tenslotte aan je oudste zoon of het een lekkere koek is die hij in zijn mond stopt. Die verbazing en dat ongeloof op dat gezichtje, die stiekeme blik naar links, rechts en achter om te zien of je toch niet ergens thuis achter de hoek staat te loeren. Een mens die met weinig content is tegenwoordig begint dan onbedaarlijk te lachen. Excuses daarvoor.

het betere smoelenwerk

[USA] Op zoek naar… fruit

Een hele dag heb ik lopen zoeken naar fruit. Het enige wat ik heb kunnen scoren was een yoghurtje met aardbeien. En als ik gewild had waren daar ook nog bij: frieten, hamburgers, 7 keer McDo’s, chicken wings, hotdogs, extralarge hotdogs, nog een keer McDo’s en pretzels. Maar fruit? Wellicht zijn ze dat zo’n 500 jaar geleden vergeten mee te importeren. Door heel die zoektocht heb ik dus al tamelijk veel afgewandeld en al veel torens gezien waarvan een mens een nekbreuk (bestaat dat eigenlijk) zou oplopen van het steeds maar weer omhoog kijken. En twee eekhoorntjes, eentje zelfs op het voetbad van een enorm drukke straat (Forbes Ave. voor de kenners). Ja kijk, dat eekhoorntje blijft me bij, omdat ik weet dat ik met de foto’s van dat beestje ga scoren bij mijn kleine mannen als ik zaterdagavond thuiskom.

MSBF_juni2009 053

Die kleine mannen, blonde god Benne en always-smiling Fries,  zitten trouwens te zwaaien en kushandjes te werpen alsof hun halve leven ervan afhangt. Hoe ik dat zo weet? Omdat ik dat zie en hoor en net niet voel via Skype. En zo weet Benne dat zijn mama in Amerika zit, om te werken. En dan zegt hij: “Mijn Amerika”, want “mijn mama” zit daar. Obama is gewaarschuwd. Zolang ik elke dag mijn portie peuter- en kleuterkusjes krijg gaat alles goed dus 🙂

Fries De Bruijne

’t Is dat ik al een halve week mijn fototoestel nergens kan vinden, anders kon ik hier een buil van jewelste presenteren. Een foto ervan weliswaar. De jongste gabber is er immers in geslaagd om de überbuil te ontwikkelen, zo rechts op zijn voorhoofd. Al naargelang de lichtinval is dat ding groot, gigantisch, abnormaal, meelijwekend, grappig of gewoon een buil. Maar echt dus een buil van eerste categorie. En laat de vierde zoektocht naar het fototoestel dan nu starten!

Vakantiegevoel

Vakantie en mezelve, dat is niet zo’n dikke vriendschap. Vroeger wel, zomervakantie stond gelijk aan uren terrasjes, tweede zit of niet. Nu is vakantie gewoon nog een tandje bijsteken en een vitesse hoger draaien. En velen schijnen dat niet te snappen. Daarom een vergelijking tussen de logica van een meer normale mens dan ikzelf, en dan mijn logica.

De normale(re) mens zegt: “Je woont samen met een leerkracht, dat betekent elke vakantie, echt vakantie. Dat wil zeggen: ook een beetje vakantie voor jou als het effectief vakantie is (nog mee?), want door het vakantiegevoel van de mede-inwonenden (1 boven de 30, 2 onder de 30) krijgt jij ook zo’n gevoel. Bovendien, omdat het vakantie is, heb je ’s morgens die rush niet om op tijd klaar te zijn en kan je in alle gemak jezelf prepareren om te gaan werken. Nog meer: je komt ’s avonds thuis en je hoeft je ook niet te haasten, want ’t is vakantie.”

Mijn redenering: “Je woont samen met een leerkracht, dat betekent elke vakantie dat die hele dagen thuis zit (allez, niet helerganser dagen, maar toch meer dan dat die gaan werken is), je hebt twee kinderen, die dan ook thuis zitten. De kans dat je huis vuil, rommelig, bevlekt, besmeurd, beschmost is op het einde van dag is dus beduidend hoger dan als die drie venten niet in huis aanwezig zijn. Bovendien trekt die jongste zich geen dikke dinges aan van weekend of vakantie en kraait hij dus ook al vanaf half zeven het hele huis wakker. Het is waar, ik moet tijdens de vakantie hun boterhammen niet halvelings door hun strot rammen (grapje, K&G), maar als ik thuiskom is het vaak alsof én de toren van Babel is ingestort, én de ark van Noah door ons huis is gevaren, gevolgd door een ware zondvloed. Tijdens de vakantie moet ik dus gewoonlijk meer (op)kuisen dan tijdens het jaar.”

Voor mij dus echt geen vakantie, nee dank u. Ik ga een bijzonder drukke twee maanden tegemoet in mijn tweede job. Of ik ben gewoon een zaag die ongelooflijk jaloers is dat haar drie venten twee maanden lang in lummel- en relax-modus zullen geprogrammeerd staan.