crisis: voorlopig onder controle

Het kleine ventje Fries had vanmorgen nog altijd koorts. Gelukkig was Benne blijven overnachten bij oma en opa Izegem, zodat hij de ziekenhuistoestanden van vandaag niet moest meemaken. Als een kinderarts al met een zorgelijke blik zegt dat dat boeleke echt wel heel ziek is, dan begint dat moederhart ook al serieus alle kanten op te slaan. Van doemscenario’s wilden we niet weten, positief blijven was de boodschap. Maar dat is zo ontzettend moeilijk als dat ventje huilt zoals je hem nog nooit hebt horen huilen (zelfs broer Benne heeft nog nooit zo gehuild). En die tranen bleven maar komen. Eerst toen de kinderarts hem onderzocht. Dan toen de NKO-arts hem onderzocht en (oef! gelukkig is het dat maar!) een oorontsteking constateerde. Wij blij, Fries iets minder, die moest zijn trauma nog verwerken. Vervolgens op het programma: RX-scan van de longen en bloedafname. Eerst naar de radiologie. Ons zuchten was niets in vergelijking met wat Fries deed: zuchten, kreunen, murmelen, hangen, met de ogen knipperen, … We konden rekenen op een algehele compassie van alle ziekenhuisbezoekers. Ahja, zo’n klein ventje, wat voor ergs zou daar nu aan mankeren dat hij zo ziek was? Longfoto wees uit dat meneer met een ernstige bronchitis zit. Gelukkig! Jawel, want zo moest er geen bloed meer getrokken worden, én gelukkig waren we op tijd gekomen voor er zich een heuse longontsteking zou aandienen.

Conclusie: een heel arsenaal aan medicijnen (aërosolmiddelen, antibioticum (uit te nemen, beste mensen!), neussprays, neusdruppels, koortswerende middeltjes). De apotheker heeft zijn beste klant van deze maand al gehad, zoveel is zeker.

Conclusie 2: ’t manneke is al heel wat beter. Koorts is gezakt, het zuchten en kreunen gaat nog even door (drama-king als hij is), moeders hart slaat terug normaal, de pijn (van Fries en bij mama) is weg.

Conclusie 3: Waren we vandaag niet langsgeweest, dan hadden we morgen een telefoontje kunnen verwachten van de kinderarts zelf. Als kindjes langskomen op de spoed, volgen ze dat in Waregem blijkbaar op. En dat is echt wel fantastisch! En maar goed dat dokters daarvoor gestudeerd hebben en dat we weten dat ze het doen om kindjes beter te maken, want had er iemand anders zo dat ventje laten wenen hij had een serieuze djoef kunnen krijgen van beide ouders.

Enfin: de congé van moeder Mieke is alvast intens ingezet.

burps

Hij loopt nog altijd hyperactief sinds hij twee jaar geworden is. Oorzaak: meneer heeft op zijn verjaardagsfeest wellicht de godganse dag cola mogen drinken. En moeder had het maar ’s avonds gezien. Komt ervan als je zo’n slechte moeder bent dat je je kind op zijn tweede verjaardag een koortsblaas aansmeert. The day after: Benne met een heel mooi, gelukkig klein, koortsblaasje op zijn bovenlip. De stress van zijn feestje? De drukte van al dat leuks, geweldigs, al dat nieuws, al die ferme cadeautjes? Of gewoon de zorgen van een 2-jarige? Zal hij ooit al zijn boeken uitgelezen krijgen? Zal hij ooit hoger dan vijf meter kunnen springen op zijn trampoline? Zal hij ooit een hattrick maken in zijn nieuwe goal? Zal hij ooit wereldkampioen rolschaatsen worden? Zal hij veel meisjes kunnen verleiden in zijn nieuwe boxershorts? Zal hij ooit zat worden van die Kidibull? Zal hij ooit een schwalbe kunnen geven met een bal van mousse? Zal hij met dit rotweer ooit zijn nieuwe zwembadje kunnen uitproberen? Zal hij ooit dat paard uit die ballon krijgen? Zal hij ooit alle kaartjes op de Piet Piraat lotto kunnen juist leggen?

Zorgen genoeg dus voor zo’n tweejarige. Komt daar nog bij dat hij de godganse dag dingen zit te vertellen en we maar amper weten wat hij bedoelt. Na vijf keer herhalen hebben we het meestal door. Of weet u misschien meteen waarop het de volgende woordcombinatie slaat?

padtoel… tippen… muts… krak… oplaaa!

tip

En iedereen die aanwezig was: reuze bedankt om de sfeer mee te maken, om Benne wellicht de fijnste dag tot nu toe in zijn jonge leven te geven! ’t Was geestig! Wij hopen voor jullie hetzelfde.

meer foto’s

tandjes

heel veel mensen: “Goh, zo zeveren…, hij krijgt tandjes zeker, de kleine Fries?”

mama/papa: “Dan zou hij dat al vijf en een halve maand moeten krijgen, en dan zou hij intussen al een gebit hebben staan waarmee hij zonder problemen in de Gekroonde Hoofden een kilo ribbetjes zou kunnen verorberen.”

sommige mensen: “Da’s wel ambetant hé, al dat zeveren, en constant met zijn mond open…”

mama/papa: “’t Is ne jongen proper op zijn eigen. Als hij een vuile mond heeft na het eten, laat hij er gewoon wat zever uit lopen en dan is dat ook weeral proper”

Nee hij krijgt nog geen tandjes. Dat gebeurt pas als de zever er letterlijk zal uitstromen.

iejaa!

Bennes feest is in aantocht en het ventje weet totaal niet wat hem overkomt. Oma Izegem heeft besloten dat hij toch wel recht had om te weten wat er zaterdag allemaal gaat gebeuren, en vooral: waarom. Omdat Benne dan twee jaar zal zijn. Dus vragen we hem nu: “Benne, hoeveel jaar word jij?” En dan antwoordt hij: “tee jaah”, wat zoveel betekent als ‘twee jaar!’. Hij snapt totaal niet wat hij zegt, maar leutig is het wel. En die ongelooflijk brede glimlach op zijn gezicht als hij zijn ‘tee jaah’-woordjes zegt: super gewoon!

bleitsoepe

’t Was vanmorgen ‘bleitsoepe’, zoals ze dat hier in de West-Vlaanders zo mooi weten te verwoorden. Het bezoek aan Kind en Gezin was deze keer echter (weer) niet zo kindvriendelijk. Hij (de dokter) heeft mijn ventje (Fries) serieus veel pijn gedaan. En dat deed zeer aan het toch al zeer weke moederhart. En na één spuit was het nog niet genoeg, nee… het moesten en zouden er twee zijn. En maar nasnikken. Fries, niet de dokter. Nog nooit heb ik dat kleine ventje zo weten bleiten, een echte ‘bleitsoepe’ dus. Met een plakker op elke bil en een halve bloedvlek onder de plakker zag hij er echt zo mottig uit. Precies alsof hij zo ontgoocheld was in zijn moeder. In de hele wereld. Nu al. Na vijf minuten in de auto en wat heen en weer gezwaai van mama en heel wat onnozel ‘koetjiekoetjie’ was Friesjes trauma volledig behandeld, geaccepteerd en verwerkt. En als we nu eens allemaal samen ‘koetjiekoetjie’ naar elkaar doen en wat heen en weer shaken bij het zingen van ‘Op een grote paddestoel… vol met witte stippen…’. Zou dat zo niet bij iedereen kunnen helpen? Hier alvast mijn poging: KOETJIEKOETJIEKOETJIE BOE!’

peuter aan de drank

Benne kijkt graag in de koelkast, hij haalt er met veel schwung zijn eigenste fles (suikervrije) grenadine uit, zoekt de doos melk en vooral: zoekt de chocolaatjes. Gisteren besloot hij over te gaan tot een grondige inspectie van de inhoud van dat ding vol lekkers en kwam uit op de onderste bak aan de deur: de dranken. Volle melk voor Benne, magere melk voor mama, cola voor papa, fruitsap en iets in een fles met een toch wel heel losse dop. Mama was bezig met Fries en kon Benne niet uitleggen wat dat goedje wel zou kunnen zijn. Een luide en duidelijke ‘neen’ was er dus niet. Het signaal voor Benne om dat uit te proberen. Resultaat: mama komt terug in de keuken, Benne wijst met een beteuterd gezicht naar de fles, komt aan zijn mond en zeg heel zielig: ‘piek…piek’. Het smaakte hem dus niet zo, die witte wijn.

eens scout…

altijd scout, en misschien is dat zelfs een beetje genetisch bepaald? Benne amuseert zich alvast even hard met het inkloppen van piketten zoals zijn moeder dat vroeger deed.

Met dank aan oma en opa Desselgem!

Zoo

Het was weer eens tijd voor een onvervalst familiedagje, en Bennes voorliefde voor beestjes allerhande indachtig werd er een uitstap naar de zoo gepland, samen met Wendy en zoon Kobe. Openbaar vervoer? Heel graag, maar het kwam ons net iets duurder (in geld en in tijd) uit dan met de auto. Bovendien kunnen kleine kindjes minder makkelijk slapen op de trein en stel dat ze dan een woede-uitbarsting hebben (nog nooit gebeurd, maar het zal dan maar net die keer gebeuren op de trein), … Dus toch maar met de auto. Maar niet tot in het centrum van Antwerpen, dus de auto aan het sportpaleis geparkeerd en van daaruit zouden we de tram nemen tot aan de zoo. Verkeerd gedacht, zo bleek. Trams zijn niet gemaakt om buggy’s te vervoeren. Metro’s wel, maar die liggen ondergronds en dat betekent: trappen. Met een buggy. Niet te doen met twee koters, of je moet één boven laten staan en hopen dat die daar mooi boven blijft staan. Derde middel: de bus. Heel handig! Driewerf hoera.

En dan moest het natuurlijk nog weer beginnen regenen. Kleine, verfrissende druppeltjes in het begin. Een halve wolkbreuk met onweer bij het binnenkomen van de zoo. Resultaat: we hebben twee hele mooie kikkercapes en een paraplu van de zoo. Het doembeeld van een halve dag te moeten doorbrengen bij de vissen en de slangen sprak ons niet echt aan. Na een hevige discussie met de weergoden hebben die uiteindelijk het onderspit moeten delven en konden we de rest van de namiddag in relatief droog weer al die beestjes gaan bekijken (paap-aai, beer, tij-er, caracara, ildpad, zee-ond, pinwien, kikke, …). Benne en Fries vonden het allemaal zeer de moeite, en hebben zich dan ook nogal voorbeeldig gedragen. Op weg terug naar huis lagen ze allebei zacht te knorren. Dat volstond. Want bij het thuiskomen was Benne weer volledig wakker (tot halftien) en om vier uur deze morgen besloot Fries dat hij met de vogeltjes wou opstaan en dat het dus etenstijd was. Slapen is voor losers, maar dat wisten we al. Jammer genoeg.

overbodig

Fries heeft zijn mama niet meer nodig. Althans toch niet meer wat voeding betreft. Na vier en een halve maand Fries-en-mama-tijd, na een warrige introductie van groentepap, dan fruitpap, dan weer groentepap en nu allebei de papjes, hebben we besloten dat het welletjes is geweest met de borstvoeding. Het doet wat met een mens, afscheid nemen van die periode. Dus ik loop een beetje stilletjes, met het besef dat mijn jongste ook al weer niet meer zo klein is. Snif.

aardbei, zoentjes en groentepap

aardbei: eet Benne met hele handen in een keer. Hij kan het ook zo lief zeggen: ‘aa-dbei’, met de zuiverste en meest heldere ‘ei’ die een mens maar kan horen. En dan mag hij natuurlijk veel van die ‘aa-dbeien’ eten. Hij wil nu ook alleen maar confituur, want daar zitten ‘aa-dbeien’ in. Die choco is hem toch wat te donker.

zoentjes: hij heeft de techniek van het ‘smoeten’ gevonden, onze oudste: dichterbij komen, diep in de ogen kijken en dan heel zachtjes en voorzichtig een zoentje geven op je wang. Daarna draait hij zich parmantig om, lacht eens en gaat gewoon verder met zijn spel. Bij Fries levert dit een glimlach op, bij de mama een ‘ooh’ en twinkeling in haar ogen. Maar als hij denkt dat hij daarmee kan vermijden om zijn blokken te moeten opruimen of om niet mooi op de stoel te moeten zitten: verkeerd gedacht, jongen!

groentepap: is maar niets, volgens Fries. Kokhalzen, vieze gezichten trekken, die pap er zo vlug mogelijk weer uit krijgen, … Kan hij niet eten met een lepeltje? Jawel hoor, hebben we al eerder moeten doen met koekjes in water, omdat meneer niet genoeg had met zijn melk alleen. Aan het lepeltje ligt het niet. Geef hem dan fruitpap! Ja, hebben we gedaan, en dat smaakte beduidend meer. Intussen gaan de groenten er wat beter  in en is het kliederen al wat minder.