Klimaatoffer(s) voor 2010

Geestig lijstje van hier. Om nog eens te overlopen wat we allemaal kunnen doen opdat mijn kleinkinderen de zee niet aan hun achterdeur zouden hebben. Ik overloop het eens:

Meer streekproducten eten – 2.250 kg

Probeer ik wel te doen. We hebben een tijdje een biopakket gehad van de bioboer, maar omdat we daar telkens een hele omweg voor moesten rijden bleek dat nu ook niet zo ecologisch te zijn. Bovendien raakten onze groenten de helft van de tijd niet op wegens dinsdag en vrijdag naar de grootouders gaan eten.

Een minuut minder lang douchen – 155 kg

Ik vind van mezelf dat die douches bijzonder kort zijn. Tien minuten, tussen instappen en afgedroogd zijn. Misschien eens elf, maximum. Ja, ik time zo’n dingen *schaamt zich daar totaal niet voor* Ik sta daar heus niet te lanterfanten, mijn nagels te lakken of een boekje te lezen. Het hoogstnoodzakelijke en altijd op een redelijke temperatuur. ’t Zou misschien nog wat kouder kunnen, dat wel. Een spaardouchekop zou ik wel moeten installeren, maar ik zie een beetje op tegen geboor en geklop. Bad? Eén keer in de drie maand of zo?

De auto wegdoen – 4.000 kg

Graag, maar als je buiten de stad woont gaat dat gewoon niet. Punt. Ik zou niets liever hebben dan met één auto rond te komen (ook al financieel), maar zoiets gaat gewoon niet.

Vegetariër worden – 1.780 kg

Ik ben al half vegetariër. Ik eet enkel kip en broodjes préparé en gehaktballetjes in tomatensaus. Mocht ik wat liever linzen en bonen en zo eten, dan was ik het al lang denk ik. Maar die bonen steken op den duur tegen, echt. Bovendien heb ik ook niet de discipline om voor mezelf een evenwichtig vegetarisch menu op te stellen, waardoor ik, de paar keren dat ik vegeatarisch at, na een week of twee flauwviel wegens te lage bloeddruk.

Overstappen op groene stroom – 1.800 kg

Check. ‘Aandeelhouder’ zijnde van Ecopower (verplicht als je daarnaar overstapt) en groen gas krijgende van Lampiris valt ons hier niets te verwijten. Zonnepanelen kunnen ook nog, maar daarvoor moet er eerst nog wat gespaard worden.

Energiezuinige apparaten kopen – 230 kg

Ik denk dat dat zo logisch is dat dit eigenlijk niet meer in zo’n lijstje hoeft.

Niet op vakantie naar New York – 820 kg

Wegens geen geld om naar New York op vakantie te gaan, is dit dus ook niet aan de orde. Voor ’t werk moet ik af en toe eens in de lucht hangen, dus ik hoop maar dat mijn werkgever zo ook eens een boompje wil planten.

Een ecologische rijstijl aanhouden – 1.250 kg

Ik kan daar gewoon al niet tegen, tegen zo’n auto die zwaar in het rood rijdt en njiiiiiiiiiii-gewijs door de straten scheurt. Ik rij soms/vaak te snel, dat wel. Maar altijd met gepaste versnelling 🙂

De thermostaat op 18,5°C zetten – 450 kg

Staat bij ons op 18. Ik doe liever een trui aan dan dat ik meer betaal voor verwarming. Ik ben een krent op dat vlak.

Gloeilampen vervangen door spaarlampen – 135 kg

Gebeurt.

Geen plastic zakken meer gebruiken – 45 kg

Gebruik ik niet om boodschappen te doen, maar wel in mijn keukenvuilnisbak. Ik zie het gewoon niet zitten om dat telkens uit te kuisen, zo’n zakske is veel gemakkelijker. Maar ik kom nog altijd rond met wat ik krijg in winkels en zo. Sorry.

Apparaten niet in stand-by laten staan – 365 kg

Daar wordt hier stevig op gelet. Verdeelstekkers uitschakelen of stekker uit stopcontacten trekken. Zelfs als de wasmachine een halve dag niet gebruikt wordt ligt die stekker eruit. Neurose zoveel.

Op een koudere temperatuur wassen – 225 kg

Als het kan op 30° of 40°. Maar kookwas doe ik nog altijd op 90°. Zo’n volgesnotterde vieze beestjeszakdoek moet deftig gewassen worden, lijkt me.

Een boom planten – 35 kg

Vier, zo’n drie en een half jaar geleden. Met de bedoeling daar een boomhut van te maken voor de zonen. En ze doen het goed.
En dan nog eens twee geboortebomen, ergens hier in ’t dorp.

De computer uitzetten – 495 kg

Elke avond op het werk. En elke keer thuis. Wat ik me wel afvraag: is het niet beter om de computer in slaapstand te zetten dan die systematisch (vb. drie keer per dag) op te starten en af te sluiten?

Dubbel glas plaatsen – 450 kg

Met dank aan de vorige bewoners van ons kot.

Een zonnepaneel installeren – 370 kg

Geef mij geld op overschot en ik installeer er één, of meer.

Regelmatig ijs uit de koelkast verwijderen – 90 kg

Gebeurt.

De wasdroger wegdoen – 650 kg

Nee. Geen discussie over mogelijk, neen is neen. In de winter heb ik dat nodig. Ik ga echt niet mijn hele huis gaan volzetten met droogrekjes. Ik was zo’n 8  keer per week, dat zijn zes tot acht droogrekjes. Dat wil zeggen dat ik elke dag moet kijken naar drogend wasgoed. En ik vind het behoorlijk vervelend om te moeten kijken op drogend ondergoed en zo. In de zomer: geen probleem. Dan ga ik met plezier mijn was uithangen om dan mijn neus tussen het fris gewassen goed te stoppen en te dromen van heerlijke lavendelvelden terwijl achter mij een hoop wuivend gras groeit. Ik gebruik wel Ecover om te wassen, dat spul schijnt biologisch afbreekbaar te zijn.

De boiler vervangen door een energiezuinig exemplaar – 135 kg

Moet dit jaar of volgend jaar gebeuren, zal dus ook wel een pak schelen.

Verder zijn wij in maart 2010 zo ongeveer uit de pampers, wat ook weeral scheelt, gebruiken wij geen elektrisch deken of elektrische vuurtjes, en zou ik o zo graag zeggen dat wij geen kerstboom zetten om zo minder elektriciteit te verbruiken. Maar dat argument gaat hier niet op, vrees ik. De man des huizes is van plan het ding volgende week te ‘zetten’. Horror!

En u? Wat doet u zoal voor het milieu? En nog tips voor mij?

schoenen voor 18 euro

Ik heb een nieuw paar lederen botjes: mooie bruine met koordjes en al. Lang naar gezocht: ik moet mijn kuiten daar inkrijgen en da’s niet zo evident voor wie mijn kuiten kent. Die laarzen heb ik voor de schandalige prijs van 18 euro. Nu ja, echt nieuw zijn ze niet meer, maar als je schoenen meer dan een jaar niet gedragen hebt dan voelt dat toch net als nieuwe schoenen als je ze weer aandoet?

Vorig jaar ergens bracht ik mijn botjes naar de schoenmaker met de vraag voor een nieuwe zool. Intussen winterde het vrolijk verder en ik vergat die schoenen en de schoenmaker. Tot ik deze week een ferm verfrommeld oranje briefje vond: bestelbon bij de schoenmaker. Hoofd in overdrive en maar nadenken wat in godsnaam nog bij die schoenmaker kon liggen: geen schoenen van mij alleszins, ik had al mijn botten, botjes, … Schoenen van de mannen des huizes? Nogal onnozel om schoenen van een één- en tweejarige binnen te doen en die dan een jaar daar te laten liggen. Schoenen van de grote man des huizes dan maar? Bij de schoenmaker was ik er dus redelijk stellig van overtuigd met een paar mannenschoenen naar buiten te wandelen. Viel dat even mee zeg: twee één paar bruine botten, de mijne! Zo voor 18 euro een nieuwe zool en voor mij: nieuwe botten!

Wat ik zoal zag vandaag

en wat me nu nog bijgebleven is, in volgorde van ’t gebeurde:

mijn eigen warme voeten die uit het bed moesten, twee blije jongensgezichtjes, een moeder waarvan ik de maten opnam voor een nog te maken pyjama, mijn eigen verfomfaaide hoofd.

De Expo in Kortrijk, veel oude(re) dames, veel moeders en dochters, wel een miljard stoffen, veel om jassen van te maken, minder om pyjama’s van te maken, een leuke stof waar ik een trainingspak voor de oudste zoon van kan maken, veel te veel mensen, twee minder blije jongensgezichtjes, een wreed schone naaimachine.

Soep met balletjes en vers gebakken pistoleetjes.

Stoute ouders die hun kind een schudding/rammeling geven omdat het zijn vest van Gaastra misschien had vuilgemaakt, terwijl het enkel wou spelen. Een helikopter, met dé Sint erin en drie zwarte pieten. Het ongeloof in Bennes ogen, zijn totale gemak toen hij een handje gaf en naar zwarte piet liep om ‘zijn’ snoepjes op te halen. De liefste onthaalmoeder van de wereld (gedeelde plaats met de huidige). Een zoon die de hele Olieberg (in Sellewie) omhoog wist te stappen en huppelen.

Een autostrade. Een mooi gerenoveerd concept met huizen (ja, ik ben geen architect) in Oostende. Vriendjes en vriendinnetjes, hun kindjes en hun rode neuzen na een strandwandeling. Veel zand in en op de schoenen. Namenkubusjes in mijn hoofd. Veel mooie kleuren in de lucht. Benne die de zee nadoet (’n beetje naar achter en ’n beetje naar voor), Fries die het strand verlegt. Schone koppeltjes, schone kindjes. Ontspannen gezichten.

Heidi Klum in dat gedoe van die designers (o wat wil ik zo graag haar genen). Een slapende zoon in de zetel. Een punt.

november09 019bis

november09 024

Als ik braaf ben

Mochten meneer Sinterman en Pieterman tinternet kunnen ontvangen in Spanje, dan geef ik hier alvast mijn lijstje. Ja, zomaar, want ik vind dat ik echt wel ontzettend braaf ben geweest het afgelopen jaar.

– een naaimachine (ik laat de Sint kiezen of het een overlock of een gewone moet zijn, zelf raak ik er niet aan uit)

– een stoomstrijkijzer (met zo’n bak, naar ’t schijnt duurt je strijk dan de helft minder lang of zoiets)

– veel boeken (In Europa van Geert Mak staat bovenaan, de verzamelde werken van Jane Austen volgen op twee. De nieuwste Suske en Wiske mag ook altijd)

– veel cd’s (eens niet met K3 erop, mag het even?)

– geen DVD’s: ik kijk gewoon niet zo graag naar tv en ik zit hier nog altijd met een stapel dvd’s die ik moet bekijken

– een moordlijf, met levenslange garantie

– kooktalent en geduld om te koken

– een sécrétaire (liefst al helemaal afgeschuurd en opnieuw met gekleurde olie ingesmeerd (wit)

– tijd om mijn nieuwste plan tot uitvoering te brengen! Wie het wil weten: nodig me eens uit op café (en regel meteen ook een babysit)

– de wereldvrede, honger uit de wereld en speelgoed en lieve woordjes voor alle kinderkens op aard (of is dat meer iets voor de 25ste december?). Nog wel het liefst van al. Nu zo ongeveer.

En u? Wat staat er zoal op uw verlanglijstje?

ik was beter kinderloos gebleven

Soms denk ik dat, zo’n dingen. En ik denk dat niet bij de zoveelste nachtelijke huilbui-na-een-nachtmerrie, ik denk dat niet als ik een pamper met bruin smeersel sta te verversen. Ik denk dat ook niet als ze net een beker melk richting vloer hebben geduwd en ik denk dat zeker niet als ze ruzie aan ’t maken zijn. Ik denk het niet als mijn badkamer tot zwembad is omgetoverd en ik denk het ook niet als ze zich allebei op de grond gooien omdat ze dat nu eenmaal fijn vinden. Geen haar op mijn hoofd dat eraan zou denken te denken dat ik beter geen kinderen had gehad. Op zo’n momenten.

Op welke momenten dan wel? Als ik naar het nieuws kijk, als ik de krant lees, als ik in de winkel ben en daar een zevenjarige vreemde energiedrankjes zie drinken, als ik ouders hoor roepen, krijsen tegen hun kinderen met de lelijkste woorden eerst, als ik ouders hun kinderen zie trekken of ze een lap rond hun oren zie geven, …

Vroeger deed me dat echt niet zoveel, ik vond het wel erg, op dat eigenste moment. Maar ik was meer verontwaardigd dan dat het me raakte. Waarna ik verder ging in mijn eigen fantastische egocentrische wereldje. Nu blijven zo’n beelden, geluiden en gevoelens veel te lang hangen, en zou ik meteen mijn hele hebben en houden opgeven om als een wilde moeder Teresa te gaan zorgen voor alle ongelukkige kinderkes op deze wereld. Daarom dat ik soms denk dat ik beter geen moeder was geworden: ik ben een emotionele seut geworden op dat vlak.

karootjes

MSBF 172of kotjes, of ruitjes, of ’n motiefke: niet meteen het gemakkelijkste om te mee te werken: kotjes. Maar miss moest het weer eens anders doen. Terwijl de rest zich bezig houdt met bollekes, streepkes, wilde bloemen of zelfs effen -maar o zo gebroken- wit, koos madam die van zichzelf vindt dat ze al verdomd goed kan naaien (ahum) voor karootjes dus. Een ‘burberrietje’ zoals ze dat in de naailes zo schoon kunnen zeggen. Meteen gevolgd door de frons van hun leven als ze bedenken dat hun eerstejaarke zich al meteen in de karootjes gaat inwerken. Awel: ik noem dat een uitdaging, beste mensen en ben content, en ‘preus ip m’n eigen’ zoals wij dat hier zeggen.

Jawel, miss is fan van naaien, stikken, patronen uittekenen. Het onsje geduld dat blijkbaar toch al ettelijke jaren in mij verscholen zit komt er nu eindelijk uit: drie uur per week, naailes, alwaar ik als een volmaakte zen-meesteres mijn schortje in elkaar knutsel. ’t Is elk zijn hobby hé… En voor de kenners onder u: let op de -volgens mijn al vier weken lang getrainde oog- tamelijk vlekkeloze overgang tussen zak van schort en schort zelf. Die lijntjes lopen door hé!

En als de schort af is, kan deze janet ze misschien dragen. De schoenen heeft hij al.

krentenbaard op de poep

Benne heeft een krentenbaard. Fries heeft een krentenbaard. Niet echt, want het is geen baard op hun gezicht. Benne heeft het op zijn billen, Fries op zijn schouder en op de borststreek. Een krentenbaard is Nederlands voor impetigo. Dat schijnt een huidinfectie te zijn, bacterieel dan nog wel. Dat begint met een wondje, waar een bacterie inkruipt (staphylococcen zo u dat wenst), en dat verspreidt zich. En dan krijgen die kinderen blaasjes, met vocht, en de blaasjes springen, waardoor dat vocht zich verder verspreidt. En nieuwe blaasjes maakt. Ze besmetten elkaar de hele tijd opnieuw, nog eens, overnieuw. Maar sinds gisteren is alles strikt gescheiden, en leven we hier in een superhygiënisch huis. Handen ontsmetten, washandjes en handdoeken strikt gescheiden, doeken koken na gebruik, wondjes afdekken, kleren één dag aandoen en de wasmand in, zowel die van overdag als ’s nachts, nageltjes kortgeknipt, … ’t Is niet gevaarlijk, je krijgt het wel gemakkelijk maar ’t gaat ook gemakkelijk weer weg. Met een klein beetje moeite van ouderswege.

En zo heb ik onze huisarts terug gezien nadat ik haar 6 maanden heb gemist wegens zomer en het volstrekt gezond-zijn van mijn twee koters. Ik vertrok en zei: “Tot binnen een maand!”, want de school is begonnen, de herfst is op komst en een nieuw leger bacteriën en virussen zingt de strijdliederen en staat klaar om mijn zonen te overmeesteren.

Oh, En als dit hierboven onder de categorie ‘ambetante schrijfstijl’ valt: lees dan vooral niet het boek van Robert Vuijsje, ‘Alleen maar nette mensen’. Ik heb me er door geworsteld, maar weet echt niet wat ik ervan moet vinden. Vreemd boek, niet mijn ding, even verfrissend om te lezen, daarna vooral meer van hetzelfde. Of ik heb het weer niet goed begrepen waarom dat boek die prijs heeft gekregen. Geef mij maar ’t boekske van Dimitri. Dat ’t met veel plezier gelezen is, dat.

En zo krijg ik Robert Vuijsje en impetigo in één post. Als dat niet boeiend gaat zijn voor de Google-machinerie zeg.

Na één week school

Na veel vijven, zessen en zevenen wil meneer Benne eindelijk de naam van zijn juf kenbaar maken. Tot gisteren maakte hij er een spelletje van en op de vraag: “Benne, hoe heet jouw juffrouw in de klas?”, zei hij gewoon “Ik weet het niet!”. Dit afwisselend guitig, gespeeld of ronduit kwaad omdat we hem zo’n moeilijke vraag durfden te stellen. ’t Was nochtans in het Nederlands.

De vieze beestjes in neuzen, kelen en oren hebben hun intrede gedaan, en de zakdoeken mogen hier weeral bovengehaald worden om loopneuzen en andere viezigheden te bestrijden.

Dat er meisjes in zijn klas zitten weet hij, dat het mooie meisjes zijn kan hij ook zeggen, dat die meisjes ook een naam hebben komt af en toe bij hem op, maar dat ze leuk zijn is nog wat anders. Of misschien wel leuk, maar alleszins geen vriendschapsmateriaal. Op de vraag of hij vriendinnetjes heeft antwoordt hij steevast ontkennend. Vriendjes, dat wel.

Als de vraag eindigt op ‘mee’, ‘eten’, ‘doen’ of ‘hebben’ dan steekt Fries nog vlugger dan zijn schaduw zijn hand omhoog en slaat er een welgezinde ‘ikkeeeeeuh!’ uit. Wie gaat er mee, wie wil iets eten, wie wil dat doen of wie wil dat hebben: Fries dus.

’t Kleinste kind kent ook al zijn broer, Penneuh en zichzelf, Fiesjeuh. Mapamapa is voor als hij dringend zijn beide ouders wil spreken. ‘Melkeuh’ is als de vent wat melk wil achteroverslaan en ‘neeje’ spreekt voor zich. Dat laatste horen we hier al te veel.

Beide jongens hebben besloten niets meer met elkaar te delen (how wussy is dat zeg), maar om des te meer alles van elkaar af te pakken. “Afpakken is leuk, hé mama?”. Niet dat ze mijn mening daarover vragen, eerder proberen ze me te overtuigen van het positieve, voor jezelf leren opkomen heet dat. Met blauwe plekken, bloedlippen en half verstuikte polsen als gevolg.

En Bennes favoriete beest is het liegebeest. Of is het het fantasiebeest? Even overwegen hoe we zijn fabeltjes gaan aanpakken, want meneer heeft het precies niet goed door dat sommige mensen het niet appreciëren als je rondbazuint dat ze hun behoefte doen in de woonkamer en dat hij dat vervolgens volgens regelrechte kinderarbeidsnormen moet opkuisen. Dat hij vliegende leeuwen op het plafond ziet, tot daar aan toe. Dat hij vaak achtervolgd wordt door een beer, tot verder nog aan toe. En zelfs een blauwe olifant in zijn bed mag gerust blijven slapen. Maar verder dan dat is het geen spelletje meer, hoe grappig hij zijn verzinsels ook mag vinden.

Friesewietie (sic Benne) heeft nu ook zijn eigen woordenboek, geproduceerd door opa Gerrit. ’t Kind zegt gezwind zijn woordjes op, geeft er hier en daar een eigen invulling aan, en vindt het vooral ongelooflijk geestig om te demonstreren wat hij allemaal kan. En wij vinden dat nu ook eens.

Friesjeswoordenboek

nog één kans voor Brita

Kijk, ik ga ze nog een kans geven, die Brita kan. Ik ben me er terdege van bewust dat dat duurzaam en ecologisch en al van dat goeds is, maar de enige reden waarom ik ze zou gebruiken is als ik gasten heb die water vragen (wat eigenlijk ook al een zeldzaamheid is). Want: koffiezet en waterkoker gebruiken wij hier bijna nooit. Ik drink koffie op het werk en water warm ik op rechtstreeks in de tas in de microgolfoven (ik weet niet of dat nu per sé beter is dan het water in de waterkoker opwarmen, dus als iemand het antwoord kent, laat het gerust weten). Ontkalken is hier dus eigenlijk een te verwaarlozen activiteit.

Verder is het meest banale sponsdiertje nog meer ontwikkeld dan mijn smaakpapillen, dus voor een betere smaak van het water moet ik het ook al niet doen. Ik proef, smaak, ruik, zie het verschil niet. Maar dat ligt volledig aan mezelf.

Maar ’t zal zeker wel gezonder zijn (minder korrelige substanties en zo) en dus geven we Brita een tweede kans. Op het aanrecht (merci voor de tip Veerle). Want die kan uit de koelkast halen en erin zetten bleek ook al zo’n heel gedoe te zijn, misschien was dat zelfs wel de hoofdreden van het niet-meer-gebruik. ’t Moet een gewoonte worden, zoals veel verse soep drinken, op tijd gaan slapen, niet snoepen, veel sporten, … Dingen die ik uiteraard allemaal al onder de knie heb. Nu nog de Brita kan meester worden.

En nog wat meer informatie die ik kreeg van een meneer van de VMW:

Voor een keer dat ik ernstig ben. Die filtertjes in dergelijke kannen zijn heel dikwijls een grote bron van bacteri… Read moreëngroei, en dergelijke kannen zijn in feite echt niet aan te raden. Het is commercie gelijk we zeggen. Het leidingwater dat aan de watermeter binnenkomt is op meer factoren getest dan de meeste flessenwaters, en is ook een stuk zuiverder, omdat de normen voor leiding(drink)water nu eenmaal strenger zijn. Vandaar dat op een flessewater nooit de vermelding ‘drinkwater’ staat/kan/mag staan. Let wel: het water dat binnen komt is perfect, hoe meer dingen als filters en ontharders je op de leidingen zet, hoe groter de kans dat je dit water zelf verontreinigt. Indien je iets abnormaals ontdekt aan het leidingwater (kleur, geur), bel dan naar 056 231 711, en vraag naar de kwaliteitsdienst. 😉

En dan ikke weer: “Akkoord, maar wat met de eigen leidingen in je huis? Ik hoor nogal vaak dat mensen wel het leidingwater vertrouwen, maar niet de leidingen in hun eigen huis, omdat daar een gaatje kan inzitten, omdat die verouderd kunnen zijn, … En soms vraag ik me dat ook wel af. Hoe zit het daarmee? Zijn er bijvoorbeeld testen op de markt waarmee je zelf regelmatig je kraantjeswater kan testen?

En dan meneer van de VMW terug: “Een gaatje zou je merken aan je factuur. Tip: nu en dan de meterstand bijhouden! Zo vermijd je facturen van 1000en euro’s. Verouderde leidingen zorgen dikwijls voor iets meer ijzer in het water, net zoals je bacteri… Read moreëngroei kan hebben als water een tijd stil staat in de leidingen. Vandaar dat je beter de eerste liters ’s morgens gewoon laat lopen. Zo ook, en vooral na een paar dagen afwezigheid. Na die liters heb je het goede water van aan de meter. Grote boosdoeners in huis zijn de niet onderhouden filters en ontharders op de leidingen, en ook de systemen die toelaten overschakelingen te maken naar put- of regenwater. Een echte test op drinkwaterkwaliteit kost meer dan 50 euro. Zelf testen? Eén van de belangrijke factors is controle op bacteriën, weet wel met van die entschaaltjes, voedingsbodems, incubatieovens en zo meer. Moeilijk thuis denk ik. Bijna dagelijks zijn er mensen van de watermaatschappijen op de baan om in iedere gemeente steekproven te doen op de kwaliteit.

Conclusie: wij hebben een systeem dat toelaat over te schakelen tussen put- of regenwater. Brita kan is dus gerechtvaardigd, voila.