Nee, we doen daar niet mee, aan van die gearrangeerde huwelijken. ’t Kind moet zelf een keuze kunnen maken en wat er nu zus uitziet kan er over twintig jaar zo uitzien. Dus krijgen die zonen alle keuze die ze willen. Edoch: babyborrels in de vriendenkring zijn een ideale manier om eens te taxeren hoe de huwelijksmarkt er over twintig jaar zal uitzien. Even de potentiële kandidates screenen en tot het besluit komen dat dat wel goed zit. De markt in het Gentse mogen ze nog aanboren, dat valt nog goed te bereiken met het openbaar vervoer zodat moeder of vader niet elke zaterdag één of twee van hun zonen naar het liefje zullen moeten voeren. Nu, als het niet zou lukken bij de meisjes, mogen de jongens ook nog wel gezien worden. Knap volk daar in Gent. Fries stond gisteren al tegen ’t muurtje met een meisje en Benne was de slimmerik/betweter/encyclopedie aan het spelen tegen al wie jonger was dan hem. Zo wees ene juffrouw T. naar een vliegtuig dat langsvloog en riep: “Vliegtuig!”. Benne gaat op anderhalve centimeter van haar neus staan, kijkt indringend in haar ogen en zegt: “’t Is een groot vliegtuig hé, een groot!”. De juffrouw was voorlopig niet onder de indruk maar Benne had toch zijn punt kunnen maken. Volledigheid is alles.
ter herinnering
Even ter herinnering voor mezelf: Mens, je bent echt wel een gelukzak. Op sommige momenten lig je niet met je gat, maar eerder met je hele lijf in de boter te wriemelen van contentement. Onthou dat dan ook wat vaker. Gewoon even:
- Ik ben al bijna tien jaar samen met een jongen die ik echt mocht graag zien en nog altijd graag zie, ook al denk ik soms dat dat meer zijn verdienste is dan de mijne. De familie heeft zich niet gemoeid met schatten of kamelen, ’t was al goed genoeg dat ik van straat was.
- Ik heb twee probleemloze zwangerschappen achter de rug, de ene veel trager dan gepland, de andere veel sneller dan gepland, maar 2×9 maanden zonder misselijkheid en kotsneigingen noem ik geluk hebben.
- Er zijn twee schattige nog geen meter grote wijsneuzen op deze wereld die ik mijn zonen mag noemen. Ik heb ze nog niet aan draadjes zien hangen in een ziekenhuis, ik kon ze tot nu toe altijd troosten toen ze bang waren of pijn hadden, ik heb ze hoogstens eens van het aanrecht laten vallen of met mijn uurwerk een schram in hun gezicht gemaakt. Mijn grootste trauma met hen is windpokken en een net-niet-longontsteking. Zei ik al iets over boter en lijf? In de zomermaanden zie ik mijn huisarts nooit, in de wintermaanden heb ik de luxe langs te kunnen bij het minste zuchtje en piepje dat uit die koters hun longen lijkt te komen.
- Ik ben één van die mensen die zich zorgen kunnen maken over hun huis, dat dat altijd wel beter kan, dat bepaalde dingen toch anders mogen zijn, maar hey: ik heb een stevig en groot dak boven mijn hoofd. ’t Staat wel niet waar ik het zou willen, maar in het licht van ’s werelds uitgestrektheid is dat een te verwaarlozen punt, denkt een mens dan op een dag als deze.
- Ik heb werk, wat zoveel betekent als: ik krijg elke maand nieuwe eurootjes op mijn rekening. En het leuke is dat ik dat geld nog verdien door dingen te doen die ik echt wel graag doe. Wat ook weinigen gegeven is in de wereld. Ik moet me geen zorgen maken over vers of oud brood, ’t is altijd vers, want ik kan dat betalen. Ik moet niet bang zijn om de deur open te doen, hoogstens komen ze mij ambeteren met de vraag of ik een nieuw gsm-abonnement wil. Ik zucht wel eens bij rekeningen, en soms laat ik een wreed schoon kleedje hangen omdat ik daar geen geld wil aan geven, maar ik heb alles wat ik nodig heb en kleedjes durf ik toch niet zoveel te dragen. Alles hebben wat ik wil zou me niet per sé contenter maken in dit leven.
- Ik krijg water uit een kraan, ik krijg stroom uit twee gaatjes, ik krijg post (als ik tenminste mijn facteur niet omverrij), ik krijg kaartjes bij mijn verjaardag, ik krijg sms’jes en ik word nog altijd uitgenodigd voor feestjes. ’t Moet zijn dat ik bij momenten dus best wel een aimabel mens ben. Ook heel fijn is: ik kan allerhande brol lezen en tellen hoeveel keer het nog slapen is voor Sinterklaas komt. Ik kan, als moeder die een vader goed overtuigen kan, Sinterklaas uitnodigen voor mijn zonen, kan de paashaas en desgewenst zelfs de klokken uit Rome optrommelen. Ik kan ze instructies geven om met hopen chocolade en speelgoed en boekjes en kleertjes af te komen.
- Er is een school voor mijn oudste zoon en volgend jaar voor de jongste zoon. En daarvoor moeten ze geen halve dag te voet voor wandelen. Dat ligt op redelijke afstand van dat dak boven mijn en hun hoofd en er geven daar meesters en juffen les die daar iets van kennen.
- En dat gaat zo al een tijdje goed, en al wat eerder is gebeurd lijkt weeral ver weg en verwerkt, en ’t leven is echt luchtig en levendig en warm en wat zo nog al van Eftelingachtige woorden.
Een gelukkig mens dus, zou men denken. Maar die definitie van geluk is mij altijd zo wazig gebleven. En net omdat dat hele geluksconcept ook zo broos lijkt en moeilijk vast te houden is, durf ik het niet teveel uitspreken. Er zijn teveel mensen met wie het op dit ogenblik niet zo goed gaat, er gebeuren teveel dingen waar een mens echt kwaad van zou worden. Ik kan nooit precies zeggen wanneer ik gelukkig was of ben, altijd is er wel iets waardoor je een beetje beschaamd bent voor je eigen ‘geluk’. Content ja, wreed content, niet ondanks veel, maar dankzij veel. Echt content, dat ben ik. En ik spreek voor vier.
Iemand hier van hetzelfde? Of van iets anders? Net wel of niet beschaamd geweest over gelukkig of content zijn?
Awel?
Soms houden kinderen je een spiegel voor. En dan bemerk je je eigen kleine (tuurlijk, ’t gaat wel om mij, hé ;-)) ergelijkheden en typische onnozeliteiten. Zo heb ik de neiging om nogal wijsneuzerig naar mijn zonen toe te stappen als die iets aan het mispeuteren zijn. Ik zet het niet op een brullen, hysterisch krijsen of ‘mag niet, mag niet, máááág niet!’-geroep. Ik ga er gewoon bijstaan, heel rustig (zoiets kan je dus echt wel leren), en vraag: “Awel?”. Ik bijt op mijn tanden, tong en lippen om m’n lach in te houden als ze zich allebei omdraaien en iets gestoord in hun deugnieterij naar mij kijken. Het volgende dat eruit is: “Damagnie, dat weten jullie toch wel, zandkastelen bouwen in huis mag niet. Hop, naar buiten met dat zand!” En zo gaat dat gedoe nog een tijdje verder.
Die spiegel nu. Gisteren geven wij en complet de bloemetjes water: Fries met keteltje, Benne met gietertje, papa met de grote gieter en moeder die coördineert. Moeder smost wat met water en een fijn stemmetje duikt op achter haar: “Awel? Eila! Damagnietééé mama. Kom, elp maa mee, boemetjes watej geven!”. En dan stond dat kind nog met zijn twee handen in zijn zij ook. Kleine ik. Maar ik vind het wel nen toffen 🙂
symptomen
Symptomen: slecht slapen, lage rugpijn die tot ergens in de middag blijft, moe, veel wakker worden, zei ik al moe?, veel te vroeg wakker worden, terug in slaap proberen te raken, veel te laat wakker worden, en oh ja: moe.
Oorzaak/oorzaken: matrassen die plots heel wat slechter zijn geworden? Baneegij: wriemelende en wrikkelende half spastische zonen die we, eens ze wakker zijn en beginnen te wenen, vlug bij ons in bed nemen omdat onze nachtrust ons ook wel nog een beetje lief is (sorry mr. pedagoog). Zoon 1 heeft er een handje van weg om ten eerste: dwars op het bed te liggen tussen zijn ouders in, ten tweede: te stampen op alle ingewanden die zich in het lijf van zijn ouders bevinden en ten derde: om zijn beren onder je rug te leggen waardoor je de helft van de tijd wakker schiet met een halve bobbel (=berenhoofd) onder je zij, rug, buik, nek, … Zoon 2 doet niets liever dan een voorafgaande plaatsbepaling voor hij zich op het slaapavontuur (deel II: het grote bed van mama en papa) stort. Op elk plekje van de matrassen zit, staat of ligt hij, over elk plekje van zijn ouders kruipt, springt of gaat hij. Tot meneer zijn plaats gevonden heeft. Voor een half uur.
Ik had ze echt tegen de muur willen plakken, die twee. Maar net toen ik begon te bedenken hoe ik dat het beste kon doen (lijm, een haakje, een kast ervoor? :-)) begonnen ze met z’n tweeën aan een mooi knorconcert in stereo. Benne kriebelde met zijn handjes aan mijn arm, Fries wreef met zijn tenen aan mijn rug. En ja, ik was content. Zolang ze muisstil op dat bed lagen. Na een half uur begon het hele liedje opnieuw en werden mijn muur-behangplannen weer wat concreter.
Hemma? Chemma? Gemma!
Er was even twijfel over de uitspraak van de naam, op zijn West-Vlaams à la Hemma? Of op zijn Johan Van de Lanottes à la Chemma? Of gewoon op zijn heerlijk origineelste Gemma! Met de ‘g’ van ‘grande dame’. Proficiat Lindsay en Jelle met de geboorte van jullie dochter!
En nog iets over Italië
Dat we terug zijn, maar dat had u wel door. Dat ik mijn vader daar zijn eerste deftige pizza heb leren eten, en dat hem dat nog gesmaakt heeft ook. Dat ik mijn ouders heb geleerd dat je restjes pasta niet moet weggooien maar dat je daar met wat pesto bij nog heel veel buikgenot van kan hebben de dag erna (ik, de keukenprinses, ha!). Dat ik wel degelijk kan kaartlezen en dat onze twee gps hebbende medechauffeurs op den duur mijn oriëntatievermogen meer vertrouwden dan hun eigen Suzanne of Patrick. *Einde gestoef*
Dat ik mijn definitie van ‘vakantie’ voor de komende vijftien jaar grondig moet bijstellen. Vakantie is nu: een beetje vermoeid die periode starten omdat je nog vlug vlug wat dingen wilde afwerken. Na één week de bobbels op je gezicht tellen en de koortsblazen proberen meester te worden, om na twee weken met verse wallen onder je ogen terug te komen en te besluiten dat je maar weer meer je bril zal dragen om die ondingen te verbergen voor de medemens. Dit met dank aan veel te lange (maar gezellige) avonden en veel te vroege (een beetje gezellige) ochtenden en halve nachten. Maar mooie zonsopgangen daar in Italië, echt schoon gedoe!
Vakantie is dus niet meer: twee weken de hort op, vanalles van nieuwe sporten uitproberen, half gekneusd en geblutst terugkeren, met een gemiddelde van 1 boek per 2 dagen achter de kiezen. Vakantie is nu wel: lachen met de grappen en grollen van een peuter en een kleuter, ze troosten als zijzelf half gekneusd en geblutst naar hun mama of papa toekomen, en een gemiddelde van 36 dvd’s per dag om toch maar een rustig moment te hebben. Niet mijn idee, die dvd-speler, maar wel verdomd handig als je eens het halve stort in de tuin wil opruimen zonder elke vijf seconden te moeten controleren of één van je twee gasten niet halvelings over het balkon hangt te bengelen.
Ooit komt de dag… dat ik terug echte vakantie hebben mag. Tot die tijd houden we het beiden op quality-time met onze koters 🙂 Maar mijn wraak zal zoet zijn, ik verwittig ze nu al!
En nee, die trouwring is nog niet teruggevonden, maar wij hebben al een veel beter idee. Later meer…
Ikea in Zwevegem!
Wij komen zaterdagvoormiddag terug thuis van een reis Italië. Buurman en buurvrouw staan blij en gezwind te zwaaien. Ongewassen, half bezweet en met twee nogal welgezinde zonen stappen we binnen. Er moet en zal een aperitiefje of twee gedronken worden. Dan komt de update van het dorp Sellewie. En omstreken. En dat er een Ikea in Zwevegem komt, op zo’n halve kilometer van onze deur. Ik begin inwendig te foeteren op al het verkeer dat weer door onze straat zal moeten passeren. Al die zaterdagse kooplustigen met een halve inboedel in, op en naast hun auto. Een Ikea in Zwevegem, dus. Mooi, heel mooi. Kan ik eindelijk een nieuw bestek halen.
Deze morgen vind ik een reclaamke in onze boite. Over een nieuwe residentie in Zwevegem, precies op de plek waar de buurman en buurvrouw zeiden dat er een Ikea kwam. Ik bekijk de foto’s en zie dat er inderdaad een winkel komt. Driewerf hoera voor de Okay in Zwevegem!
gezocht: trouwring / lost: wedding ring
Gezocht: trouwring, witgoud, vingerafdruk van de echtgenoot in gegraveerd, inscriptie: Mieke – Steve 16.4.2005
Lost: wedding ring, white gold, fingerprint engraved, inscription: Mieke – Steve 16.4.2005
Perduto: vera, anno nuziale, oro bianco, impronte digitali, iscrizione: Mieke – Steve 16.4.2005
Contact: miekevdw [at] gmail [dot] com.
En nu maar hopen dat een eerlijke Italiaanse vinder even googlet als hij de ring heeft gevonden, tenzij de ring voor eeuwig moge rusten in het Gardameer of Ledromeer.
En sta me nu toe weer afwisselend te vloeken op kindermaat (sapristie, goeie grutjes, potvolkoffie) als mijn kinderen erbij zijn, te vloeken op grote mensenmaat als de kinderen er niet bij zijn, en dit af te wisselen met wanhopige blikken richting grond als zou de trouwring er champignongewijs plots uitfloepen. Miljaardedju!
it’s raining kleine Italiener…
Wat er in Italië dringend moet gebeuren:
- minder regen als ik er ben, meer zon. Twee dagen van de zeven is te veel. Ik heb die aftersunmelk niet voor niets gekocht, hé. Voordeel is wel dat het boekenlezen hier vlotjes gaat: de eerste van Stieg Larsson (“Mannen die vrouwen haten”), zo’n boek gaat er op tijd en stond wel in. Is ook al verslonden: Atonement van Ian McEwan, azo schoon zeg! Begonnen: Mevrouw Verona daalt de heuvel af van Dimitri Verhulst, en 1984 van George Orwell. Ligt nog klaar: Until I find you van John Irving en de schrijfseltjes van Jane Austen, verder nog: de andere twee van Stieg Larsson.
- minder haarspeldbochten want ik ben hier zo al een aantal jaren van mijn leven kwijt aan pure stress om van punt A naar punt B te raken, via een route waar de betere rollercoaster zelfs niet goed van zou zijn.
- minder koortsblazen. Niet dat dat nu specifiek iets met dit land te maken heeft, maar op reis gaan met een rij koortsblazen met Dolomieten-ambities is niet leuk. Op vakantiefoto’s anno 2009 zal je mij dus vaak zien met een wat zurig lachje zien. Angst om die dingen te doen openspringen is het dus.
- Ook nog dringend gevraagd: Valium-verstuivers: om die twee gasten van mij wat langer te laten slapen. Het concept ‘vakantie’ hebben die twee nog niet zo goed door, tenzij een dauwtrip om 03.40 uur onder de noemer ontspanning valt. Vier jaar geleden wel nog, nu niet meer, dank u.
Wat nooit mag veranderen in Italië:
- het gestoef met mijn twee zonen en bij uitbreiding met alle neefjes hier aanwezig. Telkens als wij fietskar-, buggy- of draagdoekgewijs de hort opgaan worden wij tegengehouden door jong en oud om ‘mi complimenti’, ‘belissimo’, ‘bello bambino’, en andere verrukte kreetjes uit te slaan. Bovenop mijn 1 meter 62 is intussen al 20 cm gegroeid. Leve Don Fries Juan en Dr. Benne Love. Blond betekent hier nog iets!
- Bennes oneliners: zoals Benne die wijst naar mijn koortsblazen, heel erg bezorgd vraagt: “Mama, dat gaat toch nog weg hé?”, ik knik en zeg dat dat grotendeels van hem en zijn broer zal afhangen. Hij sust en zegt: “De maan zal dat wel wegdoen, mamaatje!”.
- Nog? Benne ziet een dame in een rolstoel. ’t Kind roept het uit: “Kijk, die mevrouw gaat dood!”. In het licht van de eeuwigheid heeft hij gelijk, maar gelukkig begrijpen ze hier zijn gekwebbel niet.
- En zo zijn we gisteren ook op zoek gegaan naar het kasteel van Prins Martino, vroeg hij zich af waarom dat kasteel geen springkasteel was, had hij plotseling medelijden met prins Martino en kreeg de echtgenoot zowaar enorm veel zin in het gelijknamige broodje.
- Ook nog goed voor warme momenten in een wetsuit: schone instructeurs die me goed vastnemen tijdens het canyoning. Ik die zo de stoere probeer uit te hangen en indruk wil maken op echtgenoot en instructeur. Samen met schoonzus Kim van rotsen en rotsjes gegleden, gesprongen van veel te hoge rotsen en bruggen. Allemaal om toch maar in die schone oogskes van de schoonste Italiaan tot nu toe te kunnen kijken. Straks eens flauwvallen op de mountainbike zodat de flying verplegers mij kunnen komen halen 🙂
Conclusie: ik amuseer me hier wel, maar ’t mag nu stoppen met regenen zodat ik weer naar buiten kan, die kuiten nog wat kleur geven. Ciao!
Bijna
Nu we eens niet in ons huis moeten werken (met dank aan broer K. die zowat onze hele stuk land in spoedtempo tot tuin heeft omgevormd), nu we eens niet ferm zwanger zijn, of net bevallen zijn, nu we eens niet het geld uit onze zakken getroggeld werden door vadertje staat, … gaan we weer op échte reis. En we zijn er bijna klaar voor, om alhier een beetje het varken uit te hangen en veertien dagen onverantwoord te luieren. De voorbereidingen?
De oudste zegt met veel schwung “Buongiornooo-ooo-ooo!!”, de jongste begint eindelijk op een deftige manier zijn spaghetti te eten, dit is dus niet: 2 slierten spaghetti in je mond, 5 op je kleren, 2 aan je voeten, 1 achter je oor, 4 op je hoofd, 10 ergens op je stoel en 20 op de grond. Knippen zegt u? Meneer eet dat niet zo graag, verknipte spaghetti, en gelijk heeft hij.
De grootste man des huizes heeft zich freak-gewijs bezig gehouden met het uittekenen van routes, het plannen van de inhoud van de autokoffer, het bedenken en ontwerpen van een systeem om de uitbreidingen van Carcassonne in één doos te krijgen en heeft intussen ook al zijn eigen garderobe in een koffer weten te gooien.
De kip des huizes heeft nog niets gedaan. Echt niets. Behalve briefjes schrijven met wat er nog allemaal moet gedaan worden, briefjes ophangen, gerief samenzetten en gerief verzetten. Maar zelf een koffer maken? Wie het zich nog herinnert van de twee zwangerschappen zal wel weten dat ik telkens heel veel geluk heb gehad om overtijd te gaan 🙂
Ik heb nog anderhalve dag voor we vertrekken. Zaagt dus niet hé, mensen 🙂