Als ik groot ben, zou ik graag kunnen naaien, stikken, kleren knippen, broeken verstellen, … Het is een oud zeer, het is iets wat ik al heel lang wil kunnen, het is iets waar ik mijn moeder een ongelooflijk plezier mee zou kunnen doen, het is een steeds groter wordende frustratie nu ik twee opgroeiende zonen heb waarvan nogal eens wat kledingstukken moeten hersteld worden.
Het is een verdrongen droom, en door dit bericht, kwam het terug boven borrelen. Pas op, ik heb nog op het punt gestaan om een naaimachine te kopen, en eigenlijk heb ik al een naaimachine, zo’n heel oude Singer-naaimachine waar ik als klein kind met mijn hoofd tussen mijn armen lag te staren naar de kunstwerken die mijn grootmoeder aan het creëren was. Het draaiende wil, het ritmisch getap van haar voeten op het gietijzeren pedaal, het lichtje wipje als ze zich geprikt had, de gestage draf van naald op stof, …
Ik heb excuses genoeg, je moet de tijd hebben om met een naaimachine te leren werken zodat die maximaal rendeert. Ik zou een naaicursus moeten volgen, zo twee avonden per week, maar daarvoor moest ik dan weer van mijn hol van Pluto naar Kortrijk city.
Naaien met de hand kan ik, vlot, rustig, zelfzeker. Mijn naai-, haak- en breiwerkjes van op school waren echt wel goed en proper. En ik haakte veel in mijn vrije tijd. Toen ik 16 was, en hippie. Toen ik ontwerpster wou worden van Ann Christy-jurken en toen ik mutsjes haakte voor mijn toekomstige 7 kinderen.
Intussen beperkt mijn interactie met kledij zich tot het wassen, strijken en af en toe opstrijk- en instrijklabels op broeken en vesten plakken. Maar ooit, ooit, lopen mijn sloebers rond met een zelfgemaakt hemd, een creatief bewerkte broek of zelfgestike hoedjes. U zal het wel herkennen hoor, ’t zal op niet veel trekken.


In the meanwhile, rijden wij zeker zo gesjellig rond met een