Als ik groot ben…

Singernaaimachine3

Als ik groot ben, zou ik graag kunnen naaien, stikken, kleren knippen, broeken verstellen, … Het is een oud zeer, het is iets wat ik al heel lang wil kunnen, het is iets waar ik mijn moeder een ongelooflijk plezier mee zou kunnen doen, het is een steeds groter wordende frustratie nu ik twee opgroeiende zonen heb waarvan nogal eens wat kledingstukken moeten hersteld worden.

Het is een verdrongen droom, en door dit bericht, kwam het terug boven borrelen. Pas op, ik heb nog op het punt gestaan om een naaimachine te kopen, en eigenlijk heb ik al een naaimachine, zo’n heel oude Singer-naaimachine waar ik als klein kind met mijn hoofd tussen mijn armen lag te staren naar de kunstwerken die mijn grootmoeder aan het creëren was. Het draaiende wil, het ritmisch getap van haar voeten op het gietijzeren pedaal, het lichtje wipje als ze zich geprikt had, de gestage draf van naald op stof, …

Ik heb excuses genoeg, je moet de tijd hebben om met een naaimachine te leren werken zodat die maximaal rendeert. Ik zou een naaicursus moeten volgen, zo twee avonden per week, maar daarvoor moest ik dan weer van mijn hol van Pluto naar Kortrijk city.

Naaien met de hand kan ik, vlot, rustig, zelfzeker. Mijn naai-, haak- en breiwerkjes van op school waren echt wel goed en proper. En ik haakte veel in mijn vrije tijd. Toen ik 16 was, en hippie. Toen ik ontwerpster wou worden van Ann Christy-jurken en toen ik mutsjes haakte voor mijn toekomstige 7 kinderen.

Intussen beperkt mijn interactie met kledij zich tot het wassen, strijken en af en toe opstrijk- en instrijklabels op broeken en vesten plakken. Maar ooit, ooit, lopen mijn sloebers rond met een zelfgemaakt hemd, een creatief bewerkte broek of zelfgestike hoedjes. U zal het wel herkennen hoor, ’t zal op niet veel trekken.

wat hebben wij zoal geleerd dit weekend?

  • Dat ze in West-Vlaanderen geen fietskarren gewoon zijn. Half Vlaanderen zat gisteren op de fiets, en geen enkele andere fietskar tegengekomen. Integendeel, je zag de mensen naar binnen loeren, gluren, snuffelen om toch maar een glimp van die twee hondjes op te vangen. ’t Zijn mijn zonen, meneer.
  • Dat een mens maar beter een grondanalyse kan uitvoeren als hij een huis koopt. Wie verwacht er nu na drie jaar nog eternietplaten (schrijf je dat zo?) en een half stort achteraan in zijn tuin? Zeker als dat nog schoon bedekt was met een laagje aarde en iets wat voor gras kon doorgaan. Vuile vieze vorige eigenaar…
  • Dat de twee zonen des huizes regelrechte watterratten, eenden, vissen, krokodillen, … zijn. Geef ze twee centimeter water in zo’n blauw schelpke en ze zijn vertrokken.
  • Dat wij als ouders dringend onze opvoedkundige aanpak moeten veranderen. Met zowat een hele kar vol buitenspeelgoed (emmerkes, schepkes, gieterkes, zandfiguurdingskes, …), een puzzel, en nog wat andere brol komen we aan de kassa van een grote speelgoedwinkel tot stilstand. Een mens zou denken dat die twee zonen waarachtig staan te springen van contentement en dan ook nog een zacht geknor ten gehore brengen. Niets van: een luid gekrijs, een oorverdovend booooeeee-hoooeee, snik snif en mamaaaatjeeeeuuuh. Allemaal omdat die oudste van ons geen snoepje kreeg aan de kassa. Bijna hing de oudste zoon tussen de rekken en was ik alleen thuis met mijn schepje en emmertje aan ’t spelen.

wat een mens zou kunnen doen als hij niet bezig is met wachten op zand

– werken. Tamelijk belangrijk, zo’n beetje dingen afwerken, indienen, schrijven, voorbereiden. ’t Is niet dat ik me verveeld ging hebben.

– mensen in het stadhuis gaan ambeteren: twee keer een Kids-ID aanvragen, een paspoort aanvragen, een brief afgeven dat onze kleinste wel degelijk voldoende beschermd is tegen polio en aldus in de statistieken met groen gemarkeerd mag worden. Trouwens: hoe kom je erbij om je stadhuis enkel open te houden ’s morgens (vanaf 9 uur pas, niet te vroeg meneer), en dan nog één keer per maand op zaterdag (twee uurkes) en zo af en toe (als ’t geen feestdag is) eens op donderdag (tot -whoehoe zooo laat!- half zeven toch wel). ’t Moest er even uit. We blijven vriendjes, mijn gemeente en ik.

– naar de winkel gaan: heel handig als je met gasten zit vanavond.

– je oprit (ja, dat stuk land waar er dan zand moet opgegooid worden) eens goed schuren en kuisen

– een auto kuisen (op den oprit): niet aan te raden want als (als! als!) ze dan komen met zand dan moet je je half ingezeepte auto op straat zetten. Which is niet zo mooi.

– gewoon niet wachten op zand, een dikke foert en olé zeggen, melden dat ze hun plan kunnen trekken en dat zand hier maar moeten gooien. In pakskes van tien. En ’t mogen zelfs dikke lelijke venten zijn, ik zie het toch niet meer. Straks eens bellen om dat te melden, met mijn ene hand afwisselend in mijn zij en hevig gesticulerend. Eens zien of we dit verlengd weekend dan gaan kunnen doorwerken aan dat stuk land dat een optimist weleens ‘tuin’ zou durven te noemen.

Zo tussen nu en 8 minuten geleden gebeld naar de vriendelijke meneer van de bouwmaterialen. Dat het daar druk is (wij begrijpen dat wel, meneer), dat ze eigenlijk zowat verzuipen (ik zou u willen een reddingsboei gooien, maar zelf heb ik niet om zoveel zand komen, meneer), maar dat hij eens naar de chauffeur ging bellen. En dat de cola-light zand- en cementman hier over een half uur zal zijn! Als dat voor die mannen nog voormiddag is, dan wil ik niet weten wanneer ze ’s avonds gedaan hebben met hun werk. Maar: jeeeij dus!

en toen was er zand

maar alleszins nog niet op onze oprit. Foert! Boe! Awoert! Miljaar!

Was en is nog steeds besteld: zo’n 1000 kilogram zand en zo’n 250 kilogram cement. Om een grote bruine sneeuwman van te maken, voor wat anders? Madammeke moest woensdagvoormiddag maar thuis blijven, want die levering zou dan gebeuren en zomaar zand op een oprit smijten, dat doen ze niet. Een mens moet daar dus bij zijn. Gelijk of dat die ouwe meetjes en peetjes in onze straat ook niet ’s nachts met hun bakwagen zand zouden kunnen komen ‘lenen’.

’t Feit is: ik wacht al van 7 uur deze morgen op mijn zand. ’t Is vijf minuten na ‘ergens in de voormiddag’, en ik begin zo langzamerhand iets op mijn heupen te krijgen.

Ter compensatie verwacht ik gaarne: twee zongebruinde cola light-mannen, mét sixpack, blauwe overall, bovenlijf ontbloot, bruin haar: scheppen die 1000 kilo zand met een spade uit hun grote vrachtwagen. Vier uur aan een stuk.

’t Zou nog ’t minste zijn.

nieuwe woorden

Koeten:

“Benne! Kijk! Daar in de wei! Een koe!”

“Oh ja, mamaa, kijk daar! Veel koeten!”

Zwinnekonin:

En varkenshaasje? Dat vinden wij niet zo lekker. Hij had het nochtans overheerlijk klaargemaakt, de man en kok des huizes. Maar juk en ieuw allen tesamen: mals vlees is dus niets voor mij. En voor de zonen blijkbaar ook niet. En de West-Vlaamse vertaling voor varkenshaasje doet het ook al niet veel smakelijker klinken.

Kabouterbotjes:

En dan nog: wie is er op het afgrijselijke idee gekomen om deze zomer van die kabouterbotjes te lanceren? Die dingen zijn dan nog de helft van de tijd ‘gewatteerd’ of met één of ander warm stofje binnenin voorzien, waardoor je echte zweetenkels krijgt. Bovendien: allemaal schoon zo onder een broek, van die kabouterbotjes. Maar als je zoals ik met van die megakuiten zit is dat echt geen zicht, denk ik zo. Blijft over: schoenen waar je grote teen een verkoudheid van krijgt, schoenen met hakken zo hoog dat je kuitspier zal krimpen tot de lengte van anderhalve centimeter en gladiatorsandalen. Dat ze maar een koude zomer geven, kan ik mijn winterbotjes blijven dragen.

zuchten…

– als je al in de auto moest zitten richting Kind & Gezin, de waakhond der Vlaamse kinderzieltjes, om daar met veel schwung en poeha je kleine te laten beoorden, maar op dat eigenste moment in je keuken staat met twee bleitende kinderen. Eén zoon op je armen omdat hij zo moe is van naar school te gaan en wakker is geworden temidden van een mooie naschoolse droom. De andere zoon hangt (echt, hangt!) aan je broek, doet een poging om nog harder te huilen dan zijn grote broer, gewoon omdat hij dat leuk vindt.

– als je jongste zoon de hele tijd zijn beeste beentje, voetje, armpje, … voorzet bij de dokter, opdat die toch maar zou oordelen dat deze flinke jongen geen spuiten meer nodig heeft. Ondanks alle verleidersblikken, het mooi blokjes op elkaar stapelen, de vele woordjes die hij zei: twee keer een stuk naald in zijn koersbillen. Die blik in zijn ogen, dat verwijt erachter, meneer was kwaad, dat heeft zowat iedereen gehoord daar aanwezig.

– als je in je hall merkt dat die twee grote boxen met foto’s bedolven zijn onder een derde stapel met foto’s. Nog te sorteren, dateren, in te plakken, … en liefst ook voorzien van wat snedige commentaar waar ze dan later, samen met hun lief, mee kunnen lachen.

– als je voor een website drie foto’s van jezelf moet doorgeven, alsnog graaft tot diep in 2007 om dan te merken dat er eigenlijk gewoon geen pixelversies van jou bestaan. Dat je digitaal een nobody bent.

– als je merkt dat je eigenlijk nogal een gelukzakje bent, dat je aan de goede kant van de wereld geboren bent, en dat je niet zo moet zuchten. Dan zucht ik ook 🙂

de nieuwe auto

Omdat we elkaar in onze Ford (en nog iets) niet meer konden horen spreken, zingen, … door het vele gerammel en gekletter, en ook omdat dat ding op vier wielen toch niet meer op de baan zou gemogen hebben, en omdat we wel zin hadden om eens goed gek te doen: ziehier onze nieuwe bolide, de Porsche Panamera. Schoon ding.

porsche_panamera_leaked_shots_main630-1122-636x3601

En voor wie weet dat wij twee gewone werkmenschen zijn: een bolide als die hieronder zal ons vervoermiddel zijn voor de volgende tien jaar, minstens. Als dat ding ooit uit de garage raakt tenminste. peugeotIn the meanwhile, rijden wij zeker zo gesjellig rond met een boenke-boenke kar (model Shark, hopeloos gewoon). U hoort de man des huizes niet klagen.

lief liever liefst

Romantische, nostalgische, dromerige, of gewoon blije zielen: viert ende feest! ’t Is Gedichtendag!

ik zie hoe landen zich verscheuren
ik voel de kanker van cynisme
ik zie de mensen zonder dromen
ze vluchten in goedkope luxe
in de ontevreden steden
jaagt de haat door oude straten
de dreiging komt steeds dichterbij
maar ik, ik heb een medicijn

ik heb je lief
ik heb je liever
liever dan mijn leven
dan om het even wat
ik heb je lief
ik heb je liever
liever liefste
elke dag

wat ik ook wil zeggen
jij krijgt mijn woorden klein
was ik maar een dichter
dan kon ik dichter bij jou zijn
was ik maar het bloed
dat door jouw lichaam stroomt
dan sliep ik in je hart
en ik woonde in jouw hoofd

want ik heb je lief
ik heb je liever
liever dan mijn leven
dan om het even wat
ik, ik heb je lief
ik heb je liever
liever liefste
elke dag

ik heb je liever liefste
elke dag
ik heb je liever liefste
elke dag
ik heb je liever liefste

stef bos

Openingsdans bij ons trouwfeestje, nu ook al bijna 4 jaar geleden.

kleine dingen, grote dingen

– Viggo en Diezel zijn geplaatst! Samen dan nog wel! Emo alom, maar we zijn zo blij, content, opgelucht, de hele santenboetiek van de positieve kant van het gevoelsspectrum. Laat ons hopen dat ze het goed hebben in hun nieuwe thuis, dat Diezel à volonté en zonder gène zijn baasjes mag onderkwijlen en knuffelen, dat Viggo al een heel arsenaal aan eigen ballen heeft, al dan niet stukgebeten. ’t Ga jullie goed, hundies!

– zonet weer een leuke 1000 euro aan rekeningen betaald. Fun, zo’n ‘begin van ’t jaar’. Ik moet leren om de rekeningen te betalen net voor er een nieuwe wedde gestort wordt, veel leuker om de dag erna weer veel vers geld te hebben 🙂

– iemand een idee of je een gemeente kan vragen om je herstellingswerken te betalen van barsten in de muren als gevolg van voorbijrazende tientonners in een straat waar je maar 50 per uur mag, en dan nog met een gelimiteerd gewicht? Na nog geen drie jaar hier wonen, mannen, ‘ziejeniebeschaamd?’

– Fries heeft zich volop ondergedompeld in de Bumba-extase. Hij hopt op en neer (met het zitvlak op een neer springen, dat kan nog, want hij heeft een goede onderlaag zijnde zijn pamper) bij het zien van Bumbaiaanse figuren en geluiden. Benne bekijkt het hele boeltje meewarig:  Bumba is voor baby’s, bah. We zullen hem maar niet vertellen dat zijn derde woordje Bumba was, niet mama, niet papa, maar Bumba. Het eerste woordje?  Mba’k, van die voetballer, dat spreekt. Benne wou zijn vader op die manier duidelijk maken dat hij het ook wel heeft voor Anderlecht als voetbalploeg. Tweede woordje: cuenca (spreek uit: kwinka). Dus ofwel wou meneer ons duidelijk maken dat hij hier naar toe wil, ofwel dit hier wil bezoeken.

– Friesjes eerste woordjes? ‘mba: van Bumba. En wat ook nog frequent geproduceerd wordt op klankniveau: “tétététét” en dit met variatie in toonhoogte, intensiteit en beweging. Tssss…